Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2008:BG3889

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
31-10-2008
Datum publicatie
10-11-2008
Zaaknummer
AR 2008/203 KG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bestuurslid vordert loon, na op staande voet te zijn ontslagen. Stivecu is bevoegd het loon te verrekenen met haar aanspraak op vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de gedragingen van haar directeur. Het Gerecht is van oordeel dat deze schade reeds thans kan worden begroot op een bedrag dat tenminste gelijk is aan het loon over het genoemde tijdvak. Binnen het beperkte kader van deze procedure kan de juiste omvang van de schade nog niet nauwkeurig worden vastgesteld, het meer gevorderde dient te worden geweigerd. Hierbij heeft gewogen dat het bestuurslid als werknemer slechts aansprakelijk is voor de schade toegebracht aan de werkgever voor zover de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0703
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: AR 2008/203 KG

Vonnisdatum: 31 oktober 2008

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

Zittingplaats Curaçao

Vonnis gewezen in kort geding in de zaak van

[naam voorzitter bestuur/directeur],

wonende op Curaçao,

eiser in conventie, gedaagde in reconventie,

verder: [bestuurslid/directeur],

gemachtigde: mr. R.A. Gonet,

tegen:

de stichting Stichting Veeteelt Curaçao,

gevestigd op Curaçao,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

verder: Stivecu,

gemachtigde: mr. G.A. Pieter.

1. Het procesverloop

Dat blijkt uit:

- het inleidende verzoekschrift met producties;

- de akte wijziging van de eis van 28 augustus 2008;

- de brief met producties van mr. Gonet van 2 september 2008;

- de brief met producties van mr. Pieter van 3 september 2008;

- de per fax verzonden brief met producties van mr. Pieter van 3 september 2008, waarbij gevoegd de eis in reconventie;

- de pleitnota zijdens [bestuurslid/directeur] van 4 september 2008;

- de pleitnota zijdens Stivecu van 4 september 2008;

- de akte tot wijziging van de eis met producties zijdens Stivecu van 9 september 2008;

- de brief met één productie van mr. Pieter van 24 september 2008;

- de brief met producties van mr. Gonet van 29 september 2008;

- de conclusie van antwoord in reconventie van 1 oktober 2008, ter zitting van die datum voorgedragen;

- de “antwoord-akte wijziging c.q. aanvulling van eis” zijdens [bestuurslid/directeur];

- de pleitnota van mr. Pieter van 1 oktober 2008;

- de ontslagbrief, gedateerd 2 september 2008, overgelegd ter zitting van 1 oktober 2008;

- de aantekeningen van de griffier van de zittingen van 4 september, 24 september en 1 oktober 2008.

Voormelde stukken dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Het geding is behandeld op de zittingen van 4 en 24 september 2008 alsmede op 1 oktober 2008.

Ter zitting van 4 september 2008 is [bestuurslid/directeur] in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Stivecu is toen verschenen bij [naam penningmeester], penningmeester en [naam secretaris], secretaris, bijgestaan door haar gemachtigde. Ter zitting van 24 september 2008 is [bestuurslid/directeur] in persoon verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Stivecu is toen verschenen bij [naam voorzitter], voorzitter, bijgestaan door haar gemachtigde. Ter zitting van 1 oktober 2008 is [bestuurslid/directeur] in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Stivecu is verschenen bij [voorzitter, penningmeester, secretaris], voornoemd, bijgestaan door haar gemachtigde.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2. Het geschil

In conventie

Na wijziging van de eis vordert [bestuurslid/directeur]:

“a. gedaagde bij vonnis (…) te bevelen, het aan eiser toekomende loon over de maand juni 2008 vermeerderd met 6% vakantietoeslag conform artikel 1.6 van de arbeidsovereenkomst, en over de maanden juli en augustus 2008 uit te betalen (…), verhoogd zoals bedoeld in artikel 1614q BWNA (…) alles vermeerderd met de wettelijke rente;

b. de bestaande arbeidsovereenkomst met eiser na te komen en de betaling van het hem toekomende loon (…) te doen plaatsvinden op iedere 24ste van elke kalendermaand, althans, overeenkomstig artikel 1614 l BWNA, het gevorderde onder a en b op straffe van een (…) dwangsom (…)”.

