Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2020:98

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
30-11-2020
Datum publicatie
02-12-2020
Zaaknummer
Lar 19/2020, SXM 202000361
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen afwijzing aanvraag tot verlenen van vttv.

Voor een eerste toelating dienen aanvragen van vreemdelingen tot Sint Maarten in principe in het

buitenland te worden afgewacht, tenzij er goede gronden door de aanvrager worden aangevoerd.

Niet in geschil is dat in onderhavige zaak er sprake is van eerste aanvraag en dat niet is voldaan

aan het uitlandigheidsvereiste. Eiseres heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld en

aannemelijk gemaakt dat geoordeeld moet worden dat verweerder niet in redelijkheid onverkort

aan het ter zake gevoerde beleid vast heeft kunnen houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraakdatum: 30 november 2020

Zaaknummer: SXM202000361-LAR00019/ 2020

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK

In het geding van:

[eiseres],

eiseres,

gemachtigde: mr. S.R. BOMMEL,

tegen

DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,

gezeteld te Sint Maarten,

verweerder,

gemachtigde: mr. A.O. MULLER,

1 Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van verweerder van 13 februari 2020, waarbij verweerder het bezwaarschrift van eiseres, gericht tegen verweerders beschikking van 29 januari 2019 inhoudende afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijk verblijf, ongegrond heeft verklaard.

2 Het verloop van de procedure

2.1.

Met een op 26 maart 2020 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend pro-forma beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak. Op 7 augustus 2020 zijn de gronden van het beroep ingediend.

2.2.

Op 14 september 2020 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.

2.3.

Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 2 november 2020. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd, die op schrift gestelde pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde.

2.4.

Uitspraak is bepaald op heden.

1

3. Felten en standpunten

3.1.

Eiseres is burger van Haïti en heeft op 8 augustus 2018 een verzoek ingediend voor een vergunning tot tijdelijk verblijf (hierna: vttv) met als doel gezinsvorming bij echtgenoot de heer [naam echtgenoot].

Niet in geschil is dat eiseres ten tijde van de onderhavige aanvraag reeds hier te lande woonachtig was met haar echtgenoot.

Bij beschikking van 29 januari 2019 heeft verweerder afwijzend op het verzoek beslist. Bij brief van 6 maart 2019 heeft gemachtigde namens eiseres pro forma bezwaar ingediend tegen de beschikking. Op 21 november 2019 heeft een hoorzitting plaatsgevonden, waarvan een verslag is opgesteld.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft verweerder het bezwaarschrift ongegrond verklaard, en dit onder meer als volgt gemotiveerd:

(...) Hier is voor de goede orde tevens sprake van een allereerste aanvrage: nooit eerder heeft betrokkene vttv aangevraagd en verkregen in het kader van haar huwelijk met wijlen [naam echtgenoot]. Het feit dat [naam echtgenoot] inmiddels overleden is maakt dat er thans- bezwaarfase, beoordeling 'ex nunc'- geen gronden zijn voor toekenning van de vttv. 'Immers, het huwelijk met [naam echtgenoot] is, als gevolg van diens overlijden, van rechtswege ontbonden. Het aanvragen van een vttv met als doel 'gezinsvorming' op grond van een inmiddels van rechtswege ontbonden huwelijk levert strijd op met artikel 9-1-a Ltu.(...)

3.3.

Eiseres heeft het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van de in deze beschikking te geven uitspraak.

Eiseres legt daaraan ten grondslag aan dat de bestreden beschikking onzorgvuldig voorbereid is en in strijd is met het motiveringsbeginsel. Niet is gebleken dat eiseres gevaar vormt voor de openbare orde.

3.4.

Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4 De beoordeling

Het Gerecht overweegt als volgt.

4.1.

In de Landsverordening toelating en uitzetting (hierna: LTU), het Toelatingsbesluit en de Richtlijnen van verweerder met betrekking tot de toepassing van de LTU en het Toelatingsbesluit van mei 2012 (hierna: de Richtlijnen) staan voorwaarden voor toelating tot Sint Maarten. Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de LTU kan de vttv worden geweigerd met het oog op de openbare orde of het algemeen belang, waaronder economische redenen mede worden begrepen.

