Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2018:13

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
29-03-2018
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
BBZ nrs. SXM201501131 en SXM201501132
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Winstbelasting

Tussenuitspraak: Uit de feiten en omstandigheden blijkt dat het jacht door belanghebbende wordt geëxploiteerd.

Belanghebbende is niet-fiscaal transparant. Naar omstandigheden beoordeeld is belanghebbende in Sint Maarten gevestigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 29 maart 2018

BBZ nrs. SXM201501131 en SXM201501132

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

TUSSENUITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening beroep in belastingzaken van:

[ X LLC], statutair gevestigd op de Marshalleilanden,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Sint Maarten,

de Inspecteur,

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2009 en 2011 met dagtekening 29 juni 2011 (2009) en dagtekening 26 juli 2013 (2011) naheffingsaanslagen in de winstbelasting opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslagen zijn verzuimboeten opgelegd. De naheffingsaanslagen bedragen respectievelijk Nafl. 255.000 (inclusief boete) en Nafl. 260.000 (inclusief boete).

1.2

Belanghebbende is op respectievelijk 19 april 2013 en 16 oktober 2013 tegen de aanslagen en boetebeschikkingen in bezwaar gekomen. De Inspecteur heeft op 26 september 2014 uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

1.3

Belanghebbende heeft op 3 februari 2015 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar.

1.4

De Inspecteur heeft op 2 november 2015 een verweerschrift ingediend.

1.5

De mondelinge behandeling vond plaats op 2 juni 2016 te Philipsburg. Aldaar zijn verschenen [ A ] en [ B ] en namens de Inspecteur [ C ]. Onderhavige zaak is tegelijkertijd behandeld met de zaken met betrekking tot de belasting op bedrijfsomzetten met nrs. SXM2015001137, SXM201501145 t/m SXM201501148 en de zaken met betrekking tot de loonbelasting en premies AOV met nrs. SXM201501128 en SXM201501130. Al hetgeen in deze zaak is vermeld of verklaard, wordt eveneens geacht te zijn vermeld of verklaard in de andere gelijktijdig behandelde zaken. Belanghebbende heeft een pleitnota met bijlagen overgelegd. De mondelinge behandeling werd aangehouden om partijen de mogelijkheid te geven om de zaken te bespreken. De Inspecteur heeft hiervan een verslag (met bijlagen) overgelegd. Hiervan is een afschrift naar belanghebbende verzonden.

1.6

De mondelinge behandeling werd hervat op 15 september 2016. Aldaar zijn verschenen [ A ] en [ B ] en namens de Inspecteur [ C ]. en [ D ]. Beide partijen hebben een pleitnota overgelegd. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de onder 1.5 vermelde zaken.

1.7

Na de zitting heeft belanghebbende overeenkomstig het verzoek van het Gerecht (op 11 oktober 2016) een nader bewijsstuk, de “Operating Agreement between [ X & Z Ltd.]” overgelegd. De Inspecteur heeft hierop gereageerd. Een afschrift van de overgelegde stukken is telkens naar de wederpartij gestuurd.

2 DE TUSSEN PARTIJEN VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.2

Belanghebbende is een ‘limited liability company’ opgericht naar het recht van de Marshall Islands. De Limited Liability Company Agreement (LLC Agreement) van 5 juli 2007 behoort tot de gedingstukken.

2.3

In de LLC agreement is – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“(…)

This Operating Agreement of [ X LLC], a limited liability company (LLC) organized pursuant to the Marshall Islands Limited Liability Company ACT (the “ACT”), is entered into and shall be effective as of the Effective Date, by and among the Company and the persons executing this Agreement as Members.

Article I. FORMATION

1. Organization.The Members hereby organize the Company as a limited liability company pursuant to the provisions of the Act

2. Agreement, Effect of Inconsistencies with the ActFor and in consideration of the mutual convenants herein contained and for other good and valuable consideration, the receipt and sufficiency of which is hereby acknowledged, the Members executing the Operating Agreement hereby agree to the terms and conditions of the Operating Agreement, as it may from time to time be amended according to its terms. It is the express intention of the members that the Operating Agreement shall be the sole source of agreement of the parties, and except to the extend a provision of the Operating Agreement is expressly prohibited or ineffective under the Act, the Operating Agreement shall govern. (…) The Members hereby agree that each Member shall be entitled to rely on the provisions of this Operating Agreement, and no Member shall be liable to the Company or to any Member for any action or refusal to act taken in good faith reliance on the terms of this Operating Agreement. The Members and the Company hereby agree that the duties and obligations imposed on the Members of the Company as such shall be those set forth in this Operating Agreement, which is intended to govern the relationship among the Company and the Members.

