Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2020:101

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
30-11-2020
Datum publicatie
02-12-2020
Zaaknummer
Lar 61/2020, SXM 202000781
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen afwijzing van een exploitatievergunning voor zorginstelling.

Ondanks ingetrokken moratorium, laat een nieuwe besluit op zich wachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraakdatum: 30 november 2020

Zaaknummer: SXM202000781-LAR00061/ 2020

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK

In het geding van:

[eiseres],

gevestigd te Sint Maarten,

eiseres,

gemachtigden: mr. J. DEELSTRA, mr. C.R. RUTTE,

tegen

DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, SOCIALE ONTWIKKELING EN ARBEID,

gezeteld te Sint Maarten,

verweerder,

gemachtigde: mr. R.F. GIBSON jr.,

1 Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van verweerder van 13 juli 2020 waarbij het bezwaarschrift van eiseres gericht tegen verweerder beschikking van 10 september 2019 inhoudende afwijzing van om een vergunning tot het exploiteren van een zorginstelling, ongegrond is verklaard.

2 Het verloop van de procedure

2.1.

Met een op 24 augustus 2020 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak.

2.2.

Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 21 september 2020 en is voortgezet op 2 november 2020. Eiseres is bij gemachtigde verschenen. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde. Eiseres heeft op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd.

2.3.

Uitspraak is bepaald op heden.

3. Het geschil

3.1.

Verweerder heeft bij email van 17 september 2020 en ter zitting van 21 september 2020 aangegeven dat zij voornemens is de bestreden beschikking in te trekken en een nieuw besluit te nemen.

3.2.

Eiseres heeft bij schrijven van 29 oktober 2020 het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en verweerder op te dragen binnen 4 weken een nieuwe beschikking te nemen ander oplegging van een dwangsom.

4 De beoordeling

4.1.

Verweerder heeft ter zitting van 21 september 2020 naar voren gebracht dat het moratorium is ingetrokken en dat aanhouden door het Gerecht van de inhoudelijke behandeling tot 2 november 2020 een haalbare termijn biedt voor verweerder is om een nieuw besluit te nemen.

4.2.

Ter zitting van 2 november 2020 heeft verweerder aangegeven dat het bestreden besluit nog niet is ingetrokken en dat een nieuw besluit nog op zich laten wachten.

4.3.

Het Gerecht is van oordeel dat nu verweerder heeft aangegeven dat zij voornemens is het bestreden besluit in te trekken, het beroep gegrond verklaard dient te worden en de bestreden beschikking vernietigd client te worden. Verweerder zal worden opgedragen een nieuw besluit te nemen.

4.4.

Voor de vaststelling van een termijn waarbinnen verweerder client te beslissen acht het Gerecht van belang dat verweerder reeds op de zitting van 21 september 2020 heeft aangegeven voornemens te zijn het besluit in te trekken. Het Gerecht heeft op verzoek van partijen de inhoudelijke behandeling aangehouden tot 2 november 2020 in afwachting op het nieuwe besluit van verweerder. Aldus is verweerder reeds in de gelegenheid gesteld om binnen de termijn van zes weken een nieuw besluit te nemen. Onder deze omstandigheden ziet het Gerecht aanleiding om bij uitspraak een termijn te stellen waarbinnen verweerder een nieuwe beslissing dient te nemen ander oplegging van een dwangsom. Het Gerecht zal evenwel de gangbare beslistermijn van vier weken met het oog op de komende feestdagen verlengen met twee weken.

4.5

Er is aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten als hierna bepaald, nu gesteld noch gebleken is dat eiseres nodeloos heeft geprocedeerd. Met toepassing van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht stelt het Gerecht de proceskosten vast op NAf 2.100,—, zijnde 1 punt voor het beroepschrift en 2 punten voor het verschijnen ter zitting van 21 september 2020 en 2 november 2020 met een waarde per punt van NAf 700,00 en een wegingsfactor 1. Voorts zal het Gerecht bepalen dat aan eiseres het door haar betaalde griffierecht wordt vergoed ad NAf 150,--.

2