Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2018:33

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
30-05-2018
Datum publicatie
30-05-2018
Zaaknummer
100.00044/17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Strafrechtadvocate veroordeeld tot geldboete en voorwaardelijke gevangenisstraf voor omkoping immigratieambtenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 100.00044/17

Uitspraak: 30 mei 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres: [adres] op [plaats].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2017, 17 mei 2017, 22 november 2017, 22 februari 2018 (allen pro forma zittingen) en 9 mei 2018 (inhoudelijke behandeling). Verdachte is gedurende de eerste en derde pro forma zitting niet bijgestaan door haar raadsvrouw. Bij de tweede pro forma zitting is verdachte bijgestaan door mr. P.A.M. Brandon en mr. N.C. de la Rosa, beiden advocaat op Sint Maarten. Op de vierde pro forma zitting is verdachte bijgestaan enkel door mr. P.A.M. Brandon.

Tijdens de inhoudelijke behandeling is verdachte bijgestaan door een viertal raadsvrouwen, te weten mr. P.A.M. Brandon, mr. N.C de la Rosa, mr. S.R. Bommel en mr. S.D.M. Roseburg, allen advocaat op Sint Maarten.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie, mr. M.R. van Nes, heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 primair tenlastegelegde. Voorts heeft hij gevorderd dat wettig en overtuigend bewezen wordt verklaard dat verdachte de onder 1 en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan. De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden, met aftrek van voorarrest. Op zijn specifieke standpunten zal hierna – voor zover relevant – nader worden ingegaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Op de specifieke verweren van de raadsvrouwen zal hierna – voor zover relevant – nader worden ingegaan.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1. (zaaksdossier 6)

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 juli 2016 tot en met 3 juli 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) ambtena(a)r(en), te weten (een) immigratiemedewerker(s), genaamd [immigratiemedewerker 1] en/of [immigratiemedewerker 2] en/of [immigratiemedewerker 3], in elk geval (een) immigratiemedewerk(st)er(s), een of meer gift(en) of een of meer belofte(n) heeft gedaan, te weten de betaling van US$ 200, in elk geval een of meer geldbedrag(en), met het oogmerk om genoemde ambtena(a)r(en) te bewegen in haar/hun bediening, in strijd met haar/hun plicht, althans zonder daardoor in strijd met haar/hun plicht te handelen, iets te doen of na te laten, namelijk

==het plegen van mensensmokkel als bedoeld in artikel 2:154 van het Wetboek van Strafrecht en/of het opzettelijk misbruik maken van hun/haar functie als bedoeld in artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht en/of

==het nalaten toezicht te houden op en/of het nalaten te voldoen aan de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde; en/of

==het -zonder (grens)controle op een rechtmatige verblijfstitel- in laten reizen en/of toelaten van medewerk(st)er(s) van Nagico, te weten van [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2], in elk geval een of meer perso(o)n(en), in Sint Maarten; en/of

==het behulpzaam zijn bij de inreis/het inreizen in Sint Maarten en/of het zorgdragen voor het niet onnodig ophouden bij de inreis/het inreizen in Sint Maarten van medewerk(st)er(s) van Nagico, te weten van [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2], in elk geval een of meer perso(o)n(en) (gelet op het handelen/een situatie in strijd met de Landsverordening Toelating en Uitzetting (een eerdere langere verblijfsduur dan de toegestane 90 dagen per jaar) (overschrijding van toegestaand verblijf in Sint Maarten));

Feit 2. (zaakdossier 6)

zij op of omstreeks 2 juli 2016 en/of 3 juli 2016, in elk geval in of omstreeks de periode van 2 juli 2016 tot en met 3 juli 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met (een) immigratiemedewerk(st)er(s) en/of (een) ander(en), althans alleen, (een) ander(en), te weten [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] (zijnde medewerk(st)er(s) van Nagico), behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van de toegang tot Sint Maarten en/of die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) en/of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die ander(en) daar wederrechtelijk was (“I have 2 of my workers from Nagico returming and they gave them a hard time when they were leaving” en/of “and that they already spent 90 days”), immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s)

==met (een) medewerk(st)er(s) van de immigratiedienst (met en/of via [immigratiemedewerker 1]), contact(en) opgenomen en/of gelegd ((onder meer) via Whatsapp/telefoon) en/of het verzoek gedaan die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] in te laten reizen in Sint Maarten; en/of

==aan die [immigratiemedewerker 1] medegedeeld en/of geschreven “we are busy processing papers for one already but she has tot go and come because we need her in sxm”; en/of

==aan die [immigratiemedewerker 1] en/of via die [immigratiemedewerker 1] aan immigratiedienstmedewerk(st)er(s) ([immigratiemedewerker 2] en/of [immigratiemedewerker 3] en/of [immigratiemedewerker 4] en/of [immigratiemedewerker 5]) US$ 200 aangebonden (tell her I gonne fix her op); en/of aan die [immigratiemedewerker 1] verstrekt en/of gezonden en/of medegedeeld de na(a)m(en) [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] en/of de vlucht en/of het vluchtnummer Jetblue 787 jfk; en/of

