Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2009:BK1475

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
AR90/2008
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze zaak betreft de vraag of door gedaagden aan eiseres opdracht is verstrekt tot het verrichten van werkzaamheden in het kader van het project “Un Boneiru Nobo”. Er wordt door eiseres vergoeding van schade gevorderd nu het project niet is doorgegaan en zij wel werkzaamheden heeft verricht en bovendien andere werkzaamheden ervoor heeft afgezegd. Eerst komt er een bewijsopdracht om de gestelde opdracht te kunnen vaststellen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 407
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 129
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2009/809
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: AR90/2008

Datum uitspraak: 23 september 2009

Vonnisnummer:

VONNIS

inzake

1. de naamloze vennootschap A&E Productions Curaçao N.V.

gevestigd te Curaçao

2. [F.]

te Curaçao

eisende partijen

hierna ook te noemen: A&E Productions respectievelijk [F]

verschenen bij gedaagde sub 2

tegen

1. [L.] h.o.d.n. Stone Edge Management Consultancy, tevens handeldrijvende als en/of handelende voor “Fundashon Un Boneiro Nobo”

wonende op Bonaire

2. [T]

wonende op Bonaire

gedaagde partijen

hierna ook te noemen: [L] respectievelijk [T]

gemachtigde mr. C.A. Peterson

<b>De procedure</b>

Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:

- het verzoekschrift van 24 oktober 2008, met producties,

- het deurwaardersexploot van 3 november 2008 houdende de betekening van het verzoekschrift aan de naamloze vennootschap RBTT Bank Antilles N.V. op Bonaire, onder welke bank ten laste van gedaagden beslag is gelegd,

- het deurwaardersexploot van 3 november 2008 houdende de betekening van het verzoekschrift aan de openbare rechtspersoon Het Eilandgebied Bonaire op Bonaire, onder wie ten laste van gedaagden beslag is gelegd,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- de conclusie van repliek, met producties,

- de conclusie van dupliek.

<b>De feiten</b>

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. [L] was vertegenwoordiger van “Fundashon un Boneiru Nobo” (hierna; de fundashon). Het doel van de fundashon was het Boneriaanse volk voor te bereiden op en zich bewuster te maken van de staatkundige toekomst van het eiland Bonaire.

b. [F] heeft aan [L] een begroting gestuurd voor door haar te verrichten werkzaamheden ten behoeve van de fundashon.

c. Per e-mail bericht van 22 mei 2008 heeft [L] het volgende aan [F] geschreven:

<i>“ I’m seeing that you’re calling me. I’m in a meeting and cannot answer your phone. However, I did study your proposal and find it great. I’m taking it with me this weekend to Aruba. We’ll discuss it with the sponsors and I’l get back to you on Monday.”</i>

d. Per e-mail bericht van 26 mei 2008 heeft [L] het volgende aan [F] geschreven:

<i>“The board of directors approved the plan as presented. The money man is on the island tomorrow. I’ll discus the plan with him and will call you back at the end of the day.

I saw you calling today but could not answer your phone. I’v head a extremely busy day with a lot af problems to be solved.”</i>

e. In antwoord daarop heeft [F] per e-mail bericht van 26 mei 2008 het volgende aan [L] geschreven:

<i>“As for me and my team we want to express out appreciation for the confidence deposited in our company.

We assure you that together we’re going to make a real difference for the island of Bonaire, a real Boneiru Nobo.” </i>

f. Per e-mail bericht van 28 mei 2008 heeft [F] [L] geschreven dat er nog punten te bespreken waren voordat met het project van start kon worden gegaan.

g. Op 3 juli 2008 heeft [L] per e-mail bericht het volgende aan [F] geschreven:

<i>“I’ve been informed that you’re planning to come to Bonaire today. However I would advise you not to do as such. I’m having problems with the company that wanted to finance this endeavour. Their permits are stock and they are using this to put pressure. I’m dealing with other parties at the moment. I do need another couple of weeks to finalize this.

I’ll keep you posted.” </i>

h. In antwoord hierop heeft [F] in een e-mail bericht van 7 juli 2008 aan [L] de volgende op 3 juli 2008 telefonisch besproken punten bevestigd:

<i>“As agreed in our telephone conversation of Thursday July 3, 2008, I’m mailing you tot reconfirm the topics we discussed during our conversation.

(…)

• We will receive confirmation by mail of Telephone of the commencement date of the campaign “ bonaire Nobo t’ami” by Wednesday July 9, 2008.

• The campaign will not be stopped for lack of funds and will start as soon as possible.

• Mr. [L] is conscious of the fact that I have stopped teaching and the production of my television program to prepare the campaign “Bonaire nobo t’ami”.

• Mr. [L] has reconfirmed to me personally, that you would not consider any other company for the production or implementation of this campaign.

