Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2017:71

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
08-06-2017
Datum publicatie
24-06-2019
Zaaknummer
100.00496/16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

reeks gewapende overvallen op supermarkten en restaurants, indirect bewijs, stemherkenning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

wonende te [adres] te [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 mei 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S.R. Bommel.

De officier van justitie, mr. D. Hazejager, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsvrouw heeft het woord ter verdediging gevoerd, strekkende tot vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

(zie de in de dagvaarding, bijlage I, opgenomen tenlastelegging).

3 Voorvragen

3A. Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

3B. Bevoegdheid van het Gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

3D. Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

4A. Bewijsoverweging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Er is slechts ‘circumstantial’, indirect bewijs voorhanden. Daaruit blijkt niet overtuigend dat verdachte bij de overvallen betrokken is geweest.

Het Gerecht verwerpt het verweer, omdat het uit de bewijsmiddelen wel degelijk de overtuiging heeft bekomen dat verdachte een van de twee daders is geweest. Daartoe is het volgende redengevend.

Uit het dossier volgt dat er in de periode tussen 27 juli 2016 en 18 oktober 2016 een groot aantal gewapende overvallen met een vergelijkbare modus operandi heeft plaatsgevonden. Elf van deze overvallen zijn in de tenlastelegging opgenomen.

De overeenkomsten tussen de overvallen zijn de volgende. Er zijn twee daders. Zij beroven middenstanders, in de regel Chinese supermarkten of restaurants. De overvallen vinden plaats in de avonduren. Telkens was sprake van een (kleinere/smallere) dader met twee vuurwapens die bij de ingang bleef staan en personeel en/of klanten bedreigde en een (grotere/bredere) dader die naar de kassa liep en geld uit de kassalade in een zwart-witte rugzak stopte waarna beide daders zich snel uit de voeten maakten. Camerabeelden van de verschillende overvallen vertonen een continuïteit bij de daders qua postuur, kleding en schoeisel.

Gelet op de vaste modus operandi en het terugkerende uiterlijk van de daders, is het Gerecht van oordeel dat alle tenlastegelegde overvallen gepleegd moeten zijn door dezelfde twee daders.

Dat verdachte een van deze daders is geweest, kan, zo moet aan de raadsvrouw worden toegegeven, niet met veel direct bewijs worden aangetoond. Het aanwezige bewijs is in hoofdzaak indirect van aard. Toch laat dit bewijs, in samenhang bezien, naar het oordeel van het Gerecht in redelijkheid geen andere conclusie toe dan dat verdachte de dader met de vuurwapens is geweest.

In de bewijsconstructie staat de betrokkenheid van medeverdachte [medeverdachte] voorop. [medeverdachte] is veroordeeld voor de (niet aan verdachte ten laste gelegde) gewapende overval op Budget Marine op 19 oktober 2016, een dag na de laatste aan verdachte ten laste gelegde overval. [medeverdachte] heeft een bekennende verklaring afgelegd over zijn betrokkenheid bij de overval op Budget Marine. De aan [medeverdachte] toebehorende Ford Focus, die als vluchtauto is gebruikt bij Budget Marine, is gezien bij twee overvallen in onderzoek Onyx, waaronder de overal op Star Mart (feit 7). [medeverdachte] wordt gezien in de directe omgeving van supermarkt Wang Jiao (feit 2), kort voordat daar door een dader met een vergelijkbaar signalement een overval wordt gepleegd. [medeverdachte] heeft bij Budget Marine een rugzak gebruikt die grote uiterlijke gelijkenissen vertoond met de hiervoor genoemde rugzak. Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte] is kleding aangetroffen die lijkt op de kleding van de dader met de rugzak. Het betreft een karakteristiek paar schoenen, gebruikt bij feit 7 en een zwarte handschoen, gebruikt bij feiten 7, 8, 9, 10 en 11. Voorts heeft [medeverdachte] in een voicenote aan zijn vriendin gesproken over het maken van een ‘move’ met zijn [herkomst medeverdachte] partner. Volgens zijn vriendin bedoelt [medeverdachte] daarmee dat hij met zijn [herkomst medeverdachte] partner een overval wil plegen. Deze uitleg wordt bevestigd door haar reactie in het gesprek met [medeverdachte]: ‘ don’t go rob’.