==(als immigratiemedewerkster) nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen;

==(vervolgens) die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] in laten reizen in Sint Maarten zonder geldige verblijfstitel;

subsidiair, indien het vorenstaande onder feit 2. niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 juli 2016 tot en met 3 juli 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door haar verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) ander(en), te weten [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] (zijnde medewerk(st)er(s) van Nagico) behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Sint Maarten en/of die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2], in elk geval die ander(en), daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en) en/of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2], in elk geval die ander(en), daar wederrechtelijk was (“I have 2 of my workers from Nagico returming and they gave them a hard time when they were leaving” en/of “and that they already spent 90 days”),

==met (een) medewerk(st)er(s) van de immigratiedienst (met en/of via [immigratiemedewerker 1]), contact(en) opgenomen en/of gelegd ((onder meer) via Whatsapp/telefoon) en/of het verzoek gedaan die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] in te laten reizen in Sint Maarten; en/of

==aan die [immigratiemedewerker 1] medegedeeld en/of geschreven “we are busy processing papers for one already but she has tot go and come because we need her in sxm”; en/of

==aan die [immigratiemedewerker 1] en/of via die [immigratiemedewerker 1] aan immigratiedienstmedewerk(st)er(s) ([immigratiemedewerker 2] en/of [immigratiemedewerker 3] en/of [immigratiemedewerker 4] en/of [immigratiemedewerker 5]) US$ 200 aangebonden (tell her I gonne fix her op); en/of

==aan die [immigratiemedewerker 1] verstrekt en/of gezonden en/of medegedeeld de na(a)m(en) [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] en/of de vlucht en/of het vluchtnummer Jetblue 787 jfk;

==(als immigratiemedewerkster) nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen;

zijnde de uitvoering van dat /die voorgenomen misdrijf/misdrijven niet voltooid;

Feit 3. (zaaksdossier 6)

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 juli 2016 tot en met 3 juli 2016 in Sint Maarten, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ambtena(a)r(en), te weten immigratiemedewerk(st)er(s), en/of (een) ander(en), (telkens) opzettelijk met misbruik van die immigratiemedewerk(st)er(s) haar/hun functie of positie (een) medewerk(st)er(s) van Nagico, te weten van [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2], in elk geval een of meer perso(o)n(en) in Sint Maarten hebben laten inreizen en/of behulpzaam zijn geweest bij de inreis/het inreizen in Sint Maarten

==door het (door die immigatiemedewerk(st)er(s)) nalaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen bij het inreizen in Sint Maarten van die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2]; en/of

==het -zonder (grens)controle op een rechtmatig verblijfstitel- in laten reizen en/of toelaten van die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] in Sint Maarten (gelet op wetenschap van het feit genoemde [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] in strijd met het bepaalde in de Landsverordening Toelating en Uitzetting zou(den) handelen) (een eerdere langere verblijfsduur in Sint Maarten dan de toegestane 90 dagen per jaar (overschrijding van toegestaand verblijf in Sint Maarten)),

in elk geval (telkens) iets heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben nagelaten iets te doen ten einde enig voordeel voor zichzelf en/of die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] en/of (een) ander(en) te verkrijgen;

subsidiair, indien het vorenstaande onder feit 3. niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

de immigratiemedewerkster [immigratiemedewerker 1] en/of een of meer andere immigratiemedewerk(st)er(s) op of omstreeks 3 juli 2016 in Sint Maarten, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met elkaar en/of (een) ander(en), althans een immigratiemedewerk(st(er) alleen, (telkens) als ambtenaar opzettelijk met misbruik van die immigratiemedewerk(st)er(s) haar/hun functie of positie (een) medewerk(st)er(s) van Nagico, te weten van [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2], in elk geval een of meer perso(o)n(en), in Sint Maarten heeft/hebben laten inreizen en/of behulpzaam is/zijn geweest bij de inreis/het inreizen in Sint Maarten door

==het door die immigatiemedewerk(st)er(s) nalaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen bij het inreizen in Sint Maarten van die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2]; en/of

==het -zonder (grens)controle op een rechtmatig verblijfstitel- in laten reizen en/of toelaten van die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] in Sint Maarten (gelet op wetenschap van het feit genoemde [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] in strijd met het bepaalde in de Landsverordening Toelating en Uitzetting zou(den) handelen) (een eerdere langere verblijfsduur in Sint Maarten dan de toegestane 90 dagen per jaar (overschrijding van toegestaand verblijf in Sint Maarten)),

in elk geval (telkens) iets heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben nagelaten iets te doen ten einde enig voordeel voor zichzelf en/of die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] en/of (een) ander(en) te verkrijgen,

welk(e) feit(en) zij, verdachte, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 juli 2016 tot en met 3 juli 2016 in Sint Maarten meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen door

==het aan die [immigratiemedewerker 1] (per Whatsapp/telefoon) het verzoek te doen medewerking te verlenen aan het illegaal laten inreizen in Sint Maarten van [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2]; en/of

==die immigratiemedewerk(st)er(s)/ambtena(a)r(en) (hiertoe) geld aan te bieden (US$ 200, in elk geval enig(e) geldbedrag(en)), en/of de na(a)m(en) van die perso(o)n(en) [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2] en/of de vlucht en/of het vluchtnummer Jetblue 787 jfk mede te delen (per whatsapp/telefoon); en/of

==mede te delen dat Nagico bezig is met het in orde maken van de papieren van die [medewerker Nagico 1] en/of [medewerker Nagico 2].

