Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2020:107

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
04-11-2020
Datum publicatie
14-12-2020
Zaaknummer
SXM202000778
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen. Veranderde omstandigheden (Covid-pandemie) zijn komen vast te staan. Niet duidelijk gemaakt waarom de arbeidsovereenkomst met deze werknemer moet worden ontbonden in plaats van die van andere werknemers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN


Zaaknummer: SXM202000778

Beschikking d.d. 4 november 2020

inzake

de besloten vennootschap

[de werkgever],
wonende in Sint Maarten,
verzoekster,

verweerder in het zelfstandig voorwaardelijk tegenverzoek,

hierna: de werkgever,
gemachtigde: mr. G. HATZMANN,


tegen

[de werknemer],
wonende in Sint Maarten,
verweerder,

zelfstandig voorwaardelijk tegenverzoeker,

hierna: de werknemer,
gemachtigde: mr. J.J. ROGERS,

1 Het procesverloop

1.1.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

  1. verzoekschrift met producties, ontvangen op 24 augustus 2020,

  2. zelfstandig tegenverzoek met productie,

  3. brief van 18 september 2020 namens de werknemer met producties,

  4. pleitaantekeningen van de werkgever,

  5. pleitaantekeningen van de werknemer,

  6. akte tot overleggen nadere producties van de werkgever.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 september 2020 in aanwezigheid van partijen en gemachtigden. De griffier heeft aantekening gehouden van wat er is gezegd. Afgesproken is dat de werkgever nog mocht reageren op enkele argumenten. Dat is gebeurd met processtuk f. Ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld heeft de werknemer hier niet op gereageerd.

1.2.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De werknemer (geboren op 17 juni …..) is op 1 november 2015 in loondienst getreden. Sinds februari 2019 heeft hij de functie van Deputy Operations Manager en verdient hij een salaris van NAf. 6.100,00 bruto per maand (exclusief vakantiegeld en emolumenten).

2.2.

De werkgever exploiteert een onderneming op de luchthaven die is gericht op de dienstverlening aan eigenaren en bemanningen van privévliegtuigen die naar Sint Maarten vliegen.

2.3.

Bij brief van 3 juni 2020 wordt door de werkgever aan de werknemer medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst als gevolg van de COVID-pandemie moet worden beëindigd. Twee passages uit de brief:

“Following the meeting held on June 3, 2020, this letter is formal notification of the termination of your employment with [de werkgever] by reason of redundancy. You are entitled to severance pay based on existing labor laws, vacation and notice pay as well as the salaries garnered in recent months. The total payout amount will be (…) (NAf. 22.500).”

“We want to make it clear that this termination is in no way associated to your performance while at [de werkgever].(…)”

2.4.

Uit een brief van 12 augustus 2020 van de accountant van de werkgever volgt dat de onderneming zeer ernstig is getroffen door de COVID-pandemie. Hierdoor vindt immers veel minder luchtverkeer plaats. De brief besluit als volgt: “Om de negatieve kasstroom enigszins te beperken heeft de onderneming diverse maatregelen getroffen. Bij uitblijven van economisch herstel op de korte- en middellange termijn zal echter binnen afzienbare tijd onvoldoende liquiditeiten aanwezig zijn om verplichtingen te blijven voldoen.”

3 Het geschil

3.1.

De werkgever verzoekt het Gerecht bij beschikking om de arbeidsovereenkomst onmiddellijk, althans op de kortst mogelijke termijn, te ontbinden wegens een gewichtige reden, bestaande uit veranderde omstandigheden, met toekenning aan de werknemer van een billijke vergoeding, rekening houdende met de precaire financiële positie van de werkgever met bepaling dat die vergoeding in termijnen zal mogen worden voldaan, kosten rechtens.

3.2.

De werknemer verzoekt het Gerecht, als de rechter tot ontbinding zou besluiten, aan hem een vergoeding toe te kennen van NAf. 41.175,00 bruto, althans een redelijke vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van de werkgever in de proceskosten.

3.3.

Op de argumenten van partijen wordt hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het verzoek is gebaseerd op een gewichtige reden, bestaande uit veranderde omstandigheden. Die omstandigheden bestaan uit de zwaar teruggelopen omzet als gevolgd van de COVID-pandemie. Door de werknemer worden hier vraagtekens bij gezet omdat in de zomer er altijd sprake is van laagseizoen. Het Gerecht overweegt dat door de COVID-pandemie de economie op Sint Maarten enorme klappen heeft gekregen en dus ook het luchtverkeer. Duidelijk is ook dat de pandemie nog steeds voortduurt. Dus in die zin is het Gerecht het eens met de werkgever dat er sprake is van veranderde omstandigheden.

4.2.

De werknemer voert echter aan dat de werkgever niet duidelijk maakt waarom hij nu juist moet worden ontslagen en niet enige andere werknemer. Hij wijst op de lengte van zijn dienstverband, de tevredenheid over zijn functioneren en zijn bereidheid om akkoord te gaan met een andere (hiërarchisch lagere) functie. Dat verweer treft doel. Van een werkgever die ontbinding van een arbeidsovereenkomst vraagt aan dit Gerecht op grond van bedrijfseconomische redenen mag worden gevergd dat hij goed uitlegt waarom de werknemer zijn baan moet verliezen en niet (ook) andere werknemers. Ook moet inzichtelijk worden gemaakt of er herplaatsingsmogelijkheden zijn. Dat alles heeft de werkgever niet gedaan. Op de zitting is afgesproken dat partijen zouden kijken of er een herplaatsingsmogelijkheid is maar het Gerecht heeft uit de e-mail van de werknemer begrepen dat partijen daarover niet met elkaar hebben gesproken, wat door de werkgever onweersproken is gelaten.

4.3.

Het verzoek moet dan ook worden afgewezen. Dat betekent dat het Gerecht niet toekomt aan het voorwaardelijk tegenverzoek.

4.4.

Als in het ongelijk gestelde partij wordt de werkgever in de proceskosten veroordeeld.

5 De beslissing

Het Gerecht:

wijst het verzoek van de werkgever af,

veroordeelt de werkgever in de proceskosten, aan de zijde van de werknemer begroot op NAf. 1.500,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en op 4 november 2020 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.