In samenhang bezien laten deze, weliswaar indirecte, bewijsmiddelen geen andere conclusie toe dan dat [medeverdachte] de dader met de rugzak is geweest. In zijn verhoren heeft [medeverdachte] geen aannemelijke, de verdenking ontzenuwende verklaring kunnen geven.

Het Gerecht komt vervolgens tot de conclusie dat verdachte de dader met de vuurwapens is geweest. Het dragende bewijsmiddel daarvoor is de stemherkenning. Een verbalisant heeft op ambtseed verklaard dat hij de stem van verdachte herkent als de stem van een van de overvallers van restaurant Old Tree (feit 1). Met betrekking tot de bewijswaarde van het proces-verbaal waarin de stemherkenning is gerelateerd overweegt het Gerecht, dat voor het kunnen herkennen van een stem geen bijzondere kennis of kunde nodig is1. Het proces-verbaal betreft de eigen waarneming en ondervinding van de verhorende verbalisant. Het betreft een bewijsmiddel dat verdachte rechtstreeks met de bedoelde overval in verband brengt.

De notie dat verdachte een van de daders is, vindt ondersteuning en bevestiging in een reeks van andere, minder rechtstreekse bewijsmiddelen. Verdachte en [medeverdachte] hebben in de tenlastegelegde periode van ruim drie maanden 172 keer telefonisch contact met elkaar. De reden die verdachte daarvoor geeft, namelijk dat [medeverdachte] weed bij hem kocht en hem daar voor belde, verklaart naar het oordeel van het Gerecht niet het grote aantal telefooncontacten van gemiddeld 1,58 per dag. Een meer voor de hand liggende verklaring daarvoor is, dat er overvallen afgestemd worden.

Verder is verdachte naar het oordeel van het Gerecht degene die door [medeverdachte] als zijn ‘[herkomst medeverdachte] partner’ wordt aangeduid. Bij de overvallen onder feit 4 en 7 hebben getuigen een [herkomst medeverdachte] accent herkend bij een van de daders. Verdachte is van [herkomst medeverdachte] afkomst en spreekt met een [herkomst medeverdachte] accent. Uit een Facebook chat blijkt dat [persoon 1] [medeverdachte] vertelt dat hij met zijn auto is aangehouden door de politie, dat zijn [herkomst medeverdachte] partner marihuana in zijn auto had achtergelaten en wegrende toen de politie [medeverdachte] aanhield. De verbalisant die [medeverdachte] toen aanhield, heeft later verdachte herkend als degene die wegrende. Voorts staat het nummer van verdachte in de telefoon van [medeverdachte] opgeslagen onder de naam ‘[bijnaam medeverdachte]”. Volgens de vriendin van [medeverdachte] noemt die zijn ‘[herkomst medeverdachte] partner’ ook wel ‘[bijnaam medeverdachte]’.

Volgens de politie vertoont het postuur en de manier van bewegen van de dader met de vuurwapens, grote gelijkenissen met het postuur en de manier van bewegen van verdachte. Hoewel het Gerecht dit niet zelf heeft kunnen vaststellen, ziet het geen reden om aan de ambtsedige verklaring van de verbalisanten te twijfelen.

Ook een stuk kleding van verdachte wordt door de politie herkend op camerabeelden. Een door de dader gedragen schoen van het merk Polo vertoont blijkens camerabeelden grote gelijkenis met een schoen van verdachte van dat merk. Bijzonder onderscheidend is daarbij de vlek op de bovenzijde van de schoen van de dader. Op beelden van de reconstructie van de overval is ook op de schoen van verdachte zo een vlek te zien. De bijzondere wijze waarop de schoen is gestrikt, met de bovenste vetergaten onbenut, komt eveneens overeen.