• Mr. [L] is aware that due to delay beyond our control the tariffs for, for example, stay could vary and that we will need at least 3 to 4 weeks after the First payment to start with the preparation and or the taping of the afore mentioned campaign.”</i>

i. Vervolgens heeft [L] per e-mail bericht van 21 juli 2008 het volgende aan [F] geschreven:

<i>“Met referte aan onze persoonlijk onderhoud op de luchthaven van Bonaire inzake de mogelijkheid om FBN te assisteren meet de uitvoering van een project, bericht ik u als volgt.

Het spijt me ten zeerste dat de ontwikkelingen een heel nare vorm hebben aangenomen dat er zelfs dreigementen in de richting van het nemen van juridische stappen zijn gevallen. Om deze redenen en omwille van het feit da wij (FBN) geen financiering hebben kunnen vinden voor onze plannen, ben ik genoodzaakt het plan in zijn totaliteit te stoppen. Dit betekent dat ook de vraag die wij toentertijd aan jou hebben gesteld, zijn de het inventariseren van de mogelijkheden om het plan zoals wij die hadden uitgelegd namens ons uit te voeren, niet meer van toepassing is.

Jammer maar helaas. Wij moeten stoppen!” </i>

j. In antwoord op dit bericht heeft [F] aan [L] har ongenoegen geuit over de gang van zaken en hem meegedeeld dat zij een annulering niet accepteerde.

k. Bij brief van 4 augustus 2008 heeft [F] [L] aansprakelijk gesteld voor de inmiddels gemaakte kosten en aan gedaagden NAƒ165.464,40 in rekening gebracht.

<b>De vordering</b>

A&E Productions en [F] vorderen dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan A&E Productions en [F] te voldoen:

1. NAƒ137.621,00 te vermeerderen met de daarover verschuldigde rente en kosten, de daarover verschuldigde rente vanaf 14 augustus 2008 tot de dag der algehele voldoening;

2. NAƒ27.524,20 wegens buitengerechtelijke incassokosten;

3. de kosten van dit geding.

A&E Productions en [F] hebben het volgende aan hun vordering ten grondslag gelegd:

In februari 2008 heeft [L] zich als vertegenwoordiger van Fundason un Boneiru Nobo [F] be-naderd met het verzoek om het door hem aan haar geïntroduceerde project

“Un Boneiru Nobo” voor te bereiden, organiseren, coördineren en te begeleiden.

[F] heeft daartoe een begroting aan [L] gezonden.

[L] heeft per e-mail bericht van 26 mei 2008 meegedeeld dat de begroting door de raad van bestuur was goedgekeurd. [L] heeft toen A&E Productions en [F] opgedragen met de werk-zaamheden te beginnen.

In verband met de ingewikkeldheid van het project heeft [F] de activiteiten voor haar neven-werkzaamheden als onafhankelijk onderwijzeres en bij het lokale televisiestation moeten af-zeggen.

[L] heeft beloofd drie weken na de accordering van de begroting een eerste betaling te doen van NAƒ853.535,08.

[L] is de afspraken niet nagekomen, waardoor A&E Productions en [F] alle werkzaamheden met betrekking tot het project hebben gestaakt.

[L] en [T] zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen.

Zij hebben zich voorts schuldig gemaakt aan een onrechtmatige daad jegens A&E Productions en [F], omdat zij een loopje met A&E Productions en [F] hebben genomen. Zij hebben door hun betrokkenheid bij A&E Productions en [F] het vertrouwen gewekt dat het hier om een serieus project ging en hebben zich hierdoor onrechtmatig jegens A&E Productions en [F] ge-dragen.

De beide gedaagden hebben ieder afzonderlijk [F] aan het lijntje gehouden wetende dat het hele project een farce was en geen enkel bestaansrecht had wegens gebrek aan een rechtspositie.

A&E Productions en [F] hebben voor een bedrag van NAƒ137.621,00 schade geleden in de vorm van gemaakte kosten, misgelopen salarissen, gederfde winst en immateriële schade. Dit bedrag moet nog worden vermeerderd met NAƒ27.524,20 wegens 20% buitengerechtelijke incassokosten.

<b>Het verweer</b>

Gedaagden betwisten de vordering en voeren daartoe het volgende aan:

[L] heeft steeds duidelijk gemaakt dat hij voor de uitvoering van zijn plannen afhankelijk was van sponsors en dat hij zonder sponsor geen opdracht kon geven.

Op geen enkel moment hebben A&E Productions en [F] van wie dan ook een opdracht gekregen om een begin te maken met de uitvoering van de offerte. Uiteindelijk ging de financiering niet door en kon het plan niet doorgaan.

[L] heeft nimmer toegezegd welk bedrag dan ook te zullen betalen.

[L] heeft A&E Productions en [F] nooit opdracht gegeven. Hij heeft A&E Productions en [F] duidelijk bericht dat de bestuurders van het comité de plannen goed vinden, maar dat deze eerst besproken moesten worden met de financierder en dat hij er dan later bij haar op terug zou komen.

