Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2019:26

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
15-03-2019
Datum publicatie
13-05-2019
Zaaknummer
SXM201900139 / KG00033/2019
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Goederenrecht. Vordering tot amotie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Inhoudsindicatie. Goederenrecht. Vordering tot amotie.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM201900139 / KG00033/2019

Datum: 15 maart 2019

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[de VVE]

wonende te Sint Maarten,

-eiseres-,

gemachtigde: de advocaat mr. J.G. SNOW

tegen

[gedaagden] ,

wonende te Sint Maarten,

-gedaagden-

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. HOFMAN-RUIGROK

1 Het verloop van de procedure

Het gerecht heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

  • -

    verzoekschrift met producties, ontvangen op 8 februari 2019,

  • -

    twee brieven van 7 maart 2019 namens gedaagden met producties,

  • -

    pleitnota van eiseres,

  • -

    pleitnota van gedaagde.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 maart 2019, in aanwezigheid van eiseres, mr. Wouters namens mr. Snow, de zoon van gedaagde en mr. Hofman. De griffier heeft aantekening gehouden van wat er is gezegd.

Vandaag wordt de uitspraak gedaan.

2 De vorderingen en het verweer

Eiseres vordert dat het gerecht, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, gedaagden hoofdelijk veroordeelt om binnen één week na betekening van het te wijzen vonnis te beginnen met het afbreken en verwijderen van wat zij reeds hebben gebouwd zonder bouwvergunning en zonder toestemming van de “meeting” van eiseres en gebouwd op de “common areas” van eiseres en die afbraak en verwijdering binnen uiterlijk vier weken te voltooien, op verbeurte van een dwangsom, althans een zodanige voorziening te treffen zoals het gerecht zal vermenen te behoren, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

Gedaagden concluderen dat het gerecht eiseres in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaart, althans dat deze worden afgewezen, met veroordeling van eiseres in de proceskosten.

3 De beoordeling in kort geding

Eiseres stelt dat gedaagden in strijd met de splitsingsakte, zonder toestemming van eiseres, en bovendien ook nog eens op grond en tegen een muur aan die in eigendom aan eiseres toebehoort, een uitbouw hebben gerealiseerd. Gedaagden erkennen dat zij hun appartement hebben uitgebouwd maar vinden dat zij niets verkeerds hebben gedaan.

Gedaagden voeren ook een ontvankelijkheidsverweer dat het gerecht als volgt weergeeft. Gedaagden stellen dat het spoedeisend belang bij de vorderingen ontbreekt. Verder wordt aangevoerd dat de toewijzing van de vordering leidt tot een onomkeerbare toestand, te weten sloop van het gebouwde, dat zich niet verhoudt met de voorlopige aard van de kort geding beslissing.

Naar oordeel van het gerecht treffen beide formele verweren doel. Duidelijk is namelijk dat op 16 augustus 2018 eiseres aan gedaagden heeft geschreven dat zij moeten stoppen met de bouw. Gedaagden zijn echter onverdroten met de bouw verder gegaan. Voor eiseres moet waarneembaar zijn geweest dat gedaagden de bouwwerkzaamheden hebben voortgezet. Onder deze omstandigheden begrijpt het gerecht niet waarom toen in kort geding niet is gevraagd om een bouwstop maar is gewacht tot de uitbouw was voltooid. Daarom ontbreekt het spoedeisend belang.

Toewijzing van de vorderingen, waartegen de nodige materiële verweren worden gevoerd, leidt inderdaad tot een onomkeerbare situatie, namelijk de sloop van de uitbouw. Het is duidelijk dat dit tot grote schade van gedaagden leidt die, na een eventueel andersluidende beslissing in hoger beroep of in de bodemprocedure, door eiseres zou moeten worden vergoed. Dat voert in kort geding veel te ver.

Dit betekent dat eiseres in haar vorderingen niet-ontvankelijk wordt verklaard. Eiseres zal een bodemprocedure moeten aanvangen.

Als in het ongelijk gestelde partij moet eiseres in de proceskosten worden veroordeeld.

4 De beslissing in kort geding

Het Gerecht:

verklaart eiseres in haar vorderingen niet-ontvankelijk,

veroordeelt eiseres in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden begroot op nihil aan verschotten en op NAf. 1.000,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in het gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 15 maart 2019.