Hoewel de hiervoor genoemde bewijsmiddelen op zichzelf bezien ruimte laten voor twijfel, vormen zij naar het oordeel van het Gerecht in samenhang bezien een sterk fundament voor een bewezenverklaring. Daarbij betrekt het Gerecht dat verdachte, uitgezonderd voor wat betreft de telefooncontacten, geen enkele poging heeft gedaan om het bewijs te ontzenuwen, anders dan door een kale ontkenning. Hij heeft niet geprobeerd om zich van een alibi te voorzien, waar het naar de inschatting van het Gerecht voor een valselijk beschuldigde wel sterk voor de hand had gelegen om dat te doen. Een bruikbaar bewijsmiddel levert deze passieve houding van verdachte als zodanig niet op, maar het draagt bij aan de overtuigingskracht van de wel gebruikte bewijsmiddelen. Aan die overtuiging draagt tevens in enige mate bij, dat sinds de aanhouding van verdachte en medeverdachte [medeverdachte], de reeks overvallen met genoemde modus operandi ten einde is gekomen.

Aldus komt het Gerecht tot het oordeel dat verdachte, als de dader met de vuurwapens, de elf tenlastegelegde gewapende overvallen heeft gepleegd.

4B. Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

4C. Bewezenverklaring

Feit 1 – zaak 1

dat hij op 27 juli 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $260.00 Amerikaanse Dollars toebehorende aan Old Tree Peking Seafood Chinese Restaurant en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit:

  • -

    dreigend te zeggen: “nobody move this is an assault” en “put the money in the bag”;

  • -

    het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens.

Feit 2 – zaak 4

dat hij op 13 augustus 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $200.00 Amerikaanse Dollars, toebehorende aan Supermarket Wang Jiao en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens.

Feit 3 – zaak 5

dat hij op 15 augustus 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $1,500.00 Amerikaanse Dollars, toebehorende aan Freshpond Supermarket en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit:

  • -

    dreigend te zeggen: “give me your money”, don’t move”;

  • -

    het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens;

  • -

    het slaan met een vuurwapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 6].

Feit 4 – zaak 6

dat hij op 19 augustus 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $ 500.00 Amerikaanse Dollars, toebehorende aan Supermarket Premier en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit:

  • -

    dreigend te zeggen: “give me the money”, “open the cashregister”, “security boy don’t move”, “lie down”;

  • -

    het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens;

  • -

    een vuurwapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 9] houden.

Feit 5 – zaak 11

dat hij op 29 augustus 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $ 100.00 Amerikaanse Dollars en meerdere flessen bier toebehorende aan Wah Yun Supermarket en/of [slachtoffer 10], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit:

  • -

    het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens;

  • -

    het meermalen slaan van die [slachtoffer 10] tegen het hoofd met een vuurwapen.

Feit 6 – zaak 12

dat hij op 2 september 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $ 3,500.00 Amerikaanse Dollars, toebehorende aan Well Luck Supermarket en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit:

  • -

    dreigend te zeggen: “give me the money”;

  • -

    het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens.

Feit 7 – zaak 15

dat hij op 9 september 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $ 800.00 Amerikaanse Dollars, toebehorende aan Pomp Station Texaco / Star Mart en/of [slachtoffer 14], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen of [slachtoffer 14], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens.

Feit 8 - zaak 17

dat hij op 17 september 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $ 300.00 Amerikaanse Dollars, toebehorende aan Quality Foods Supermarket en/of [slachtoffer 15], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 15], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens.

Feit 9 – zaak 19

dat hij op 24 september 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $ 600.00 Amerikaanse Dollars, toebehorende aan Best Food Supermarket en/of [slachtoffer 16], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 16] en [slachtoffer 17], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit:

  • -

    het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens;

  • -

    meermalen dreigend te zeggen: “give me the money”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

  • -

    het meermalen slaan van die [slachtoffer 16] en die [slachtoffer 17] tegen het (achter)hoofd met een vuurwapen.


