Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2019:107

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
02-10-2019
Datum publicatie
08-10-2019
Zaaknummer
100.00231/19
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

2:275 WvS St Maarten en 1 van de Wapenverordening.

Gevangenisstraf (2 jaar) voor opzettelijk toebrengen zwaar lichamelijk letsel met een machete.

Geen opzet op de dood want de verdachte rende weg nadat hij gevecht had gewonnen.

Geen schulduitsluitingsgrond want verdediging kreeg karakter van een tegenaanval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 100.00231/19

Uitspraak: 2 oktober 2019

Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum te [plaats],

adres: [adres] te Sint Maarten.

Waar het in deze zaak om draait

Op de vroege morgen van de 12e mei 2019 is een man zwaar gewond geraakt aan zijn handen door toedoen van een buurtbewoner die hem met een kapmes heeft geslagen. Over de toedracht van dit incident is wisselend verklaard. Het slachtoffer zegt bruut te zijn aangevallen, de verdachte zegt zich te hebben moeten verdedigen.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2019. Verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.M. Stomp, advocaat te Sint Maarten.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Steeghs heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht een poging doodslag bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 5 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de poging doodslag en overigens een beroep gedaan op een schulduitsluitingsgrond.

Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Beoordeling van de tenlastelegging 1

Op 12 mei 2019 meldde de aangever zich bij het ziekenhuis met een ernstige hoofdwond, met diepe snijwonden aan beide polsen, met ernstig bloedverlies, en met omvangrijke schade aan pezen en bloedvaten. De behandelend geneesheer omschreef het letsel als potentieel dodelijk, vreesde dat de aangever als gevolg van het letsel voortdurend arbeidsongeschikt zou raken, en schatte in dat het herstel voordat de aangever zijn beroepsbezigheden zou kunnen hervatten zeker één á twee jaren in beslag zou nemen.

In het huis van de aangever is op de dag van het incident een bebloed kapmes aangetroffen.

Naast deze feitelijke vaststellingen zijn er door de verdachte, door de aangever en door een getuige verklaringen afgelegd.

De verdachte heeft tijdens zijn verhoor verklaard dat hij een conflict had met een aantal buurtbewoners waaronder de aangever. Op de ochtend van het incident bekogelde de aangever hem met stenen en daarop wierp de verdachte glazen flessen terug in de richting van de aangever. Kort daarna naderde de aangever hem, haalde de aangever een machete tevoorschijn, en ontstond er een machetegevecht. De aangever heeft dat machetegevecht verloren. Vervolgens heeft de verdachte met zijn machete het letsel aan de aangever toegebracht.

Volgens de aangever ontstond er op de ochtend van het incident een ruzie waarbij de verdachte en de aangever over en weer stenen naar elkaar gooiden. Toen de aangever probeerde weg te rennen gleed hij uit en viel hij op de grond, en daarop begon de verdachte op hem in te hakken met zijn machete. Het in zijn huis aangetroffen kapmes was op de avond voor het incident bij de verdachte in gebruik. Hij zou het niet hebben gebruikt tijdens het gevecht met de verdachte maar het na het incident mee naar binnen hebben genomen om te voorkomen dat hij daarmee door de verdachte nogmaals zou worden aangevallen.

Getuige [X] verklaart ook over het gooien van stenen over en weer tijdens de ruzie. Zij verklaart vervolgens dat de aangever de verdachte naderde maar daarbij uitgleed, waarna de verdachte een machete trok en begon in te hakken op de aangever.

De verklaring van de aangever en de verklaring van de verdachte sluiten elkaar uit. Het Gerecht zal eerst vaststellen van welke verklaring het bij de beoordeling van de tenlastelegging zal uitgaan.

Wat de aangever verklaart lijkt te worden bevestigd door hetgeen getuige [X] over het incident meldt. Opvallend is evenwel dat de aangever zegt te zijn gechopt terwijl hij probeerde weg te rennen terwijl [X] zegt dat de aangever gechopt werd toen hij op de verdachte afliep. Aan getuige [X] is niet gevraagd of de aangever tijdens de confrontatie de beschikking over een kapmes had. Het ligt niet voor de hand dat een ongewapend persoon tijdens een ruzie op zijn met een machete gewapende tegenstander afloopt. Was de aangever, anders dan hij zelf verklaart, tijdens de confrontatie met de verdachte misschien toch bewapend?

Die bebloede machete in het huis van de aangever kort na het incident vormt een aanwijzing dat de aangever bewapend was ten tijde van de confrontatie met de verdachte. De verklaring van de aangever dat hij tijdens zijn vlucht de machete bij zijn voordeur zag liggen, het wapen opraapte en mee naar binnen nam om te voortkomen dat de verdachte hem ermee zou slaan overtuigt niet. De verdachte had immers een eigen kapmes; dat kapmes bij de voordeur van de aangever leverde geen extra gevaar op.

