Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2019:61

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
26-07-2019
Datum publicatie
23-08-2019
Zaaknummer
SXM201801117 / KG00235/2018
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzoek tot het treffen van maatregelen om te voorkomen dat de Dump nog langer stank, gassen en rook uitstoot.

Het Gerecht oordeelt dat eisers nog immer voldoende spoedeisend belang hebben bij een voorziening bij voorraad omdat de dump nog steeds niet is gesaneerd en is daarmee nog immer een

‘tikkende tijdbom’. Voorts is de nog steeds voortgaande verspreiding van stank onrechtmatig. Ook het laten voortbestaan van zodanige omstandigheden dat mensen daar voorspelbaar

psychische klachten van kunnen ondervinden, kan onrechtmatig zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-1033
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM201801117 / KG00235/2018

Datum: 26 juli 2019

VONNIS IN KORT GEDING

In de zaak van:

(a) en BZSE ATTORNEYS AT LAW en (b)

wonende respectievelijk gevestigd te Sint Maarten,

-eisers-,

gemachtigde: de advocaat mr. J.G. Snow, mr. C.J. Koster,

tegen

HET LAND SINT MAARTEN (MINISTERIE VAN VERKEER RUIMTELIJKE ONTWIKKELING EN MILIEU), zetelend te Sint Maarten,

gemachtigde: de advocaat mr. A.A. Kraaijeveld en mr C.M.P. van Hees,

en

(c) ,

gevestigd te Sint Maarten,

procederend bij haar directeuren R. Flanders en L. Lapaix,

-gedaagden-.

1 Het verloop van het kort geding

Het verloop van het kort geding blijkt uit het inleidende verzoekschrift van 24 augustus 2018 met producties van de eiseres.

Mondelinge behandelingen van het verzoek in kort geding hebben plaatsgevonden op:

  • -

    27 september 2018;

  • -

    14 december 2018;

  • -

    24 mei 2019;

  • -

    4 juli 2019.

Het Land Sint Maarten is telkens verschenen. (c) is verschenen ter zitting van 27 september 2018.

Akten uitlating voortgang zijdens het Land Sint Maarten zijn genomen op 26 oktober 2018, 23 november 2018, 14 december 2018, 25 januari 2019, 22 februari 2019, 29 maart 2019 26 april 2019, 31 mei 2019 en 28 juni 2019. Eisers en het Land hebben ter zitting hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen en vooraf toegezonden producties.

Bij akte d.d. 28 juni 2019 hebben eisers hun eis gewijzigd.

Het openbaar ministerie van Sint Maarten heeft in dit geding gebruik gemaakt van zijn uit artikel 40, eerste lid, en 42 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voortvloeiende bevoegdheid stukken in te zien, ter terechtzitting tegenwoordig te zijn en aldaar te worden gehoord.

Op heden is vonnis bepaald.

2 Het geschil in kort geding

2.1

Eisers vorderen – na wijziging van eis - dat het Gerecht in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden zal gebieden:

I. om alles te doen en laten wat nodig is om de uitstoot van stank, rook en gassen op de vuilstort van Sint Maarten op de kortst mogelijke termijn te voorkomen, in ieder geval voor 31 december 2019, althans subsidiair gedaagden te gebieden om het Fire Suppression Plan voor 31 december 2019 afgerond te hebben;

II. waarbij het Land elke laatste vrijdag van de maand een schriftelijke stand van zaken verschaft over de voortgang van het Fire Suppression Plan;

