Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2020:92

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
13-11-2020
Datum publicatie
18-11-2020
Zaaknummer
Lar 27/2020 SXM 202000439
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen afwijzing verzoek tot uitbetaling ziekengeld.

Ingevolge de Landsverordening Ziekteverzekering is eiseres gehouden een loonadministratie te voeren waaruit duidelijk blijkt aan de hand waarvan de premie is berekend. Dat eiseres door haar gestelde salarisbetalingen niet kan onderbouwen komt voor haar risico.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Landsverordening administratieve rechtspraak

Uitspraak: 13 november 2020

Zaaknummer: SXM202000439 - LAR00027/2020

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

CARIBBEAN CLEANING COMPANY B.V. HODN TCP,

gevestigd te Sint Maarten,

eiseres,

gemachtigde: mr. C.H.J. MERX,

tegen

HET UITVOERINGSORGAAN SOCIALE EN ZIEKTEKOSTEN VERZEKERINGEN,

gezeteld te Sint Maarten,

verweerder,

gemachtigde: mr. D.C. DAAL,

1 Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van 29 april 2020 waarbij het bezwaarschrift van eiseres gericht tegen verweerders beschikking van 27 augustus 2019 inhoudende afwijzing van verzoek tot uitbetaling ziekengeld, ongegrond is verklaard.

2 Procesverloop

Namens eiseres is op 25 mei 2020 ter Griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een beroepschrift ingediend ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).

Op 23 juli 2020 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 6 oktober 2020. In verband met de COVID-19 maatregelen is gebruik gemaakt van een videoverbinding ten behoeve van bijzondere rechter mr. J. Sybesma. Eiseres en verweerder zijn verschenen bij gemachtigden voornoemd. De gemachtigde van eiseres heeft een pleitnota overgelegd.

Uitspraak is (nader) bepaald op heden.

3 Beoordeling

3.1

Wettelijk kader

Artikel 5, eerste lid van de Landsverordening ziekteverzekering bepaalt dat de werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, recht heeft op een uitkering in geld, ziekengeld genaamd, met ingang van de derde dag na die van de ziekmelding.

Artikel 5, zesde lid van de Landsverordening ziekteverzekering luidt:

Tijdens het dienstverband of de werkzaamheden is de werkgever in geval van arbeidsongeschiktheid van de werknemer verplicht een uitkering gelijk aan het ziekengeld waarop de werknemer over de betreffende loontermijn tegenover de Bank recht heeft, aan de werknemer uit te betalen op de dag waarop het loon moet worden uitbetaald of zou moeten worden uitbetaald indien de werknemer niet arbeidsongeschikt zou zijn. De werkgever die een uitkering volgens het bepaalde in de voorgaande volzin heeft uitbetaald, heeft, in plaats van de werknemer, tegenover de Bank recht op het betreffende ziekengeld en op uitbetaling daarvan uiterlijk zeven dagen na de schriftelijke aanvraag bij de Bank, in te dienen na afloop van de maand waarin de uitkering wordt uitbetaald.

Ingevolge artikel 8f van de Landsverordening ziekteverzekering is de werkgever gehouden een loonadministratie te voeren, waaruit duidelijk blijkt aan de hand waarvan en de wijze waarop de premie is berekend en ingehouden.

Artikel 12, twee lid van de Landsverordening ziekteverzekering luidt:

Een ieder is verplicht ten behoeve van de uitvoering op verzoek aan de Bank inlichtingen te verstrekken, desverlangd schriftelijk. De door de Bank verlangde inlichtingen moeten binnen een door de Bank te stellen termijn worden verstrekt. De verzekerde is verplicht uit eigen beweging aan de Bank inlichtingen te verstrekken waarvan hij redelijkerwijs kan vermoeden dat deze aanleiding kunnen geven tot verlies of beƫindiging van het recht op tegemoetkoming krachtens artikel 3, eerste lid. Ook is een ieder verplicht de door de Bank gegeven aanwijzingen ten behoeve van de uitvoering van deze landsverordening op te volgen.

