Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2018:116

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
14-11-2018
Datum publicatie
11-01-2019
Zaaknummer
SXM201800673
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewijsrecht. Bewijs van echtheid handtekening kan niet worden geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 14 november 2018

Zaaknummer: SXM201800673

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Beschikking

inzake

[de opdrachtgever],

wonend te Sint Maarten,

opposante,

gemachtigde: mr. B. Brooks,

tegen

[de opdrachtnemer],

wonend te Sint Maarten,

geopposeerde,

gemachtigde: mr. S.H.M. Ibrahim.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het Gerecht heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

  1. Verzetschrift met producties d.d. 11 april 2018,

  2. Conclusie van antwoord in oppositie,

  3. Aanvullende productie zijdens [de opdrachtgever] d.d. 28 september 2018.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2018 in aanwezigheid van partijen en voormelde advocaten. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden.

1.3.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Partijen zijn in november 2014 een overeenkomst tot aanneming van werk aangegaan die inhield dat [de opdrachtnemer] schilderwerk aan het huis van [de opdrachtgever] zou uitvoeren. [de opdrachtnemer] heeft deze werkzaamheden in de periode van november 2014 tot en met maart 2015 uitgevoerd.

2.2. [

de opdrachtgever] heeft voor de schilderwerkzaamheden de volgende bedragen aan [de opdrachtnemer] voldaan:

US$ 500.00 in december 2014,

US$ 500.00 in maart 2015 en

US$ 200.00 in april 2015.

2.3.

Bij verstekbeschikking van 8 augustus 2017 met zaaknummer G-9 van 2017 is [de opdrachtgever] veroordeeld tot betaling aan [de opdrachtnemer] van US$ 760.00 althans de tegenwaarde daarvan in Antilliaanse guldens, vermeerderd met de wettelijke rente, US$ 114.00 aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.

3 De vorderingen en het verweer

3.1. [

de opdrachtgever] vraagt het Gerecht om, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, de volgende beslissingen te nemen:

- het verzet gegrond verklaren;

- de vorderingen van [de opdrachtnemer] alsnog afwijzen en [de opdrachtgever] ontheffen van de veroordelingen uit de verstekbeschikking;

- [ de opdrachtnemer] veroordelen in de proceskosten.

3.2. [

de opdrachtnemer] concludeert dat het Gerecht het verzet ongegrond zal verklaren, met bevestiging van de verstekbeschikking alsmede veroordeling van [de opdrachtgever] in de proceskosten.

3.3.

Kort en zakelijk weergegeven legt [de opdrachtgever] het volgende aan haar verzet

ten grondslag. De bij de verstekbeschikking toegewezen vorderingen van [de opdrachtnemer] zijn gebaseerd op een schriftelijke overeenkomst d.d. 17 januari 2015, die het volgende inhoudt:

“This is a wonderful day the Lord has created and I [de opdrachtgever] and The Painter Mr. C [de opdrachtnemer] has come to agree on December 6th, 2014 at 9am.

The Painter will work for me at $70.00 per day for 28 days. Which will be a total of $1960.00. $500.00 has been paid to Mr. [de opdrachtnemer] on December 12th, 2014 as his first payment. $1460.00 balance at three payments.”

De overeenkomst is ondertekend door [de opdrachtnemer] en “Mrs B …..”. [de opdrachtgever] betwist de echtheid van laatstgenoemde handtekening en heeft bij de politie aangifte tegen [de opdrachtnemer] gedaan van vervalsing. Volgens [de opdrachtgever] zijn partijen enkel mondeling een overeenkomst van aanneming van (schilders)werk overeengekomen voor een bedrag van US$ 1000.00, welk bedrag [de opdrachtgever] aan [de opdrachtnemer] heeft betaald. Verder is afgesproken dat indien het werk naar tevreden van [de opdrachtgever] werd gedaan, zij een extra, door [de opdrachtgever] te bepalen, bedrag zou betalen als “incentive”. In dat kader heeft [de opdrachtgever] in april 2015 nog een bedrag van US$ 200.00 aan [de opdrachtnemer] voldaan. [de opdrachtnemer] heeft dan ook niets meer van haar te vorderen, aldus [de opdrachtgever].

3.4.

Kort en zakelijk weergegeven voert [de opdrachtnemer] het volgende aan. De handtekening van [de opdrachtgever] op de schriftelijke overeenkomst d.d. 17 januari 2015 is echt en de overeenkomst geeft de afspraken tussen partijen correct weer. [de opdrachtgever] heeft de overeenkomst opgesteld en aan [de opdrachtnemer] een kopie gegeven. [de opdrachtnemer] heeft tijdig en deugdelijk het afgesproken schilderwerk uitgevoerd en dient daarom de daarvoor afgesproken prijs te ontvangen. Nu [de opdrachtgever] US$ 1,200.00 heeft betaald, is zij nog US$ 760.00 verschuldigd. [de opdrachtnemer] betwist de afspraak over de zogenaamde “incentive”.

4 De beoordeling

4.1.

Het Gerecht stelt voorop dat [de opdrachtnemer] de bewijslast draagt van het bestaan van de schriftelijke overeenkomst d.d. 17 januari 2015, nu hij zich op de rechtsgevolgen daarvan beroept.

4.2.

Ter zitting heeft [de opdrachtnemer] verklaard dat niet hij, maar [de opdrachtgever] beschikt over de originele schriftelijke overeenkomst d.d. 17 januari 2015 en dat hij slechts een kopie heeft. Voorts is namens [de opdrachtnemer] desgevraagd meegedeeld dat hij zijn stelling dat [de opdrachtgever] de overeenkomst heeft ondertekend, niet met andere bewijsmiddelen kan staven. Nu een onderzoek naar de echtheid van een handtekening vrijwel onmogelijk is op basis van slechts een kopie, en [de opdrachtnemer] geen andere feiten en omstandigheden heeft aangedragen ten bewijze van zijn stelling, is gelet op de gemotiveerde betwisting van [de opdrachtgever], onvoldoende komen vast te staan dat partijen hebben afgesproken wat in de schriftelijke overeenkomst staat vermeld. Dit betekent dat het verzet van [de opdrachtgever] gegrond is en dat de verstekbeschikking zal worden vernietigd. De vorderingen van [de opdrachtnemer] worden alsnog afgewezen.

4.3.

Als in het ongelijk gestelde partij wordt [de opdrachtnemer] verwezen in de proceskosten.

5 De beslissing

Het Gerecht in Eerste Aanleg:

Verklaart het verzet gegrond;

Vernietigt de beschikking 8 augustus 2017 met zaaknummer G-9 van 2017;

Wijst de vorderingen van [de opdrachtnemer] af;

veroordeelt [de opdrachtnemer] in de proceskosten, aan de zijde van [de opdrachtgever] begroot op NAf 500.00 aan salaris gemachtigde,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.