III. alles op straffe van een dwangsom en met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding.

2.2

Eisers voeren – kort gezegd – aan dat het Land en (c) als uitvoerder reeds jaren een onrechtmatige situatie hebben laten ontstaan en voortduren waarbij direct aan de rand van hoofdplaats Philipsburg een onbeheersbare vuilnisberg is ontstaan. Hierop wordt door iedereen ongesorteerd, ongescheiden en ongecontroleerd afval gedumpt. Alle soorten afval (huishoudelijk, elektronisch, auto’s, accu’s, chemisch) gaan door elkaar. Ook vanaf het Franse deel van het eiland en vanaf cruiseschepen wordt vrij afval gedumpt, omdat gedaagden iedere controle nalaten. Deze afvalberg stoot voortdurend gassen, rook, stof en stank uit, waarvan de overlast over de gehele onder de wind daarvan gelegen delen van het eiland Sint Maarten wordt ervaren en waarvan mensen, in het bijzonder ook eisers, onderscheidenlijk haar werknemers, voortdurend gezondheidsklachten ondervinden. Met enige regelmaat staat deze afvalberg in brand, waardoor de overlast verder toeneemt. De aanpak van regeringswege laat zeer te wensen over. In de afgelopen jaren heeft geen enkele regering van Sint Maarten serieuze plannen ontwikkeld om het afvalprobleem aan te pakken. Hangende de behandeling van dit kort geding is het Land wel aan de slag gegaan en zijn er resultaten geboekt, zo erkennen eisers. Zo is het aantal branden beduidend verminderd. Tevens zijn er door het RIVM1 metingen gedaan, waaruit blijkt dat het directe gevaar voor de volksgezondheid op de meetpunten meevalt. Daar moet echter wel bij worden bedacht dat er tijdens de meetperioden geen branden woedden. De huidige situatie is nog immer onrechtmatig, omdat de dump nog steeds rookt, gassen en stof uitstoot, en over een groot deel van het eiland te ruiken is. Eisers stellen dat de Sint Maartense overheid een slechte staat van dienst als het gaat om het afvalbeheer. De kans is groot dat zij de zaak niet ten gronde oplossen als de druk van het kort geding weg valt of als er een nieuwe regering aantreedt. Eisers baseren hun vordering op onder andere artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek. Het Land is als eigenaar en (C) als manager / gebruiker van het erf waarop de dump zich bevindt, aansprakelijk voor de veroorzaakte overlast.

2.3

Het Land Sint Maarten verweert zich als volgt. Het Land onderkent de alarmerende staat van de afvalbergen2 op Sint Maarten en het potentiële gevaar dat deze vormen. De dump staat al decennia in brand. Deze is grotendeels ondergronds. De temperaturen in de kern van de dump zijn hoog, tot boven de 300° Celsius. Chemische processen zijn ondergronds al jaren aan de gang. De uitstoot van gassen is daardoor onvermijdelijk. Het Land heeft – deels al voor het instellen van dit kort geding – plannen opgesteld en is bezig deze uit te voeren. Hangende de behandeling van dit kort geding is er reeds grote vooruitgang geboekt. Het aantal uitslaande branden is sterk terug gedrongen. Sinds 30 november 2018 zijn er geen uitslaande branden geweest. In maart 2019 is er een kleine brand geweest, die binnen 20 minuten onder controle was. Er is bewaking ingesteld, ter beperking van het ongecontroleerd afval storten. Tevens is uit de op last van het Land gedane metingen door het RIVM gebleken dat op dit moment de directe risico’s voor de volksgezondheid gering zijn3. Het Land ligt goed op schema. De aanbesteding voor het Fire Suppression Plan (de laatste fase voor de sanering van de dump) sluit op 20 augustus 2019. De ervaring leert echter dat er veel factoren zijn, waardoor het moeilijk is een harde deadline te geven. Het Land is evenwel serieus bezig. Er is geen reden te verwachten dat het Land niet op deze voet door zal gaan. Het eerder door eisers gevorderde onderzoek door het RIVM heeft inmiddels plaatsgevonden, met voormeld resultaat. Gelet hierop is het Land van oordeel dat eisers geen spoedeisend belang hebben bij de door hen verzochte voorzieningen bij voorraad. Het Land concludeert tot afwijzing van de vorderingen, kosten rechtens.

2.4 (

C) heeft zich verweerd, onder andere door aan te voeren dat zij slechts als beheerder optreedt.

3 De beoordeling in kort geding

3.1

Tussen partijen staat het volgende niet ter discussie. De afvalstort te Sint Maarten bevindt zich sinds de 70’er jaren van de 20e eeuw op de “pondfill” in een zoutmeer tussen de hoofdplaats Philipsburg en de wijk Sucker Garden. De dominante windrichting op Sint Maarten varieert van noord- tot zuid-oost. De wind verspreidt vrijkomende gassen, rook en stoffen, afhankelijk van de windrichting over het eiland. Uit het kaartje dat is opgenomen op bladzijde 13/71 van het in voetnoot 1 genoemde RIVM-rapport blijkt dat in ieder geval de woonplaats onderscheidenlijk kantoor van eisers (b) en BZSE, waar ook (a) werkt, gelet op de heersende winden normaliter onder de wind van de dump liggen. Eisers hebben derhalve voldoende belang.