Stivecu heeft de vordering bestreden.

In reconventie

Na wijziging van de eis vordert Stivecu [bestuurslid/directeur] te veroordelen “om bij wege van voorschot tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen, een bedrag van Naf. 111.235,-“ en voorts:

“- om binnen 2 x 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis, de aan Stivecu in eigendom toebehorende en in het bezit van gedaagde zijnde 2 nieuwe computers van het merk Compacpresario in perfecte conditie aan eiseres te retourneren;

- om de bij gedaagde in gebruik zijnde, aan Stivecu in eigendom toebehorende vrachtwagen van het merk Chevrolet Serie 3500, gekentekend 83-55, aan Stivecu te retourneren;

- dit alles onder verbeurte van een dwangsom van Naf. 1.000,- per dag (…)”.

[bestuurslid/directeur] heeft de vordering bestreden.

3. De beoordeling

In conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken alsmede op grond van de niet weersproken inhoud van de producties kan van het volgende worden uitgegaan.

De dienst Landbouw, Veeteelt en Visserij is een dienst van de openbare rechtspersoon het eilandgebied Curaçao. Stivecu is opgericht door deze dienst. Het bestuur van Stivecu legt verantwoording af aan de dienst Landbouw, Veeteelt en Visserij. Stivecu ontvangt jaarlijks subsidie van het eilandgebied Curaçao. Haar inkomsten bestaan grotendeels uit subsidie.

Artikel 9 van de statuten luidt, voor zover van belang, als volgt:

“1. De voorzitter vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechte.

2. Niettemin is voor de volgende handelingen de medewerking van een ander lid van het dagelijks bestuur vereist: (…)

d. in het algemeen voor alle handelingen die een op geld waardeerbaar belang van (…) NAf 500,- te boven gaan.

Artikel 10.

(…)

2. De penningmeester is verantwoordelijk voor het beheer der gelden van de stichting en voert hierover een aparte boekhouding.

3. De penningmeester is verplicht in het algemeen een beheer te voeren dat in overeenstemming is met de voorwaarden door de subsidiërende instanties aan het verlenen en verstrekken van subsidies en vergoedingen verbonden.

Artikel 11.

(…)

3. De penningmeester doet op de jaarvergadering rekening en verantwoording van het beheer der gelden. Ook zijn verslag wordt tenminste 14 dagen vóór de vergadering schriftelijk aan de leden toegezonden, vergezeld van een gedetailleerde staat van de bezittingen en de schulden per ultimo december.

4. Tijdens de jaarvergadering wijst het bestuur aan een accountantsbureau, dat het beheer van de penningmeester controleert en daarvan schriftelijk verslag uitbrengt in de volgende jaarvergadering.

5. De verslagen genoemd in de leden 2 tot en met 4 zullen ter kennis worden gebracht aan alle instanties, welke het bestuurscollege van het eilandgebied Curaçao aanwijst.”.

Stivecu exploiteert op het eiland Curaçao een fokkerij van biggen.

[bestuurslid/directeur], geboren op 4 april 1964, is van 7 december 2006 tot 1 juni 2007 lid en voorzitter geweest van het bestuur van Stivecu.

[bestuurslid/directeur] is met ingang van 1 juni 2007 krachtens een niet schriftelijk vastgelegde arbeidsovereenkomst bij Stivecu werkzaam als algemeen directeur. In een concept arbeidsovereenkomst is vermeld dat [bestuurslid/directeur] is benoemd tot “statutair Algemeen Directeur” maar partijen zijn het erover eens dat [bestuurslid/directeur] in dienst is als werknemer met de titel van directeur en geen orgaan is van de rechtspersoon.

Naast [bestuurslid/directeur] heeft Stivecu nog twee andere werknemers in dienst.

Het loon van [bestuurslid/directeur] bedraagt laatstelijk NAf 5.274,- bruto per maand, exclusief 6% vakantietoeslag.

