Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2021:102

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
22-10-2021
Datum publicatie
25-10-2021
Zaaknummer
SXM202101071-KG 148/2021
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming wegens structurele wanbetaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG van Sint Maarten

Zaaknummer: KG 148 van 2021/SXM202101071

Datum: 22 oktober 2021

Vonnis in kort geding

in de zaak van:

de vennootschap naar vreemd recht MAGIC INC. H.O.D.N. 'MAGIC IN PROPERTY & RENTAL MANAGEMENT’

gevestigd in Anguilla,

eiseres,

procederende in persoon,

tegen

[gedaagde],

wonende in Sint Maarten,

gedaagde,

procederende in persoon.

1 Het verloop van het geding

Eiseres heeft op 27 augustus 2021 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een verzoekschrift (met producties) ingediend.

De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden ter zittingen van 10 september 2021, 17 september 2021 en 8 oktober 2021. Partijen zijn in persoon verschenen. Van de behandeling heeft de griffier aantekening gehouden.

Vandaag wordt uitspraak gedaan.

2 De feiten

Op grond van een huurovereenkomst wordt het appartement aan de [adres] te Sint Maarten aan gedaagde verhuurd. De huurprijs bedraagt $ 1.000,00 per maand. Er was sprake van een huurachterstand van $ 7.000,00 ten tijde van de indiening van het verzoekschrift.

Gedaagde heeft geen gevolg gegeven aan de sommaties van eiseres om de achterstallige huur te betalen en hij heeft evenmin het appartement verlaten.

3 Het geschil in kort geding

Eiseres vordert dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde zal bevelen het appartement te verlaten en te ontruimen en om hem te veroordelen de achterstallige huur van $ 7.000,00 met wettelijke rente aan eiseres te betalen.

Gedaagde erkent de vordering en voert aan dat hij de huur niet meer kan betalen.

4 De beoordeling in kort geding

Het spoedeisend belang is met de aard van de vordering gegeven.

Wat betreft de inhoudelijke kant van de zaak moet het Gerecht vaststellen of het zeer waarschijnlijk is dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden wegens een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst door gedaagde. Als dat zo is, mag de kort geding rechter daarop vooruitlopen en gedaagde tot ontruiming veroordelen, tenzij een belangenafweging zich daartegen zou verzetten.

Eiseres wijst er terecht op dat er sprake is van structurele wanbetaling door gedaagde. Hij loopt immers thans 9 maanden huur achter wat betreft de huurbetalingen en dat is voldoende om tot ontruiming te beslissen. Gedaagde wijst er echter op dat hij de huur niet meer kan betalen omdat de overheid de huurbetalingen niet langer subsidieert. Dat weegt voor het Gerecht onvoldoende zwaar om de ontruiming af te wijzen, nu het onredelijk is dat de verhuurder met de gevolgen daarvan wordt opgescheept.

Als overwegend in het ongelijk gestelde partij wordt gedaagde in de proceskosten veroordeeld. Omdat eiseres geen gemachtigde heeft ingeschakeld, wordt geen salaris toegewezen.

De buitengerechtelijke incassokosten zullen hierna worden afgewezen omdat niet aannemelijk is geworden dat deze kosten zijn gemaakt.

5 De beslissing in kort geding

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

- veroordeelt gedaagde om uiterlijk 48 uur na betekening van dit vonnis het gehuurde aan de [adres] in Sint Maarten te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden met medeneming van al het zijne en de zijnen, en met afgifte van de sleutels aan eiseres, en het gehuurde in de oorspronkelijke staat ter vrije beschikking van eiseres te stellen;

- veroordeelt gedaagde om aan eiseres de achterstallige huur van US $ 7.000,00 te betalen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf opeisbaarheid van de huur tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt gedaagde om vanaf 1 september 2021 de huur US $ 1.000,00 per maand aan eiseres te betalen totdat het gehuurde is ontruimd;

- veroordeelt gedaagde in de proceskosten die tot op heden aan de zijde van eiseres worden begroot op NAf 249,50 aan verschotten, NAf 750,00 aan griffierecht en op nihil aan salaris gemachtigde;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.T.M. Luijks, rechter in het Gerecht en ter openbare zitting van 22 oktober 2021 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken.