Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2020:45

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
16-06-2020
Zaaknummer
100.00530/19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

1:119 en artikel 2:259 Wetboek van Strafrecht SXM, 3 jo. artikel 11 van de Vuurwapenverordening SXM.

Gevangenisstraf van 13 jaren voor doodslag, poging doodslag en verboden vuurwapenbezit (eis: 20 jaren voor moord en poging moord).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 100.00530/19

Uitspraak: 4 maart 2020

Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] te Dominicaanse Republiek,

thans alhier gedetineerd.

Waar het in deze zaak om gaat

Een man meldt zich op het politiebureau, legt een handvuurwapen op de balie, en verklaart zojuist een persoon te hebben beschoten. Bij dat schietincident blijkt iemand om het leven te zijn gekomen en een ander een schotwond in de arm te hebben opgelopen. Is er sprake van moord, of van doodslag?

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 januari, 5 februari en 18 februari 2020.

Verdachte is steeds verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. B. Hofman, advocaat te Sint Maarten.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. Steeghs heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht moord, een moordpoging en verboden wapenbezit bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren.

Zijn vordering behelst voorts de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van USD 15.551,36 en de niet-ontvankelijkverklaring van die benadeelde partij in hetgeen zij overigens heeft gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een kwalificatie- en een strafmaatverweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Waardering van het bewijs

In zijn eerste verhoor heeft de verdachte de volgende verklaring afgelegd (Proces-verbaal van: 1e verhoor verdachte (…)):

“(…)Q: What happened this morning?

A: This morning I came out of my garage to bring my phone to town and buy new shoes. I wanted to buy materials. That was my schedule, I was going to Ace to get what I need. I wanted to get my phone fixed. I was leaving the Soualiga road and took a turn to the Telem Road. There is a small garage next to AAAAbar. The garage was closed, nobody was there. I then turned around my vehicle to go back to Soualiga Road. I made the turn

by the turning point. On my way driving out I got blocked by a big white truck next to the Hungry's yard. I saw [X] was the driver of the truck that blocked me. He was with another black guy. He told the guy I was the mother fucker who stole his land. I did not pay any attention. I never saw the black guy before. I was still blocked with the truck. I stayed in the car and [X] and the black guy came out of the truck. I saw [X] had something in his hand. And I took a baseball bat from behind and got out of the car too. I could not see what [X] had in his hand. I thought they wanted to put up a fight. The other guy, a third person, came and he hold me. He called my name. He asked me: […] what happened? I did not see where he came from. When he hold me the black guy was holding on my bat. I still had the bat in my hands and the black guy took the bat from me and started hitting me with the bat. Honestly I do not know what the third man was doing. I told the third man to let me go. And then they got the opportunity to hit me. They hit me in my face and on my back. The black guy was beating me with the bat and [X] was hitting me and slapping me with his hands.

Q: And then what?

A: They went to the truck and I heard [X] say: "Like that I want to get him, like that I want to get him." They stepped into the truck and drove off. My mind went blank and I drove off to my place.

Q: Where was the third man when [X] and the other guy drove off?

A: I have no idea. My mind was just on those two, [X] and the black guy.

Q: So you drove off to your place. What did you do next?

A: I just went for the gun and went back for them.

Q: And then what?

A: I come to them and shot them. (…)”

Het lichaam van [X] is onderzocht door Forensic Pathologist Dr. Lars Althaus. Zijn Forensic Autopsy Report (AUTOPSY No.: S19-061, Willemstad (Curacao), 15.10.2019) vermeldt:

“ (…) 10. CONCLUSION(S)

The person has been hit by one gunshot from the right to the left.

The entry was on the right, lateral-posterior upper arm and the bullet entered the thorax through the intercostal muscles between the 2. and the 3. rib on the right, perforated both upper lobes of the lungs, lacerated the aorta on the ascending part (where the aorta leaves the cardiac sac) and left the thorax between the 3. and 4. rib on the left side with end position of the bullet on the left lateral thorax, below the left axilla. The gunshot trajectory went almost horizontal, very slightly descending (ca. 5-10 degrees) and very slightly from the back to the front (also ca. 5-10 degrees).

This gunshot caused a laceration of the aorta and a bilateral hemato-pneumothorax (collapsed lungs with 400 ml of partly liquid and partly coagulated blood inside the left, and 650 ml inside the right pleural cavity).

The laceration of the aorta was fatal and caused the death due to internal bleeding to death.

11 ESSENTIAL ANATOMIC FINDINGS

1. Laceration of the ascending part of the aorta (ca. 0.5 cm) by a gunshot.

2. Hemato-pericard (ca. 120 ml of blood inside the pericardial sac).

3. Perforations of both upper lobes of the lungs.

4. Bilateral hemato-pneumothorax (collapsed lungs with 400 ml of blood inside the left, and 650 ml inside the right pleural cavity).