4.2.

Niet in geschil is dat eiseres gedurende 17 jaar onrechtmatig heeft verbleven op Sint Maarten en in die tijd geen enkele poging heeft ondernomen om haar verblijf te legaliseren. Eiseres heeft hiermee gehandeld in strijd met de LTU. Het Gerecht is van oordeel dat, in lijn met bestendige jurisprudentie, een dergelijk lang onrechtmatig verblijf voldoende is om de conclusie van verweerder te kunnen dragen dat er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Dat het

2

buiten de schuld van eiseres zou hebben gelegen dat zij niet eerder een aanvraag tot verblijf heeft ingediend kan niet worden gevolgd. Immers de enkele stelling van eiseres dat haar echtgenoot geen aanvraag tot legaliseren van haar verblijf wilde indienen maakt niet dat eiseres geen eigen verantwoordelijkheid heeft met betrekking tot het legaliseren van haar verblijf. De beroepsgrond faalt.

4.3.

Het Gerecht overweegt dat aanvragen van vreemdelingen voor eerste toelating tot Sint Maarten in principe in het buitenland moeten worden afgewacht, tenzij er goede gronden door de aanvrager worden aangevoerd. Niet in geschil is dat in onderhavige zaak er sprake is van eerste aanvraag en dat niet is voldaan aan het uitlandigheidsvereiste. Het Gerecht is van oordeel dat eiseres geen zodanig bijzondere omstandigheden heeft gesteld en aannemelijk heeft gemaakt dat geoordeeld moet worden dat verweerder niet in redelijkheid onverkort aan het ter zake gevoerde beleid vast heeft kunnen houden.

4.4.

Voor zover eiseres een beroep doet op artikel 8 van het EVRM kan dit niet worden gevolgd. Het Gerecht is van oordeel dat er tussen eiseres en haar echtgenoot gedurende het huwelijk sprake is geweest van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Echter, met de afwijzing van de aanvraag is geen sprake van ongerechtvaardigde inmenging in dat familieleven. Immers ook ten tijde van het huwelijk zou de afwijzing van haar aanvraag er niet toe strekken dat eiseres een verblijfstitel wordt ontnomen die haar tot gezinsleven hier te lande in staat stelde. Van belang hierbij is dat hetgeen is gesteld in artikel 8 van het EVRM geen algemene verplichting in houdt voor een Staat om de keuze van domicilie van de leden van een gezin steeds te eerbiedigen.

4.5.

Voorts is gebleken dat tijdens de aanvraagprocedure de echtgenoot van eiseres is overladen waardoor aan eiseres geen beroep meer toe op artikel 8 van het EVRM in de zin van familie leven met echtgenoot. Gesteld noch gebleken is van andere omstandigheden die een beroep op artikel 8 van het EVRM zouden rechtvaardigen.

4.6.

Het Gerecht overweegt voorts dat met het overlijden van de echtgenoot het huwelijk van rechtswege is ontbonden. Nu het verzoek van eiseres een verblijfsvergunning onder de beperking gezinsvorming betreft, staat vast dat ten tijde van de beslissing op bezwaar niet meer voldaan kon worden aan deze beperking. Gezien het voorstaande heeft verweerder de gevraagde vttv onder de beperking gezinsvorming bij de beslissing op bezwaar terecht afgewezen.

4.7.

Voor wat betreft het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard heeft verweerder terecht overwogen dat bier door eiseres in de bezwaarfase pas een beroep op is gedaan. Volgens vaste jurisprudentie past het niet in de systematiek van de Ltu of de Richtlijnen om in bezwaarfase de grondslag van de aanvraag te wijzigen. Er dient een aparte aanvraag te worden ingediend met aanhaling van klemmende redenen van humanitaire aard als grondslag. Het Gerecht ziet geen aanleiding om in geval van eiseres anders te oordelen. Overigens merkt het Gerecht op dat niet is gebleken van een objectieve belemmering voor eiseres om terug te keren naar Haïti. Hetgeen eiseres heeft gesteld met betrekking tot de afwezigheid van familie in Haïti die haar zou kunnen opvangen, is op geen enkele wijze nader onderbouwd.

3