Op 22 juni 2007 is aan [bestuurslid/directeur] procuratiebevoegdheid verleend als lid van het bestuur tot een bedrag van NAf 500,-

In opdracht van Stivecu is op 18 juli 2008 een advertentie gepubliceerd in het dagblad EXTRA waarin kenbaar is gemaakt, kort weergegeven, dat [bestuurslid/directeur] niet langer bevoegd is Stivecu juridisch te binden.

Bij brief van 25 juli 2008 heeft de gemachtigde van [bestuurslid/directeur] Stivecu gesommeerd tot betaling van loon met ingang van 1 juni 2008.

Op 4 september 2008 heeft de deurwaarder aan [bestuurslid/directeur] in persoon een brief van Stivecu betekend, gedateerd 2 september 2008 (die [bestuurslid/directeur] heeft geweigerd in ontvangst te nemen). Daarin is onder meer het volgende vastgelegd:

“Naar aanleiding van geconstateerde onregelmatigheden binnen de stichting STIVECU, waarbij grote sommen geld zijn verdwenen, heeft het bestuur - zoals u bekend moge zijn - een onderzoek ingesteld.

(…)

U heeft gewoon middels cheques en middels opnames bij de bank een bedrag opgenomen, die wij vooralsnog aan de hand van de aanwezige stukken hebben vastgesteld op Naf. 111,235,00

Voor deze uitgaven hebben bij geen verantwoording kunnen aantreffen onder de in ons bezit zijn de stukken, over de periode liggende tussen 1 januari 2007 en 30 juni 2008. U was uitgenodigd om vragen hieromtrent te beantwoorden en bewijsstukken aan ons te leveren, doch heeft u hieraan niet voldaan.

Uit bijgaand overzicht kan aan de hand van een eenvoudig rekensommetje worden uitgemaakt, dat u verantwoordelijk bent voor een totaalbedrag van circa Naf. 234.560,36. Immers, u alleen, met uitsluiting van andere bestuursleden heeft in bovenvermelde periode over de rekening van de Stichting (…) bij de Girobank beschikt.

1. Met name beschikte de Stichting per 01 januari 2007 over een bedrag van Naf. 353.383,36

2. De Stichting heeft gedurende bovenvermelde periode een inkomen genoten van Naf 214.177,0 (Naf. 187.498,00 van subsidie en Naf. 26.679,00 verkoop biggen).

3. De stichting heeft een uitgavenlast van +- Naf. 18,500,00 per maand.

4. Reeds per definitie ontbreekt er derhalve een bedrag van minstens Naf 234.560,36 waarvoor u geen verantwoording heeft kunnen afleggen. Nogmaals aan de hand van bewijsstukken, hebben wij vooralsnog een bedrag van Naf. 111,235,00 kunnen vaststellen als zijnde door u verduisterd.

U heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan het onbevoegdelijk toe-eigenen van aan STIVECU toebehorende gelden, hetgeen hierbij wordt gekwalificeerd als diefstal c.q. verduistering in dienstbetrekking (…), hetwelk een strafbaar feit oplevert, doch tevens dringende reden voor ontslag op staande voet. U wordt dan ook per heden op staande voet ontslagen (…)”.

Op verzoek van het bestuur heeft hebben [namen van 2 RA’s], beiden verbonden aan SOAB, in opdracht van het bestuurscollege van het eilandgebied Curaçao onderzoek gedaan “naar de onregelmatigheden bij Stivecu”. Van dat onderzoek hebben zij op 23 september 2008 schriftelijk verslag gedaan.

Daaruit blijkt dat het rapport in conceptvorm op 22 september 2008 aan de voorzitter van Stivecu en aan [bestuurslid/directeur] is voorgelegd voor commentaar. Uit de rapportage blijkt dat beiden van die gelegenheid gebruik hebben gemaakt door bevindingen van commentaar te voorzien.