3. Name.The name of the Company is [ X LLC], and all business of the Company shall be conducted under that name or under any other name, but in any case, only to the extent permitted by applicable law.

4. Effective Date.The operating Agreement shall become binding and effective as an agreement among the parties effective as of the date hereof, and shall continue in effect until the termination of the Company following dissolution pursuant hereto.

(…)

ARTICLE II. DEFINITIONS

For purposes of this Operating Agreement, unless the context clearly indicates otherwise, the following terms shall have the following meanings;

(…)

9. CompanyX LLC], a limited liability company formed under the laws of the Republic of the Marshall Islands, and any successor limited liability company.

10. Company Property.Any Property owned by the Company.

(…)

18. Initial Capital Contribution.The Capital Contribution agreed to be made by the Initial Members as described in Article IX.

19. Initial Members.Those persons identified on Exhibit A attached hereto and made a part hereof by this reference who have executed the Operating Agreement.

(…)

24. Manager.A person selected to manage the affairs of the Company under Article VIII hereof.

25. Member.An initial Member or Additional Member, including unless the context expressly indicates to the contrary, a Managing Member.

ARTICLE III. NATURE OF BUSINESS

The business of the Company shall be any and all lawful business including but not limited to chartering vessels; and, the management and operation of any property which comes to the Company by the way of fees or investment. The Company shall have the authority to do all things necessary or convenient to accomplish its purpose and operate its business as described in Articles III and IV. (…)

ARTICLE V. ACCOUNTING AND RECORDS

1. Records to be Maintained.The Company shall maintain the following records at the Principal Office or at any other Company Office designated in writing by the Company: (…)

2. Reports to MembersThe Managers shall provide reports at least annually to the Members at such time and in such manner as the Managers may determine reasonable.

(…)

ARTICLE VII. RIGHTS AND DUTIES OF MEMBERS

(…)

2. Liability of MembersSubject to subsection (3) of this Article, no Member shall be liable as such for the liabilities of the Company. The failure of the Company to observe any formalities or requirements relating to the exercise of its powers or management of its business or affairs under the Operating Agreement or the Act shall not be grounds for imposing personal liability on the Members for liabilities of the Company.

(…)

ARTICLE VIII. MANAGERS

1. Managers.The ordinary and usual decisions concerning business affairs of the Company shall be made by the Managers. There shall be at a minimum, one Manager. The initial Managers are identified on Exhibit A.

(…)

3. Authority of managers to Bind Company.The Managers and agents of the Company authorized by the Members shall have the authority to bind the Company. No Member who is not either a Manager or otherwise shall take any action to bind the Company, and each Member shall indemnify the Company for any costs or damages incurred by the Company as a result of the unauthorized action of such Member. Each Manager has the power, on behalf of the Company, to do all things necessary or convenient to carry out the business and affairs of the Company, including without limitation:

( a) The institution, prosecution, and defense of any Proceeding in the Company’s name;

( b) The purchase, receipt, lease, or other acquisition, ownership, holding, improvement, use, and other dealing with Property, wherever located;

( c) The sale, conveyance, mortgage, pledge, lease, exchange and other disposition of Property;

( d) The entering into contracts and guaranties, incurring of liabilities, borrowing money, issuance of notes, bonds, and other obligations; and the securing of any of its obligations by mortgage or pledge of any of its Property or income;

( e) The lending of money, investment and reinvestment of the Company’s funds, and receipt and holding of Property as security for repayment, including, without limitation, the loaning money to, and otherwise helping Members, officers, employees, and agents;

( f) The conduct of the Company’s business, the establishment of Company offices, and the exercise of the powers of the Company within or without the State;

( g) The appointment of employees and agents of the Company, the defining of their duties, the establishment of their compensation;

( h) The payment of pensions and establishment of pension plans, pension trusts, profit sharing plans, and benefit and incentive plans for all, or any of the current or former Members, employees, and agents of the Company;

(…)

( m) The participation in partnership agreements, joint ventures, or other associations of any kind with any person or persons;

(…)

4. Actions of Managers.Each Manager has the power to bind the Company as provided in this Article VIII. (…)

5. Compensation of Managers.Each Manager shall be reimbursed all reasonable expenses incurred in managing the Company and shall be entitled to compensation, in an amount to be determined from time to time by the affirmative vote of a Majority of the Members.