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Verweer bewijsuitsluiting

De verdediging heeft bepleit dat de whatsapp gesprekken die zich in het dossier bevinden dienen te worden uitgesloten van het bewijs, nu het proces-verbaal waarin deze gesprekken zijn opgenomen tevens gissingen, meningen, veronderstellingen en conclusies ten aanzien van de betekenis van die gesprekken bevat. Op deze manier hebben de verbalisanten andere procesdeelnemers geprobeerd te misleiden.

Met de verdediging is het Gerecht van oordeel dat verbalisanten een zo zakelijk en zo neutraal mogelijk proces-verbaal dienen op te stellen. In onderhavig proces-verbaal zijn bepaalde aannames gemaakt welke zijn voorbehouden aan de behandeld rechter. Het Gerecht zal dan ook geen acht op slaan op deze opmerkingen van de verbalisanten. Deze constatering draagt echter geenszins bij aan de conclusie dat de onderliggende whatsapp gesprekken dienen te worden uitgesloten van het bewijs, daar deze gesprekken an sich een feitelijke en letterlijke weergave zijn van het gevoerde gesprek. Het Gerecht zal deze whatsapp gesprekken dan ook bezigen voor het bewijs en zal voorts dit verweer verwerpen.

Feit 1

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

Aanleiding onderzoek

Vanaf 23 april 2016 is er een opsporingsonderzoek ingesteld onder de naam “Ostrich”. Dit onderzoek heeft zich gericht op - in eerste instantie - de immigratiemedewerkster [immigratiemedewerker 1].2 [immigratiemedewerker 1] is op 17 mei 2016 uiteindelijk als verdachte aangemerkt van mensensmokkel.3 Vervolgens is [immigratiemedewerker 1] op 14 september 2016 aangehouden en is haar telefoon in beslag genomen.4 Bij nader onderzoek aan haar telefoon is een whatsapp gesprek naar voren gekomen tussen [immigratiemedewerker 1] en verdachte, alsook tussen [immigratiemedewerker 1] en [immigratiemedewerker 2].5

Gelet op deze gang van zaken kan naar het oordeel van het Gerecht, in tegenstelling tot hetgeen door de verdediging is bepleit, niet gesproken worden van een hetze jegens verdachte. Dit verloop lijkt eerder het standpunt van de officier van justitie te ondersteunen dat het onderzoek bij toeval op verdachte is gestuit. Dat deze zaak voorts veel aandacht heeft gekregen, is, gelet op de positie van verdachte binnen de samenleving van Sint Maarten, niet verrassend te noemen.

Volledigheidshalve zal het Gerecht de genoemde whatsapp gesprekken in zijn totaliteit opnemen, zoals hieronder weergegeven.

Het volgende gesprek is tussen verdachte en [immigratiemedewerker 1] zoals in het dossier is opgenomen.6 Indien één van beiden twee of meerdere berichten achter elkaar heeft gestuurd, wordt dit achter elkaar weergegeven en onderscheiden met interpunctie. Wanneer langere tijd tussen de berichten zit, wordt dit weergegeven aan het einde van het bericht.

Gesprek van 2 juli 2016 startend rond 09:06 uur

“[verdachte]: Morning. How are you doing?

[immigratiemedewerker 1]: Morning

[verdachte]: Are you working tomorrow

[immigratiemedewerker 1]: Im ok

[verdachte]: Afternoon

[immigratiemedewerker 1]: No im off

[verdachte]: You know anyone working. I have 2 of my workers from Nagico returning and they gave them a hard time when they were leaving. 2 off my collueges. We are busy processing papers for one already but she has to go and come because we need her here in SXM

[immigratiemedewerker 1]: I know could help u

[verdachte]: She’s the Chief Risk Officer for Nagico and I’m one of the Supervisory Directors

[immigratiemedewerker 1]: U know [immigratiemedewerker 2] or [immigratiemedewerker 5]. They r my collueges

[verdachte]: Maybe by seeing them

([immigratiemedewerker 1] stuurt een bestand naar [verdachte])

[immigratiemedewerker 1]: Do u know her

[verdachte]: Yeah I know her

[immigratiemedewerker 1]: Thats [immigratiemedewerker 5]. [immigratiemedewerker 5]

[verdachte]: Ok

[immigratiemedewerker 1]: I will ask her. But what do they have

[verdachte]: I don’t want them to hassle the 2 ladies. I will send their names

[immigratiemedewerker 1]: Dont they got nothing at all

([immigratiemedewerker 1] stuurt nog een bestand naar [verdachte])