5. Signs of blood aspiration (liquid blood in the respiratory tract).

6. Acute, general, traumatic anemia.

7. Otherwise, age-appropriate organ findings without death-causing, macroscopic visible anomalies.

12 CAUSE OF DEATH

Internal bleeding to death due to a gunshot.

13 MANNER OF DEATH

Non-natural. Homicide. (…)”

In zijn verklaring heeft de verdachte het over ‘[X] and the black guy. ‘ The black guy verklaart bij het incident een schotwond te hebben opgelopen (Proces-verbaal van: 1e verhoor verdachte [Y], (…)):

“(…) Q: How are you now?

A: I feel bad in connection to what happened to me and my friend.

Q: What is the name of your friend?

A: [X]n

Q: You just came out of the hospital. How are your injuries?

A: I have one gunshot in my right shoulder. And I have a wound on my left upper arm. (…)

Q: What did the doctors say about your injuries?

A: (…) My right arm is the worst, I can move my arm, but I feel a lot of pain. it is really stiff (…)”

Het wapen waar de verdachte gebruik van heeft gemaakt is onderzocht (‘Proces-verbaal van technisch onderzoek i.v.m. vuurwapen en munitie,’ (…)):

“(…) Op 3 oktober 2019, verzocht de buiten gewoon agent (…) onder aanbieding van een (1) op vuurwapen gelijkende voorwerp en munitie een onderzoek in te stellen of het voorhanden hebben van deze voorwerpen in strijd zijn met het gestelde in de Vuurwapenverordening 1930, opnieuw

verzameld, gewijzigd en aangevuld.

Naar aanleiding van vorenstaande heb ik (…), inspecteur, technische rechercheur, bij het Korps Politie Sint Maarten en werkzaam bij het Team Forensische Opsporing op Sint Maarten, ter zake een onderzoek ingesteld.

Deze vuurwapen en munitie werden in beslag genomen bij de verdachte (…).

Tijdens mijn onderzoek heb ik het navolgende gezien en/of bevonden:

identificatie ad. 1: (zie foto no. 1 t/m 4)

Het voor onderzoek aangeboden pistool is van het merk "RAVEN ARMS", model "MP-25" en van het kaliber ".25 AUTO".

Het wapen was voorzien van het wapennummer "1325776". (…) Bij het wapen werd een bijbehorende patroonhouder zonder scherpe patronen voor onderzoek aangeboden. (…)

Conclusie ad.1:

Naar aanleiding van vorenstaande heb ik. verbalisant vastgelegd dat de voor onderzoek aangeboden pistool een vuurwapen is, in de zin van de

Vuurwapenverordening 1930, opnieuw verzameld, gewijzigd en aangevuld.

Identificatie ad. 2 (zie foto no. 5 en 6)

Het betrof drie (3) scherpe patronen van hat kaliber ".25 AUTO" en "6.35 voorzien van centraal vuurontsteking die voor onderzoek werden aangeboden. Deze scherpe patronen werden in beslag genomen tijdens een huiszoeking in da woning van da verdachte (…).

De scherpe patronen waren voorzien van de navolgende bodemstempels;

"WIN 25 AUTO" (2) an "6.35" (1). Het kaliber "6.35" is gelijk gesteld als kaliber ".25 AUTO".

Conclusie ad. 2:

Naar aanleiding van vorenstaande heb ik, verbalisant vastgelegd dat de voor onderzoek aangeboden drie (3) scherpe patronen zijn munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, opnieuw verzameld, gewijzigd en aangevuld.

Deze type munitie zijn geschikt voor het gebruik in het onderzochte vuurwapen onder ad.1. (…)”

Het gerecht stelt vast dat de verdachte [X] met een pistoolschot heeft gedood, en met dat pistool ook op [Y] heeft geschoten. In gerechtelijke termen wordt dit doodslag en een poging daartoe genoemd, of moord en een poging moord als de verdachte dit met voorbedachte raad heeft gedaan.

In NJ 2014/156 (rov 3.3.) overweegt de Hoge Raad dat “[voor] bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Mede met het oog op het strafverzwarende gevolg dat dit bestanddeel heeft, moeten aan de vaststelling dat de voor voorbedachte raad vereiste gelegenheid heeft bestaan, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter, in het bijzonder indien de voorbedachte raad niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen volgt, daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven (vgl. HR 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR2342, NJ 2012/518).’