(…)”

2.4

Volgens de LLC Agreement (EXHIBIT A), zijn de ‘membership units’ voor 100 percent in handen van [ H LTD] ([ H ]). Alle aandelen van Leerdam Holding zijn in handen van [ Y ] ([ Y ]) . Volgens de LLC Agreement is [ Y ] de ‘manager’ van belanghebbende. [ Y ] is woonachtig in Sint Maarten.

2.5

De bestuurder van [ H ] is [ Z LTD ] (Z). De aandelen van [ Z ] zijn voor 100 percent in handen van [ Y ] . Tussen [ Z ] en [ Y ] bestaat een “management and operation agreement”

(1 januari 2006). Daarin staat dat [ Z ] voor derden bezittingen beheert (“manages assets for various parties”) en dat partijen overeenkomen dat [ Y ] de beheersactiviteiten gaat uitvoeren. Voor deze beheersactiviteiten zal aan JB jaarlijks een management fee worden betaald van USD 200.000.

2.6

Belanghebbende is in Sint Maarten geregistreerd ([ 0000000]) en heeft aldaar een vestigingsadres (adres, Sint Maarten). Belanghebbende is de juridische eigenaar van het megajacht “[ X ]”. Het jacht is geregistreerd in Sint Vincent en vaart met een vlag van St. Vincent & the Grenadines.

2.7

De Belastingdienst heeft een boekencontrole ingesteld bij belanghebbende met betrekking tot de loonbelasting en de belasting op bedrijfsomzetten voor de jaren 2004 tot en met 2008. De bevindingen van de boekencontrole zijn weergegeven in het rapport van 4 mei 2011. Belanghebbende heeft over de controlejaren geen aangiften ingediend. Over de bedrijfsactiviteiten van belanghebbende wordt – voor zover van belang – in het onderdeel 1 (pagina 5) van het rapport het volgende vermeld:

“ [ X LLC ] door middel van [ X ] (het schip) houdt zich bezig met dienstverlening in de vorm van:

  • -

    “lagoon cruises en dock parties” in Simpsonbay Lagoon (zie copie van “The Daily Herald” d.d. 27 november 2008).

  • -

    (boot) charters cq mini-cruises voor (vermogende) particulieren waarbij het beginpunt gelijk en/of niet gelijk is aan het eindpunt;

  • -

    Prive cruises cq “trips” voor aandeelhouders en familieleden.

Ik heb geconstateerd op grond van de “ticket history” van de [ S N.V.] en de maand agenda van januari 2009 tot en met juni 2009, dat het begin- en eindpunt is binnen het heffingsgebied St. Maarten. Alsmede geeft de logboek aan dat [ X ] gedurende het jaar 2008 in de haven van St. Maarten voor 269 dagen heeft gelegen. Dit is het merendeel van het jaar en is dus niet incidenteel.

Volgens de heer [ R ] en mevrouw [ I ] zijn de werknemers in dienst van [ Z Ltd.] En zij bezitten niet eens de Nederlandse nationaliteit. De hier vermelde argumenten zijn niet van toepassing om te bepalen wie is inhoudingsplichtige. Er zijn arbeidsovereenkomsten hier afgesloten op permanente basis door dhr. [ Y ] (zie bijlage 10).

Op basis van de “management and operation agreement” en “limited liability company agreement’ is dhr. [ Y ] door [ Z Ltd.] c.q. [ H ] en [ X LLC] aangewezen als vaste vertegenwoordiger hier. (…)”

Over de administratie wordt in het onderdeel 2 (pagina 6 en 7) van het rapport het volgende vermeld:

“ 2.1 Administrateur belastingplichtige

De jaarrekening over het jaar 2008 werd intern samengesteld door de heer [ Y ].

Op deze jaarrekening werd geen accountantscontrole toegepast.

2.2.

Financiële administratie

Volgens dhr. [ Y ] wordt de financiële administratie niet op het eiland bijgehouden. De jaarrekening 2008 wordt in excel verwerkt door de heer [ Y ].

