Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2020:52

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
24-06-2020
Datum publicatie
17-07-2020
Zaaknummer
SXM202000066
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet wegens het benadelen van de werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN


Zaaknummer: SXM202000066

Beschikking d.d. 24 juni 2020 (bij vervroeging)

inzake

[de werknemer],
wonende in Sint Maarten,
verzoekster,

hierna: de werkneemster,
gemachtigde: mr. C.M. MARICA,


tegen

de naamloze vennootschap [de werkgever],
gevestigd in Sint Maarten,
verweerster,

hierna: de werkgever,
gemachtigde: mr. C.J. KOSTER.

1 Het procesverloop

1.1.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

  1. verzoekschrift met producties, ontvangen op 17 januari 2020,

  2. verweerschrift met producties,

  3. brieven van 16 maart 2020 en 5 juni 2020 namens de werkneemster met producties,

  4. pleitnota namens de werkneemster,

  5. pleitnota namens de werkgeefster.

1.2.

Na enkele uitstellen vanwege de Corona-crisis heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden op 10 juni 2020 in aanwezigheid van partijen en gemachtigden. De griffier heeft aantekening gehouden van wat er is gezegd.

1.3.

Na afloop van de zitting heeft de rechter gezegd dat vandaag de uitspraak zal worden gedaan.

2 De feiten

2.1.

De werkgever exploiteert een hotel van waaruit excursies voor haar gasten worden georganiseerd onder de handelsnaam …… Tours. De werkneemster heeft vanaf 18 april 2014 voor de werkgeefster in loondienst als sales representative gewerkt, belast met de verkoop van deze uitstapjes aan de hotelgasten. Zij heeft een maandsalaris van USD 1.391,97 bruto per maand en had daarnaast aanspraak op een omzetgebonden commissie.

2.2.

Bij brief van 20 maart 2019 heeft de werkgever de werkneemster op staande voet ontslagen:

“(…) On March 19, 2019 management received a complaint that Island tours were sold to guests at [de werkgever] by ...... Sales Representatives your name provided. The guests very detailed stated they were strictly told that the tours could only be paid in cash and they never received a ticket which is what raised their concern. During the investigation it was found that said guests were scheduled to go on the tour with a well-known Taxi driver of which his credentials too have been included in the written statements of the guests.

It was found that said taxi driver was hired and paid cash despite not being assigned to ...... Tours for Island Tours. All employees are aware of the protocol in regards to booking island tours and who is allowed to conduct same without liability clauses.

In conclusion your actions are found to be in violation of company policies and as a result your employment with the company has been terminated effective March 20, 2019. (…)”

2.3.

Bij brief van 12 juni 2019 namens de werkneemster is de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en is de werkgever gesommeerd het loon door te betalen. Hieraan heeft de werkgever geen gehoor gegeven.

2.4.

Bij beschikking van dit Gerecht van 18 oktober 2019 is, op verzoek van de werkgever, de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden wegens een dringende reden met ingang van de datum van de beschikking.

3 Het geschil

3.1.

De werkneemster verzoekt dat het Gerecht om, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

a. haar gratis admissie te verlenen,

b. voor recht te verklaren dat het aan haar gegeven ontslag op staande voet nietig is,

c. de werkgever te veroordelen om aan haar te betalen het overeengekomen netto salaris plus NAf. 1.000,00 aan commissie per maand over de periode 1 april 2019 tot en met 18 oktober 2019 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen en de wettelijke rente,

d. de werkgever te veroordelen tot betaling van de proceskosten, de nakosten en de wettelijke rente daarover.

3.2.

De werkgever verzoekt het Gerecht om de werkneemster in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel deze af te wijzen en, subsidiair, deze te matigen tot nihil dan wel tot een door de rechter in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van de werkneemster in de proceskosten, met de wettelijke rente daarover, een en ander bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking.

3.3.

Kort en zakelijk weergegeven legt de werkgever de volgende feiten en omstandigheden aan het ontslag op staande voet ten grondslag. De werkneemster wist dat aan hotelgasten uitsluitend tours via ...... mochten worden verkocht. Dat wordt ook aan de gasten kenbaar gemaakt in de lobby van het hotel door middel van folders, posters en beeldschermen. In het hotel krijgen de gasten dan een reserveringsticket en moest er worden betaald. Op zondag 17 maart 2019 zag operational supervisor […] dat een van haar medewerkers een briefje schreef. Desgevraagd vertelde deze medewerker dat zij op verzoek van de werkneemster dit briefje schreef omdat zij die dag vrij was. Het briefje was bestemd voor een hotelgast. In het briefje staat dat de gast om 10 uur de volgende ochtend zou worden opgepikt voor de eiland tour in de … lobby. Het zou gaan om een complimentary tour, volgens de werkneemster die hierover door de supervisor per whatsapp werd bevraagd. Er waren die dag echter alleen complimentary tours gepland om 9 uur en om 10.30 uur en daarvoor had deze gast zich niet ingeschreven. Daarvoor wist de werkneemster geen goede uitleg te geven. Een andere gast heeft een schriftelijke verklaring afgelegd dat hij contant moest betalen bij de chauffeur.

3.4.

De werkneemster betwist de argumenten van de werkgever gemotiveerd.

4 De beoordeling

Formeel verweer

4.1.

