Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2009:BK1506

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
22-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
EJ91/2009
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met arbeidsongeschikte werknemer afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0808

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: EJ91/2009

Datum uitspraak: 22 oktober 2009

Beschikkingnummer:

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de naamloze vennootschap

Bonaire Petroleum Corporation N.V.

te Bonaire

verzoekster

hierna: Bopec

gemachtigde: mr. G.A. Soliana

tegen

[B.]

te Bonaire

verweerder

hierna: [B.]

gemachtigde: mr. E.Th. Wesselius

<b>De procedure</b>

Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:

- het verzoekschrift van 10 september 2009, met producties,

- het verweerschrift, met producties,

- de door het Gerecht tussen partijen gegeven en op 17 september 2009 uitgesproken beschikking,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge die beschikking op 8 oktober 2009 gehouden mondelinge behandeling,

- de door beide partijen in het geding gebrachte producties.

<b>De feiten</b>

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. [B.], 43 jaar oud, is sinds 26 juli 2000 bij Bopec voor onbepaalde tijd in dienst, laatstelijk in de functie van “Operator B” tegen een salaris van NAƒ3.385,00 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en kerstgratificatie van beide 8,33% van het basisjaarloon.

b. Voorafgaande aan zijn dienstverband voor onbepaalde tijd is [B.] in dienst geweest van Bopec gedurende de periode van 16 juni 1999 tot 16 juni 2000.

c. [B.] is sedert 8 mei 2008 arbeidsongeschikt.

d. M.E.J. van Soest, bedrijfsgeneeskundige bij Refineria Isla op Curaçao heeft [B.] onderzocht en op 2 juli 2009 het volgende advies uitgebracht:

<i>“ Can work with temporary work restriction and agrees about this:

No lifting > 15 kg

No squatting

No frequent climbing stairs

To decide if there is a permanent work restriction information and new consultation of specialist is indicated.

Work related factor can have attributed to the medical restriction.

Has a court case about work conflict. Intermediation of OHS physician could be helpful.

Advice: offer work according above-mentioned restriction.”</i>

e. Artikel 27 lid 9 van de op de arbeidsovereenkomst toepasselijke CAO bepaalt -onder meer- het volgende:

<i>“Den tal kaso ta prohibí Trahadó di ta presente na lugánan ku ta aksesibel pa publiko, ku eksepshon den kaso ku dòkter di kas no ta haña e prohibishon aki necesario.(…)”</i>

f. Bij brief van 19 december 2008 heeft Bopec het volgende aan [B.] geschreven:

<i>“Den korant èxtra (…) nos a tuma nota di bo persone su protret saká na un aktividad <b>públiko</b> mientras ku bo persona ta ku AO.(…)” </i>

g. Bij brief van 22 december 2008 heeft [B.] hierop gereageerd en uitgelegd dat het geen “aktividad públiko” betreft.

h. Bij brief van 20 maart (het Gerecht leest:) 2009 heeft Bopec [B.] erop aangesproken dat hij, hoewel hij arbeidsongeschikt is, naar Nederland is gereisd.

i. Op 7 mei 2009 heeft de huisarts van [B.] het volgende verklaard:

“Zoals u bekend is de heer [B.] (…) al geruime tijd arbeidsongeschikt. Gedurende deze periode is het verbod zich op het voor publiek toegankelijke plaatsen te vertonen niet van toepassing.”

<b>Het verzoek</b>

Bopec verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Bopec – samengevat – het volgende.

De ziekmelding van [B.] is gerelateerd aan en een reactie op zijn teleurstelling dat hij niet tot Assistant Shift Supervisor is bevorderd.

Na zijn ziekmelding is [B.] gesignaleerd op een publiek evenement op Bonaire en enige tijd later is hij naar Nederland gereisd en heeft hij daar deelgenomen aan een beurs.

Er is voor [B.] bij Bopec geen functie beschikbaar waarbij rekening kan worden gehouden met de beperkingen die dokter Van Soest heeft genoemd.

De vermeende arbeidsongeschiktheid van [B.] komt in het licht van zijn verschijnen bij een publiek evenement en zijn verblijf in Nederland geen geloof toe.

De relatie tussen partijen is zodanig onherstelbaar verstoord dat Bopec [B.] niet langer in dienst kan en wil handhaven.

