Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2019:98

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
27-09-2019
Datum publicatie
07-10-2019
Zaaknummer
SXM201901005-KG 181/2019
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft een huurachterstand van vier maanden. Dit rechtvaardigt de ontruiming van het gehuurde ook omdat gedaagde geen baan en inkomsten heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG van Sint Maarten

Zaaknummer: SXM201901005-KG 181/2019

Datum: 27 september 2019

VONNIS IN KORT GEDING

In de zaak van:

(eiseres)

wonende in Sint Maarten,

-eiseres-,

gemachtigde: mr. Z.J. Bary,

tegen

(gedaagde)

wonende te Sint Maarten,

-gedaagde -,

procederende in persoon.

1 Het verloop van het kort geding

Het verloop van het kort geding blijkt uit het inleidende verzoekschrift van 9 september 2019 met producties van de eiseres.

Op 20 september 2019 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek in kort geding plaatsgevonden. Eiseres is bij gemachtigde voornoemd verschenen. Gedaagde is in persoon verschenen.

Op heden is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1

Eiseres vordert -zakelijk weergegeven- dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis gedaagde veroordeelt om (i) binnen twee (2) maal vierentwintig uur na vonnis het gehuurde appartement gelegen aan de (adres) te Sint Maarten, te ontruimen en eiseres te machtigen de ontruiming zelf te bewerkstelligen als gedaagde niet aan de veroordeling voldoet, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie (ii) de achterstallige huur van US $ 4.200,-- te betalen te vermeerderen met de vertragingsschade, rente en kosten.

2.2

Eiseres legt - in de kern - aan haar vordering ten grondslag dat de huurovereenkomst per 1 juni 2019 is geëindigd en dat gedaagde het appartement moet verlaten en de achterstallige huur aan eiseres moet voldoen.

2.3

Gedaagde ontkent niet dat zij vanaf mei 2019 de maandelijkse huur niet meer heeft betaald. Gedaagde voert aan dat zij niet in staat is om maandelijkse huur te betalen aangezien zij en haar echtgenoot geen baan heeft en derhalve ook geen inkomsten.

3 De feiten

a. Op 9 januari 2019 hebben partijen een huurovereenkomst getekend ter zake van een appartement aan de (adres), Sint Maarten voor de duur van zes maanden.

b. Op grond van deze huurovereenkomst huurt gedaagde van eiseres met ingang van 1 januari 2019 dit appartement tegen een vooruit te betalen maandelijks verschuldigde huursom van US $ 700,00.

c. Nadat de huurovereenkomst per 1 juni 2019 was beëindigd heeft gedaagde het appartement niet verlaten en ontruimd.

d. Bij brief van 22 juli 2019 heeft eiseres gedaagde aangemaand en verzocht de verschuldigde huur te voldoen in verband met een huurachterstand van vier maanden huur van een totaal bedraag van US $ 2.800,00.

4 De beoordeling

4.1

In de aard van de vordering ligt de spoedeisendheid besloten.

4.2

Onbestreden is gebleven dat de huurachterstand inmiddels zes maanden bedraagt. De vaststelling rechtvaardigt de verwachting dat de ontruiming in een bodemzaak stand zal houden en rechtvaardigt voorts ook de ontruiming van het gehuurde ook omdat gedaagde geen baan en inkomsten heeft.

4.3

Een belangenafweging leidt niet tot een andere uitkomst. Haar belang bij voortzetting van het huren en bewonen van het appartement weegt weliswaar zwaar, maar de huurachterstand en de financiële moeilijkheden die door de wanbetaling aan de zijde van eiseres zijn ontstaan wegen zwaarder. Het gevorderde zal dan ook worden toegewezen als hierna bepaald, waarbij aan gedaagde een iets ruimere termijn voor ontruiming zal worden gegund.

4.4

Gedaagde zal hierna in de proceskosten van eiseres worden veroordeeld die tot op heden kunnen worden begroot op NAf. 1.699,50 waarvan NAf. 450,00 aan griffierecht, NAf. 1.000,00 aan salaris gemachtigde en NAf. 249,50 aan betekeningskosten.

4.5

Deze veroordelingen zullen hierna uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5. De beslissing in kort geding

Het Gerecht:

5.1

veroordeelt gedaagde om binnen 7 (zegge: zeven) dagen na betekening van dit vonnis het appartement aan (adres) in Sint Maarten te verlaten en te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en goederen voor zover deze laatsten niet de eigendom zijn van eiseres, met afgifte van de sleutels, en het appartement ter vrije beschikking van eiseres te stellen en machtigt eiseres om de ontruiming zelf te bewerkstelligen desnoods met behulp van de sterke politie en justitie, indien gedaagde niet (tijdig) aan deze veroordeling voldoen;

5.2

veroordeelt gedaagde aan eiseres te betalen een bedrag van US $ 4.200,00 aan achterstallige huurpenningen vermeerderd met de vertragingsschade en de verschuldigde wettelijke rente te rekenen vanaf de dag van het indienen van dit verzoekschrift tot de dag der algehele voldoening;

5.3

veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op NAf 1.699,50 waarvan NAf 450,00 aan griffierecht, NAf 1.000,00 aan salaris gemachtigde en NAf 249,50 aan betekeningskosten;

5.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.T.M. Luijks, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 27 september 2019.