Vast staat dat het schietincident plaatsvond ruim 30 minuten nadat de verdachte van de latere slachtoffers klappen had gekregen, en dat lijkt erop te duiden dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Dat tijdsverloop vormt een objectieve aanwijzing dat de verdachte heeft gehandeld met voorbedachte raad, en de officier van justitie acht voorbedachte raad dan ook bewezen. De officier van justitie meent dat het al langer lopende conflict tussen de verdachte en de slachtoffers en de vechtpartij kort voor het schietincident niet zo heftig waren en bij een normaal mens niet een drift teweeg konden brengen die aan het aannemen van voorbedachte raad in de weg staat. De officier van justitie sluit overigens niet uit dat het de verdachte was die vóór het schietincident gewapend met een knuppel de confrontatie is aangegaan met zijn slachtoffers. Dat baseert hij op de verklaring van een tweetal getuigen. De verdachte is na de vechtpartij met een vuurwapen teruggegaan naar de straat waar later het schietincident zou plaatsvinden, is omgekeerd en weer weggereden, om 20 minuten later weer diezelfde straat in te rijden waarna de verdachte het vuur opent op zijn slachtoffers. De officier van justitie leidt uit die route af dat de verdachte kennelijk was teruggekomen op het besluit om zijn tegenstanders te doden, maar het besluit uiteindelijk toch ten uitvoer heeft gelegd.

Heeft de verdachte zijn slachtoffers ‘in koelen bloede’ neergeschoten, zoals de officier van justitie aanneemt? Of waren bij de verdachte als gevolg van een slepend conflict en de mishandeling op de dag van het incident ‘de stoppen doorgeslagen’ en was hij niet meer in staat om nog nuchtere afwegingen te maken, zoals de verdediging heeft bepleit? In het laatste geval kan voorbedachte raad niet worden bewezen.

Er bestond een slepend conflict tussen de verdachte en het dodelijke slachtoffer over een stuk grond dat de verdachte ten behoeve van zijn bedrijf had gepacht. Een poging tot bemiddeling door de Community Police Officer heeft niet mogen baten. De landeigenaar heeft bevestigd dat het dodelijke slachtoffer hem en de verdachte gedurende een lange periode bleef lastigvallen en bedreigen. Op de dag van het schietincident is dit conflict geëscaleerd en fysiek geworden. Het Gerecht ziet de verdachte niet als degene die het aan het schietincident voorafgaande gevecht heeft uitgelokt. Er zijn camerabeelden van die vechtpartij waarop is te zien dat, anders dan getuigen hebben verklaard, de twee slachtoffers de confrontatie aangingen met de verdachte. De verklaring die de verdachte hierover heeft afgelegd vindt wel steun in de camerabeelden. Om die reden neemt het Gerecht de verklaring die de verdachte over de vechtpartij heeft afgelegd, tot uitgangspunt. Wat nu precies de impact was van het conflict en de escalatie daarvan op de verdachte, een middenstander die voor zover bekend nooit eerder met politie of justitie is aanraking was gekomen, is moeilijk in te schatten. Het valt niet uit te sluiten dat de verdachte is doorgedraaid toen zijn conflict met het slachtoffer escaleerde. De door hem gereden route na de vechtpartij en voor het schietincident kan duiden op voorbedachte raad, maar dat is slechts een interpretatie nu niet bekend is wat de gemoedstoestand van de verdachte was op dat moment en wat er toen in hem omging. Een andere interpretatie is dat de verdachte in shock was en lukraak heen en weer reed zonder benul van wat hij aan het doen was. Of de verdachte zich daadwerkelijk gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, valt dan ook niet buiten twijfel vast te stellen. De voorbedachte raad volgt in dit geval dus niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen en aangezien de verdachte in een dergelijk geval het voordeel van de twijfel krijgt, wordt hij vrijgesproken van het bestanddeel voorbedachte raad.

Op grond van de hierboven vermelde wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op of omstreeks 3 oktober 2019 te Sint Maarten, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, een persoon genaamd [X] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren besluit, meermalen, althans eenmaal, met behulp van een vuurwapen een of meer kogels in en/of door bet lichaam van die [X] geschoten, ten gevolge waarvan die [X] is overleden;

2.

hij op of omstreeks 3 oktober 2019 te Sint Maarten, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, een persoon genaamd [Y] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, meermalen, althans eenmaal, met behulp van een vuurwapen een of meer kogels in en/of door de rechter arm, in elk geval het lichaam, van voornoemde [Y] heeft geschoten en/of meermalen in de richting van die [Y] heeft geschoten, terwijl voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 3 oktober 2019 te Sint Maarten, een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening (merk: Raven Arms, kaliber 25) en/of munitie in de zin van de vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad;

Strafbaarheid van de feiten en kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen:

artikel 1:119 en artikel 2:259 Wetboek van Strafrecht;

artikel 3 jo. artikel 11 van de Vuurwapenverordening.

