Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2021:43

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
19-04-2021
Datum publicatie
07-05-2021
Zaaknummer
Lar 5/2020, SXM202000091
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvragen van vreemdelingen voor eerste toelating tot Sint Maarten dienen in principe in het buitenland te worden afgewacht. Immers, binnenkomst tijdens de aanvraag procedure zonder dat er sprake is van een toewijzingsbesluit maakt dat de autoriteiten voor een voldongen feit worden gesteld zonder dat het proces van zorgvuldige afweging omtrent toelating is afgerond. Binnenkomst na indienen aanvraag levert aldus strijdigheid op met het uitlandigheidsvereiste.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraakdatum: 19 april 2021

Zaaknummer: SXM202000091-LAR00005/2020

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

In het geding van:

[eiser]

eiser,

gevolmachtigde: mr. A. Richardson

tegen

DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,

gezeteld te Sint Maarten,

verweerder,

gemachtigde: mr. A.O. MULLER,

1 Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van verweerder van 10 december 2019 waarbij verweerder de aanvraag van 28 maart 2019 strekkende tot verlening van een vergunning tot verblijf (hierna: vttv) met als doel gezinsvorming is afgewezen.

2 Het verloop van de procedure

2.1.

Met een op 21 januari 2020 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend pro- forma beroepschrift (met producties) heeft eiser tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Op 24 maart 2020 zijn de gronden van beroep ingediend.

2.2.

Op 15 juni 2020 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.

2.3.

Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 15 maart 2021. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan bij gemachtigde voornoemd. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde. Partijen hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd.

2.4.

Uitspraak is bepaald op heden.

3 Feiten

3.1. [

A], geboren […] te Jamaica, bezit de Jamaicaanse nationaliteit.

3.2.

Namens [A] is op 28 maart 2019 een aanvraag tot verlening van een vttv ingediend met als doel verblijf bij vader, [B]. Het beroep tegen de afwijzing tot verlening van verweerder is op 28 oktober 2019 bij uitspraak van dit Gerecht gegrond verklaard.

3.3.

Verweerder heeft bij beschikking van 10 december 2019 onder wijziging van de motivering de aanvraag wederom afgewezen.

4 Het geschil

4.1.

Eiser heeft het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van de in deze beschikking te geven uitspraak.

4.2.

Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4.3.

Op de standpunten van partijen wordt hierna zo nodig nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.

In de Landsverordening toelating en uitzetting (hierna: Ltu), het Toelatingsbesluit en de Richtlijnen van verweerder met betrekking tot de toepassing van de Ltu en het Toelatingsbesluit van mei 2012 (hierna: de Richtlijnen) staan voorwaarden voor toelating tot Sint Maarten. Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ltu kan de vttv worden geweigerd met het oog op de openbare orde of het algemeen belang, waaronder economische redenen mede worden begrepen.

5.2.

Het uitlandigheidsvereiste vindt zijn grond in artikel 9 van de Ltu. In het eerste lid onder a van dat artikel is bepaald dat de vergunning tot tijdelijk verblijf kan worden geweigerd met het oog op de openbare orde of het algemeen belang. De irreguliere binnenkomst van vreemdelingen en het gevolg daarvan, te weten dat de overheid voor voldongen feiten komt te staan zonder vooraf een afgewogen oordeel te kunnen geven over de toelaatbaarheid van het verblijf van een vreemdeling, is immers in die openbare orde begrepen.

5.3.

Het Gerecht benadrukt dat de genoemde Richtlijnen het beleid vormen van verweerder. De toetsing of verweerder al dan niet op dat beleid een uitzondering had moeten maken, is een terughoudende.

5.4.

Het Gerecht stelt vast dat onbetwist is dat de minderjarige ten tijde van de aanvraag niet op Sint Maarten verbleef en dat de minderjarige op 28 juli 2019 Sint Maarten is in gereisd met een geldig toeristenvisum. Op 29 juli 2019 heeft verweerder aan eiser de afwijzing op de aanvraag van 28 maart 2019 uitgereikt. Onbetwist is eveneens dat de minderjarig na 28 juli 2019 Sint Maarten niet meer heeft verlaten.

5.5.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzende beschikking van 29 juli 2019. Nu instellen van beroep tegen een beschikking geen schorsing van deze beslissing inhoudt, is voor de minderjarige ook geen rechtmatig verblijf ontstaan na indienen van het beroepschrift. Het Gerecht is van oordeel dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat na ommekomst van de geldigheidsduur van het toeristenvisum de minderjarige zonder geldige verblijfstitel op Sint Maarten verblijft.