Omtrent het bestuur van Stivecu wordt onder meer het volgende opgemerkt:

“Stivecu heeft in de afgelopen twee jaren vier verschillende besturen gekend. Dit in verband met de wisseling van het bestuurscollege. Immers het bestuur wordt door het bestuurscollege benoemd. Telkens als er sprake is van een nieuwe coalitie worden door de nieuwe coalitiepartijen nieuwe bestuursleden aangedragen.(…)

Door de regelmatige wisseling van bestuur (…) en een gebrekkige (…) overdracht is sprake geweest van kennis achterstand bij de bestuursleden (…). Daarnaast blijkt dat ondanks door het bestuurscollege in augustus 2007 een bestuur is benoemd, de stichting vanaf augustus 2007 niet bestuurd wordt. Dit gezien de bestuursleden naar hun zeggen niet op de hoogte waren van hun benoeming, waardoor het bestuur niet formeel inwerking is getreden.”.

En voorts:

“Van de heer [voorzitter] hebben wij vernomen dat hij niet op de hoogte was dat de heer [bestuurslid/directeur] ook zijn naam op de procuratielijst heeft opgenomen. Ten tijde dat hem de lijst werd aangeboden om zijn paraaf en handtekening te zetten was volgens hem de naam van de heer [bestuurslid/directeur] niet op de lijst vermeld. Hem is ook niet verteld dat ook de naam van de heer [bestuurslid/directeur] op de lijst zou worden geplaatst. Op de lijst staat de naam van de heer [bestuurslid/directeur] als laatste vermeld.

Later toen in augustus 2007 weer een nieuw bestuur is aangetreden is de tekeningsbevoegdheid niet aangepast. Conform de heer [voorzitter] is dat niet gedaan daar het bestuur welke in augustus 2007 werd benoemd pas in augustus 2008 functioneel is geworden.”.

[bestuurslid/directeur] heeft hierbij aangetekend dat “de leden van het bestuur wel degelijk op de hoogte (waren) dat zij waren benoemd”.

Uit de rapportage blijkt dat de bankafschriften van Stivecu naar het adres van de directeur werden verzonden.

Paragraaf 6.3 betreft “geconstateerde onregelmatigheden in de uitgaven verricht door de heer [bestuurslid/directeur]”.

Dit overzicht heeft betrekking op het tijdvak van december 2006 tot en met juni 2008, derhalve op het tijdvak dat [bestuurslid/directeur] respectievelijk voorzitter en directeur was. Volgens de rapporteurs is in die periode in totaal uitgegeven in bedrag van NAf 601.662,12. Daarvan is NAf 331.767,41 (= 55%) niet gedekt met onderliggende facturen.

Wat betreft het tijdvak dat [bestuurslid/directeur] heeft gefungeerd als voorzitter is in de rapportage in het bijzonder belicht:

1. bouw van een kantoorpand bij Malpais;

2. verleende voorschotten;

3. niet rechtsgeldig uitgegeven bedragen;

4. onbekende uitgaven door het ontbreken van de basis bescheiden.

Wat betreft de bouw van een kantoorpand is in het rapport vastgesteld dat “nergens (blijkt) dat de beslissing voor de bouw van het pand genomen is in een conform de statuten bijeen geroepen spoedvergadering. (…) Wij constateren uit een interview met de heer [bestuurslid/directeur] dat voor de aanbouw van het pand noch een bouwtekening is opgesteld, noch goedkeuring van DROV is aangevraagd. Derhalve is de bouw op basis van de bepalingen van de bouwverordening illegaal. Daarnaast blijkt niet dat een offerte procedure is gehouden voor de gunning van de bouwwerkzaamheden. Bij navraag aan de heer [bestuurslid/directeur] heeft hij te kennen gegeven dat hij inderdaad geen offerte procedure heeft gehouden, maar besloten heeft om de bouw aan zijn broer te gunnen, daar de broer in die tijd gestart was met een bouwbedrijf. Voor de bouw van het pand is door zijn broer een raming ingediend voor een totaalbedrag van NAf 85.000,- (…). Zoals blijkt uit dit document is een bedrag van NAf 85.000,- niet nader gespecificeerd. Uit de administratie van 2007 blijkt echter dat in de maanden februari en maart opnames zijn verricht voor in totaal NAf 80.000,00 voor de bouw van het pand. Daarnaast zijn diverse cheques uitgeschreven voor de betaling van de bouwkosten. In totaal is een bedrag van NAf 98.948,48 uitgegeven aan de bouw. De facturen ter onderbouwing van de gemaakte kosten zijn deels aan ons overhandigd. Wij hebben facturen ontvangen voor slechts een bedrag van NAf 1.995,47. Tot op het moment van afronden en rapporteren van het onderzoek hebben wij de overige facturen niet ontvangen.”.