Door de werkgever wordt aangevoerd dat de bodemrechter geen andere keuze heeft dan het afwijzen van de vorderingen. Omdat de werkneemster niets meer of minder aanvoert dan zij heeft gedaan in de kort geding procedure en in de ontbindingsprocedure. Dit is een onjuist standpunt van de werkgever. Het Gerecht volstaat voor het kort geding met verwijzing naar artikel 229 Rv waarin is bepaald dat de beslissingen in het kort geding niet ten nadele van de bodemzaak strekken. Wat betreft de ontbindingsprocedure geldt dat, anders dan de huidige regeling in Nederland, daarop niet het bewijsrecht van toepassing is. In de ontbindingsprocedure mag de rechter namelijk na een beperkt onderzoek uitgaan van aannames. Dat mag de rechter in een bodemprocedure als de onderhavige niet. Hij is gebonden aan het wettelijk bewijsrecht. Dit formele verweer treft dus geen doel.

Het ontslag op staande voet

4.2.

Bij de vraag of sprake is van een dringende reden, dienen alle omstandigheden van het geval, bezien in hun verband en samenhang, te worden afgewogen. Daarbij moet niet alleen te worden gelet op de aard en de ernst van de aan de werkneemster verweten gedraging, maar moeten ook de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werkneemster de dienstbetrekking heeft vervuld in de afweging worden betrokken. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werkneemster, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag voor haar zal hebben. Ook indien deze gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is (HR 20 april 2012, LJN:BV9532). Van belang is verder dat het de werkgever is die moet stellen en bewijzen dat sprake is van een dringende reden.

4.3.

Overwogen wordt dat uit de schriftelijke verklaring van de gast volgt dat de werkneemster aan een gast een tour heeft verkocht zonder een reserveringsticket en dat die gast de kosten voor de tour aan de niet aan ...... verbonden gids chauffeur moet betalen. Ook de feiten en omstandigheden rondom de complimentary tour wijzen in de richting van misleiding van de werkgever. Duidelijk is ook dat het natuurlijk niet de bedoeling is dat de werkneemster haar werkgever op deze wijze omzet onthoudt. Het Gerecht is van oordeel dat hiermee de werkgever aan zijn stelplicht heeft voldaan.

4.4.

Het Gerecht dient dus te onderzoeken wat de werkneemster hier tegenover stelt. De werkneemster heeft op de zitting gezegd dat zij ten onrechte wordt beschuldigd door de werkgever en dat die een reden zoekt om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Per e-mail van 9 oktober 2019 aan de gemachtigde van de werkneemster laat [de taxichauffeur] weten: “Both ladies have not been referring clients to me, this is completely false.” Hij schrijft verder dat het voorkomt dat als hij door gasten wordt geboekt (rechtstreeks, zo neemt het Gerecht aan) hij met zijn taxibus naar de lobby van het hotel komt en deze gasten oppikt. In de e-mail van [de taxichauffeur] wordt verder gezegd: “Then the rumors started to come out that [A] one of the managers was trying to get the girls fired and decided to pose as a client, then I realized that was her.” Ook schrijft [de taxichauffeur] dat hij niet door de werkgever is gehoord. In zijn handgeschreven verklaring: “Today 2020 knowing these girls [een andere werknemer] and [de werknemer] never sold illegal tours for me never … once.”

4.5.

Geoordeeld wordt als volgt. De werkneemster laat na om de schriftelijke verklaring van de gast, dat hij de USD 75,00 contant bij de chauffeur moest afrekenen, inhoudelijk te weerleggen. Dat had wel van haar mogen worden verwacht nu de verklaring met naam en toenaam wordt gegeven. Ook het punt van de complimentary tour wordt niet voldoende door haar weerlegd. Zo weerspreekt zij uiteindelijk niet dat er op dat tijdstip helemaal geen complimentary tour is. Daartegenover staan de schriftelijke verklaringen van [de taxichauffeur]. Die zijn echter onvoldoende concreet om deze beide verwijten te kunnen weerleggen. Ook op de zitting heeft de werkneemster gezegd dat de werkgever een aanleiding zocht om haar te ontslaan maar dat is niet aannemelijk geworden. Het Gerecht is van oordeel dat de werkneemster dus onvoldoende gemotiveerd verweer heeft gevoerd zodat niet wordt toegekomen aan nader onderzoek in het kader van een bewijsopdracht.

4.6.

Daaraan doet niet af dat de werkneemster stelt dat de werkgever onvoldoende onderzoek heeft verricht en dat zij onvoldoende is gehoord voorafgaande aan het ontslag op staande voet. Wat dat laatste betreft geldt dat dit inhoudelijk wordt weersproken door de werkgever. En wat het eerste aangaat geldt dat de werkneemster in deze procedure alle gelegenheid heeft gehad om haar versie uit te leggen.

4.7.

Tot slot overweegt het Gerecht dat het ontslag op staande voet ontegenzeggelijk ingrijpende consequenties heeft voor de werkneemster. De werkgever hoeft echter niet te tolereren dat de werkneemster tijdens werktijd eraan meewerkt dat zijn hotelgasten bij een andere persoon eilandtours boeken die de werkgever zelf ook aanbiedt. De belangen van de werkgever wegen daarom zwaarder dan die van de werkneemster.

4.8.

De vorderingen van de werkneemster worden afgewezen. Als in het ongelijk gestelde partij wordt zij in de proceskosten veroordeeld.

5 De beslissing

Het Gerecht:

verleent aan de werkneemster gratis admissie,

wijst de vorderingen van de werkneemster af,

veroordeelt de werkneemster in de proceskosten van de werkgever, begroot op nihil aan verschotten en op NAf. 1.000,00 aan salaris gemachtigde, met de wettelijke rente daarover tot de dag van algehele voldoening indien dit bedrag niet binnen 14 dagen na heden is betaald,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en op 24 juni 2020 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.