Feit 10 - zaak 23

dat hij op 28 september 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $ 250.00 Amerikaanse Dollars, toebehorende aan Subway te Walther Nisbeth Road en/of [slachtoffer 18], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 18], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit:

  • -

    het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens;

  • -

    dreigend te zeggen: “get up or I will shoot you”, “tell your friend to open the door or I will shoot you”, “is this all you have”;

Feit 11 - zaak 28
dat hij op 18 oktober 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag van ongeveer $ 200.00 Amerikaanse Dollars, toebehorende aan Welcome Supermarket en/of [slachtoffer 19], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 19], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit:

  • -

    het tonen / dreigen van/met meerdere vuurwapens;

  • -

    meermalen dreigend te zeggen: “give me the money”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Feit 12
hij in de periode van 27 juli 2016 tot en met 18 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, vuurwapens, in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten een zwart vuurwapen en een zilver/chroom vuurwapen, zijnde voor bedreiging en/of afdreiging geschikt voorwerpen, voorhanden heeft gehad;

5 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1, 2, 6, 7, 8, 10 en 11, telkens:

Diefstal vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Feit 3, 4, 5 en 9, telkens:

Diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Feit 12:

Het medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 3 van de Vuurwapenverordening gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. De feiten zijn derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Strafmotivering

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, met zijn mededader, schuldig gemaakt aan een reeks gewapende overvallen. Daarbij is steeds gedreigd met vuurwapens en daarnaast een aantal maal ook fysiek geweld gebruikt. De overvallen hebben grote beroering veroorzaakt onder de Sint Maartense middenstand. De beroofde en bedreigde winkelbedienden, alsook de in de winkels en restaurants aanwezige klanten, hebben een traumatiserende ervaring moeten doorstaan. De overvallen hebben tevens aanmerkelijke materiele schade veroorzaakt. Het betreft derhalve ernstige feiten.


Verdachte heeft volhard in zijn ontkennende standpunt. Hij neemt daarmee geen verantwoordelijkheid voor zijn daden en toont geen inzicht in de verwerpelijkheid daarvan. Kennelijk heeft hij, ten koste van onschuldige derden, slechts oog gehad voor zijn eigen financieel gewin. Het Gerecht rekent verdachte dit zwaar aan.

Slechts een langdurige vrijheidsstraf kan, recht doen aan de ernst van de feiten. Daarbij betrekt het Gerecht het belang van generale preventie. Aan de samenleving dient het signaal te worden gegeven dat overvallen streng bestraft worden. Het Gerecht heeft acht geslagen op de maximumstraf voor deze feiten, zijnde 20 jaren gevangenisstraf gezien artikel 2:291 lid 2 jo. 1:136 Sr.

Alles afwegende acht het Gerecht een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden.

9 Beslag

Aan dit vonnis is een beslaglijst gehecht (bijlage II). De daarop onder zijn naam genoemde voorwerpen zijn onder verdachte in beslag genomen.

Van het scharniermes en de drie gripzakken (gripszakken) inhoudende een op marihuana gelijkend kruid, zal het Gerecht de onttrekking aan het verkeer gelasten, omdat het voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.


De overige voorwerpen dienen aan verdachte te worden teruggegeven. Van het geld staat niet vast dat dit aan het bewezenverklaarde gerelateerd is, zodat er geen grond voor verbeurdverklaring bestaat.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 1:74, 1:76, 1:136, 2:228, 2:289 en 2:291 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Vuurwapenverordening.

11 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4C omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek 5 genoemde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

Onttrekt aan het verkeer het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een kleine gripzak inhoudend kruid gelijkend op marihuana.

Gelast de teruggave van de overige inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld op aangehechte beslaglijst (bijlage II).

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 8 juni 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

1 Vgl. Hof Amsterdam 19 oktober 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4370