De feiten en omstandigheden zijn te beschouwen als omstandigheden die dringende redenen als bedoeld in artikel 7A:1615o BWNA zouden hebben opgeleverd. In onderling verband gezien, zijn zij ook te beschouwen als veranderingen van omstandigheden.

De ontbinding is geheel te wijten aan [B.]. [B.] komt daarom geen vergoeding toe.

<b>Het verweer</b>

[B.] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [B.] om toekenning van een vergoeding gelijk aan 11 maanden bruto loon.

Ter toelichting voert [B.] – samengevat – het volgende aan.

[B.] is sinds 16 juni 1999 in dienst van Bopec. De arbeidsongeschiktheid van [B.] is niet gerelateerd aan het feit dat [B.] niet is bevorderd.

In de brieven van Bopec gaat zij voorbij aan het bepaalde bij artikel 27 lid 9 van de toepasselijke CAO.

Bopec onderbouwt op geen enkele wijze haar stelling dat er geen passende functie voor Bopec beschikbaar is.

De economische malaise kan [B.] niet worden aangerekend.

Bopec maakt op geen enkele wijze duidelijk op grond waarvan zij het oordeel van de bedrijfsgeneeskundige als onjuist meent te kunnen afdoen.

[B.] beroept zich op het opzegverbod nu hij arbeidsongeschikt is. Een arbeidsongeschikte werknemer behoort niet te worden geconfronteerd met een ontbindingsverzoek, tenzij zich zwaarwegende belangen voordoen die een gewichtige reden voor ontbinding opleveren. Er zijn in dit geval geen zwaarwegende belangen als bedoeld, zodat het verzoek moet worden afgewezen.

Indien wel tot ontbinding wordt overgegaan, dan kan die ontbinding pas per 8 mei 2010 worden uitgesproken, namelijk tegen het einde van de periode van twee jaar van arbeidsongeschiktheid.

Een dergelijke ontbinding op termijn zal gepaard moeten gaan met het toekennen van een vergoeding aan Bopec, die met een dienstverband van 11 jaar neerkomt op 11 maanden loon.

<b>De beoordeling van het verzoek</b>

1. Tussen partijen staat vast dat [B.] arbeidongeschikt is. Dat brengt met zich dat partijen zich hebben te richten naar de bevindingen van de bedrijfsgeneeskundige die [B.] heeft onderzocht.

2. Het advies van de bedrijfsgeneeskundige Van Soest houdt in dat [B.] aangepaste werkzaamheden kan verrichten.

3. Voorts blijkt uit de verklaring van de huisarts van [B.] dat het in artikel 27 lid 9 van de CAO genoemde verbod niet op [B.] van toepassing is.

4. Onder die omstandigheden had het op de weg van Bopec gelegen [B.] in de gelegenheid te stellen aangepaste werkzaamheden te verrichten. De enkele mededeling van Bopec dat er geen geschikte functie voor [B.] beschikbaar is, is onvoldoende. Immers, onvoldoende gebleken is dat Bopec serieuze pogingen heeft ondernomen om aangepaste werkzaamheden voor [B.] te vinden.

5. Nu voorts de huisarts van [B.] heeft verklaard dat het verbod in artikel 27 lid 9 van de CAO op [B.] niet van toepassing is, dient Bopec zich daaraan te houden. Het staat Bopec vrij om een ander medisch oordeel aan te vragen indien zij van oordeel is dat [B.] niet langer als arbeidongeschikt kan worden beschouwd. Zolang zij dat niet heeft gedaan, zal Bopec zich moeten houden aan de adviezen van de bedrijfsgeneeskundige en het oordeel van de huisarts.

6. Op grond van het vorenstaande kan [B.] daarom niet worden verweten dat hij zich op de publieke plaatsen heeft begeven die door Bopec zijn gesteld.

7. Tot ontbinding van de arbeidovereenkomst met een arbeidsongeschikte werknemer kan in beginsel eerst dan worden overgegaan indien sprake is van zwaarwegende belangen die een gewichtige reden voor ontbinding opleveren. Dergelijke belangen zijn onvoldoende gesteld of gebleken.

8. Al het voorgaande in aanmerking nemende komt het Gerecht tot de conclusie dat er geen gewichtige redenen bestaan om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zodat het verzoek wordt afgewezen.

9. Bopec wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

<b>Beslissing</b>

Het Gerecht:

wijst het verzoek af;

veroordeelt Bopec in de kosten van de procedure, aan de zijde van [B.] begroot op NAƒ1.500,00 wegens salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.