Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2020:25

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
03-03-2020
Datum publicatie
15-05-2020
Zaaknummer
SXM201801199-AR 249/2018
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot nakoming. Eiseres is vorderingsgerechtigd en op grond van de inhoud van de Statuten kan de vordering worden tegengeworpen voor wat betreft de inning van onderhoudsbijdragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM201801199/AR 2018/249

Vonnis van 3 maart 2020

inzake:

[eiseres],

gevestigd in Sint Maarten,

-eiseres-,

gemachtigde: mr. K. Huisman,


tegen

[gedaagde],

wonende in Saint Martin,

-gedaagde-,

gemachtigde: mr. B.B. Brooks.


Eiseres zal hierna ‘[…]’ worden genoemd en gedaagde ‘[…]’.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het inleidende verzoekschrift met producties bezorgd ter griffie op 7 september 2018;

  • -

    de conclusie van antwoord van 14 mei 2019;

  • -

    het comparitievonnis van 28 mei 2019;

  • -

    de comparitie van partijen van 1 oktober 2019;

  • -

    de conclusie van repliek van 29 oktober 2019 met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek van 21 januari 2020.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

Op grond van de notariële akte van 16 mei 2008 (hierna ook: ‘de Akte’) levert [B] aan [gedaagde] een perceel groot 1.255 m2 in Upper Princes Quarter, Gibb’s Land, lot 24 of the subdivision van [B] in Sint Maarten oftewel het perceel met meetbriefnummer SXM UPQ 78/2008.

2.2.

In de Akte is onder sub 12 vermeld:

Upon the initiative of Seller a Foundation (…) will be established, which Foundation will be the owners’ organization for the owners of the subdivision of Seller (“the owners”) which Foundation will be responsible for the maintenance of the roads and other common facilities, the control over the observing by the owners of the restrictions, the approval of the building plans once taken over from Seller and will provide services to or on behalf of the owners or will serve such other purposes or will have such other tasks as will be vested in the Foundation by the owners of the subdivision.------------------------------------------------

Purchaser is obligated and herewith undertakes to participate in and therefore herewith in anticipation applies for participation in the Foundation and to contribute to all costs, expenses, charges as assessed by the Foundation related to aforementioned maintenance of facilities or providing of services, including all expenses incurred by Seller or the Foundation with regard to the enforcement of the subdivision restrictions referred to in article 11, including attorney’s fees, a pro rate share of garbage collection, security services, roads maintenance, lighting sewage treatment plant(s).---------------------------------------------

furthermore to comply with any and all rules and regulations as the same will be promulgated from time to time.’

2.3.

Op 30 november 2012 richt [eiseres] (voorheen: [B].) bij notariële akte [eiseres] op. In artikel 15 van deze akte is bepaald:

  1. Every Participant is under the obligation to pay the Foundation dues as well as the special assessments as determined by resolutions of the Board. Both contributions shall take effect at the same time for all Participants at any given time.----------------------------------------------------------------------------------

  2. Foundation dues and special assessments, if any, shall be indebted to the Foundation as from the date on which a relative notice in writing is sent to the Participants.----------------------------------------------------------------------------

  3. The Foundation dues shall be charged, due and payable in yearly installments on the first day of January of each calendar year.-----------------

  4. The amount of the Foundation dues shall at all times cover all costs as projected by the Board of:-----------------------------------------------------------------

a. the services provided by the Foundation to the participants;---------------

b. the maintenance of the common grounds, roads and other infrastructures and facilities that have been or may be transferred or entrusted to the Foundation, including the long term reservation for such maintenance as deemed necessary by the Board;-----------------------------------------------------

c. other costs of the Foundation to be reasonably expected.----------------------

5. The Foundation dues may be raised or lowered by resolution of the Board if and when the Board deems such adjustment necessary, respectively responsible in view of the long-term obligations of the Foundation towards the Participants.-------------------------------------------------------------------------------

(…)’

2.4.

Artikel 16 (‘Default’) van de oprichtingsakte van de Foundation bepaalt:

1. If the Foundation dues or a special assessment remain unpaid, in whole or in part, during one (1) months after the amount has become due and payable:---

a. A fifteen percent (15%) surcharge to the balance due shall be added by the Board to all indebted quarterly Foundation dues and /or the assessment;---------------------------------------------------------------------------

b. The Board may retain any funds to the defaulting Participants, that may have become payable since the date of default, until al indebted contribution(s) and surcharges thereon have been paid.-----------------------

(…)’

2.5. [

gedaagde] heeft tot op heden geen ‘Foundation dues’ betaald.

