Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2009:BK1493

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
AR91/2008
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft schuldbekentenis ondertekend en erkend. Partijen zouden in overleg treden over een afbetalingsregeling. Dat is niet gebeurd. Van aanmaningen is onvoldoende gebleken. Buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Gedaagde is niet nodeloos in procedure betrokken en zal de proceskosten moeten voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: AR91/2008

Datum uitspraak: 23 september 2009

Vonnisnummer:

VONNIS

inzake

de naamloze vennootschap AJP Trading N.V. h.o.d.n. Bay west

te Curaçao

eisende partij

hierna te noemen: Bay West

gemachtigde mr. E. Fa Si Oen

tegen

[C.]

te Bonaire

gedaagde partij

hierna te noemen: [C]

gemachtigde mr. E. Bokkes

<b>De procedure</b>

Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:

- het verzoekschrift van 13 november 2008, met producties,

- de conclusie van antwoord, met één productie,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

<b>De feiten</b>

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. Bij schuldbekentenis van 3 april 2008 heeft [C] erkend NAƒ150.000,00 verschuldigd te zijn aan Bay West.

b. De door partijen ondertekende betalingsovereenkomst/schuldbekentenis bepaalt dat een betalingsregeling nog nader tussen partijen zou worden overeengekomen.

c. [C] heeft van het verschuldigde totaalbedrag NAƒ1.000,00 betaald.

<b>De vordering</b>

Bay West vordert dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [C] zal veroordelen tot betaling van NAƒ149.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2008 tot de dag der algehele voldoening, alsmede met de buitengerechtelijke incassokosten, kosten rechtens.

Bay West heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd:

[C] heeft erkend het bedrag van NAƒ150.000,00 schuldig te zijn aan Bay West.

De gemachtigde van Bay West heeft contacten onderhouden met [C] om hem te bewegen vrijwillig mee te werken aan een aflossingsschema, dat nog moest worden overeengekomen.

Aan [C] is meegedeeld dat geen procedure zou worden gestart indien hij te goeder trouw zijn vrijwillige medewerking aan de herhaalde verzoeken om betaling had voldaan.

Op 4 februari 2009 heeft [C] meegedeeld dat hij met ingang van eind maart 2009 minstens NAƒ500,00 per maand zou aflossen. [C] verzocht na het verkrijgen van een veroordelend vonnis een schriftelijke betalingsregeling aan te gaan van minstens NAƒ500,00 per maand.

Bay West als schuldeiseres hoeft er geen genoegen mee te nemen dat [C] als debiteur naar eigen inzichten bepaalt of, wanneer en hoeveel hij zal aflossen.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [C] Bay West genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. Bay West heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van NAƒ10.000,00. [C] dient aan Bay West te voldoen.

Voorts is [C] de wettelijke rente verschuldigd geworden. Deze bedraagt, berekend vanaf 22 oktober 2008 tot en met 12 november 2008, NAƒ649,33

<b>Het verweer</b>

[C] heeft de gevorderde hoofdsom erkend en voor het overige verweer gevoerd. Hij voert daartoe het volgende aan:

In de overeenkomst is expliciet overeengekomen dat de hoogte en hoeveelheid van de betalingen nader overeengekomen zouden worden door partijen. Dat is nog niet geschied.

Derhalve staat niet vast dat [C] in gebreke zou zijn met de betalingen.

[C] heeft de brieven van de gemachtigde van Bay West niet ontvangen. Voorts ontkent [C] dat hij op 4 februari 2009 op het kantoor van de gemachtigde van Bay West is geweest en dat hij heeft erkend dat hij NAƒ500,00 per maand zou gaan betalen.

Nu [C] niet in verzuim is, is hij geen rente en incassokosten verschuldigd.

[C] verzoekt het Gerecht hem toestemming te verlenen kosteloos te mogen procederen.

<b>De beoordeling van het geschil</b>

1. De gevorderde hoofdsom ad NAƒ149.00,00 ligt als erkend voor toewijzing gereed.

2. Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente overweegt het Gerecht als volgt.

3. Uitgaande van de onderhavige overeenkomst diende nog een betalingsregeling te worden overeengekomen. Bay West stelt dat zij en/of haar gemachtigde daarvoor in contact is getreden met [C], zowel schriftelijk als mondeling.

4. [C] ontkent enige brief van Bay West te hebben ontvangen. Bovendien ontkent hij gemotiveerd dat hij zou hebben gezegd maandelijks minstens NAƒ500,00 te zullen gaan betalen.

5. Bay West beroept zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde brieven aan [C] en mededelingen door [C]. Nu uit enige bijzondere rechtsregel of uit de eisen van redelijkheid of billijkheid geen andere verdeling van de bewijslast voortvloeit, draagt Bay West op grond van het bepaalde bij artikel 129 Rv de bewijslast van die feiten.

6. Bewijs voor de juistheid van de stellingen van Bay West is in de stukken niet te vinden. Voorts heeft Bay West geen voldoende concreet bewijsaanbod gedaan voor de verzending van de door haar gestelde brieven en/of voor de juistheid van de mededelingen die door [C] zouden zijn gedaan. Bay West zal daarom niet tot bewijslevering kunnen worden toegelaten.

7. Het vorenstaande brengt met zich dat niet is komen vast te staan dat [C] al in verzuim is. Om die reden zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente worden afgewezen.

8. [C] geldt wel als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Ook op [C] rust op grond van de overeenkomst de verplichting om mee te werken aan het tot stand komen van een betalingsregeling. Nu uit niets is gebleken dat [C] zelf enige poging heeft ondernomen om die regeling met Bay West tot stand te brengen kan niet gezegd worden dat hij nodeloos is gedagvaard.

9. Er is genoegzaam gebleken van het financieel onvermogen van [C] om de proceskosten te voldoen. Hem zal daarom toestemming worden verleend kosteloos te procederen.

<b>Beslissing</b>

Het Gerecht:

Verleent [C] toestemming kosteloos te procederen.

Veroordeelt [C] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Bay West te betalen NAƒ149.000,00 (EEN HONDERD NEGEN EN VEERTJG DUIZEND GULDEN).

Veroordeelt [C] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bay West begroot op NAƒ1.490,00 aan verschotten en NAƒ3.400,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.