Volgens een taxatierapport is het gebouwde niet meer dan NAf 50.000,- waard.

Bijlage drie bij de rapportage betreft “onbekende uitgaven door ontbrekende basis bescheiden”. Dit betreft een bedrag van NAf 49.857,-. Daarvan is een bedrag groot NAf 33.500,- middels cheques aan toonder uitgeschreven.

In het tijdvak van mei 2007 tot en met juli 2008 (toen [bestuurslid/directeur] directeur was) is volgens de rapporteurs NAf 309.301,63 uitgegeven. Hierover is onder meer opgemerkt:

“Wij constateren onregelmatigheden bij bepaalde uitgaven. De uitgaven waarbij onregelmatigheden zijn geconstateerd zijn door de directeur gemaakt. Voor de meeste van deze uitgaven zijn dan ook geen onderliggende facturen overgelegd. Voor een totaalbedrag ad NAf 224.021,85 hebben wij geen onderliggende facturen ontvangen. Door het ontbreken van de facturen konden wij niet voor al deze uitgaven nagaan waarvoor de uitgaven gemaakt zijn. Voor zover mogelijk hebben gebruikgemaakt van de omschrijving op de voucher in het checkboek. Daarnaast hebben wij bij de directeur nagevraagd waarvoor de uitgaven gemaakt zijn. Voor zover wij een verklaring van hem hebben gekregen hebben wij zijn verklaring in het overzicht vermeld.”.

Rapporteurs hebben vastgesteld dat:

1. diverse opnames via cheques aan toonder zijn verricht;

2. door de directeuren privé uitgaven zijn betaald met middelen van Stivecu;

3. diverse betalingen zijn verricht middels het omzeilen van de procuratielijst bij de bank.

De opnames aan toonder betreffen een bedrag van NAf 18.810,-. “Wij hebben bij de heer [bestuurslid/directeur] nagaan waarvoor deze cheques zijn uitgeschreven. De door hem geven verklaringen zijn opgenomen in het overzicht in de bijlage. Het blijkt dat voor de cheques geïnd door mevrouw [naam mevrouw] en enkele door hem zelf geïnde cheques hij geen verklaring kon geven.”.

Van een bedrag van NAf 1.100,- dat ten laste van Stivecu is uitgegeven, is uit gesprekken met de directeur gebleken dat het privé uitgaven betreft.

“Daarnaast heeft de directeur voor een bedrag van NAf 6.960,- vermeld dat deze bewakingskosten betreffen. Dit bedrag is betaald over de periode van november 2007 tot en met februari 2008 met een totaal van 10 cheques aan toonder van elk +- NAf 500,- en vier cheques waarvan de omschrijving op de voucher niet aanwezig is. Op onze vraag waarom deze uitgaven steeds met cheques van NAf 500,00 zijn betaald gaf de directeur te kennen dat hij de uitgaven in diverse cheques moest knippen omdat de voorzitter niet akkoord was met het aantrekken van een bewakingsdienst.

De voorzitter van het bestuur ontkent echter op de hoogte te zijn van een verzoek van de directeur voor het aantrekken van bewakers voor de fokkerij. De opzichter heeft verklaard geen bewakers op het terrein te hebben gezien.”.

Als commentaar hierop heeft [bestuurslid/directeur] opgemerkt “dat de bewakingspersoneel ‘s avonds op het terrein werd ingezet, en dat hij het personeel niet hieromtrent heeft ingelicht omdat hij twijfels had of het personeel zelf de varkens stal.”.