2.3

Salarisadministratie

De salarisadministratie is niet aangeleverd en wordt niet verwerkt en bijgehouden. De aangiften LB worden ook niet verzorgd.

2.4

Administratieplicht

“(…)

Op basis van het voorgaande concludeer ik dat niet is voldaan aan de administratieplicht ingevolge artikel 43, lid 2 ALL. In dit verband heb ik belastingplichtige gewezen op artikel 30, lid 6 ALL, de zgn. omkering bewijslast.”

2.5

Bewaarplicht

“(…)

Op basis van het voorgaande concludeer ik dat niet is voldaan aan de bewaarplicht ingevolge artikel 43, leden 2 en 6 ALL. In dit verband heb ik belastingplichtige gewezen op artikel 30, lid 6 ALL de zgn. omkering bewijslast.”

2.7

Oordeel administratie

Naast de in de onderdelen “Administratieplicht” en “Bewaarplicht” genoemde gebreken heb ik geconstateerd dat de administratie in de gecontroleerde periode dusdanige ernstige tekortkomingen vertoont dat deze verworpen dient te worden. (…)

Ondanks de genoemde gebreken wordt de administratie toch als grondslag voor de berekening van de bedrijfsomzetten, loonbelasting en premies geaccepteerd. (…)”

2.8

De aanslagen zijn systeemaanslagen opgelegd wegens het niet indienen van aangiften winstbelasting.

3 HET GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

3.1

Tussen partijen is in geschil de vraag of de aanslagen en boeten terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd.

3.2

Belanghebbende stelt dat de aanslagen en boeten moeten worden vernietigd. Zij voert – samengevat - daartoe aan:

1. Primair: Het jacht wordt niet door belanghebbende geëxploiteerd maar door [ Z ]. Volgens belanghebbende blijkt dit uit de op 11 oktober 2016 overgelegde “Operating Agreement between [ X LLC & Z ].”, hetwelk, aldus belanghebbende, kan worden aangemerkt als een huurovereenkomst in klassieke zin, een gebruiksovereenkomst. Door belanghebbende wordt het jacht aan [ Z ] ter beschikking gesteld en het jacht wordt door laatstgenoemde vennootschap geëxploiteerd.

2. Subsidiair: Voor belanghebbende bestaat geen belastingplicht. Belanghebbende is geen lichaam dat in de heffing van winstbelasting kan worden betrokken. Het betreft een soort personenvennootschap die fiscaal transparant is (te vergelijken met een VOF). Bovendien is belanghebbende niet in Sint Maarten gevestigd aldus belanghebbende.

3.3

De Inspecteur stelt dat de aanslagen en boeten terecht zijn. Zij voert –samengevat - daartoe aan:

Met betrekking tot de primaire stelling voert de Inspecteur aan dat zij twijfelt over de bevoegdheid van [ Y ] om namens [ Z ] de huurovereenkomst te sluiten en ook over de juistheid van de in de overeenkomst vermelde datum van sluiting van de overeenkomst. Volgens de Inspecteur wordt het jacht niet door [ Z ] maar door belanghebbende geëxploiteerd. Dit volgt, aldus de Inspecteur, uit de feiten en omstandigheden. Zij verwijst hierbij onder andere naar de LLC Agreement, de tijdens de boekencontrole overgelegde stukken (waaronder een winst- en verliesrekening) alsmede het eerder in de procedure ingenomen standpunt van belanghebbende dat het jacht wel door belanghebbende wordt geëxploiteerd.

Met betrekking tot de subsidiaire stelling voert de Inspecteur aan dat er wel belastingplicht bestaat voor belanghebbende. Belanghebbende is niet fiscaal transparant. De vestigingsplaats van belanghebbende is naar omstandigheden beoordeeld in Sint Maarten gelegen.

4 BEOORDELING VAN HET GESCHIL

Formeel: ontvankelijkheid beroep

4.1.1

De uitspraken op bezwaar hebben als dagtekening 26 september 2014. Ingevolge artikel 31, eerste lid van de Algemene landsverordening landsbelastingen (ALL) dient binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak op bezwaar beroep te worden aangetekend. Belanghebbende heeft op 3 februari 2015 beroep ingesteld. Als reden voor de niet tijdige indiening heeft zij onbetwist, althans onvoldoende betwist aangevoerd dat zij pas op 23 januari 2015 bekend is geraakt met de uitspraken op bezwaar. Ter staving hiervan is e-mailcorrespondentie (zie bijlage bij pleitnota van zitting van 2 juni 2016) overgelegd met betrekking tot de ontvangst op 23 januari 2015 van de uitspraken op bezwaar. Het Gerecht acht het aannemelijk dat belanghebbende met vertraging kennis heeft genomen van de uitspraken op bezwaar. In dat geval geldt dat het beroep zo spoedig mogelijk, binnen een maand moet worden ingesteld (zie uitspraak Raad van beroep voor belastingzaken van 23 juli 2012: ECLI:NL:ORBBNAA:2012:BX4934). Nu belanghebbende binnen een maand na ontvangst van de uitspraken op bezwaar beroep heeft ingesteld is er sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Het beroep is derhalve ontvankelijk.

Ontvankelijkheid bezwaar

4.1.2

De naheffingsaanslagen hebben als dagtekening respectievelijk 29 juni 2011 (2009) en 26 juli 2013 (2011). Ingevolge artikel 29, eerste lid van de ALL dient bezwaar te worden ingesteld binnen twee maanden na dagtekening van de aanslag of boetebeschikking. Belanghebbende heeft ter zake van de aanslag voor de jaren 2009 en 2011 op respectievelijk 19 april 2013 en 16 oktober 2013 bezwaar aangetekend. Met betrekking tot de naheffingsaanslag voor het jaar 2009 oordeelt het Gerecht dat sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. Belanghebbende heeft onbetwist, althans onvoldoende betwist aangevoerd dat zij middels een overzicht van de Ontvanger van 18 april 2013 bekend is geworden met het bestaan van de naheffingsaanslag en boete. Nu belanghebbende op 19 april 2013 bezwaar heeft aangetekend (derhalve binnen de 1-maandstermijn), is sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Ook voor het bezwaar tegen de naheffingsaanslag voor het jaar 2011 geldt dat sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. Belanghebbende heeft gemotiveerd aangevoerd dat zij de aanslag pas op 14 oktober 2013 heeft ontvangen. Zij heeft ter staving hiervan e-mailcorrespondentie (zie bijlage bij pleitnota van zitting van 2 juni 2016) overgelegd. Het Gerecht acht het aannemelijk dat belanghebbende met vertraging (op 14 oktober 2013) kennis heeft genomen van de naheffingsaanslag. Nu belanghebbende binnen een maand bezwaar heeft aangetekend is er sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. De bezwaren zijn derhalve ontvankelijk. In zoverre is het beroep gegrond.

Inhoudelijk

4.2

Belanghebbende stelt (pleitnota eerste zitting) – dat het jacht niet door haar – zoals door de Inspecteur wordt verdedigd - maar door [ Z ] wordt geëxploiteerd. Ter staving hiervan is de ‘operating agreement’(gebruiksovereenkomst) tussen belanghebbende en [ Z ] overgelegd. De overeenkomst van 5 juli 2007 is namens beide partijen door [ Y ] ondertekend. De Inspecteur bestrijdt gemotiveerd dat het megajacht door [ Z ] wordt geëxploiteerd. Het Gerecht oordeelt dat het gelijk aan de zijde van de Inspecteur ligt.

4.2.1

De vraag of de ‘operating agreement’ rechtsgeldig is laat het Gerecht in het midden. Uit de tekst van deze overeenkomst kan naar het oordeel van het Gerecht niet worden afgeleid dat de exploitatie van het schip voor rekening en risico van [ Z ] gebeurt. Het Gerecht verwijst hiervoor naar artikel II, section 2.01 van de overeenkomst. Hierin staat dat [ Z ] voor rekening van belanghebbende management en marketing activiteiten gaat verrichten. “Owner (het Gerecht: hiermee wordt bedoeld: belanghebbende) is the sole, absolute, legal and beneficial owner of the motor yacht built by (….) registered in the Republic of the Marshall Islands currently known as [ X ] and all agreed tenders and inventory (…). Owner agrees to allow Servicer (het Gerecht: hiermee wordt bedoeld: [ Z ]) to engage in management and marketing activities on its behalf (onderstreping van het Gerecht) in order to schedule charters for hire. Nog daargelaten de vraag of deze overeenkomst als een gebruiksovereenkomst kan worden aangemerkt wijzen de door de Inspecteur aangevoerde feiten en omstandigheden (zie hierna) in de richting dat niet [ Z ] maar belanghebbende het jacht feitelijk exploiteert.