3.2

Eiseres heeft in beroep (kort samengevat) aangevoerd dat de hoorcommissie niet aan de eisen voldeed zoals omschreven in de Lar en was samengesteld uit niet-onafhankelijke leden. Voorts was de gang van zaken tijden de gehouden hoorzitting ontoelaatbaar en is er geen verslag vastgelegd. Om die reden is de beschikking nietig. Voorts heeft eiseres verwezen naar hetgeen zij in haar bezwaarschrift al naar voren heeft gebracht. Een en ander heeft de gemachtigde van eiseres in zijn pleitnota toegelicht.

3.3

Verweerder heeft gemotiveerd verweerd gevoerd.

3.4

Op de standpunten van partijen zal hierna worden ingegaan.

3.5

Ten aanzien van de beroepsgrond met betrekking tot het horen in bezwaar overweegt het Gerecht als volgt. Niet in geschil is dat eiseres is gehoord in de bezwaarfase. De beroepsgrond van eiseres beperkt zich tot de gang van zaken tijdens de hoorzitting en de samenstelling van de hoorcommissie. Het Gerecht is van oordeel dat, wat er verder ook zij van de gehouden hoorzitting, eiseres in bezwaar en beroep voldoende in de gelegenheid is geweest om haar standpunten naar voren te brengen en stukken in te dienen. Eiseres is dan ook niet in haar belangen geschaad. De beroepsgrond faalt.

3.6

Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen onder andere omdat ten aanzien van de werknemer van eiseres, mevrouw [a], in januari 2018 een mutatieformulier is ingediend door eiseres met betrekking tot verlaging werkuren en salaris. Het uitgekeerde ziekengeld is berekend en uitbetaald aan de hand van de gegevens zoals opgenomen in dit mutatieformulier. Eiseres heeft gesteld dat het mutatieformulier is ingediend en ingevuld op advies van verweerder. Er is aldus sprake van opgewekte verwachtingen door een persoon waarop eiseres mocht vertrouwen. Het Gerecht is van oordeel dat eiseres in haar stelling niet kan worden gevolgd. Hierbij acht het Gerecht van belang dat niet is gebleken van een aan het bestuursorgaan toe te rekenen, concrete, ondubbelzinnige toezegging, gedaan door een daartoe bevoegde persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Immers, het mutatieformulier dient naar waarheid ingevuld te worden en op grond van de gegevens op het mutatieformulier heeft eiseres recht op een daarop gebaseerd bedrag aan ziekengeld. Waar de toezegging, als al gedaan, dan op zou zien, is voor het Gerecht niet duidelijk. Eiseres heeft niet aan kunnen geven waar haar vertrouwen op is gebaseerd nadat zij een verlaging van werkuren en salaris heeft doorgegeven.

3.7

Voorts heeft eiseres eerder aangegeven dat het mutatieformulier een fout betrof. Verweerder heeft naar aanleiding hiervan een onderzoek ingesteld. Dat verweerder hiermee onzorgvuldig zou hebben gehandeld kan niet worden gevolgd.

Dit onderzoek heeft niet tot een andere berekening kunnen leiden omdat eiseres onvoldoende gegevens over de uitbetaling van het salaris van de werknemer aan verweerder heeft verstrekt.

Ingevolge artikel 12, twee lid van de Landsverordening ziekteverzekering is eiseres gehouden alle inlichtingen te verstrekken die verweerder nodig heeft om een aanvraag te beoordelen. Dat verweerder ten onrechte bewijs van uitbetaling van loon aan eiseres zou verzoeken kan niet worden gevolgd. Immers voor een beoordeling van de aanvraag en naar aanleiding van de stelling van eiseres dat het mutatieformulier op een fout berust, is het van evident belang dat eiseres haar stelling onderbouwd. Ingevolge artikel 8f van de Landsverordening Ziekteverzekering is eiseres gehouden een loonadministratie te voeren waaruit duidelijk blijkt aan de hand waarvan de premie is berekend. Dat eiseres door haar gestelde salarisbetalingen niet kan onderbouwen komt dan ook voor haar risico.

3.8

Voor wat betreft hetgeen verweerder heeft aangegeven met betrekking tot de werknemer van eiseres de heer [b] heeft eiseres geen substantiƫle beroepsgronden geformuleerd.

3.9

Gezien het vorenstaande is het Gerecht van oordeel dat de beslissing op bezwaar in stand kan blijven. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

3.10

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

4 De beslissing

Het Gerecht in eerste aanleg:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, mr. J. Sybesma en mevrouw M. Lopez-de Weever, bijzondere rechters in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 13 november 2020.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.