Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2009:BK1455

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
26-08-2009
Datum publicatie
28-10-2009
Zaaknummer
AR 20/2008
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verduistering in dienstbetrekking van een aantal aluminium ramen. Door werknemer is onvoldoende bestreden dat de ramen van zijn werkgever afkomstig waren. Vordering tegen werknemer tot vergoeding van schade toegewezen. Vordering tegen de huidige bezitter van de ramen afgewezen. Er is hoger beroep ingesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0801
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: AR 20/2008

Datum uitspraak: 26 augustus 2009

Vonnisnummer:

VONNIS

inzake

de naamloze vennootschap Alubon N.V.

te Bonaire

eisende partij

hierna te noemen Alubon

gemachtigde mr. E.E. Rosenstand

tegen

1. [J]

te Bonaire

gedaagde partij

hierna te noemen [J]

gemachtigde mr. M.H. Römer

2. [O]

te Bonaire

gedaagde partij

hierna te noemen [O]

gemachtigde mr. M. Bijkerk

<b>De procedure</b>

Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:

- het verzoekschrift van 1 april 2008, met producties,

- de conclusie van antwoord van [J], met producties,

- de conclusie van antwoord van [O],

- het proces-verbaal van de op 25 september 2008 gehouden comparitie van partijen,

- de conclusie van repliek, met één productie,

- de conclusie van dupliek van [O], met producties,

- de conclusie van dupliek van [J],

- de akte uitlating producties van Alubon.

Alubon heeft bij haar akte uitlating gereageerd op de producties die door [O] bij diens conclusie van dupliek nog in het geding waren gebracht. Voor zover Alubon in die akte ook nog inhoudelijk is ingegaan op wat door [O] bij dupliek naar voren is gebracht, is dat in strijd met een goede procesorde geschied. Het Gerecht zal daarom geen acht slaan op wat Alubon bij die akte meer naar voren heeft gebracht dan een loutere reactie op de eerdergenoemde producties.

<b>De feiten</b>

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. [J] is bij Alubon in dienstbetrekking werkzaam geweest.

b. Bij vonnis van 11 september 2007 van dit Gerecht is [J] wegens verduistering in dienstbetrekking veroordeeld tot straf.

<b>De vordering</b>

Alubon vordert dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. [J] en [O], des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen tot betaling aan Alubon van NAƒ11.330,36, vermeerderd met de incassokosten en wettelijke rente;

2. [J] en [O] zal veroordelen in de kosten van dit geding.

Alubon heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd:

Met betrekking tot de vordering tegen [J]:

[J] was in dienst van Alubon en heeft, tijdens zijn dienstbetrekking, goederen uit de opslag-plaats van Alubon verduisterd. [J] is voor dit feit reeds strafrechtelijk veroordeeld.

Alubon is de enige fabriek in de Nederlandse Antillen (en Aruba) die voor het maken van ramen en deuren gebruik maakt van profielen van het RC-systeem. Voor het verwerken van de profielen in ramen en deuren is het gebruik van speciale machines noodzakelijk. Alubon is het enige bedrijf dat deze machines bezit en gebruikt.

De profielen van Alubon worden gelakt met een “powder coating” van de kleurcode RAL 9010-51. Deze kleur wordt exclusief voor Alubon gemaakt.

Na onderzoek werd vastgesteld dat de ramen en/of deuren van Alubon waren en heeft Alubon aangifte gedaan bij de politie.

<u>Met betrekking tot de vordering tegen [O]:</u>

De verduisterde goederen zijn aan [O] geleverd. De goederen, verwerkt in het huis van [O], zijn te herkennen als zijnde afkomstig uit de werkplaats van Alubon.

[O] had moeten weten dat de “ negoshi” die hem door de door [O] genoemde [B] werd voorge-steld, niet helemaal zuiver was.

Er is voldaan aan het bepaalde bij artikel 3:86 lid 3 sub a BWNA. De door [O] genoemde [B] was geen vervreemder die van het verhandelde aan publiek van soortgelijke zaken zijn bedrijf maakte in een daartoe bestemde ruimte. Alubon kan daarom haar goederen opeisen bij [O].

[O] heeft niet voldaan aan zijn plicht uit hoofde van artikel 3:87 lid 1 BWNA, zodat hij niet beschermd wordt door de wet.