4.2.2

Uit de LLC Agreement volgt dat belanghebbende zich bezighoudt met onder andere de exploitatie van schepen (zie Article III. Nature of business). Tijdens de boekencontrole van belanghebbende is door [ Y ] een winst- en verliesrekening overgelegd voor het jaar 2008 (zie pleitnota van de Inspecteur van 14 september 2016). Door [ Y ] is toen niet te kennen gegeven dat de overgelegde administratie van [ Z ] is. Het Gerecht leidt uit de winst- en verliesrekening in samenhang met de LLC agreement af dat het schip feitelijk voor rekening en risico van belanghebbende wordt geëxploiteerd. Zo blijkt uit de winst en verliesrekening dat met het schip omzet wordt gegenereerd met onder andere charteractiviteiten en dat vaar- en personeelskosten worden gemaakt. Het Gerecht heeft geen reden om aan te nemen dat voor het onderhavige jaar de feiten en omstandigheden anders waren. Het Gerecht neemt hierbij ook in overweging dat belanghebbende in de controle-, bezwaar en in de beroepsfase (het beroepschrift) zelf heeft aangevoerd dat de exploitatie van het jacht door haar plaatsvindt. Verwezen wordt naar de volgende stukken:

Brieven van 9 juni 2006 en 16 april 2010 van de toenmalige gemachtigde ([ R ] van het kantoor [M]) van belanghebbende:

  • -

    “In 2007 [ H ] Company Ltd. acquired a yacht, which currently bears the name “[ X ]” normally lies in the lagoon of Sint Maarten, however the exploitation of the yacht and all other activities with respect to the yacht take place in [ X LLC]. Our client is of the opinion that the sole fact that the yacht normally lies in the lagoon of Sint Maarten doesn’t lead to the conclusion that [ X LLC ](or [ H Ltd.]) has a taxable presence in Sint Maarten”.

  • -

    “Om misverstanden te voorkomen willen wij aanvangen met het kort samenvatten van de feiten en omstandigheden. In juni 2007 heeft [ H Ltd.] (hierna: “[ H ]”), een vennootschap opgericht naar het recht van Nevis, het schip “[ AF ]” verworven van [ WM] (een ongelieerde partij). Het schip werd in de tweede helft van 2007 verbouwd en kreeg eveneens een andere naam: “[ X ]”. De exploitatie van het schip “[ X ]” werd toegewezen aan [ X LLC], een vennootschap opgericht naar het recht van de Republiek van de Marshall Islands en een 100% dochtervennootschap van [ H ]. (…)”

Beroepschrift winstbelasting:

“Conclusie

Nu de dienstverlening van [ X LLC] buiten het heffingsgebied plaatsvindt en er geen vaste vertegenwoordiger dan wel vaste inrichting is op Sint Maarten kan er geen sprake zijn van een belastbare omzet dan wel van een belastingplicht voor de Winstbelasting”.

(*onderstrepingen zijn van het Gerecht)

Het Gerecht is gelet op het voorgaande van oordeel dat het megajacht voor rekening en risico van belanghebbende wordt geëxploiteerd.

4.3

Door belanghebbende is aangevoerd dat zij niet in de heffing van winstbelasting kan worden betrokken omdat zij fiscaal transparant is. Voor de beantwoording van de vraag of belanghebbende fiscaal transparant is dient, aldus belanghebbende, de in Sint Maarten geldende - van de Nederlandse situatie - afwijkende regeling voor transparantie in aanmerking te worden genomen. Op basis van deze regeling kan volgens belanghebbende eerder sprake zijn van transparantie dan met toepassing van de Nederlandse regeling en dit hangt samen met het zogenaamde toestemmingsvereiste.

4.3.1

Bij wijziging van de deelnemingsvrijstelling per 1 januari 2009: P.B. 2009, no. 54

zijn de criteria voor fiscale transparantie in de memorie van toelichting behandeld. Voor zover van belang is daarin (blz. 7-8) het volgende vermeld:

“De fiscale (niet-)transparantie dient te worden bepaald aan de hand van de vier volgende criteria:

A.

Heeft het samenwerkingsverband rechtspersoonlijkheid (onder het recht waardoor het wordt beheerst) in de zin dat het de juridische eigendom van de zaken kan bezitten waarmede de activiteiten van het samenwerkingsverband worden uitgeoefend?

B.

Is er ten minste één deelnemer met onbeperkte aansprakelijkheid voor de verplichtingen van het samenwerkingsverband? Bedoeld wordt een aansprakelijkheid die in beginsel de inleg van de desbetreffende deelnemer in het samenwerkingsverband te boven gaat zonder overigens de rechtsvorm van de onbeperkt aansprakelijke deelnemer zelf in aanmerking te nemen.

C.

Is er sprake van een in aandelen verdeeld kapitaal (is bijvoorbeeld het kapitaal van het samenwerkingsverband verdeeld in gelijke coupures, zoals aandelen met een gelijke nominale waarde en zijn de winst- en stemrechten verdeeld conform het aantal coupures in het kapitaal dat een deelnemer bezit)? Onder ‘in aandelen verdeeld kapitaal’ wordt ook verstaan de kapitaaldeelname die maatschappelijk aan aandelen kan worden gelijkgesteld.

D.

Is buiten het geval van vererving of legaat de voorafgaande schriftelijke toestemming vereist van ten minste één medeparticipant voor zowel: 1. de toetreding tot het samenwerkingsverband van een nieuwe deelnemer alsmede 2. de overdracht (inclusief de vervanging) van een participatie aan een nieuwe deelnemer?

Ingeval het antwoord op A ‘ja’ en op B ‘nee’ is, is er sprake van niet-transparantie. In alle andere gevallen hangt het antwoord af van C en D. Indien in die gevallen het antwoord op vraag C bevestigend is, terwijl het antwoord op vraag D ontkennend is, is eveneens sprake van een niet-transparant lichaam. In andere gevallen is sprake van transparantie. (…)”

Het Gerecht is het met belanghebbende eens dat voor de beoordeling of een lichaam fiscaal transparant is bovenstaande regeling moet worden toegepast. Naar het oordeel van het Gerecht brengt dit met zich dat belanghebbende niet als een transparant lichaam kan worden aangemerkt. Immers het antwoord op vraag A is “Ja” en het antwoord op vraag B is “Nee”. Met betrekking tot het antwoord op vraag B neemt het Gerecht het volgende in aanmerking. Belanghebbende is een LLC opgericht naar het recht van de Marshall Islands. De wettelijke regeling voor LLC is vastgelegd in de Marshall Islands Limited Liability Company Act (onderdeel van de Republic of the Marshall Islands Associations Law). Over de aansprakelijkheid van de deelnemers van een LLC wordt in paragraaf 20 van de Marshall Islands Limited Liability Company Act (vindbaar op internet) het volgende vermeld:

Ҥ20. Liability to third parties. (1) Except as otherwise provided by this Act, the debts, obligations and liabilities of a limited liability company, whether arising in contract, tort or otherwise, shall be solely the debts, obligations and liabilities of the limited liability company; and no member or manager of a limited liability company shall be obligated personally for any such debt, obligation or liability of the limited liability company solely by reason of being a member or acting as a manager of the limited liability company.

(2) Notwithstanding the provisions of subsection (1) of this section, under a limited liability company agreement or under another agreement, a member or manager may agree to be obligated personally for any or all of the debts, obligations and liabilities of the limited liability company.”

4.3.2

Het Gerecht leidt uit voorgaande bepaling in samenhang met het onderdeel 2 van artikel VII van de LLC agreement (zie onder 2.3) af dat van onbeperkte aansprakelijkheid van een deelnemer geen sprake is. Het Gerecht merkt nog op dat indien voor de kwalificatie van de LLC aansluiting wordt gezocht bij de Nederlandse beoordelingscriteria dit niet tot een ander resultaat leidt.