[immigratiemedewerker 1]: The one in pink is [immigratiemedewerker 2]. Do u know hwr

[verdachte]: Yeah they have their paperwork exept for residence bc one is a director for one of Nagico companies. [medewerker Nagico 1] and [medewerker Nagico 2]

[immigratiemedewerker 1]: Her

[verdachte]: Oh yes for sure. Yeah I know her. When they were leaving an immigration officer told them they only allowed 90 days for year. And that they already spent 90 days. I expect to get one of them residency soon but we need her here at Nagico to handle some stuff the coming time

[immigratiemedewerker 1]: Let ask [immigratiemedewerker 2] if i could give u her number b c wa she could do for u

[verdachte]: Ok tell her for me. I will call her. (einde gesprek rond 09:18:26 uur)

(gesprek gaat na kleine vier uur door, te weten om 13:13:54 uur)

[immigratiemedewerker 1]: My dear wa flight r they coming on

([immigratiemedewerker 1] voert een uitgaand telefoongesprek)

[immigratiemedewerker 1]: She needs to know like that she could fix her shift

[verdachte]: Jetblue 787 jfk

[immigratiemedewerker 1]: Ok. Will let her know

[verdachte]: I spoke to [immigratiemedewerker 3] earlier and she told she said she will handle. They just need a return ticket

[immigratiemedewerker 1]: Oh om

[verdachte]: So they both booked a return

[immigratiemedewerker 1]: Ok. Nice

([immigratiemedewerker 1]stuurt een bestand naar [verdachte])

[verdachte]: Oh great (einde gesprek 13:25:38 uur)

(gesprek begint weer om 13:37:36 uur)

[immigratiemedewerker 1]: I dont want to be out of place but she just ask me if she getting enything for i said i don’t know i never ask u for nothing cause it was a favor u asked for. But wat i getting i don’t do nttn for free. That’s what she send mr. Me. I send it to u.

[verdachte]: Tell her I gonna fix her up

[immigratiemedewerker 1]: If i had known i would not ask. Her.

[verdachte]: No worries man. You know how I role. I gonna fix both of you up

[immigratiemedewerker 1]: I know but u asked a favor

[verdachte]: Because I believe in helping ppl who help me

[immigratiemedewerker 1]: Thats y im saying

[verdachte]: So tell her I give you both 200 bucks each

[immigratiemedewerker 1]: I dont need nothing

[verdachte]: So let me know where you at later I will brings your. Yours.

[immigratiemedewerker 1]: Im cool

[verdachte]: U sure? U know how I role and that’s between me and you

[immigratiemedewerker 1]: Listin u asked me a faver. I dont need nothing

[verdachte]: True that. Appreciate that self

[immigratiemedewerker 1]: One hand wash the next

[verdachte]: That’s really true

[immigratiemedewerker 1]: When i need u u was willing to help me

[verdachte]: Always

[immigratiemedewerker 1]: So im cool

[verdachte]: Let her add me on whatsapp

[immigratiemedewerker 1]: Ok. She say go true me. Its like im the middle man

[verdachte]: Lol. Ok

[immigratiemedewerker 1]: Its true. Again im sorry

[verdachte]: I’m over on french side and will be over dutch side around 4

[immigratiemedewerker 1]: Kool. I will be in town that time

[verdachte]: Will call you

[immigratiemedewerker 1]: Kool

[verdachte]: Ok good” (einde gesprek rond 13:58:18)

Het volgende gesprek is tussen [immigratiemedewerker 1] en [immigratiemedewerker 2] zoals in het dossier opgenomen.7 Indien één van beiden twee of meerdere berichten achter elkaar heeft gestuurd, wordt dit achter elkaar weergegeven als zijnde het één bericht.

Gesprek van 2 juli 2016 startend rond 09:19 uur

“[immigratiemedewerker 1]: My lawyer friens needs help with a situation. I will send u the messages she send me n c if u could help her pls. I expect to get one of them residency soon but we need her here at Nagico to handle some stuff the coming time. And that they already spent 90 days. When they were leaving an immigration officer told them they only allowed 90 days for year. Yeah they have their paperwork except for residence bc one is a director for one of Nagico companies. [medewerker Nagico 1] and [medewerker Nagico 2]. I don’t want them to hassle the 2 ladies. She’s the Chief Risk Officer for Nagico and I’m one of the Supervisory Directors. We are busy processing papers for one already but she has to go and come because we need her here in sxm. I have 2 of my workers from Nagico returning and they gave them a hard time when they were leaving. Could i give her ur number her name is [verdachte] its [K.} sister in law

[immigratiemedewerker 2]: Wen they coming

[immigratiemedewerker 1]: Tomorow. Go on my fb n look up [verdachte] she the one with short hair

[immigratiemedewerker 2]: Coming from where

[immigratiemedewerker 1]: Could i give her ur number for she to give u more details

(vanaf 10:49:29 uur)

[immigratiemedewerker 2]: Dont feel comfy i rather deal with u

[immigratiemedewerker 1]: Ok

(vanaf 1:12:56 uur)

[immigratiemedewerker 2]: U have to let me know so i can switch my shift for tmr

[immigratiemedewerker 1]: Ok. Jb787. I will ask her. Im waiting on a answer

(vanaf 1:38:58 uur)

[immigratiemedewerker 2]: But wat i getting i dont do nttn for free? K.