De bewezenverklaarde feiten worden als volgt gekwalificeerd:

  • -

    doodslag;

  • -

    poging doodslag;

  • -

    overtreding van het in artikel 3 van de Vuurwapenverordening gestelde verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De verdachte is onderzocht door Dr. Albertine Jurgensen MBBS DM (psych) MBE, Psychiatrist, die daar verslag van heeft uitgebracht:

“(…) [the suspect] in his statement to the probation officer described that he had experienced a "blackout," and "insists that he could not fully remember what happened during the offense." The probation officer called for an investigation of "the emotional state of the person concerned at the time of the offense." Thus his referral to me. It is not possible for me to describe his mental state at the time of the offense in October 2019 as I saw him for the first time three months later in January 2020 in the Annex to the Courthouse.

He was very cooperative at that time. The interview was conducted in English. He understood what was spoken to him as evidenced by the relevant manner in which he replied to questions asked. [The suspect] was clearly seen to be traumatized by the events of October 3rd 2019. He was visibly sad and tearful at intervals, saying that he never "plan for (his) life to turn out like this."

He described himself as hard working "no trouble to anybody." He has no past history of psychiatric illness. [The suspect] described the beating by two men prior to the shooting, as being very traumatic for him and roused great anger and frustration in him. After the beating when the two men got into their vehicle and drove off he followed them in his vehicle to their work place nearby. He took his gun which he kept in his car, went into their workplace. It was then that he described to me that he experienced a "blackout," not remembering the period of the shooting itself but remembering seeing one man falling to the ground. He then went immediately to the Police Station and turning himself in, handed over his gun to the police.

The occurrence of a "black out" or "amnesia" as it is referred to medically can occur in situations of great emotional stress as in the case of the traumatic beating [the suspect] described by two assailants one of whom had been verbally abusing him over a long period, apparently 2 years.

"Blackout /amnesia" refers to "loss of memory." This might be permanent in duration or temporary and caused by physical damage to the brain or great emotional stress. In [the suspects] case the memory loss could be explained as related to great emotional stress.

However, his behavior in following his assailants to their work place, and taking his gun from his car, events which he said to me he remembers, seems to indicates "intent." Going to the police station immediately after the shooting and turning himself in suggests that he experienced a blackout/amnesia that was temporary. He was not in a state of psychosis (ie out of touch with reality) at the time of the shooting, demonstrated by his intentional behavior immediately prior to that event. In my opinion [the suspect] should be deemed responsible for his actions. (…)”

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het Gerecht neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Een levensdelict verwoest het leven van velen, in de eerste plaats dat van het slachtoffer van wie de kans wordt ontnomen om zijn kinderen op te voeden en te leven te midden van vrienden en familie. De directe nabestaanden moeten het doen zonder hun zoon, hun echtgenoot, hun vader. Dat een gezin waarvan de kostwinner op brute wijze uit hun midden wordt weggerukt groot verdriet, grote woede, en grote financiële zorgen ervaart behoeft geen betoog.

In zijn woede heeft de verdachte daarnaast nog een medewerker van het dodelijke slachtoffer beschoten. Dat had zomaar nog een mensenleven kunnen kosten.

Het grote persoonlijke verlies dat de verdachte heeft veroorzaakt en zijn inbreuken op het recht op leven kunnen alleen maar worden vergolden met een zeer langdurige gevangenisstraf. De straf valt lager uit dan gevorderd, onder meer omdat het Gerecht tot een andere kwalificatie komt dan de officier van justitie.

Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft de weduwe van [X] zich in de strafzaak gevoegd met een verzoek om vergoeding van de volgende schadeposten

Omschrijving bedrag

Begrafeniskosten Sint Maarten $ 9.460,00

Ticketprijs (…)+ 2 dochters “ 1.639,36

Ticketprijs moeder (…) “ 467,00

Hotelkosten Dominicaanse Republiek (12 days x $300 =) “ 3.600,00

Begrafeniskosten Dominicaanse Republiek “ 500,00

Airport tax (DR – SXM) “ 80,00 +

Total $ 15.511,36

Het Gerecht stelt vast dat de verdachte met het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks materiele schade aan de benadeelde partij heeft toegebracht. De gevorderde schadevergoeding is voldoende onderbouwd, komt het Gerecht niet onredelijk voor, en is door de verdediging niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de eerder genoemde wetsartikelen, alsmede op de artikelen 1:78 (schadevergoedingsmaatregel) en 1:136 (meerdaadse samenloop misdrijven met gelijksoortige hoofdstraffen) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 13 jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering [en in voorlopige hechtenis] is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij (…)geleden schade toe tot een bedrag van 15.511 Amerikaanse dollar en 36 cent, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij (…) de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van 15.511 Amerikaanse dollar en 36 cent, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 112 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. Snitker, bijgestaan door
mr. L.J.M. Klop (zittingsgriffier), en op 4 maart 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht Sint Maarten.

uitspraakgriffier: