Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2018:117

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
23-11-2018
Datum publicatie
11-01-2019
Zaaknummer
SXM201801340 / KG00276/2018
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Goederenrecht. Bezit geldt als volkomen titel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM201801340 / KG00276/2018

Datum: 23 november 2018

VONNIS IN KORT GEDING

In de zaak van:

[eiser],

wonende te Sint Maarten,

-eiser-,

procederende in persoon

tegen

[gedaagde],

wonende te Sint Maarten,

-gedaagde-

procederende in persoon.

1 De beoordeling van de procedure

1.1.

Het Gerecht heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

  1. verzoekschrift met producties van 19 oktober 2018,

  2. pleitnota met producties van gedaagde.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 november 2018 in aanwezigheid van partijen. De griffier heeft aantekening gehouden van wat er is gezegd.

1.3.

De uitspraak vindt vandaag plaats.

2 De feiten

2.1.

Eiser was eigenaar van de auto, Ford ……, bouwjaar 2013, hierna: de auto. Gedaagde is eigenaar van een zelfde auto, maar dan met bouwjaar 2012. Door de passage van orkaan Irma op 6 september 2017 is de auto beschadigd.

2.2.

Kort daarna is er contact geweest tussen partijen. Als gevolg van dat contact heeft eiser de auto aan gedaagde afgegeven. Gedaagde heeft de auto door middel van een takelwagen met instemming van eiser weggehaald.

2.3.

Bij brief van 6 augustus 2018 van eiser aan gedaagde is gedaagde gesommeerd om uiterlijk 15 augustus 2018 de auto aan hem terug te geven. In de brief wordt gezegd dat de auto aan gedaagde was gegeven met het uitsluitende doel deze te gebruiken om vervangingsonderdelen te verkrijgen ten behoeve van zijn auto. Eiser zag dat op Facebook de velgen en de banden van de auto te koop werden aangeboden door gedaagde. Dat mag niet want strijdig met voormeld doel.

2.4.

Gedaagde heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven.

3 De vorderingen en de verweren

3.1.

Eiser verzoekt het Gerecht om, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, gedaagde te bevelen om onmiddellijk de aan hem toebehorende auto af te geven, met machtiging aan hem, als gedaagde hiermee in gebreke blijft, deze afgifte desnoods met hulp van de sterke arm te bewerkstelligen. Subsidiair, moet gedaagde worden veroordeeld om de auto op straffe van een dwangsom af te geven. Alles met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.

3.2.

Gedaagde verzoekt het Gerecht om de vorderingen van eiser af te wijzen.

3.3.

Op de argumenten van partijen gaat het Gerecht hierna in, voor zover deze relevant blijken voor de beoordeling van het geschil.

4 De beoordeling

4.1.

De spoedeisendheid is met de aard van de vordering (revindicatie auto) gegeven.

4.2.

Op grond van artikel 5:2 BW is de eigenaar van een zaak bevoegd haar van een ieder die haar zonder recht houdt op te eisen. Duidelijk is dat eiser, voordat de auto aan gedaagde werd afgegeven, de eigenaar hiervan was. Dit volgt uit het feit dat dit niet wordt betwist door gedaagde. Na de afgifte van de auto door eiser aan gedaagde heeft gedaagde hierdoor het bezit verkregen. Dat blijkt uit het feit dat hij de auto heeft meegenomen, zonder protest van eiser ongeveer een jaar heeft gehouden, onderdelen van de auto heeft (proberen) te gebruiken als reserve-onderdelen, andere onderdelen via Facebook te koop heeft aangeboden en aan eiser te kennen heeft gegeven de auto niet te willen afgeven. Daarmee is voldaan aan artikel 3:118 BW. Gedaagde heeft zich gedragen als bezitter te goeder trouw en hij mocht zich ook redelijkerwijze als zodanig beschouwen. Op grond van artikel 3: 119 lid 1 BW is gedaagde bezitter van de auto geworden en dus wordt hij vermoed rechthebbende, oftewel eigenaar van de auto te zijn. Aldus is het aan eiser om te bewijzen dat gedaagde niet de eigenaar van de auto is geworden en hij de auto dus aan hem moet teruggeven.

4.3.

De kort geding rechter kan uitsluitend vorderingen toewijzen als zeer aannemelijk is dat de rechter in de bodemprocedure daartoe ook zou beslissen. In deze zaak geldt dat dit niet zeer aannemelijk is. Het is immers niet mogelijk om vooruit te lopen op de bewijsopdracht die, na voltooid debat, hoogstwaarschijnlijk aan eiser zal worden gegeven. Dit geldt temeer nu gedaagde in zijn pleitnota opmerkt dat de afspraken omtrent de auto en de afgifte van de auto zijn waargenomen door de broer en de neef van eiser en ook door een collega van gedaagde zodat het er naar uitziet dat deze personen als getuigen zullen worden gehoord. Daarbij komt dat de afspraken over de auto zijn gemaakt tussen partijen als kennissen c.q. vrienden en er voor de afgifte van de auto door eiser geen tegenprestatie is bedongen. Dat maakt het vooruit lopen op het oordeel van de bodemrechter nog lastiger, nu het immers geen gebruikelijke commerciële transactie betreft.

4.4.

De vorderingen van eiser worden dus afgewezen. Als eiser de zaak juridisch uitgezocht wil hebben zal hij een bodemprocedure aanhangig moeten maken.

4.5.

Als in het ongelijk gestelde partij wordt eiser in de proceskosten veroordeeld. Deze worden gesteld op nihil nu gedaagde zijn eigen procesvoering heeft gedaan.

5 De beslissing

Het Gerecht:

wijst de vorderingen af,

veroordeelt eiser in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 23 november 2018.