De conclusie van de rapporteurs luidt:

“Op basis van onze bevindingen blijkt dat er sprake is geweest van mismanagement en misbruik van bevoegdheden om over de middelen van de stichting te beschikken. Daarnaast is misbruik gemaakt van de middelen van de stichting voor eigen gebruik dan wel bevoordelen van derden. Wij adviseren uw college gezien het bovenvermelde om het bestuur op te dragen aangifte te doen bij de Openbaar Ministerie”.

Gelet op het onderzoek dat op verzoek van Stivecu is verricht, is het aan [bestuurslid/directeur] de hem verweten gedragingen te ontzenuwen. Hierbij gaat het gerecht ervan uit dat [bestuurslid/directeur] niet meer over de administratie beschikt, zodat binnen het beperkte kader van deze procedure geen hoge eisen gesteld kunnen worden aan het weerleggen van de bevindingen van de rapporteurs.

[bestuurslid/directeur] heeft verwezen naar de jaarrekening 2007, in zijn opdracht opgesteld door Nualisa Administraties NV. Daarin is het kassaldo op nihil gesteld. Volgens [bestuurslid/directeur] duidt dit erop ”dat de door de directeur overgelegde kasstukken dekkend waren voor deze uitgaven. Indien er een onverklaarbaar kassaldo bestond, zou Nualisa verplicht zijn dit aan het bestuur te rapporteren.”

Dit standpunt van [bestuurslid/directeur] wordt niet omschreven, reeds niet omdat in de rapportage van SOAB op pagina 5 is vermeld dat het bestuur door de administrateur er op is gewezen dat hij opvallende aspecten heeft geconstateerd bij het administreren van transacties doordat “hij te kampen kreeg met diverse transacties op de bankafschriften, die hij niet functioneel kon verantwoorden, doordat de bonnen niet gematched konden worden met een factuur of de onderliggende facturen geheel ontbreken (dit bedrag heeft hij in de jaarrekening verantwoord onder de post “nog te vorderen posten”).”.

Uit de door [bestuurslid/directeur] overgelegde jaarrekening blijkt dat de vlottende activa van NAf 224.198,06 grotendeels bestaan uit posten “te vorderen”.

Gelet hierop staat niet vast dat volgens de administrateur alle kasbescheiden waaruit moet blijken dat ten laste van de kas uitgaven zijn gedaan ten behoeve van de normale bedrijfsvoering van Stivecu in de administratie aanwezig zijn.

Desgevraagd ter zitting heeft [bestuurslid/directeur] erkend dat hij aan zijn broer de bouw van het kantoorpand te Mailpais niet alleen heeft opgedragen maar dat deze de bouw ook heeft uitgevoerd.

De rapporteurs hebben vastgesteld dat ten behoeve van de bouw NAf 98.948,48 is uitgegeven en dat daartegenover facturen staan voor een bedrag van NAf 1.995,47.

Van [bestuurslid/directeur] had verwacht mogen worden dat hij via zijn broer kopiefacturen in het geding had gebracht of althans een verklaring van zijn broer waarin een toelichting op de bouwkosten is vervat.

Nu hij dat heeft nagelaten heeft hij niet ontzenuwd dat de bouwkosten in werkelijkheid ten minste deels niet zijn gemaakt ten behoeve van de bedrijfsvoering van Stivecu.

Onder de stukken bevindt zich een betaling ten laste van Stivecu van NAf 8.700,- per cheque.

Uit onderzoek van SOAB is gebleken dat deze cheque is geïncasseerd door de vader van [bestuurslid/directeur].

Ter toelichting heeft [bestuurslid/directeur] dienaangaande gesteld dat dit bedrag is besteed aan reiskosten die zijn vader voor Stivecu heeft gemaakt naar Venezuela teneinde aldaar onderhandelingen te voeren over de inkoop van veevoer en voor de aankoop van veevoer.