[T] heeft niets te maken met deze zaak.

Gedaagden bestrijden voorts gemotiveerd de door A&E Productions en [F] gestelde schade.

<b>De beoordeling van het geschil</b>

1. Voor de stelling van A&E Productions en [F] dat door gedaagden een opdracht zou zijn verstrekt is onvoldoende steun te vinden in de overgelegde correspondentie, zoals hierboven onder de vaststaande feiten geciteerd. Nu overigens gesteld noch gebleken is dat sprake is van nog andere stukken waaruit die opdracht zou kunnen blijken, moet worden onderzocht of de bewuste opdracht door gedaagden mondeling is verstrekt.

2. In dat verband hebben A&E Productions en [F] gesteld dat [L] tijdens een telefonisch onderhoud na het e-mail bericht van 26 (naar het Gerecht begrijpt:) mei 2008 [F] heeft opgedragen met de desbetreffende werkzaamheden te beginnen.

3. Deze stelling wordt door gedaagden gemotiveerd weersproken.

4. A&E Productions en [F] beroepen zich op de rechtsgevolgen van de door hen gestelde feiten. Nu uit enige bijzondere rechtsregel of uit de eisen van redelijkheid of billijkheid geen andere verdeling van de bewijslast voortvloeit, dragen A&E Productions en [F] op grond van het bepaalde bij artikel 129 Rv de bewijslast van die feiten.

5. A&E Productions en [F] hebben ter onderbouwing van hun stellingen ook een e-mail bericht van 7 juli 2008 van [F] aan [L] overgelegd. Uit dat e-mail bericht blijkt dat partijen op 3 juli 2008 nog telefonisch met elkaar hebben gesproken over de in dat bericht genoemde onderwerpen. Gedaagden zijn bij hun conclusie van dupliek niet ingegaan op de inhoud van dit bericht. Het Gerecht moet daarom uitgaan van de juistheid van die inhoud.

6. Hoewel dit e-mail bericht ook nog geen bewijs inhoudt van de gestelde opdracht, vormt het wel voldoende onderbouwing van het bewijsaanbod van A&E Productions en [F]. A&E Productions en [F] zullen daarom worden toegelaten te bewijzen dat [L] opdracht heeft gegeven tot het verrichten van de gestelde werkzaamheden.

7. Voor het geval de opdracht niet komt vast te staan overweegt het Gerecht als volgt.

8. A&E Productions en [F] hebben aan hun vordering mede ten grondslag gelegd dat gedaagden zich jegens hen onrechtmatig hebben gedragen. Het Gerecht is van oordeel dat daarvan onvoldoende is gebleken. Uit niets blijkt immers dat hier sprake is van boze opzet aan de zijde van gedaagden. Evenmin blijkt voldoende dat beide gedaagden A&E Productions en [F] opzettelijk aan het lijntje hebben gehouden wetende dat het hele project een farce was en geen enkel bestaansrecht had vanwege gebrek aan een rechtspositie.

9. Het feit dat A&E Productions en [F] eerst later tot de ontdekking kwamen dat de fundashon niet bestaat, doet daar niet aan af. Zij hadden dit al eerder kunnen ontdekken voordat zij haar werkzaamheden ging verrichten. Dit geldt temeer nu uit de e-mail berichten van [L] duidelijk blijkt dat hij telkens naar voren heeft gebracht dat hij afhankelijk is van financiering.

10. Alvorens verder te beslissen zullen A&E Productions en [F] eerst in de gelegenheid worden gesteld de door hen gestelde opdracht te bewijzen.

11. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen voor opgave van de verhinderdata van beide partijen en de getuigen in de maanden oktober tot en met december 2009.

<b>De beslissing</b>

Het Gerecht:

Laat A&E Productions en [F] toe te bewijzen dat [L] opdracht heeft vertrekt tot het verrichten van de door A&E Productions en [F] gestelde werkzaamheden in het kader van het project “Un Boneiru Nobo”.

Verwijst de zaak naar de rolzitting van:

28 oktober 2009

voor akte uitlating partijen als hiervoor bedoeld.

Bepaalt dat, indien A&E Productions en [F] aangeven getuigen voor te willen brengen, op diezelfde rolzitting een datum voor een zitting voor de bewijslevering zal worden vastgesteld.

Bepaalt dat ter rolle geen uitstel zal worden verleend.

Bepaalt dat, nadat de dag en tijdstip van de zitting voor de bewijslevering is vastgesteld, een verzoek om uitstel van de terechtzitting alleen in behandeling wordt genomen, als verzoeker het standpunt van de tegenpartij bekend maakt en de verhinderdata van beide partijen, hun eventuele gemachtigden en de getuigen opgeeft. Dit verzoek dient uiterlijk een week voor de vastgestelde zittingsdatum op de griffie te zijn ingediend.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.