De incongruentie tussen de verklaringen van getuige [X] en die van de aangever, en de vondst van een bebloed kapmes in de woning van de aangever, laten ruimte voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van de verklaringen van de aangever. De vondst daarentegen van een bebloed kapmes in de woning van de verdachte en de verklaring van getuige [X], bieden steun aan de verklaring van de verdachte. Nu de verklaring van de verdachte het meeste steun vindt in overig bewijs zal het Gerecht bij de beoordeling van de tenlastelegging daarom zijn verklaring tot uitgangspunt nemen. Uit die verklaring stijgt het volgende beeld op.

Op de dag van het incident werd de verdachte in een gevecht betrokken en heeft de verdachte zich moeten verdedigen tegen een aanval van de aangever. Nadat hij het kapmes uit de handen van de aangever had geslagen heeft hij met zijn eigen kapmes op de aangever staan inhakken en hem zwaar lichamelijk letsel toegebracht. Vervolgens is hij weggerend, om zich enkele dagen later bij de politie aan te geven.

De omstandigheid dat de verdachte is weggerend nadat het gevecht in zijn voordeel was beslecht wijst op een reële mogelijkheid dat de verdachte tijdens het conflict zijn tegenstander niet heeft willen doden.

Bewezenverklaring

Het gerecht verklaart bewezen dat verdachte:

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2019 te Sint Maarten, aan [aangever], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere diepe wonden in de handen en in het hoofd, in elk geval in het lichaam, heeft toegebracht door meermalen, althans eenmaal, met een machete op/in de handen en/of het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [aangever] te hakken/kappen/slaan;

2.

hij op of omstreeks 12 mei 2019 te Sint Maarten, op de openbare weg of op een voor

het publiek toegankelijke plaats, te weten op de [naam] Road, een wapen in de zin

van artikel 1 van de Wapenverordening, te weten een machete, bij zich heeft gehad;

Strafbaarheid van de feiten en kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen:

  • -

    2:275 van het Wetboek van Strafrecht; en

  • -

    1 van de Wapenverordening.

De bewezenverklaarde feiten worden als volgt gekwalificeerd:

  • -

    Zware mishandeling; en

  • -

    Overtreding van artikel 1 van de Wapenverordening.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De verdachte heeft tijdens een gevecht zijn tegenstander ontwapend door hem een kapmes uit handen te slaan, en heeft daarna op zijn ongewapende tegenstander staan inhakken met zijn eigen kapmes. Het Gerecht is van oordeel dat de verdachte te ver is gegaan bij het voeren van zijn eigen verdediging, en dat die verdediging het karakter van een tegenaanval heeft gekregen. Dat dit om de ene of andere reden verschoonbaar moet worden geacht, is niet aannemelijk geworden. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het Gerecht neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Grof geweld op de openbare weg, waarbij aan een tegenstander met een wapen ernstige verwondingen worden toegebracht, en waarvan het nog maar de vraag is of het slachtoffer daarvan ooit volledig zal genezen, vraagt om strenge bestraffing. Omdat het Gerecht de feiten en omstandigheden van deze zaak anders weegt dan de officier van justitie, en van een andere toedracht uitgaat waarbij de oorzaak van het conflict voor een deel op het conto van de aangever komt, legt het Gerecht een lagere straf op dan geëist.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikel 1:133 van het Wetboek van Strafrecht (eendaadse samenloop), zoals dat luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hierboven weergegeven;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 2 (twee) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. Snitker, bijgestaan door mr. M.C. Bruins (zittingsgriffier), en op 2 oktober 2019 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht Sint Maarten.

uitspraakgriffier:

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2019 te Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [aangever] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een machete op/in de handen en/of het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [aangever] heeft gehakt/gekapt/geslagen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

subsidiair, indien vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 mei 2019 te Sint Maarten, aan [aangever], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere diepe wonden in de handen en in het hoofd, in elk geval in het lichaam, heeft toegebracht door meermalen, althans eenmaal, met een machete op/in de handen en/of het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [aangever] te hakken/kappen/slaan;

2.

hij op of omstreeks 12 mei 2019 te Sint Maarten, op de openbare weg of op een voor

het publiek toegankelijke plaats, te weten op de [naam] Road, een wapen in de zin

van artikel 1 van de Wapenverordening, te weten een machete, hij zich heeft gehad;

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Sint Maarten (Team Algemene Recherche) d.d. 11 juni 2019, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 139/JD/19.