<u>Met betrekking tot de vorderingen tegen beide gedaagden:</u>

De totale waarde van de verduisterde goederen bedraagt NAƒ11.330,36.

Wegens buitengerechtelijke incassokosten zijn gedaagden NAƒ1.784,53 inclusief omzetbelasting verschuldigd.

Voorts zijn gedaagden de wettelijke rente verschuldigd geworden.

Nu gedaagden weigerachtig bleven hun schuld te voldoen, heeft Alubon op 17 maart 2008 respectievelijk 19 maart 2008 conservatoir beslag en conservatoir derdenbeslag doen leggen.

<b>Het verweer</b>

[J] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan:

Het strafvonnis van 11 september 2007 betrof de aansprakelijkheid van [J] met betrekking tot hetgeen hem ten laste werd gelegd, te weten: de verduistering ten voordele van zijn zus. In overeenstemming met het Gerecht en het Openbaar Ministerie is de door het Gerecht vastgestelde schade door [J] in deze strafzaak aan Alubon vergoed. Alubon heeft niets meer te vorderen van [J].

[J] heeft geen enkel goed aan [O] verkocht en ontkent uitdrukkelijk de door Alubon bedoelde goederen ooit in zijn bezit te hebben gehad, laat staan te hebben verkocht.

[O] heeft de vordering gemotiveerd betwist. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

<b>De beoordeling van het geschil</b>

<u>De vordering tegen [J]:</u>

1. Het Gerecht is van oordeel dat [J] de vordering van Alubon onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken en overweegt daartoe het volgende.

2. Nadat Alubon bij conclusie van repliek uitvoerig had uiteengezet aan de hand van welke kenmerken en werkwijze kon worden vastgesteld dat de ramen bij [O] van haar afkomstig waren, had het op de weg van [J] gelegen om daar gemotiveerd op in te gaan. Hij heeft dit echter nagelaten te doen.

3. Het vorenstaande brengt daarom met zich dat als vaststaand moet worden aangenomen dat de ramen die bij [O] zijn aangetroffen afkomstig zijn van Alubon en dat deze door (toedoen van) [J] in het huis van [O] zijn geplaatst.

4. Ook het door Alubon gestelde schadebedrag is door [J] onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat ook van de juistheid van dat bedrag moet worden uitgegaan.

5. Dat [J] reeds enig bedrag ter zake van de onderhavige ramen aan Alubon heeft voldaan, is op geen enkele manier gebleken. Het Gerecht verwerpt daarom dat verweer.

6. Alubon heeft een bedrag van NAƒ1.784,53 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. [J] heeft deze vordering niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist. In deze procedure is voldoende gesteld of gebleken dat de door Alubon verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.

7. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de vordering moet worden toegewezen. [J] zal daarbij, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

<u>De vordering tegen [O]:</u>

8. Het Gerecht begrijpt de primaire stellingen van Alubon aldus dat zij stelt dat [O] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door de onderhavige goederen van [J] te kopen terwijl [O] behoorde te weten dat het geen zuivere handel was. Uit niets is evenwel gebleken dat [O] die kennis bezat of dat sprake was van zodanige omstandigheden die de conclusie zouden rechtvaardigen dat [O] behoorde te weten dat de goederen van diefstal/verduistering afkomstig waren.

9. Op grond van de beoordeling van de vordering tegen [J] moet ervan worden uitgegaan dat de ramen en deuren in de woning van [O] van Alubon afkomstig zijn. Dat brengt met zich dat slechts sprake zou kunnen zijn van een vordering strekkende tot afgifte van de ramen en deuren door [O] aan Alubon en niet van een vordering tot betaling van door Alubon beweerdelijk geleden schade. Alubon heeft echter geen teruggave gevorderd.

10. Het vorenstaande leidt daarom tot het oordeel van het Gerecht dat de vordering tegen [O] moet worden afgewezen. Alubon zal als de jegens [O] in het ongelijk gestelde partij in diens proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

Het Gerecht:

Veroordeelt [J] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Alubon te betalen NAƒ13.114,89, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend over NAƒ11.330,36 vanaf 3 mei 2007 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt [J] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alubon begroot op NAƒ1.022,00 aan verschotten en NAƒ1.500,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Veroordeelt Alubon in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [O] begroot op NAƒ1.500,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.