3.2

Het Gerecht acht dit belang – gelet op het navolgende - ook voldoende spoedeisend. Als erkend door gedaagden, is de vuilstort op Sint Maarten jarenlang onvoldoende beheerd geweest. Voor het Land begon met de huidige beheersingsoperaties, waren de uitslaande branden frequent, fel en hardnekkig, met bijbehorende rookontwikkeling en –verspreiding. Ten minste deels tijdens de loop van dit kort geding heeft de Land zowel de symptoombeheersing (het onderdrukken van branden) als de structurele sanering ter hand genomen. Het resultaat is, dat hangende de looptijd van het kort geding, zoals eisers erkennen, uitslaande branden tot het verleden zijn gaan behoren.

3.3

De sanering – waaronder het Gerecht verstaat: het voor de volksgezondheid en het milieu op aanvaardbare wijze kunnen gaan beheren van de dump – is nog niet voltooid. Anders dan het Land meent, is het Gerecht van oordeel dat eisers nog immer voldoende spoedeisend belang hebben bij een voorziening bij voorraad. De problematiek van afvalbeheer op Sint Maarten bestaat reeds vele jaren, de vooraf ingeschatte 10-jarige ‘levensduur’ van de dump is reeds met jaren overschreden en verschillende plannen om er iets aan te doen, zijn eerder niet voltooid. Het enkele feit dat het RIVM thans geen hoge concentraties schadelijke stoffen in de lucht heeft gemeten, betekent niet dat deze er in het verleden niet zijn geweest of dat deze zich niet weer zouden kunnen voordoen. De dump is nog steeds niet gesaneerd en is daarmee nog immer een ‘tikkende tijdbom’.

3.4

Op 21 december 2016 heeft de Sociaal Economische Raad van Sint Maarten (SER) ongevraagd advies4 inzake het afvalbeheer uitgebracht aan de regering van Sint Maarten. Eisers hebben dit advies in deze procedure overgelegd. De SER wijst op de toenemende hoeveelheden afval op Sint Maarten (onder andere door grote projecten, cruiseschepen en door orkaanschaden) en de beperkte ruimte op de pondfill. De huidige plek had reeds in 2008 zijn maximale capaciteit bereikt. De SER spreekt zijn bezorgdheid ook uit voor de volksgezondheid. De SER vermeldt dat bij een enquete in 2016 40% van de respondenten liet weten medische behandeling te ondergaan vanwege aan de dump-rook gerelateerde klachten5. Een studie uit 2014 liet zien dat Sint Maarten voor het Caribisch gebied een alarmerende hoeveelheid afval produceert. Het gaat om het hoogste getal in het Caribisch gebied, te weten 9,7 kilo per hoofd (ter vergelijking: Aruba 2,34, Bonaire 2,76, Sint Kitts 1,7 en Trinidad 3,26). Het advies laat bovendien zien dat andere Caribische eilanden, waaronder ook het Franse deel van Sint Maarten, er in slagen het afval beter te beheersen. Het Gerecht concludeert daaruit dat het afvalprobleem ‘manageable’ is, ook voor kleine samenlevingen zoals Sint Maarten.

