Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2018:42

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
09-05-2018
Datum publicatie
21-06-2018
Zaaknummer
EJ 2017/220
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vervolg van ECLI:NL:OGEAM:2018:2. Arbeidsrecht. Financiële gegevens om te bezien of werkgever voldoet aan criteria Mammoet / Stoof arrest. Aanpassing primaire arbeidsvoorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 9 mei 2018

Zaaknummer: EJ 2017/220

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Beschikking

inzake:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MENZIES AVIATION B.V.,

verzoekster,

verweerster in het zelfstandig tegenverzoek,

gemachtigde: mr. C.J. Koster

tegen

1 [verweerder 1],

2. [ [verweerder 2],

2. [ de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid THE UNITED FEDERATION OF THE WINDWARD ANTILLES,

respectievelijk wonende en gevestigd te Sint Maarten,

verweerders sub 1 en 2,

verweerder sub 3, tevens verzoeker in het zelfstandig tegenverzoek,

gemachtigde: de heer E.J. Maduro.

Menzies Aviation B.V. wordt hierna aangeduid als “de werkgever”. Verweerder 1 en 2 als “de werknemers” en verweerder sub 3 als “de vakbond”.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Na de tussenbeschikking d.d. 12 januari 2018 heeft het Gerecht kennisgenomen van de volgende processtukken:

  1. akte na tussenvonnis met producties van de werkgever,

  2. antwoord-akte na tussenvonnis met producties van de werknemers en de vakbond,

  3. akte uitlating van de werkgever.

1.2.

De uitspraak vindt vandaag plaats.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Het Gerecht verwijst naar en neemt over wat er in de tussenbeschikking is overwogen en beslist.

2.2.

Door de werkgever wordt de eis gewijzigd. Aan I wordt een meer subsidiaire eis toegevoegd die als volgt luidt:

“Meer subsidiair, de arbeidsovereenkomst tussen Menzies en de werknemers voor de periode 1 december 2017 tot en met 30 juni 2018 te wijzigen conform het voorstel van 23 oktober 2017, met dien verstande dat artikel 2 van het Voorstel komt te luiden (en het overige van het Voorstel letterlijk in stand blijft):

Effective December 1, 2017, until (in any case) June 30, 2018, the Employer will schedule and pay the Employee for 80% of a full-time work week.”

2.3.

De werkgever pleegt deze eiswijziging om de rechter wat meer ruimte te bieden voor het geval hij zou overwegen dat een tijdelijke verlaging van 40% in redelijkheid niet van de werknemers kan worden gevorderd.

2.4.

Tegen deze eiswijziging is niet geprotesteerd zodat het Gerecht hierop recht kan doen.

2.5.

In 4.11. van de tussenbeschikking heeft het Gerecht de werkgever in de gelegenheid gesteld om haar verzoek verder te onderbouwen met financiële gegevens, tot september 2017, in het bijzonder haar reserves. Tevens heeft het Gerecht de werkgever verzocht een verklaring over te leggen van haar aandeelhouder waarin deze ingaat op de vraag of zij wil investeren om de onderneming van de werkgever in stand te houden. Tot slot dient de werkgever gedetailleerd in te gaan op de inzet van uitzendkrachten.

2.6.

Door de werkgever is haar Operating Profit & Loss over 2017 en een prognose over de eerste zes maanden van 2018 overgelegd. Verder meldt de werkgever dat haar reserve op 1 september 2017 “bijna US $ 1.5 mio” bedraagt. Dat zijn de opgetelde maandwinsten over 2017, nog voor belastingen zo begrijpt het Gerecht. Er is over september tot en met december 2017 een operating loss geleden van USD 779.089,00. Met de door de werkgever voorgestane aanpassing van de werkuren en lonen lijdt zij in de eerste zes maanden een verlies van USD 394.977,00. Voor de tweede helft van 2018 zijn de vooruitzichten somber omdat de meeste hotels op Sint Maarten nog niet zijn geopend en daarom de airlines hun vluchtschema naar beneden bijstellen. Verder benadrukt de werkgever dat sommige werknemers door allerlei omstandigheden meer werken dan de 60%. De verzochte verklaring van de aandeelhouder luidt als volgt: “The Shareholder is committed to repair the damaged building back to its original state and – where possible – make improvements to withstand Cat 5 hurricanes in the future. Additional investments (i.e. in equipment) will depend on the future airline schedules (which will dictate our revenue) and our ability to manage our expenses.”