[immigratiemedewerker 1]: 5205739 she ssy add her on whatsapp like that u could arrange were to meet for u to get something. I will c her @ 4

[immigratiemedewerker 2]: How much she giving tho. I really wud rather deal thru u babes

[immigratiemedewerker 1]: Like i said she meeting me in town later. She $ 200

[immigratiemedewerker 2]: Ok n let me know ok boo. She say. 200 boo? For wat i gonna do? Nah sorry

[immigratiemedewerker 1]: Its her not me

[immigratiemedewerker 2]: Person overstay boo let her know that 600 is the final n let her know my stamp is going in the book

[immigratiemedewerker 1]: When i c her later i will tell her

[immigratiemedewerker 2]: K n lemme know

[immigratiemedewerker 1]: Kool (einde gesprek 2:17:29 uur)

De volgende dag gaat het gesprek verder, te weten als volgt.

Gesprek van 3 juli 2016 startend rond 12:30 uur

[immigratiemedewerker 2]: Guess she didnt go for it. Sorry afternoon

[immigratiemedewerker 1]: Hey aftrnoon. N so i didnt call hr

[immigratiemedewerker 2]: So u never met her?

[immigratiemedewerker 1]: Not yestrtday

[immigratiemedewerker 2]: K

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard het gesprek met [immigratiemedewerker 1] in eerste instantie te hebben gevoerd, omdat zij niet wilde dat de twee medewerkers van Nagico onnodig om hun papieren gevraagd zouden worden.8

Voorts heeft verdachte verklaard dat wanneer het gesprek om 13:37:36 uur weer verder gaat met een bericht van [immigratiemedewerker 1] (“I dont want to be out of place ... I send it to u”) zij geschokt was door de gedachte dat een immigratiemedewerker een advocaat wilde omkopen. Verdachte wilde er achter komen wie haar probeerde om te kopen en of dit geen grap was. Wanneer verdachte erachter zou zijn wie deze persoon was en wat er precies gaande was, wilde zij die persoon hiermee confronteren. Verder heeft verdachte verklaard nooit de intentie te hebben gehad daadwerkelijk iemand om te kopen, maar dat het bieden van geld enkel was om erachter te komen wie die persoon daadwerkelijk was die geld vroeg en wat er precies gaande was. Zodra verdachte hierover voldoende informatie had, wilde zij naar de politie stappen.9 Dit is wat betreft het whatsapp gesprek vanaf 13:37:36 uur in grote lijnen tevens haar verklaring geweest bij de politie.

Nu verdachte het gesprek bekent te hebben gevoerd, ook op de wijze zoals in het dossier is terug te vinden en dus zoals hierboven is opgenomen, ziet het Gerecht zich gesteld voor de vraag of verdachte het oogmerk heeft gehad op de omkoping van een immigratieambtenaar.

Oogmerk

Het verweer van de verdediging dat het oogmerk heeft ontbroken, wordt door het Gerecht verworpen. Naar het oordeel van het Gerecht is immers vast komen te staan dat verdachte zelf het contact met de immigratiedienst heeft gezocht en uiteindelijk bij de immigratiemedewerker [immigratiemedewerker 1] is uitgekomen. In dit gesprek werd duidelijk dat er twee medewerkers van Nagico problemen hebben gehad toen zij de laatste keer het land verlieten. Hen is immers kenbaar gemaakt dat zij over hun verblijftermijn van negentig dagen zaten. Voorts werd door verdachte aan [immigratiemedewerker 1] gevraagd of zij niet iets zou kunnen betekenen, nu verdachte liever niet had dat deze medewerkers zouden worden lastiggevallen wanneer zij Sint Maarten weer binnen zouden treden. De medewerkers waren, aldus verdachte, nodig op Sint Maarten. Verdachte heeft hierbij de namen van de twee medewerkers van Nagico aan [immigratiemedewerker 1] gegeven, alsook het vluchtnummer waarmee beide dames zouden aankomen. Op de vraag van [immigratiemedewerker 1] wat [immigratiemedewerker 2] zou krijgen voor het meewerken, heeft verdachte $ 200,- gezegd. De verklaring van verdachte dat zij geschokt zou zijn door het idee dat een immigratieambtenaar haar probeerde om te kopen, vindt geen steun in het dossier. Verdachte heeft deze berichten van [immigratiemedewerker 1] om 13:41:46 uur gelezen en heeft binnen een halve minuut gereageerd met “Tell her I gonna fix her up”. Ongeveer twee minuten later heeft verdachte ook nog het bericht “So tell her I will give you both 200 bucks each” gestuurd. Het Gerecht vindt in dit gesprek bovendien geen aanleiding om aan te nemen dat dit gesprek een duidelijk andere toon heeft, te weten die van een grap. Naar het oordeel van het Gerecht gaat dit gesprek op eenzelfde manier door zoals het een klein kwartier daarvoor is geëindigd. Er kan dan ook niet gesproken worden van een geheel “nieuw” gesprek, zoals door de verdediging is gesteld.