4.4

Het gevolg van de kwalificatie van belanghebbende als een niet-transparant lichaam is dat zij binnenlands belastingplichtig is indien zij in Sint Maarten is gevestigd. Indien belanghebbende niet in Sint Maarten is gevestigd, maar wel een onderneming door middel van een vaste inrichting drijft in Sint Maarten - of andere activiteiten ontplooit die vallen onder artikel 1, eerste lid onderdeel c van de Landsverordening op de winstbelasting (Lv WB) - is zij buitenlands belastingplichtig voor de winstbelasting. De Inspecteur stelt dat belanghebbende in Sint Maarten is gevestigd hetgeen door belanghebbende wordt bestreden. Ingevolge artikel 4 van de ALL wordt waar iemand woont of een lichaam gevestigd is naar omstandigheden beoordeeld. In dit verband is volgens het arrest van de Hoge Raad van 23 september 1992, nr. 27 293, BNB 1993/193) het volgende van belang: “Bij de beoordeling naar de omstandigheden van de vestigingsplaats van een lichaam moet in het algemeen ervan worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn bestuur, en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. Wanneer echter aannemelijk is dat de werkelijke leiding van een lichaam door een ander wordt uitgeoefend dan dat bestuur, kan er aanleiding zijn als vestigingsplaats van het lichaam aan te merken de plaats van waaruit die ander de leiding uitoefent. Volgens het Article VIII onderdelen 1 en 3 van de LLC Agreement berust het bestuur van LLC bij haar manager. Volgens onderdeel 4 van dit artikel is de manager bevoegd om namens belanghebbende overeenkomsten aan te gaan en haar te binden. Volgens het LLC Agreement is [ Y ] de manager van LLC. Dat voor de onderhavige jaren [ Y ] niet de manager is van LLC is gesteld noch gebleken. Ook is gesteld noch gebleken dat de werkelijke leiding van LLC in de onderhavige jaren bij iemand anders dan bij [ Y ] berust. De volgende feiten en omstandigheden wijzen voorts in de richting dat de werkelijke leiding bij hem berust. Het Gerecht neemt hierbij in aanmerking de diverse overeenkomsten en bescheiden die tijdens de boekencontrole door hem zijn overgelegd waaronder de door [ Y ] opgestelde winst- en verliesrekening, de door [ Y ] getekende ‘employment letters’ met betrekking tot de bemanningsleden van het jacht, de door [ Y ] namens [ Z ] en LLC getekende de ‘operating agreement’ en ook de door hem overgelegde bankafschriften van ‘[ X ] current account’. De vestigingsplaats van LLC komt dan overeen met de plaats waar [ Y ] de werkelijke leiding uitoefent. Nu vaststaat dat [ Y ] woonachtig is in Sint Maarten en belanghebbende bovendien een vestigingsadres heeft in Sint Maarten is het aannemelijk dat de leidinggevende taken vanuit Sint Maarten gebeuren. Het Gerecht is het met de Inspecteur eens dat de vestigingsplaats van belanghebbende is gelegen in Sint Maarten. Belanghebbende is alsdan ingevolge artikel 1, eerste lid onder a van de Lv WB binnenlands belastingplichtig. Het gelijk is aan de zijde van de Inspecteur.

Het bedrag van de aanslagen en boetebeschikkingen

4.5

De Inspecteur heeft gesteld dat voor de onderhavige jaren aangiftebiljetten zijn uitgereikt hetgeen door belanghebbende ter zitting is bestreden. Dat aangiftebiljetten zijn uitgereikt is niet met feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt door de Inspecteur. Dit betekent dat de verzuimboeten niet in stand kunnen blijven. Bovendien heeft belanghebbende met betrekking tot het jaar 2011 terecht aangevoerd dat voor het opleggen van een verzuimboete geen wettelijke basis bestaat. Het Gerecht volgt hiermee het oordeel van de Raad van Beroep voor Belastingzaken (zie ECLI:NL:ORBBACM:2015:38). Het gelijk is op dit punt aan de zijde van belanghebbende.

4.6

Belanghebbende heeft zich niet uitgelaten over het bedrag van de aanslagen. Het Gerecht zal belanghebbende – in navolging van de afspraak op de zitting van 15 september 2016 - daartoe in de gelegenheid stellen.

5 DE BESLISSING

Het Gerecht:

  • -

    stelt belanghebbende in de gelegenheid zich binnen 12 weken na verzending van deze tussenuitspraak uit te laten over het bedrag van de aanslagen;

  • -

    houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze tussenuitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2018, in tegenwoordigheid van de griffier Maite Faro MSc.

De griffier, De rechter,

De griffier is buiten staat om de

uitspraak te ondertekenen

Afschriften zijn per post/per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.