Van [bestuurslid/directeur] had verwacht mogen worden dat hij kopiefacturen betreffende de reiskosten en van de leveranciers had opgevraagd en in het geding had gebracht, althans ten minste een verklaring van zijn vader.

Dat heeft hij nagelaten.

Gelet hierop heeft [bestuurslid/directeur] niet ontzenuwd dat deze kosten in werkelijkheid niet zijn gemaakt ten behoeve van de normale bedrijfsvoering van Stivecu

Volgens [bestuurslid/directeur] is een bedrag van NAf 6.960,- besteed aan bewakingskosten.

Van [bestuurslid/directeur] had mogen worden verwacht dat hij kopiefacturen, afkomstig van het door hem ingeschakelde bewakingsbedrijf in het geding had gebracht, althans een verklaring van dat bewakingsbedrijf dat, wanneer en door wie zij bewakingswerkzaamheden heeft laten verrichten.

Dat heeft hij nagelaten.

Gelet hierop heeft [bestuurslid/directeur] niet ontzenuwd dat deze uitgaven ten laste van Stivecu niet zijn gedaan in het kader van de normale bedrijfsvoering.

[bestuurslid/directeur] heeft er in dit verband op gewezen dat de bewakers aanwezig zijn geweest in de avonduren en dat hij het personeel niet heeft ingelicht “omdat hij twijfels had of het personeel zelf de varkens stal”.

Deze verklaring is niet concludent. Indien men bepaalde personen van diefstal verdenkt ligt het eerder voor de hand die personen er van op de hoogte te stellen dat de stallen voortaan worden bewaakt in plaats van dat geheim te houden.

Gelet hierop heeft [bestuurslid/directeur] de waarnemingen van de rapporteurs ten minste ten aanzien van de voormelde uitgaven niet kunnen ontzenuwen, hoewel dat wel op zijn weg lag.

Het vorenoverwogene in aanmerking genomen dient te worden geconcludeerd dat de rechter – oordelend in een bodemprocedure – hoogstwaarschijnlijk tot de slotsom zal komen dat Stivecu de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze op 4 september 2008 met onmiddellijke ingang heeft beëindigd wegens een dringende reden.

Voor dit oordeel is temeer reden nu [bestuurslid/directeur] nagelaten heeft een van een (register) accountant afkomstige rapportage bij wege van contra-extertise in het geding te brengen.

Omtrent de vordering tot betaling van loon wordt overwogen als volgt.

Volgens [bestuurslid/directeur] heeft hij aanspraak op loon met ingang van 1 juni 2008 omdat hij arbeid heeft verricht respectievelijk beschikbaar was om arbeid te verrichten en omdat hij met ingang van 15 augustus 2008 arbeidsongeschikt was. Desgevraagd heeft hij ter zitting erkend niet kenbaar te hebben gemaakt bij Stivecu dat hij arbeidsongeschikt was.

Volgens Stivecu heeft [bestuurslid/directeur] geen aanspraak op loon omdat hij geen arbeid heeft verricht vanaf 1 juni 2008.

Binnen het beperkte kader van dit kort geding zal en kan het gerecht in het midden laten of en zo ja, in hoeverre [bestuurslid/directeur] aanspraak heeft op loon.

In aanmerking genomen het verleende ontslag op staande voet alsmede het bepaalde in artikel 7A: 1614r BW is Stivecu bevoegd met het loon over het tijdvak van 1 juni 2008 tot en met 4 september 2008, zo daar aanspraak op zou bestaan, te verrekenen met haar aanspraak op vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de gedragingen van haar directeur.

Het gerecht is van oordeel dat deze schade reeds thans kan worden begroot op een bedrag (tenminste) gelijk aan het loon over het tijdvak van 1 juni tot en met 4 september 2008, zodat het in conventie gevorderde loon dien te worden afgewezen.

In reconventie heeft Stivecu in de eerste plaats gevorderd [bestuurslid/directeur] te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding, begroot op NAf 111.235,-.

Binnen het beperkte kader van deze procedure kan de juiste omvang van deze schade (nog) niet nauwkeurig worden vastgesteld. Daarvoor is nadere bewijsvoering vereist.