3.5

Tegen deze achtergrond acht het Gerecht de aanpak van de dump, zoals eisers stellen, een spoedeisende zaak. Hoewel het Gerecht vertrouwen heeft in de juiste intenties en in de huidige inspanningen van het Land, laat de geschiedenis zien dat de aanpak van de dump geen gemakkelijke zaak is. Het risico dat de aandacht bij gebreke aan uitslaande branden verslapt of dat de ingewikkelde en tijdrovende procedures bij de Wereldbank, waar de fondsen vandaan komen, ontmoedigend werkt, is aanwezig. Doordat de dump, naar het Land erkent, nog immer smeult, is de kans op herlevende uitslaande branden groot. Niet tussen partijen ter discussie staat dat de Sint Maartense overheid haar aanhoudende zorg dient te richten op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu en het welzijn van dieren6. Daargelaten dat het Land de huidige situatie, waarin de branden onder controle zijn, onvoldoende urgent acht om nog in kort geding over te beslissen, staat tussen partijen niet ter discussie dat het jegens anderen ook onrechtmatig is deze aanhoudend bloot te stellen aan stoffen, gassen en stank afkomstig uit een ongesaneerde en dus nog steeds riskante vuilnisbelt. Zijdens het Land is nog aangevoerd dat medische klachten ook kunnen ontstaan doordat mensen ziek worden van het idee dat zij zijn blootgesteld aan gevaarlijke concentraties stoffen, terwijl dat technisch gezien niet het geval hoeft te zijn. Het Gerecht merkt daarover allereerst op dat er in het verleden, voor het Land overging tot bestrijding van de branden, mogelijk wel situaties zijn geweest dat er sprake was van gevaarlijke niveaus van schadelijke uitstoot. Het RIVM heeft gemeten in een periode dat het beheer al verbeterd was en er geen uitslaande branden meer waren. Voorts merkt het Gerecht op dat ook de nog steeds voortgaande verspreiding van stank onrechtmatig is. Ook het laten voortbestaan van zodanige omstandigheden dat mensen daar voorspelbaar psychische klachten van kunnen ondervinden, kan onrechtmatig zijn. Verwacht kan worden dat de rechter in een bodemprocedure evenzo zal oordelen.

3.6

Het Land heeft voorts nog aangevoerd dat niet vast staat dat de dump alleen de overlast veroorzaakt. Er zijn in die buurt ook bedrijven gevestigd, zoals (x) die regelmatig beton vergruist, en regelmatig vinden daar door anderen illegale koperverbrandingen plaats. Het Gerecht merkt daarover, evenals eisers, op dat de vuilnisberg, blijkens de reeds aangehaalde stukken een grote bron van zorg is en wellicht niet de enige bron van uitstoot is, maar dan toch een zeer belangrijke. Met uitvoering van het door het Land opgestelde Fire Suppression Plan7 zal deze bron althans voldoende onder controle komen.

3.6

Partijen zijn het ook eens dat dit Fire Suppression Plan een goede weg is om de huidige onrechtmatige situatie recht te zetten. Het Gerecht ziet in het voorgaande voldoende grond om het Land te verplichten dit plan te realiseren. Zijdens het Land is aangevoerd dat het – mede gelet op de eisen en procedures van de Wereldbank, geen antwoord kan geven op de vraag wanneer het Fire Suppression Plan tot een goed einde zal zijn gebracht. Ook moet er tijdens de uitvoering van het Plan rekening worden gehouden met oplaaiende branden, aangezien er dan lucht bij potentiële brandhaarden zal komen. Alles afwegende acht het Gerecht na te melden termijn voldoende ruim om enerzijds het Land de ruimte te geven het de uitvoering van het Plan te realiseren en om anderzijds druk op de ketel te houden. Normaliter zou het Gerecht aan veroordelingen van de overheid geen dwangsommen verbinden, doch bij de Sint Maartense overheid is het helaas voorgekomen dat deze zich niet altijd aan veroordelingen door de rechter houdt. Bij onvoorziene tegenslagen kan het Land aan het Gerecht uit hoofde van artikel 611d van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering verzoeken de dwangsom op te heffen, de looptijd op te schorten, te verminderen of te matigen. Maar dan is het aan het Land dit aan de rechter te verzoeken en het verzoek te motiveren.

3.7

De kort gedingrechter heeft reeds ter zitting van 27 september 2018 overwogen dat het niet in de rede ligt dat mogelijk te verbeuren dwangsommen aan eisers ten goede zouden komen. Dit zou neerkomen op een onevenredige verrijking van hen. Tevens behartigen zij mede een algemeen belang. Eisers zijn akkoord gegaan dat in het vonnis zal worden dat de dwangsommen ten gunste zullen komen aan een stichting die tot doel heeft natuurbescherming te Sint Maarten. Het Gerecht zal als stichting aanwijzen Nature Foundation St Maarten8.

3.7

De vordering zal worden afgewezen voor zover gericht tegen (C). Het Land heeft tijdens deze procedure de exploitatie van de dump zelf ter hand genomen. ( C) kan inmiddels derhalve niet meer worden gehouden beheershandelingen te verrichten. In zoverre hebben eisers geen belang meer.