2.6.

Bij brief van 1 september 2017 sommeert de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde] om de onderhoudsbijdragen c.s. vanaf 2012 - 2017 aan [eiseres] te betalen. Bij factuur van 8 juli 2018 heeft [eiseres] de onderhoudsbijdragen c.s. van 2018 bij [gedaagde] in rekening gebracht.

2.7.

Aan de sommatie van [eiseres] heeft [gedaagde] geen gevolg gegeven.

3. Het geschil

3.1. [

eiseres] vordert -zakelijk weergegeven- dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt om het bedrag van US $ 10.500,00, alsmede de toekomstige onderhoudsbijdragen c.s., te betalen te vermeerderen met boete, kosten en rente.

3.2. [

eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] wanprestatie pleegt door de onderhoudsbijdragen c.s. niet aan [eiseres] te betalen, terwijl [gedaagde] is zich heeft verbonden tot nakoming van de restrictieve voorwaarden1. Hierdoor kan [eiseres] voorts aanspraak maken op boetes, rente en kosten.2 Subsidiair stelt [eiseres] dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt.3

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

mag [eiseres] innen?

4.1.

Het Gerecht neemt aan dat de vordering primair op nakoming is gebaseerd4. [eiseres] stelt namelijk dat [gedaagde] artikel 12 van de Akte dient na te komen alsmede bepalingen van de statuten van de [eiseres].

4.2.

Het Gerecht is van oordeel dat de bepaling van artikel 12 van de Akte een zogenoemd derdenbeding inhoudt dat [eiseres] ten behoeve van [eiseres] heeft bedongen en waarvan [eiseres] nakoming kan verlangen. Van geen belang is dat [eiseres] ten tijde van het verlijden van de Akte waarbij deze ten gunste van [eiseres] bedongen bepaling tot stand kwam nog niet bestond.5

4.3.

Voor dit oordeel is ook van belang dat [eiseres] heeft gesteld6 en [gedaagde] niet heeft weersproken dat de in de Akte vermelde ‘Foundation’ [eiseres] is en niet een van de andere stichtingen die in ‘Upper Princes Quarter’ actief zijn om bij eigenaren van percelen onderhoudsbijdragen c.s. in rekening te brengen en van hen te innen.7 Het Gerecht dient er dan ook in dit geding vanuit te gaan dat [eiseres] de bewuste Foundation is ten gunste van wie het beding tot stand is gekomen.

4.4.

Op grond van het voorgaande is het Gerecht dan ook van oordeel dat [eiseres] vorderingsgerechtigd is en dat [eiseres] ook de inhoud van haar statuten aan [gedaagde] kan tegenwerpen8 waar het betreft de inning van de onderhoudsbijdragen c.s. zoals bedoeld in de bepaling van artikel 12 van de Akte.

4.5. [

eiseres] is dan ook gerechtigd om de onderhoudsbijdragen c.s. ten laste van [gedaagde] te innen.

mag [gedaagde] opschorten?

4.6.

Aan dit beroep legt [gedaagde] ten grondslag dat geen vergaderingen van ‘Participants’9 worden gehouden en dat het bestuur van [eiseres] geen verantwoording aan ‘Participants’ aflegt.

4.7.

Dit beroep passeert het Gerecht. Niet alleen heeft [gedaagde] zich niet eerder dan in dit geding op opschorting beroepen ook ontbreekt iedere samenhang tussen de over en weer verschuldigde prestaties.

4.8. [

gedaagde] kan zich dus niet met succes beroepen op een opschortingsrecht.

verjaring van de rechtsvordering voor zover het betreft de onderhoudsbijdragen c.s. over de jaren 2012 en 2013?

4.9. [

gedaagde] betwist ooit sommatiebrieven en/of mailberichten van [eiseres] te hebben ontvangen. Eerst door de inleiding van deze procedure is [gedaagde] van de vordering van [eiseres] op de hoogte geraakt, aldus [gedaagde].

4.10.

