Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2007:BG9145

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
28-08-2007
Datum publicatie
08-01-2009
Zaaknummer
46/2006
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betreft een geschil over vorderingen met betrekking tot een zaak over een ontslag op staande voet. Het Gerecht wijst erop dat partijen niet in hoger beroep zijn gegaan en er dus sprake is van een vonnis dat kracht van gewijsde heeft. Dit kan door een partij worden ingeroepen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0034

Uitspraak

Vonnis van 28 augustus 2007

Behorend bij A.R. nr. 46 van 2006

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

ZITTINGSPLAATS SINT MAARTEN

VONNIS

in de zaak van:

SUNDANCE LEGALLY BLONDE ADVOCATENPRAKTIJK

en

[naam eiser, en gedaagde in reconvantie]

te Sint Maarten, Nederlandse Antillen,

EISERS,

GEDAAGDEN IN RECONVENTIE,

hierna ook te noemen: Sundance c.s. respectievelijk Sundance en [eiser, gedaagde in reconventie],

gemachtigde: de advocaat mr. Jelmer G. Snow,

tegen:

de naamloze vennootschap

GIBSON & ASSOCIATES ADVOCATENPRAKTIJK N.V.,

en

RICHARD FRANCIS GIBSON (SENIOR)

te Sint Maarten, Nederlandse Antillen,

GEDAAGDEN,

EISERS IN RECONVENTIE,

hierna ook te noemen: Advocatenpraktijk Gibson c.s., respectievelijk Advocatenpraktijk Gibson en Gibson sr.,

gemachtigden: de advocaten mrs. A. Huizing en E.J.J. Huizing.

IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE

DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 8 mei 2007 gewezen vonnis;

- de akte van Sundance c.s. van 19 juni 2007;

- de akte van Advocatenpraktijk Gibson c.s. van 19 juni 2007.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

1. DE VORDERING EN HET VERWEER

1.1. Sundance c.s. vorderen voor recht te verklaren dat de werking van het verbod gegeven in K.G. 6 van 2006 beperkt is tot en slechts ziet op de executie van de vordering uit hoofde van K.G. 59 van 2005, alsmede voor recht te verklaren dat eisers gemachtigd zijn om, in geval van non-betaling van de verschuldigde ontbindingsvergoeding uit hoofde van E.J. 177 van 2005 - des nodig - ook executiemaatregelen te nemen ten aanzien van de onroerende zaak beschreven in meetbrief 22 van 1984 (lot # [adres]), met veroordeling van Advocatenpraktijk Gibson c.s. tot betaling van de proceskosten inclusief wettelijke rente na veertien dagen indien niet wordt voldaan.

1.2. Sundance c.s. gronden de vordering erop dat zij er belang bij hebben dat duidelijk is waarop zij zich mogen verhalen indien het ontslag op staande voet nietig wordt verklaard en dus de voorwaarde waaronder een ontbindingsvergoeding aan Sundance c.s. werd toegekend in vervulling treedt.

1.3. Advocatenpraktijk Gibson c.s. voeren gemotiveerd verweer dat voor zover voor de beslissing van belang hieronder zal worden besproken en vordert in reconventie hoofdelijke veroordeling van Sundance c.s., uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van US 143.996,02, subsidiair US$ 39.996,02 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2006 en veroordeling van Sundance c.s. tot betaling van de proceskosten.

1.4. Advocatenpraktijk Gibson c.s. baseren de reconventionele vordering erop dat het Hof bij vonnis in kort geding van 23 juni 2006 het vonnis in eerste aanleg van 14 juni 2005 (K.G. 59/2005) heeft vernietigd maar overigens ten onrechte Advocatenpraktijk Gibson c.s. hebben veroordeeld om over de periode april 2005 tot en met januari 2006 US$ 10.400,-- per maand aan managementvergoeding te betalen. De management-overeenkomst was 1 april 2005 geëindigd zodat hetgeen nadien, subsidiair rekening houdend met het Hofvonnis, is betaald onverschuldigd was.

1.5. Sundance heeft tegen de reconventionele vordering gemotiveerd verweer gevoerd dat voor zover voor de beslissing van belang hieronder zal worden besproken.

2. DE VERDERE BEOORDELING

in conventie

2.1. In de parallel aan deze zaak lopende extra judiciële procedure E.J. 46ej/2006 heeft het gerecht overwogen dat de vordering tot nietigverklaring van het ontslag op staande voet werd afgewezen.

2.2. Dat brengt mee dat aan de voorwaarde waaronder bij beschikking van 20 januari 2007 (E.J. 177/2005) aan [eiser, gedaagde in reconventie] en/of Sundance c.s. een ontbindingsvergoeding werd toegekend niet is voldaan. Bij de onder 2 van het inleidend verzoek gevorderde verklaring voor recht hebben Sundance c.s. in dit opzicht dus geen belang meer. Er valt geen veroordeling tot betaling van een ontbindingsvergoeding te executeren.

in reconventie

2.3. Uit de akte van Advocatenpraktijk Gibson c.s. van 19 juni 2007 blijkt dat van het vonnis van dit gerecht van 24 april 2007 niet in hoger beroep is gegaan. Ook Sundance c.s. hebben ter rolle van 19 juni laten weten niet van het vonnis in hoger beroep te zijn gegaan. Dat vonnis kreeg dus op 5 juni 2007 kracht van gewijsde. In dat vonnis werd voor recht verklaard dat Advocatenpraktijk Gibson en Gibson sr. hoofdelijk verplicht zijn het voor 1 februari 2006 nog verschuldigde ‘loon’ zoals bedoeld in de vaststellingsovereenkomst van 13 mei 2005 aan Sundance c.s. te betalen en dat Advocatenpraktijk Gibson en Gibson sr. de in de door Sundance c.s. aanhangig gemaakte ontbindingsprocedure leidend tot de beschikking van 20 januari 2006 vastgestelde ontbindingsvergoeding hoofdelijk verschuldigd zijn aan Sundance c.s.

2.4. Zonodig onder toepassing van art. 118 en/of 52 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering oordeelt het gerecht dat aan het vonnis van 24 april 2007 in deze zaak gezag van gewijsde toekomt hetgeen meebrengt dat Advocatenpraktijk Gibson c.s. in beginsel een bedrag (‘loon’ c.q. managementvergoeding) van US$ 10.400,-- per maand vanaf 1 april 2006 tot 1 februari 2007 en US$ 65.000,-- aan (‘ontbindings-’ c.q. beëindigings)vergoeding op indirecte basis van de beschikking van 20 januari 2005 verschuldigd waren. Het gaat dan om bedragen van 11x US$ 10.400,-- = US$ 114.400,-- en US$ 65.000,-- = US$ 179.400,--. Niet gesteld kan dus worden dat een bedrag van US$ 143.996,02 onverschuldigd is betaald.

2.5. De vordering in reconventie zal dus worden afgewezen.

2.6. Als de in het ongelijk te stellen partij zullen Sundance c.s. de proceskosten in conventie en Advocatenpraktijk Gibson c.s. die in reconventie moeten vergoeden. Over en weer worden die gemakshalve op nihil gesteld.

DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

in conventie

- wijst de vordering af;

- veroordeelt Sundance c.s. in de kosten van de procedure aan de kant van Advocatenpraktijk Gibson c.s. tot op heden begroot op nihil;

in reconventie

- wijst de vordering af;

- veroordeelt Advocatenpraktijk Gibson c.s. in de kosten van de procedure aan de kant van Sundance c.s. tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 28 augustus 2007 in aanwezigheid van de griffier.