Het Gerecht acht niet aannemelijk dat slechts sprake is geweest van een geschokte reactie van verdachte die vervolgens heeft geleid tot een door haar ingesteld onderzoek om zo de persoon te achterhalen die geld van haar wilde hebben, mede ook omdat het dan voor de hand had gelegen dat verdachte, die een strafrechtadvocate is, ongeacht de uitkomst van het gesprek direct naar de politie zou zijn gestapt. Zij heeft zelf nota bene verklaard dat zij nadere informatie wilde hebben om naar de politie te kunnen gaan maar heeft dit niet gedaan. In plaats daarvan heeft verdachte dit nimmer kenbaar gemaakt bij de politie en heeft zij dit scenario pas voor het eerst naar voren gebracht nadat zij als verdachte was aangehouden. Daar komt nog bij dat verdachte, naar het oordeel van het Gerecht, ook geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het feit dat zij niet naar de politie is gegaan en evenmin op een eerder moment dan na haar aanhouding op enige wijze melding heeft gemaakt van hetgeen in de whatsapp gesprekken is besproken. Het Gerecht kan de whatsapp gesprekken dan ook niet anders interpreteren dan dat verdachte een belofte heeft gedaan aan [immigratiemedewerker 2] van $ 200,- met het oogmerk om [immigratiemedewerker 2] te bewegen om iets te doen of na te laten, namelijk het zonder controle op rechtmatig verblijf de twee medewerkers van Nagico Sint Maarten in te laten reizen en daarbij tevens behulpzaam te zijn. De ambtenaar [immigratiemedewerker 1] via wie zij de belofte deed, kan gezien het verloop van het whatsapp gesprek ook niet anders dan hebben begrepen dat de door verdachte gedane belofte serieus was.

In strijd met haar plicht

De volgende vraag waar het Gerecht zich voor ziet gesteld, is of deze handelingen die [immigratiemedewerker 2] moest verrichten al dan niet in strijd zijn met haar plicht. Het Gerecht overweegt als volgt.

Dat het beoogde handelen van de betrokken immigratiemedewerker in strijd zou zijn met haar plicht, bestond hierin dat zij zou moeten handelen in strijd met hetgeen uit de aard van haar functie als ambtenaar voortvloeit, te weten eerlijk, nauwgezet en neutraal handelen. Daarbij dient tevens een gelijke behandeling in acht te worden genomen. Een ieder die het land Sint Maarten binnenkomt, dient immers te worden onderworpen aan eenzelfde kritische, zorgvuldige controle. Het geven van een voorkeursbehandeling is op die grond dan ook verboden. Dit is echter wel hetgeen verdachte vroeg. Zij wilde namelijk dat er voor de twee medewerkers van Nagico deze keer minder kritisch werd gekeken wanneer zij aan de douane verschenen, er moest immers niet (onnodig) gevraagd worden naar hun papieren.

Dat een immigratieambtenaar neutraal moet zijn op de wijze als hierboven omschreven, is een feit van algemene bekendheid. Dat de handelingen die door verdachte werden verzocht plichtsverzuim zouden opleveren, lag daarom voor de hand. Verdachte, zijnde een strafrechtadvocate, wist dit en haar oogmerk was er dan ook niet alleen op gericht [immigratiemedewerker 2] te bewegen iets te doen of na te laten, maar ook zulks in strijd met haar plicht te doen geschieden.

Conclusie

Het Gerecht acht gelet op het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de omkoping van een immigratiemedewerker, te weten [immigratiemedewerker 2]. Het Gerecht zal verdachte vrijspreken van het medeplegen, aangezien het dossier daarvoor geen enkel aanknopingspunt biedt.

Ten overvloede overweegt het Gerecht het volgende. Zelfs al zouden beide medewerkers van Nagico Sint Maarten legaal mogen inreizen, doet dit naar het oordeel van het Gerecht niet ter zake. Immers, het vragen aan een immigratiemedewerker om iemand die het land binnenkomt niet zorgvuldig en minder kritisch te controleren, houdt reeds in dat gevraagd wordt de betreffende ambtenaar in strijd met zijn/haar plicht te laten handelen. Zoals hierboven al is gesteld, dient iedereen namelijk op zorgvuldige wijze zonder enige voorkeursbehandeling gecontroleerd en beoordeeld te worden, op de wijze zoals in de praktijk geldt. De vraag of beide medewerkers van Nagico dus rechtmatig Sint Maarten in hadden mogen reizen, is daarmee voor de beoordeling van dit feit niet relevant en zal verder onbesproken blijven.

