Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2019:25

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
13-05-2019
Zaaknummer
SXM201900093 / KG00015/2019
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Burgerlijk Procesrecht. Executie kort geding. Beoordeling of dwangsommen zijn verschuldigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Inhoudsindicatie: Burgerlijk Procesrecht. Executie kort geding. Beoordeling of dwangsommen zijn verschuldigd.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM201900093 / KG00015/2019

Datum: 27 februari 2019

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

de vereniging [VVE],

gevestigd te Sint Maarten,

eiseres,

hierna: [VVE],

gemachtigde: mr. V.C. CHOENNIE

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht [de appartementseigenaar],

gevestigd te Nevis,

de heer A,

wonende in Canada,

gedaagden,

hierna: [de appartementseigenaar] en [A],

gemachtigde: mr. J.J. ROGERS

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

  • -

    verzoekschrift met producties, ingediend op 31 januari 2019,

  • -

    nagekomen producties van eiseres,

  • -

    producties van gedaagde,

  • -

    pleitnota namens eiseres,

  • -

    pleitnota namens gedaagde.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 februari 2019 in aanwezigheid van partijen en gemachtigden. De griffier heeft aantekening gehouden van wat er is gezegd.

1.3.

De uitspraak vindt vandaag plaats.

2 De feiten

2.1.

In het vonnis van dit Gerecht van 30 oktober 2018 (SXM201700460), gewezen tussen [VVE] en [de appartementseigenaar], is [VVE] als volgt veroordeeld:

“beveelt [VVE] om binnen 30 dagen na dit vonnis het architectural plan voor de herbouw van de appartementen aan [de appartementseigenaar] te verstrekken en ook om schriftelijk aan [de appartementseigenaar] de namen van de architect en structural engineer door te geven en bepaalt dat [VVE] een dwangsom van $ 500,00 per dag, of dagdeel, verbeurt dat zij met de nakoming van dit bevel in gebreke blijft, waarbij de dwangsommen worden gemaximeerd op $ 20.000,00,”

2.2.

In het vonnis is deze veroordeling als volgt gemotiveerd: “4.21. Bij dupliek in reconventie gaat [VVE] niet in op deze vordering. Mogelijk dat uit de omvangrijke producties blijkt dat de door [de appartementseigenaar] verzochte documentatie en stukken wel degelijk aan haar zijn verschaft door [VVE]. Het is echter niet de taak van het Gerecht om in de producties op zoek te gaan naar deze stukken. Daarom moet het Gerecht deze vordering als onweersproken toewijzen. De dwangsommen worden gemaximeerd."

2.3.

In het vonnis van dit Gerecht van 14 november 2018 (AR2015/143), gewezen tussen [VVE] en [de appartementseigenaar] en [A], is [VVE] onder andere als volgt veroordeeld:

“veroordeelt [VVE] om alle correspondentie inzake belangrijke onderwerpen die alle eigenaren aangaan en/of [de appartementseigenaar] aangaan aan [A] (als vertegenwoordiger van [de appartementseigenaar]) toe te zenden en bepaalt dat [VVE] een dwangsom van $ 200 per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, verbeurt indien zij hiermee in gebreke blijft,

gemaximeerd de totaal te verbeuren dwangsommen op USD 100.000,00,”

2.4.

Uit het eerdere tussenvonnis in deze zaak van 31 mei 2017 volgt dat het Gerecht deze veroordeling heeft uitgesproken omdat [A], anders dan [VVE] betoogde, wel degelijk als vertegenwoordiger van [de appartementseigenaar] kon worden beschouwd.

2.5.

Op 4 januari 2018 zijn op verzoek van [de appartementseigenaar] en kunnen hem de vonnissen van 30 oktober 2018 en 14 november 2018 aan [VVE] betekent door de deurwaarder.

3 De vorderingen en het verweer

3.1. [

VVE] verzoekt het Gerecht om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, primair aan [de appartementseigenaar] en [A] te verbieden de vonnissen van 30 oktober 2018 en 14 november 2018 en de dwangsommen te executeren, dan wel de executie stop te zetten is aangetoond dat er sprake is van misbruik van recht en dat misbruik wordt gemaakt van de bevoegdheid nu de aangezegd te executie ongegrond en onrechtmatig is. Subsidiair de executie van de vonnissen van 30 oktober 2018 en 14 november 2018 op te schorten nu de aangezegde executie ongegrond en onrechtmatig is. Kosten rechtens.

3.2. [

de appartementseigenaar] en [A] verzoeken het Gerecht om de vorderingen van [VVE] af te wijzen met veroordeling van [VVE] in de proceskosten.

3.3.

