Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2021:51

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
23-04-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
Lar 79/2020, SXM202001078
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de toegekende studiefinanciering omgezet in een lening.

Het Gerecht is van oordeel dat verweerder de reeds eerder in 2015 toegekende studiefinanciering voortzet om eiseres in de gelegenheid te stellen haar bachelorsopleiding af te ronden.

Nu de toekenning is geschied met ingang van 1 augustus 2015 en eiseres op dat moment aan de leeftijdsvereiste voldeed, is het Gerecht van oordeel dat de beschikking geen wijziging van de voorwaarden zoals die golden op 1 augustus 2015 kan inhouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraakdatum: 23 april 2021

Zaaknummer: SXM202001078-LAR00079/2020

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

In het geding van:

[eiseres],

eiseres,

gevolmachtigde: mr. A. Richardson,

tegen

DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR, SPORTS EN JEUGDZAKEN VAN SINT MAARTEN,

gezeteld te Sint Maarten,

verweerder,

gemachtigde: mr. C.M.P. VAN HEES,

1 Aanduiding bestreden beschikking

De ministeriele beschikking van 28 augustus 2020 waarbij het bezwaar van eiseres tegen de beschikking van 19 februari 2020 ongegrond is verklaard.

2 Het verloop van de procedure

2.1.

Met een op 19 oktober 2020 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).

2.2.

Op 11 januari 2021 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.

2.3.

Eiseres heeft op 8 maart 2021 nadere producties overgelegd.

2.4.

Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 15 maart 2021. Eiseres en haar gemachtigde zijn verschenen. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde. Partijen hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd.

2.5.

Uitspraak is bepaald op heden.

3 Feiten

3.1.

Het Gerecht gaat vanuit de volgende vaststaande feiten.

- Bij beschikking van 8 december 2015 is aan eiseres studiefinanciering toegekend per 1 augustus 2015 voor het volgen van een bachelorsopleiding Hospitality and Tourism Management aan de University van Sint Martin te St. Maarten.

- Eiseres heeft in juni 2017 een BTEC Level 4 diploma in Hospitality en Tourism Management behaald.

- Eiseres heeft verweerder in 2017 verzocht haar studiefinanciering te pauzeren totdat zij duidelijkheid heeft waar zij haar bachelor programma kan vervolgen. Op het verzoek tot pauzeren heeft verweerder geen beslissing aan eiseres verzonden. Wel is de uitbetaling door verweerder gestopt.

- Op 18 juli 2018 heeft eiseres een verzoek ingediend tot herstel van de studiefinanciering en verzoekt zij verandering van onderwijsinstelling, het Monroe College.

- Bij beschikking van 21 augustus 2018 heeft verweerder toestemming verleend om van onderwijsinstelling te veranderen “while maintaining study financing to complete the bachelor part of her study”.

- Eiseres heeft onbestreden gesteld dat zij deze beschikking pas in februari 2020 heeft ontvangen.

- Bij beschikking van 19 februari 2020 heeft verweerder de beschikking van 21 augustus 2018 met terugwerkende kracht gewijzigd in die zin dat de toegekende studiefinanciering is omgezet in een lening.

- Het bezwaar van eiseres is bij beschikking van 28 augustus 2020 ongegrond verklaard.

4 Het geschil

4.1.

In beroep verzoekt eiseres het beroep gegrond te verklaren, de beschikkingen van 21 augustus 2018 en van 19 februari 2020 te vernietigen en de beschikking van 28 augustus te vernietigen en ongegrond te verklaren en te bepalen dat de uitspraak in de plaats treedt van de beslissingen met proceskostenveroordeling.

4.2

Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4.3.

Op de standpunten van partijen wordt voor het overige hierna zo nodig nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.

Het Gerecht overweegt dat het bezwaarschift van eiseres is gericht tegen de ministeriele beschikking van 19 februari 2020. Dit blijkt uit de inhoud en uit de aanhef van het bezwaarschrift. Het bezwaar van eiseres is bij beschikking van 28 augustus 2020 ongegrond verklaard. Voor zover eiseres in beroep verzoekt tot vernietiging van de beschikking gedateerd 21 augustus 2018 kan zij daarin dan ook niet worden gevolgd. Nu eiseres tegen deze beschikking geen bezwaar en dus geen beroep heeft ingesteld staat deze beschikking in rechte vast.