5.6.

De stelling van eiser dat voor het tegenwerpen van het uitlandigheidsvereiste slechts van belang is de vaststelling of de vreemdeling ten tijde van de aanvraag uitlandig was kan niet worden gevolgd. Het Gerecht overweegt dat aanvragen van vreemdelingen voor eerste toelating tot Sint Maarten in principe in het buitenland moeten worden afgewacht. Dit betekent dat de gehele procedure in het buitenland dient te worden afgewacht. Immers, binnenkomst tijdens de aanvraag procedure zonder dat er sprake is van een toewijzingsbesluit maakt dat de autoriteiten voor een voldongen feit worden gesteld zonder dat het proces van zorgvuldige afweging omtrent toelating is afgerond. Het Gerecht is van oordeel dat binnenkomst na indienen aanvraag aldus strijdigheid oplevert met het uitlandigheidsvereiste en dat verweerder met een beroep op artikel 9 van de Ltu de aanvraag af kan wijzen vanwege bezwaren in de sfeer van de openbare orde.

5.7.

Het Gerecht is van oordeel dat eiser geen zodanig bijzondere omstandigheden heeft gesteld en aannemelijk heeft gemaakt dat geoordeeld moet worden dat verweerder niet in redelijkheid onverkort aan het ter zake gevoerde beleid vast heeft kunnen houden.

5.8.

Voor zover eiser heeft betoogt dat hij voldoende heeft aangetoond dat hij eenhoofdig gezag of de voogdij over de minderjarige heeft, kan hij niet worden gevolgd. Met verweerder is het Gerecht van oordeel dat eiser met de door hem overgelegde documenten dit onvoldoende heeft aangetoond. Een notariële akte waarin de moeder ten overstaande van een notaris een verklaring aflegt acht het Gerecht onvoldoende. Dat eiser in de beroepsfase een uitspraak van het Gerecht heeft overgelegd waarin is bepaald dat eenhoofdig gezag aan eiser toekomt maakt niet dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven. De uitspraak inzake het gezag dateert immers van na de bestreden beschikking. Voorts is het Gerecht van oordeel dat de enkele toekenning van eenhoofdig gezag geen aanspraak op een verblijfstijfstitel kan inhouden. Eenhoofdig gezag staat niet in de weg aan terugkeer van de minderjarige naar haar land van herkomst. Waarbij van belang is dat toekennen van eenhoofdig gezag geen definitieve beslissing inhoudt die bij veranderde omstandigheden niet aangepast zou kunnen worden.

5.9.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond is.

6 De beslissing

Het Gerecht:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 19 april 2021.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.

Lar 5/2020

Sheldon Wane Gouldourne, eiser Minister van Justitie, verweerder

Gemachtigde: mr. Brooks mr. Muller

Beroep tegen beschikking waarbij de aanvraag vttv ten behoeve van Shellecia Kezeha Gouldbourne is afgewezen.

Chronologische volgorde:

28 maart 2019 indiening aanvraag

28 juli 2019 betrokkene SXM binnengereisd

29 juli 2019 afwijzing aanvraag (BIP)

9 september 2019 beroep bij GEA tegen BIP

28 oktober 2019 uitspraak beroep gegrond verklaard en vw opgedragen nieuw beschikking te geven

21 november 2019 hoorzitting

10 december 2019 tweede BIP

21 januari 2020 beroep tegen tweede BIP bij GEA

Beroepsgronden:

  • -

    Moment van inreis had betrokkene legaal verblijf

  • -

    afwijzing o.g.v. niet naleving uitlandigheidsvereiste gaat niet op

  • -

    Eiser behoeft niet het gezag te hebben over betrokkene; aanvraag is geaccepteerd dus is vader bevoegd

Verweer:

  • -

    Eenzijdige notariële verklaring voldoet niet; eiser dient een rechterlijke beschikking t.a.v. gezag over betrokkene

  • -

    Betrokkene heeft vaste woonplaats op SXM opgenomen nadat de periode van het toegestane toeristische verblijf was verlopen en onderwijs gaan volgen

  • -

    Afwijzing is niet gebaseerd op de niet-naleving van uitlandigheidsvereiste

  • -

    Beslissing is deugdelijk gemotiveerd en zorgvuldig voorbereid. Dit blijkt uit vraagstelling op de hoorzitting ( zie verslag hoorzitting)