3.8

Het Land zal worden veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van eisers. Nu de gemachtigden van eisers tevens voor zichzelf procederen, zal het salaris gemachtigde op nihil worden bepaald. In de zaak tegen (C) zullen de kosten worden gecompenseerd.

4 De beslissing in kort geding

Het Gerecht:

Gelast het Land Sint Maarten om uiterlijk op 1 mei 2020 de uitvoering van het Fire Suppression Plan afgerond te hebben;

Verbindt een dwangsom aan deze veroordeling ter grootte van NAf. 10.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat het Land daarmee nalatig zal zijn, met een maximum van NAf. 10.000.000,-- (tien miljoen gulden);

Bepaalt dat de te verbeuren dwangsommen ten goede zullen komen aan Nature Foundation St. Maarten;

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Veroordeelt het Land in de kosten van het geding aan de zijde van eisers, begroot op NAf. 450,-- aan griffierechten, NAf. 593,-- aan verschotten en nihil aan salaris gemachtigde;

Compenseert wat betreft partij (C) de proceskosten en wel zo dat iedere partij de eigen kosten zal dragen;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr P.A.H. Lemaire, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 26 juli 2019.

1 Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu: Investigation of the air quality around the landfill Sint Maarten 2019, RIVM 2019-0056.

2 Behalve de reeds jaren bestaande dump, is er na het overtrekken van orkaan Irma een tweede dumpplaats bijgekomen, waar hoofdzakelijk “Irma-afval” werd gedeponeerd.

3 Samevatting door RIVM: Begin 2019 heeft het RIVM twee weken lang de luchtkwaliteit gemeten rond de stortplaats van Philipsburg, Sint Maarten. Er zijn niet of nauwelijks schadelijke stoffen gemeten. In de meetperiode waren er geen uitslaande branden op de vuilstort. Het RIVM kan dus niet beoordelen wat de mogelijke gezondheidsrisico’s zijn van stoffen die vrijkomen bij uitslaande branden op de stortplaats. Om dat wel te kunnen doen, is het noodzakelijk om tijdens een brand te meten. Deze taak zou de lokale brandweer kunnen uitvoeren. Het RIVM kan de brandweer op verzoek ondersteunen met apparatuur en kennis. De metingen zijn tussen 24 januari en 6 februari 2019 uitgevoerd door de Milieu Ongevallen Dienst (MOD Milieu Ongevallen Dienst ) van het RIVM. Op afstanden van 500 tot 2500 meter van de stortplaats zijn op diverse plekken metingen gedaan. Op de afvalberg zelf is niet gemeten. De meetlocaties zijn zo gekozen dat ze een goed inzicht geven in de mogelijke blootstelling voor de lokale bevolking. Er zijn metingen gedaan naar: fijn stof (PM10 fijnstof ), Anorganische gassen, Vluchtige Organische Componenten (VOC), Aldehyden, Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s), Dioxinen en Polychloorbifenylen (PCB polychlorobiphenyls ). Dit is een breed ‘pakket’ van stoffen die bij branden kunnen vrijkomen. Van de 206 genomen monsters is een representatieve selectie van 90 monsters geanalyseerd in speciale laboratoria. Voor de stoffen aluminium en chroom overschrijden de gemeten concentraties de normen die gelden als mensen deze stoffen continu, hun leven lang inademen. Het gezondheidseffect van deze overschrijdingen is echter verwaarloosbaar. Voor PAK’s overschrijden enkele monsters de normen die gelden als deze stoffen gedurende een heel leven lang via de mond zouden worden ingenomen. Dit levert echter een vrijwel verwaarloosbaar gezondheid risico op. De geurhinder die mensen ervaren kan gezondheidsklachten veroorzaken, zoals misselijkheid en hoofdpijn.

4 SER/16/GR/080.

5 50% klaagt over luchtwegen, 73% over de ogen, 30% over misselijkheid of 50% over kuchen.

6 Artikel 22 Staatsregeling van Sint Maarten.

7 Het Land heeft het Action Plan Fire Suppression ingebracht bij akte van 17 oktober 2018. Het Plan bevat als bijlage een overzicht van de te nemen stappen.

8 https://naturefoundationsxm.org/