Op de argumenten van partijen gaat het Gerecht hierna in, voor zover deze relevant zijn voor de beoordeling van het geschil.

4 De beoordeling in kort geding

4.1.

Wat betreft het vonnis van 30 oktober 2018 komen de standpunten van partijen neer op het volgende.

[VVE]: alle informatie en tekeningen waren reeds verstrekt voorafgaande aan het vonnis. Per e-mail van 2 november 2018 en per bode op 6 november 2018 zijn de documenten aan de gemachtigde van [de appartementseigenaar] toegezonden. Deze stukken worden door [VVE] in het geding gebracht. [VVE] heeft om meerdere redenen afgezien van het inschakelen van een structural engineer.

[de appartementseigenaar]: niet alle informatie is verstrekt, waaronder de gegevens van de structural engineer.

4.2.

Het Gerecht overweegt het volgende. Uit de omvangrijke stukken die door [VVE] in het geding zijn gebracht volgt overwegend dat aan de veroordeling in het vonnis van 30 oktober 2018 is voldaan. Het kan best zijn dat om allerlei goede redenen, die zich hebben voorgedaan voor of na het vonnis van 30 oktober 2018, [VVE] heeft besloten af te zien van het inschakelen van een structural engineer.

4.3.

Het gaat het bestek van dit kort geding te buiten om daarover een oordeel te geven en om alle stukken door te ploegen om te bezien of al dan niet precies is voldaan aan de veroordeling in het vonnis. Zie ook 2.2. onder de vaststaande feiten. Op grond van artikel 438 Rv kan de meest gerede partij hierover een bodemprocedure aangevangen.

4.4.

Naar het voorlopig oordeel van de kortgedingrechter is er aanleiding genoeg om de executie van dit vonnis, wat betreft de dwangsommen, te schorsen totdat de bodemrechter hierover een definitief oordeel heeft gegeven.

4.5.

Wat betreft het vonnis van 14 november 2018 komen de standpunten van partijen neer op het volgende.

[VVE]: ook ten aanzien van dit vonnis geldt dat [VVE] stapels stukken aan de gemachtigde van [de appartementseigenaar] en [A] heeft toegezonden. Dat is gebeurd per e-mail en per deurwaarder. Ook deze stukken zijn in het geding gebracht.

[de appartementseigenaar]: ondanks herhaald verzoek heeft zij niet alle stukken ontvangen.

4.6.

Het Gerecht overweegt het volgende. Ook wat betreft dit vonnis geldt dat door [VVE] een omvangrijk pakket aan stukken in het geding is gebracht. Deze stukken zijn door haar aan [de appartementseigenaar] en [A] ter kennis gebracht. Ook hier geldt dat overwegend heeft te gelden dat [VVE] aan de veroordeling heeft voldaan. Het gaat het bestek van een kort geding te buiten om alle stukken door te ploegen om te bezien of al dan niet precies is voldaan aan de veroordeling in het vonnis. Op grond van artikel 438 Rv kan de meest gerede partij hierover een bodemprocedure aangevangen. Verder geldt dat de veroordeling met name is ingegeven door de discussie van partijen in de bodemprocedure over wie de vertegenwoordiger van [de appartementseigenaar] is. Door het Gerecht is vastgesteld dat dit [A] is. De veroordeling ziet dus niet zozeer op de berichtenstroom maar vooral op de geadresseerde. Uit het omvangrijke e-mailverkeer over en weer kan het Gerecht afleiden dat de berichten van [VVE] bij [de appartementseigenaar] terechtkomen.

4.7.

Naar het voorlopig oordeel van de kortgedingrechter is er, gelet op wat hiervoor is overwogen, aanleiding genoeg om de executie van dit vonnis, wat betreft de dwangsommen, te schorsen totdat de bodemrechter hierover een definitief oordeel heeft gegeven.

4.8.

Als overwegend in het ongelijk gestelde partijen worden [de appartementseigenaar] en [A] in de proceskosten veroordeeld. Er hoeven geen oproepingskosten te worden toegewezen omdat [de appartementseigenaar] en [A] vrijwillig zijn verschenen.

5 De beslissing in kort geding

Het Gerecht:

verbiedt [de appartementseigenaar] en [A] de vonnissen van 30 oktober 2018 en 14 november 2018, voor zover die zien op de veroordelingen die met een dwangsom zijn gesanctioneerd, verder te executeren, tenzij bij definitief vonnis in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat de executie mag worden hervat,

veroordeelt [de appartementseigenaar] en [A] in de proceskosten, aan de zijde van [VVE] begroot op nihil aan oproepingskosten, NAf. 450,00 aan griffierecht en NAf. 1.000,00 aan salaris gemachtigde,

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door A.J.J. van Rijen, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 27 februari 2019.