Bewezenverklaring

Het Gerecht verklaart bewezen dat verdachte:

Feit 1. (zaaksdossier 6)

op 2 juli 2016 in Sint Maarten een ambtenaar, te weten een immigratiemedewerker genaamd [immigratiemedewerker 2], een belofte heeft gedaan, te weten de betaling van US$ 200, met het oogmerk om genoemde ambtenaar te bewegen in haar bediening, in strijd met haar plicht, iets te doen of na te laten, namelijk

het -zonder controle op een rechtmatige verblijfstitel- in laten reizen en toelaten van medewerksters van Nagico, te weten van [medewerker Nagico 1] en [medewerker Nagico 2], in Sint Maarten; en

het behulpzaam zijn bij de inreis in Sint Maarten en het zorgdragen voor het niet onnodig ophouden bij de inreis in Sint Maarten van medewerksters van Nagico, te weten van [medewerker Nagico 1] en [medewerker Nagico 2].

Feit 2 (primair en subsidiair) en feit 3 (primair)

Het Gerecht is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen verdachte onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 primair ten laste is gelegd, zodat zij daarvan dient te worden vrijgesproken. Nu ter terechtzitting hierover geen discussie is geweest, behoeft dit oordeel geen nadere motivering.

Feit 3, subsidiair

Verdachte wordt onder 3 subsidiair verweten – kort gezegd - dat zij een immigratiemedewerkster zou hebben uitgelokt tot het misbruiken van haar functie. Anders dan de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Van uitlokking is sprake als iemand een ander heeft aangezet tot het begaan van een strafbaar feit waarvoor de uitgelokte zelf kan worden gestraft. Een strafbare uitlokking veronderstelt de vervulling van een vijftal voorwaarden, te weten het opzet van de uitlokker, het aanzetten van die ander, gebruikmaking van tenminste één uitlokkingsmiddel, het uitgelokte delict moet zijn gevolgd en de uitgelokte moet deswege strafbaar zijn.

Wanneer het Gerecht kijkt naar het vierde vereiste, moet er tot de conclusie worden gekomen dat aan dit vereiste niet is voldaan. Het uitgelokte delict is immers niet gevolgd aangezien [immigratiemedewerker 2] niet betrokken is geweest bij de inreis van beide personen. Uit deze voorwaarde vloeit immers het accessoriteitsvereiste voort, hetgeen impliceert dat het uitgelokte delict heeft plaatsgevonden. Een poging tot uitlokking of de zonder gevolg gebleven uitlokking valt niet onder de in deze zaak tenlastegelegde vorm van uitlokking. Het Gerecht merkt volledigheidshalve op dat een vrijspraak van de uitgelokte, niet in de weg behoeft te staan aan veroordeling van de uitlokker.

Zoals reeds onder feit 1 besproken, heeft het Gerecht het volgende – kort gezegd - vastgesteld. Verdachte heeft op een gegeven moment contact gezocht met [immigratiemedewerker 1]. [immigratiemedewerker 1] heeft op haar plaats weer contact gehad met [immigratiemedewerker 2]. Verdachte heeft uiteindelijk, via [immigratiemedewerker 1], $ 200,- aan [immigratiemedewerker 2] geboden om de twee medewerkers van Nagico het land binnen te laten. [immigratiemedewerker 2] heeft, middels [immigratiemedewerker 1], aan verdachte laten weten dat zij voor het doorlaten van twee personen $ 600,- wilde krijgen. Hierna zijn de gesprekken geëindigd.

Dat de twee medewerkers van Nagico uiteindelijk Sint Maarten zijn binnengekomen staat vast. Uit het dossier valt echter niet af te leiden dat er ook maar enig verband is tussen de binnenkomst van beide dames en het door verdachte gevoerde gesprek met [immigratiemedewerker 1] en (indirect) [immigratiemedewerker 2]. Immers, de twee vrouwen zijn door twee andere immigratiemedewerkers binnengelaten. Uit een later whatsapp gesprek blijkt bovendien dat [immigratiemedewerker 2] aan [immigratiemedewerker 1] vraagt “Guess she didnt go for it”, hetgeen een contra indicatie oplevert ten aanzien van de vraag of het uitgelokte delict is gevolgd door handelen van [immigratiemedewerker 2].

Gelet op al deze omstandigheden ziet het Gerecht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en zal verdachte van het onder feit 3 subsidiair vrijspreken, nu deze tenlastegelegde variant van uitlokking niet te bewijzen valt.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:128 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

ten aanzien van feit 1:

aan een ambtenaar een belofte doen met het oogmerk om haar te bewegen in haar bediening, in strijd met haar plicht, iets te doen of na te laten.

Strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

Verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Oplegging van straf

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het Gerecht neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan omkoping van een ambtenaar, te weten een immigratiemedewerker. Het doen van dergelijke beloften corrumpeert het ambtelijke apparaat. Verdachte heeft hiermee het adequaat functioneren van de immigratie, hetwelk al langere tijd een grote zorg is op Sint Maarten, verder in gevaar gebracht. Het is voor iedereen volstrekt duidelijk dat het vragen aan een immigratiemedewerker om voor twee personen een voorkeursbehandeling te verkrijgen en daar, desgevraagd, geld voor te bieden ronduit onacceptabel is, ongeacht of deze personen legaal of illegaal het land binnen zouden komen. Een immigratiemedewerker behoort simpelweg elk inreizend persoon secuur en volledig te controleren en het verzoek om in strijd daarmee te handelen toont aan de zijde van verdachte van gebrek aan respect voor dit ambtelijk apparaat.

Ten tijde van het gepleegde feit was verdachte onderdeel van de Raad van Toezicht van het bedrijf Nagico. De twee inreizende personen waren medewerkers van datzelfde bedrijf. Het was kennelijk van groot belang dat de twee personen in zouden reizen zonder problemen, hetgeen verdachte ertoe heeft gedreven het strafbare feit te plegen. Verdachte heeft blijkbaar enkel oog gehad voor het doel en schroomde de middelen niet. Bovendien is verdachte in het dagelijks leven – onder andere – strafrechtadvocaat, hetgeen het bewezenverklaarde voor het Gerecht nog onbegrijpelijker maakt. Van een strafrechtadvocaat mag immers worden verwacht dat zij zich, mede gelet op haar voorbeeldfunctie in de rechtstaat en in de samenleving, aan de wet houdt en zich geenszins bezig houdt met strafbare feiten. Dit rekent het Gerecht verdachte ernstig aan.

In beginsel rechtvaardigt de omkoping van een ambtenaar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het Gerecht acht een dergelijke strafoplegging echter in dit geval niet passend en geboden. Het feit dat verdachte bekendheid geniet omwille van haar functie als advocaat, maakt het geenszins verrassend dat deze zaak breed in de media is uitgemeten. Dat hierbij ongenuanceerde mededelingen zijn gedaan, neemt het Gerecht aan. Het is dan ook logisch dat verdachte hierdoor zwaarder is getroffen dan andere verdachten. Het Gerecht houdt hier rekening mee.

Voorts houdt het Gerecht rekening met de strafkaart van verdachte, welke behoudens onderhavige zaak blanco is. Dit weegt het Gerecht in het voordeel van verdachte mee. Tot slot merkt het Gerecht op dat er minder bewezen wordt verklaard dan de officier van justitie had gevorderd. Ook dit zal worden meegenomen in de strafoplegging.

Alles afwegende acht het Gerecht een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. Deze straf is een stevige stok achter de deur en dient ervoor te zorgen dat verdachte niet andermaal dergelijke ‘praktische’ oplossingen, zoals bewezenverklaard, zal aangrijpen.

Gelet op bovengenoemde omstandigheden is het Gerecht van oordeel dat niet volstaan kan worden met alleen een voorwaardelijke straf. Dit betekent dat het Gerecht naast de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf het opleggen van een onvoorwaardelijke geldboete passend en geboden acht. Deze geldboete zal op een bedrag van NAf. 10.000,- worden bepaald.

Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte niet meer actief is als lid van de Raad van Toezicht van Nagico. Gelet op deze constatering acht het Gerecht het niet noodzakelijk om verdachte voor de komende vijf jaar te verbieden deze functie te bekleden. Indien verdachte deze functie toch weer oppakt, zal zij gelet op hetgeen boven haar hoofd hangt wel twee keer nadenken voor zij overgaat tot soortgelijk handelen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:54, 1:58 en 2:128, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 2 primair, 2 subsidiair, 3 primair en 3 subsidiair ten laste is gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt;

ten aanzien van feit 1:

aan een ambtenaar een belofte doen met het oogmerk om haar te bewegen in haar bediening, in strijd met haar plicht, iets te doen of na te laten;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de 6 (zes) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan enig strafbaar feit;

alsmede tot een geldboete van NAf 10.000,- (tienduizend gulden), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.T. Hoogland, in tegenwoordigheid van mr. T. Ketelaars, en op 30 mei 2018 uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit Gerecht.

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Sint Maarten, Team Mensenhandel/smokkel d.d. 29 augustus 2017, geregistreerd onder de naam “Ostrich, deelonderzoek [verdachte], zaaksdossier 6”, doorgenummerd blz. 1-839.

2 Proces-verbaal Zaaksdossier 6 “onderzoek Nagico” d.d. 29 augustus 2017, p. 10.

3 Proces-verbaal van verdenking [immigratiemedewerker 1] d.d. 17 mei 2016, p. 185-189.

4 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 15 september 2016, p. 209-212.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2017, p. 687-691.

6 Een geschrift, te weten een whatsapp gesprek tussen [immigratiemedewerker 1] en [verdachte] d.d. 2 juli 2016, p. 38-59.

7 Een geschrift, te weten een whatsapp gesprek tussen [immigratiemedewerker 1] en [immigratiemedewerker 2] d.d. 2 juli 2016, p. 60-71.

8 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 9 mei 2018.

9 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 9 mei 2018.