De gevorderde voorziening in reconventie betreffende een voorschot tot vergoeding van schade hoger dan een bedrag gelijk aan het loon over het tijdvak van 1 juni tot en met 4 september 2008 dient dan ook overeenkomstig artikel 228 Rv te worden geweigerd.

Hierbij heeft, naast het vorenstaande, gewogen dat [bestuurslid/directeur] op grond van artikel 7A:1615da BW als werknemer slechts aansprakelijk is voor de schade toegebracht aan de werkgever voor zover de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid.

In de tweede plaats heeft Stivecu in reconventie gevorderd [bestuurslid/directeur] te veroordelen tot afgifte van twee computers van het merk Compac, type Pressario.

[bestuurslid/directeur] heeft erkend dat hij een van de twee genoemde computer dient te retourneren, zodat dit onderdeel van de vordering in zoverre op na te melden wijze dient te worden toegewezen.

Met betrekking tot de tweede computer heeft [bestuurslid/directeur] zich – zo begrijpt het gerecht – op het standpunt gesteld, dat deze niet in zijn bezit is, maar krachtens een bestuursbesluit van januari 2007 in het bezit is van het voormalige bestuurslid Martines.

Anders dan Stivecu kennelijk meent dient zij te bewijzen dat deze tweede computer in het bezit van [bestuurslid/directeur] is, althans met toestemming van [bestuurslid/directeur] in het bezit van een ander.

Binnen het beperkte kader van dit geding is dat niet komen vast te staan, zodat de gevorderde voorziening ten aanzien van dit onderdeel van de vordering in reconventie in zoverre eveneens dient te worden geweigerd.

In de derde plaats heeft Stivecu veroordeling van [bestuurslid/directeur] gevorderd tot afgifte van een vrachtauto van het merk Chevrolet, serie 3500, kenteken 83-55.

Ter zitting heeft [bestuurslid/directeur] dienaangaande gesteld medewerking te willen verlenen aan de afgifte van deze auto en er op gewezen dat deze zich bevindt bij een garage te Kirindongo Abou. Desgevraagd heeft hij ter zitting geen nadere gegevens over de plaats waar deze auto zich bevind verschaft.

Onder deze omstandigheden is Stivecu niet in staat deze auto zonder medewerking van [bestuurslid/directeur] in haar bezit te krijgen zodat dit onderdeel van de vordering in reconventie op na te melden wijze dient te worden toegewezen.

Derhalve wordt beslist als volgt.

4. De kosten

In conventie

[bestuurslid/directeur] dient als de in het ongelijk gesteld partij in de kosten van deze procedure, voor zover aan de zijde van Stivecu gevallen, te worden verwezen.

In reconventie

Aangezien partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, worden de kosten van deze procedure gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

Het gerecht:

In conventie

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [bestuurslid/directeur] in de kosten van deze procedure, voor zover aan de zijde van Stivecu gevallen en tot op heden begroot op NAf 1.500,-;

In reconventie

- veroordeelt [bestuurslid/directeur] de door Stivecu aan hem ter beschikking gestelde computer van het merk Compac, type Pressario, in goede staat uiterlijk 24 uur na betekening van dit vonnis aan Stivecu af te geven;

- veroordeelt [bestuurslid/directeur] om in geval hij (na betekening van dit vonnis) in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling te voldoen, aan Stivecu een dwangsom te betalen van NAf 1.000,- per dag, echter tot een maximum van NAf 10.000,-;

- veroordeelt [bestuurslid/directeur] om de vrachtauto van het merk Chevrolet, serie 3500, kenteken 83-55, uiterlijk 24 uur na betekening van dit vonnis aan Stivecu af te geven;

- veroordeelt [bestuurslid/directeur] om in geval hij (na betekening van dit vonnis) in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling te voldoen, aan Stivecu een dwangsom te betalen van NAf 1.000,- per dag, echter tot een maximum van NAf 50.000,-;

- weigert de gevorderde voorziening voor het overige;

- compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt

.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.G.P.M. Spreuwenberg en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2008.