2.7.

Wat betreft de uitzendkrachten stelt de werkgever dat de inzet daarvan minimaal is. Voor Irma was bedroeg deze post per maand gemiddeld USD 101.556,00. Daarna zijn deze kosten gedaald tot gemiddeld USD 4.217,00 per maand. Deze inzet wordt veroorzaakt omdat de vaste werknemers niet bereid blijken om werkzaamheden onder hun functieniveau te verrichten. Als zij dat wel zouden doen dan zou de inzet van uitzendkrachten niet nodig zijn.

2.8.

Door de werknemers en de vakbond wordt hierop als volgt gereageerd. De overgelegde Operating Profit & Loss is onbetrouwbaar omdat deze niet door een register-accountant is opgesteld. Evenmin zijn er jaarstukken overgelegd waaruit de in de eerdere jaren opgebouwde reserves kunnen worden waargenomen. Kortom: de werknemers en de vakbond kunnen weinig met deze informatie. Uit de informatie blijkt in elk geval wel dat de werkgever in staat was gedurende een langere periode het overeengekomen salaris door te betalen. Per 5 maart 2018 heeft de werkgever overigens de salarissen tot 80% verhoogd. Op het punt van de uitzendkrachten gaan de werknemers en de vakbond niet in.

2.9.

De werkgever reageert als volgt. Er wordt erkend dat per 5 maart 2018 de werkuren zijn verhoogd van minimaal 24 uur naar minimaal 32 uur per week. Dat kwam omdat een groot aantal werknemers meer dan de gegarandeerde 24 uur per week werkte. Die uren heeft de werkgever als overuren uitbetaald. Het aantal vliegbewegingen is gestaag toegenomen (overigens niet boven de prognose) en de luchthaven is sinds medio januari 2018 langer open. De akte vervolgt onder 10: “Het is voor [de werkgever] praktischer – zeker na de uitbreiding van de “openingstijden” van de luchthaven – om alle werknemers voor 32 uur in te roosteren en ze 100% van het loon te betalen, dan om alle werknemers 24 uur te garanderen en een aanzienlijk aantal werknemers 150% uit te betalen voor overuren.”

2.10.

Het Gerecht ziet aanleiding om de behandeling te heropenen. Op de hieronder te vermelden zitting komen in elk geval de volgende punten aan de orde:

  1. ontvangen de werknemers per 5 maart 2018 inderdaad weer 100% van het loon? Ziet het Gerecht het goed dat hierdoor het (financiële) belang van de werkgever bij haar vorderingen aanzienlijk is verminderd?

  2. wat betekent dat voor de ingestelde (gewijzigde) vorderingen en de gevoerde verweren?

  3. de werkgever dient de jaarstukken en belastingaangiftes over de jaren 2013 tot en met 2017 over te leggen zodat het Gerecht zich een oordeel kan vormen over de ontwikkeling van de vennootschappelijke reserves van de werkgever. Een reserve (voorziening) is immers niet hetzelfde als het totaal van de maandelijkse operationele winst voor belastingen gedurende een enkel jaar maar vormt een over de loop der jaren opgebouwd bedrag met een bepaald doel; bijvoorbeeld het opvangen van de gevolgen van natuurrampen die de bedrijfsvoering belemmeren;

  4. de werkgever dient een geactualiseerd overzicht van Operating Profit & Loss 2018 over te leggen.

2.11.

Deze gegevens acht het Gerecht noodzakelijk om tot een verantwoorde invulling te komen van de criteria die door de Hoge Raad in het Mammoet/Stoof-arrest zijn gegeven.

2.12.

Het Gerecht zal bezien of het mogelijk is dat partijen een schikking kunnen treffen.

2.13.Het Gerecht beschouwt het punt van de uitzendkrachten overigens als gesloten omdat de vakbond en de werknemers daarop in hun akte niet hebben gereageerd. Dat verweer is door de werkgever dus weerlegd.

3 De beslissing

Het Gerecht in Eerste Aanleg:

bepaalt dat de mondelinge behandeling wordt heropend en dat deze plaatsvindt op woensdag 23 mei 2018 om 8.30 uur;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is op de openbare zitting van 9 mei 2018 uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.