Een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.10

4.11.

Het Gerecht gaat ervanuit dat de eerste sommatiebrief van [eiseres] (die van 24 augustus 2017 derhalve11) [gedaagde] moet hebben bereikt.12 De brief is immers gestuurd naar een e-mailadres dat [gedaagde] zelf ook gebruikt om berichten aan [eiseres] te sturen. Op grond van artikel 15 lid 3 van de statuten van [eiseres] zijn de onderhoudsbijdragen c.s. over 2012 per 1 januari 2012 opeisbaar en begon de verjaringstermijn op 2 januari 2012 te lopen. Hieruit volgt dat de rechtsvordering tot inning van onderhoudsbijdragen c.s. van 2012 is verjaard, maar de vanaf 2013 vervallen onderhoudsbijdragen c.s. niet.

4.12.

De onderhoudsbijdragen c.s. over de periode 2013 – 2020 zijn dan ook opeisbaar en deze dient [gedaagde] dan ook te betalen. Hiertoe zal het Gerecht [gedaagde] dan ook veroordelen.

4.13.

Eventueel toekomstig verschuldigde onderhoudsbijdragen zal het Gerecht niet kunnen toewijzen. In zoverre zal het Gerecht de vordering afwijzen.

4.14.

Als hoofdsom is derhalve toewijsbaar de onderhoudsbijdragen c.s. over de periode van 2013-2020 tot het bedrag van (8x US $ 1.500,00=) US $ 12.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf opeisbaarheid van de jaarlijkse verschuldigde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening.

4.15.

De boete van US $ 1.575,00 en de buitengerechtelijke incassokosten van US $ 1.575,00 heeft [gedaagde] onweersproken gelaten, zodat deze bedragen hierna zullen worden toegewezen.

4.16.

Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] in de proceskosten worden veroordeeld die aan de zijde van [eiseres] kunnen worden begroot op:

-vastrecht NAf 750,00

-kosten van exploit NAf 300,00

-salaris gemachtigde NAf 2.250,00 (3 punten van tarief 4 van NAf 750,00)

totaal NAf 3.300,00

4.17.

Beslagkosten zijn niet gevorderd, zodat het Gerecht deze niet kan toewijzen.

4.18.

Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.19.

Het meer of anders gevorderde zal hierna worden afgewezen.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om als hoofdsom het bedrag van US $ 12.000,00 aan [eiseres] te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf opeisbaarheid van de jaarlijks verschuldigde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om de boete van US $ 1.575,00 en de buitengerechtelijke incassokosten van US $ 1.575,00 aan [eiseres] te betalen;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten die aan de zijde van [eiseres] tot op heden kunnen worden begroot op NAf 3.300,00 te vermeerderen met nakosten van NAf 250,00, zonder betekening van dit vonnis, en NAf 400,00 na betekening van dit vonnis te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten en nakosten vanaf 14 dagen na heden indien en voor zover [gedaagde] deze kosten alsdan onbetaald heeft gelaten;

5.4.

verklaart het vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.T.M. Luijks, rechter, en op 3 maart 2020 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

1 Vergelijk sub 7 van het inleidende verzoekschrift.

2 [eiseres] wijst onder meer op artikel 16 van haar statuten.

3 Vergelijk sub 8 van het inleidende verzoekschrift.

4 Hoewel [eiseres] hierin niet helemaal eenduidig is nu zij de veroordeling van [gedaagde] vordert tot betaling van een vergoeding uit hoofde van wanprestatie. Dat duidt op een vordering tot betaling van schadevergoeding.

5 Vergelijk Asser/Sieburgh, 6-III, 2018, [568].

6 Uitvoerig betoogd onder sub 9 van de conclusie van repliek.

7 Hierbij denkt het Gerecht aan [R] en de [T].

8 Overigens beroept ook [gedaagde] zich op de statuten van [eiseres] namelijk ter onderbouwing van zijn opschortingsrecht: vergelijk sub 3 van de conclusie van antwoord.

9 Vergelijk hiervoor de oprichtingsakte.

10 Artikel 3:307 BW.

11 Productie 6 van het inleidende verzoekschrift. Gesteld noch gebleken is dat eerdere berichten aan [gedaagde] zijn verzonden.

12 En die stuiting tot gevolg heeft gehad.