Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2017:73

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
01-03-2017
Datum publicatie
02-07-2019
Zaaknummer
100.00028/17 & 100.00446/16 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

huiselijk geweld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.R. Bommel.

De officier van justitie, mr. L. Bertels, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Daarnaast heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis d.d. 21 december 2016 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 (vier) maanden.

De raadsvrouw heeft vrijspraak en afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging bepleit.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 3 februari 2017 te Sint maarten opzettelijk mishandeld zijn echtgenoot/levensgezel [slachtoffer] (meermalen) met kracht en met gebalde vuist in/op/tegen haar gezicht heeft geslagen/gestompt, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

3 Voorvragen

3A. Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

3B. Bevoegdheid van het Gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

3D. Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

4A. Bewijs(middel)verweer

De raadsvrouw heeft betoogd dat er onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. Zij vindt de medische verklaring dubieus. In de letselverklaring staat aangegeven dat er geen vooruitzicht is op volkomen genezing en dat het incident de dood had kunnen veroorzaken. Aangeefster heeft bij de politie verklaard dat verdachte haar sloeg alsof hij met een man aan het vechten was. Volgens haar verklaring is zij na het incident naar de dokter gereden en vervolgens direct naar de politie. De verbalisant ziet echter op dat moment geen waarneembare verwondingen, althans hij heeft dat niet vastgelegd in het proces-verbaal. Dit maakt ook de verklaring van aangeefster onbetrouwbaar, aldus de raadsvrouw.

Het Gerecht verwerpt dit verweer. Er is voldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen. Het proces-verbaal van de videobeelden ondersteunt de aangifte. Verdachte verklaart dat hij aangeefster bij hun gezamenlijke zijn woning heeft gezien en ontkent dat hij haar daarna met de auto heeft achtervolgd, waarna de mishandeling zou hebben plaatsgevonden. De camerabeelden spreken dit verhaal tegen en bevestigen daarentegen de aangifte. Ter zitting heeft de verdachte bevestigd dat de videobeelden in de buurt van mevrouw [persoon 1] zijn opgenomen. Op de beelden is te zien dat er 2 (twee) auto’s zijn en dat de verdachte daar loopt. Hoewel de mishandeling niet op de camerabeelden te zien is, biedt de letstelverklaring op dit punt op haar beurt steun aan de aangifte. De letselverklaring is kort na het incident opgemaakt en bevat een duidelijke omschrijving van het letsel. De letselverklaring is consistent met de aangifte. Er is, afgezien van mishandeling door verdachte, geen redelijke verklaring voor dat letsel. Dat het slachtoffer zichzelf zou hebben verwond is niet aannemelijk geworden. Uit de overgelegde berichten kan worden afgeleid dat aangeefster ervan is geschrokken dat verdachte is vastgezet. Uit die berichten kan echter geenszins worden afgeleid dat zij een valse aangifte zou hebben gedaan.

4B. Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting:

[persoon 1] woont verderop in de straat, niet naast mij. [bedrijf 1] is verderop in de straat, dichtbij het huis van mevrouw [persoon 1].

Proces-verbaal van aangifte van mishandeling d.d. 4 februari 2017, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], document no.1702040950.AAN:

Last night, Friday 3rd February 2017, at around 10:45PM, I was driving in the Point Blanch area. Along with me was my husband [verdachte]. When I reached home, I saw that [verdachte] was standing outside in front of his car. When I saw him, I continued driving in my Hyundai I-40 because I was afraid and I wanted to avoid any type of confrontation. While I was driving past the [bedrijf 1], [verdachte] by passed my car with his own, and blocked my car off. [verdachte] then got out of his car and approached my car. I then heard [verdachte] say to me: “Open the fucking door now or else I will bust the glass! When I opened the door, [verdachte], then started punching me, intentionally and forcefully to my head. I felt that [verdachte] grabbed my hair with one hand and used his other hand to punch. He hit me more than eight times.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 februari 2017, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], document no. 1702051525.AMB:

Ik ontving een filmpje via What’sapp van aangeefster [slachtoffer]. Op het filmpje is een televisie te zien. Op het scherm van de televisie zijn er videobeelden. De beelden zijn afkomstig van het camerasysteem van de vrouw genaamd [persoon 1]. Op 43 seconden van het filmpje is te zien dat een man op de straat liep en ging in de richting van de achterkant van een geparkeerde auto. Op 52 seconden is het te zien dat het een witgelakte auto is. Op 1.00 minuut rijdt de witgelakte auto weg. Bij het bekijken van het filmpje zag ik dat het postuur en lengte van de man die op de straat liep overeen kwam met die van verdachte [verdachte]. Ik zag dat de witgelakte auto een Hyundai I-40 betrof.

Een ander geschrift, medisch rapport d.d. 4 februari 2017 van dr. M. Naawu:

  1. Mild swelling to the frontal aspect of the head and left side face with tenderness

  2. Tenderness to left upper extemity

4C. Bewezenverklaring

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat:

hij op 3 februari 2017 te Sint Maarten opzettelijk mishandeld zijn echtgenoot [slachtoffer] met kracht in haar gezicht heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van ~het feit ~de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Mishandeling gepleegd tegen zijn echtgenoot, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. Het feit is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Strafmotivering

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn echtgenote. Verdachte is recentelijk veroordeeld geweest en loopt nog in zijn proeftijd. Verdachte kreeg het gevoel dat zijn echtgenote en zijn vriendin spelletjes met hem aan het spelen waren. Verdachte barst uit in woede en maakt daarbij gebruik van geweld. Het gedrag van verdachte is onacceptabel. Hij is er om te zorgen voor zijn echtgenote en om haar te beschermen.

Het Gerecht heeft acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie waaruit blijkt dat er sprake is van recidive.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

8 Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 21 december 2016 in de zaak met parketnummer 100.00446/16 heeft het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, de verdachte ter zake van openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op 3 (drie) jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie vordert thans dat het Gerecht zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

Het Gerecht heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

Het Gerecht is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Verdachte heeft immers kort na zijn veroordeling opnieuw een gewelddadig misdrijf gepleegd. Voor omzetting in een werkstraf, zoals de raadsvrouw heeft voorgesteld, bestaat gelet daarop geen ruimte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 1:136, 2:273 en 2:277 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4C omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde feit het in rubriek 5 genoemde strafbare feit oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, daaronder begrepen de ex artikel 1:25 Wetboek van Strafrecht ondergane detentie, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 100.00446/16 en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 9vier) maanden, opgelegd bij vonnis het Gerecht in eerste aanleg d.d. 21 december 2016;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 1 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier A.R. Osepa-Ritfeld.