5.2.

Verweerder heeft met betrekking tot de beschikking van 21 augustus 2018 in de ter zitting voorgedragen pleitnota aangegeven dat deze beschikking een onjuistheid bevat maar dat dat niet relevant is omdat eiseres niet op de hoogte was van deze beschikking. Het Gerecht is van oordeel zoals in r.o. 5.1. reeds is aangegeven, dat de beschikking van 21 augustus 2018 in rechte vast staat en dat hetgeen verweerder heeft gesteld met betrekking tot onjuistheden in deze beschikking niet in de beoordeling van het beroep kan worden betrokken.

5.3.

Ingevolge artikel 14, vierde lid van de Landsstudietoelagenregeling wordt een studietoelage verleend voor de duur of verdere duur van de voorgenomen studie.

5.4.

Het Gerecht stelt vast dat de beschikking gedateerd 8 december 2015 aan eiseres studiefinanciering toekent met ingang van 1 augustus 2015 voor het volgen van een bachelorsopleiding. Uit het dossier blijkt dat eiseres de bachelorsopleiding Hospitality and Tourism Management aan de University van Sint Martin te St. Maarten is aangevangen. Niet in geschil is dat de volledige bachelorsopleiding niet kan worden afgerond aan de University van Sint Martin te St. Maarten.

5.5.

Uit het dossier blijkt voorts dat eiseres verweerder van deze onmogelijkheid op de hoogte heeft gesteld. Nadat eiseres verweerder had medegedeeld dat ze de bachelorsopleiding wilde afronden aan een ander onderwijsinstituut heeft verweerder de beschikking genomen van 21 augustus 2018. In deze beschikking heeft verweerder het volgende opgenomen:

Article 1, 1. To approve that effective September 1, 2018 permission is herewith granted to the student [eiseres], to change educational institution from the University of St. Martin to Monroe College Online while maintaining study financing to complete the bachelor part of her study.

5.6.

Het Gerecht is van oordeel dat uit voornoemde bewoording geen andere conclusie mogelijk is dan dat verweerder de reeds eerder in 2015 toegekende studiefinanciering voortzet om eiseres in de gelegenheid te stellen haar bachelorsopleiding af te ronden. Dit acht het Gerecht ook in lijn met artikel 14 van de Landsstudietoelagenregeling: studiefinanciering wordt verleend voor een voorgenomen studie.

5.7.

Zoals verweerder terecht aangeeft wordt de studiefinanciering toegekend naar de situatie bij aanvang toekenning. Nu de toekenning is geschied met ingang van 1 augustus 2015 en eiseres op dat moment aan de leeftijdsvereiste voldeed, is het Gerecht gezien het hiervoor overwogene van oordeel dat de beschikking van 8 december 2015 geen wijziging van de voorwaarden zoals die golden op 1 augustus 2015 kan inhouden. Het bezwaar van eiseres tegen de beschikking van 19 februari 2020 waarbij verweerder de beschikking van 21 augustus 2018 met terugwerkende kracht heeft gewijzigd in die zin dat de toegekende studiefinanciering is omgezet in een lening is dan ook ten onterecht door verweerder ongegrond verklaard.

5.8.

Gezien het vorenstaande is het beroep gegrond. Het Gerecht zal de beschikking waarvan beroep vernietigen. Voorts ziet het Gerecht aanleiding, nu er geen andere beslissing voor verweerder mogelijk is, om het primaire besluit van 19 februari 2020 te herroepen.

5.9.

In de gegrond verklaring van het beroep ziet het Gerecht aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze stelt het Gerecht met toepassing van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht vast op NAf 1.400,--, zijnde 1 punt ad NAf 700,-- voor het beroepschrift en 1 punt ad NAf 700,-- voor de mondelinge behandeling waarbij de zaak inhoudelijk is besproken. Voorts zal het Gerecht bepalen dat verweerder aan eiseres NAf 150,--moet betalen als vergoeding van het door haar gestorte griffierecht.

6.De beslissing

Het Gerecht:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigd het bestreden besluit van 28 augustus 2020;

  • -

    herroept het primaire besluit van 19 februari 2020;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres zal betalen een bedrag ad NAf 1.400,-- en een bedrag van NAf 150,--

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 23 april 2021.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.