Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2017:60

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
02-08-2017
Datum publicatie
02-08-2018
Zaaknummer
100.0070/17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel door immigratieambtenaren, ambtelijke omkoping

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door haar raadsman mr. J.J. Rogers.

De officier van justitie, mr. D.M. Noordzij, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis, , met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd, strekkende tot vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Feit 1. (zaaksdossier 12)

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 maart 2016 tot en met 28 mei 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een ander, te weten [betrokkene 1], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van de toegang tot Sint Maarten en/of die [betrokkene 1] daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die ander(en) daar wederrechtelijk was immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s)

==die [betrokkene 1] (telkens) doorgelaten en/of in laten reizen; en/of

==(als immigratiemedewerkster) nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen,

terwijl dit/die feit(en) werd(en) begaan in de uitoefening van haar en/of haar mededader(s) ambt of beroep als immigratiemedewerk(st)er(s) en/of terwijl zij, verdachte, van dit/die feit(en) een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt en/of terwijl dit/die feit(en) in vereniging werd(en) begaan;

(artikel 2:154 lid 1 onder a en lid 2/3 van het Wetboek van Strafrecht);

Feit 2. (zaaksdossier 12)

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2016 tot en met 4 februari 2017

in Sint Maarten meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) als ambtenaar, immers werkzaam als immigratiemedewerkster, opzettelijk met misbruik van haar functie of positie

[betrokkene 2] op Sint Maarten heeft laten verblijven en/of doen en/of laten uitreizen, (terwijl zij, verdachte, wist dat het visum van die [betrokkene 2] per 1 november 2016 was verlopen) en/of (als immigratiemedewerkster) heeft nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen, in elk geval (telkens) iets heeft gedaan en/of heeft nagelaten iets te doen ten einde enig voordeel voor zichzelf en/of die [betrokkene 2] en/of (een) ander(en) te verkrijgen;

(artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht);

Feit 3. (dossier)

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 14 november 2016 in Sint Maarten en/of Haiti, heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit (de immigratiemedewerk(st)er(s)) haar, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4]

en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

==het plegen van mensensmokkel als bedoeld in artikel 2:154 van het Wetboek

van Strafrecht; en/of

==het aannemen van steekpenningen als bedoeld in artikel 2:350 en/of

artikel 2:351 van het Wetboek van Strafrecht; en/of

==het als ambtenaar misbruik maken van haar functie en/of positie als bedoeld

artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht; en/of

==het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 2:184 en/of 2:185 van het

Wetboek van Strafrecht; en/of

==het medeplegen en/of medeplichtig zijn aan overtreding van artikel 23 van de

Landsverordening toelating en uitzetting;

(artikel 2:79 Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

3A. Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

3B. Bevoegdheid van het Gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

3D. Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen - vrijspraak

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Daartoe is het volgende redengevend.

Feit 1

Aan verdachte is tenlastegelegd dat zij – kort en zakelijk weergegeven – betrokken is bij de mensensmokkel van [betrokkene 1]. Verdachte ontkent deze betrokkenheid. Naar het oordeel van het Gerecht is komen vast te staan dat [betrokkene 1] op 5 maart 2016 en op 28 mei 2016 Sint Maarten is binnengelaten, terwijl hij daartoe niet gerechtigd was. Hem was immers met een verwijderingsbeschikking de toegang tot Sint Maarten ontzegd tot 18 november 2018. Eveneens staat vast dat [betrokkene 1] in de aanloop naar zijn aankomst op 28 mei 2016 contact heeft onderhouden met verdachte en daarbij zijn komst aankondigt. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij verdachte om hulp heeft gevraagd bij het passeren van de grens, dat verdachte hem ook daadwerkelijk heeft geholpen en dat verdachte wist dat hij geen recht op toegang had.

Uit de verklaring van [betrokkene 1] blijkt echter niet op welke wijze verdachte hem heeft geholpen. Over 28 mei 2016 en kennelijk ook over 5 maart 2016 verklaart [betrokkene 1] dat verdachte in de buurt zou hebben gestaan toen hij door een andere immigratiemedewerker werd gecontroleerd en binnengelaten.

Hoewel dit de gedachte opwerpt dat verdachte de betreffende collega zou hebben geïnstrueerd om [betrokkene 1] in strijd met de regels te laten passeren, vindt die gedachte geen concrete steun, noch in de verklaring van [betrokkene 1], noch in andere delen van het dossier. De inhoud van de gesprekken met [betrokkene 1] is niet belastend voor verdachte, aangezien [betrokkene 1] slechts zegt dat hij gaat arriveren en verdachte wil ontmoeten en verdachte in de kern slechts ‘ok’ zegt. Nu niet duidelijk wordt wat verdachte zou hebben gedaan, kan slechts vrijspraak volgen.

Opmerking verdient nog dat de bewering van [betrokkene 1] dat verdachte onrechtmatig een stempel zou hebben gezet in zijn paspoort op 22 juni 2016, geen steun vindt in het dossier en bovendien buiten de tenlastegelegde periode valt.

Feit 2

Aan verdachte is tenlastegelegd dat zij – kort en zakelijk weergegeven – misbruik heeft gemaakt van haar functie door [betrokkene 2] te laten verblijven op Sint Maarten, terwijl zij wist dat [betrokkene 2] hier niet mocht zijn en door behulpzaam te zijn bij haar uitreis op 4 februari 2017. Verdachte ontkent.

Naar het oordeel van het Gerecht staat vast dat [betrokkene 2], de partner van verdachte die op het adres van verdachte stond ingeschreven, in ieder geval sinds het verlopen van haar visum op 30 november 2016, niet legaal op Sint Maarten verbleef. Verdachte heeft verklaard dat zij dit wist. Desondanks heeft verdachte niet ingegrepen door [betrokkene 2] bij de IGD aan te geven, maar heeft haar juist huisvesting geboden en anderszins ondersteund, onder meer door haar op 4 februari 2017 naar het vliegveld te brengen met het oog op uitreis.

Het Gerecht is van oordeel dat de handelingen van verdachte niet aangemerkt kunnen worden als het misbruik van haar functie als ambtenaar. De LTU, noch enige andere regeling, verplicht verdachte om buiten werktijd en in de privésfeer als opsporingsambtenaar op te treden en verbiedt haar niet om haar vriendin naar het vliegveld te brengen. Dit leidt tot vrijspraak voor feit 2.

Feit 3

Door verschillende getuigen zijn vermoedens geuit, dat verdachte zich actief en in samenwerking met anderen heeft bezig gehouden met mensensmokkel en aanverwante misdrijven. Geen van die vermoedens heeft echter tot bewezenverklaring van enig strafbaar feit geleid. Ook anderszins bevat het dossier geen wettig en overtuigend bewijs van deelname van verdachte aan een gestructureerd samenwerkingsverband met als oogmerk het plegen van misdrijven. Dit leidt tot vrijspraak voor feit 3.

5 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd onder feit 1, 2 en 3 en spreekt verdachte daarvan vrij;

gelast de teruggave van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld op aangehechte beslaglijst;

heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 2 augustus 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.