Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2017:58

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
02-03-2017
Datum publicatie
31-07-2018
Zaaknummer
100.00462/16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

gewapende overval op watersportwinkel (2)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. Z. Bary.

De officier van justitie, mr. D. Hazejager, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte vrij te spreken van feit 3 en hem ter zake van de feiten 1 primair en 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd en heeft vrijspraak bepleit.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Feit 1

Primair

hij op of omstreeks 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

een geldbedrag van ongeveer 670 Amerikaanse Dollars en/of een of meerdere kassaladen (ter waarde van 110.00 Amerikaanse Dollars per stuk) en/of een of meerdere blauwe ‘deposit bags’, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] te [locatie 1] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit,

• het tonen en/of zwaaien en/of bedreigen met een zwart (vuur)wapen;

• dreigend te zeggen: “open the cash pan, open the cash pan”, “let me get over there”, “hurry up hurry up”, “where is the next cash pan”, “open it up, open it up”

(art. 2:291 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [verdachte] op of omstreeks 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans die ander alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen:

een geldbedrag van ongeveer 670 Amerikaanse Dollars en/of een of meerdere kassaladen (ter waarde van 110.00 Amerikaanse Dollars per stuk) en/of een of meerdere blauwe ‘deposit bags’, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] te [locatie 1], en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [verdachte],

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit,

• het tonen en/of zwaaien en/of bedreigen met een zwart (vuur)wapen;

• dreigend te zeggen: “open the cash pan, open the cash pan”, “let me get over there”, “hurry up hurry up”, “where is the next cash pan”, “open it up, open it up”

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 19 oktober 2016 in Sint Maarten, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

• die [medeverdachte 1] en/of [verdachte] met een auto naar de [bedrijf 1], althans in de nabijheid van die [bedrijf 1] te brengen, en/of;

• (vervolgens) in de nabijheid van die [bedrijf 1] op die [medeverdachte 1] en/of [verdachte] te wachten, en/of;

• (vervolgens) die [medeverdachte 1] en/of [verdachte] vervoer te verschaffen bij [bedrijf 1] vandaan;

Feit 2

hij op of omstreeks 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere vuurwapen(s), in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten een zwart (vuur)wapen, en/of een op een vuurwapen lijkend voorwerp, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een (echt) vuurwapen en aldus voor bedreiging of afdreiging geschikt, voorhanden heeft gehad;

(artikel 3 jo 11 van de Vuurwapenverordening)

Feit 3

Primair

hij in of omstreeks de periode van 17 oktober 2016 tot en met 18 oktober 2016 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een (witgelakte) auto van het merk: Suzuki Grand Vitara (vin nummer [VIN NUMMER]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(artikel 2:288 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 17 oktober 2016 tot en met 19 oktober 2016 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (wit gelakte) auto van het merk: Suzuki Grand Vitara (vin nummer [VIN NUMMER]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die (witgelakt) auto van het merk Suzuki Grand Vitara wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(artikel 2:397-1a/399-1a Wetboek van Strafrecht)

3. Voorvragen

3A. Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

3B. Bevoegdheid van het Gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsvrouw heeft bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Daartoe heeft zij, kort en zakelijk weergegeven, betoogd dat er tegen verdachte ingrijpende dwangmiddelen zijn ingezet, in het bijzonder het afnemen van DNA, terwijl er geen redelijke verdenking tegen verdachte bestond.

Het verweer wordt verworpen, ook voor zover het subsidiair strekt tot bewijsuitsluiting. Ten tijde van het toepassen van de verschillende dwangmiddelen bestond er immers wel degelijk een (sterke) verdenking tegen verdachte. Zijn aanhouding en het strafvorderlijke vervolg daarop was in hoofdzaak gegrond op de verdachte belastende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2], welke verklaring zoals hierna onder 4C zal worden overwogen betrouwbaar moet worden geacht. Van enige verzuim van vormen is aldus en ook overigens niet gebleken.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn ook anderszins geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

3D. Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4. Bewijsbeslissingen

4A. Vrijspraak

Gelijk de officier van justitie en de raadsman heeft het Gerecht niet de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 3 primair, noch het onder 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

4B. Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

In het geval van hoger beroep worden de bewijsmiddelen in een aan dit vonnis te hechten bijlage opgenomen.

4C. Bewijsoverweging

De gevoerde verweren vinden hun weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen. In het bijzonder overweegt het Gerecht als volgt.

Verdachte heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij de overval. Het Gerecht stelt de verklaring van verdachte als ongeloofwaardig terzijde en komt tot het oordeel dat verdachte een van de drie daders is geweest, in het bijzonder de degene die het vuurwapen heeft gehanteerd. Daartoe is het volgende redengevend.

Uit de verklaring van [medeverdachte 2] volgt dat [verdachte], zijnde verdachte, de man is die samen met hem [bedrijf 1] is binnengegaan. Verdachte was degene die het wapen vasthield en gebruikte om het personeel te bedreigen. De verklaring van [medeverdachte 2] vindt steun in verschillende onderdelen van het dossier. Zo is de telefoon van verdachte aangetroffen in de woning van [medeverdachte 2]. De verklaring die verdachte geeft voor de aanwezigheid van die telefoon, als zou hij die reeds rond 24 september 2016 aan [medeverdachte 2] hebben gegeven wordt weersproken door [medeverdachte 2] en door de opgevraagde zendmastgegevens. Voorts is er DNA van verdachte aangetroffen op kleding in de tweede vluchtauto.

Het Gerecht acht de belastende verklaring van [medeverdachte 2] geloofwaardig, omdat deze steun vindt in het dossier, maar ook omdat [medeverdachte 2] zichzelf heeft belast met zijn verklaring en er geen redenen aannemelijk zijn geworden om verdachte valselijk te beschuldigen. Dat [medeverdachte 2] zijn verklaring later heeft bijgesteld kan daarentegen wel worden verklaard, nu hij in de tussentijd in de gevangenis met zijn medeverdachten was geconfronteerd en mogelijk door hen onder druk is gezet. Het gewicht van de rol van verdachte in de overval maakt dat hij als medepleger daarvan moet worden aangemerkt, nu sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.

4D. Bewezenverklaring

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat:

Feit 1

Primair

hij op 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

een geldbedrag van ongeveer 670 Amerikaanse Dollars en meerdere kassaladen ter waarde van 110.00 Amerikaanse Dollars per stuk en meerdere blauwe ‘deposit bags’, toebehorende aan [bedrijf 1] te [locatie 1], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit,

• het tonen en zwaaien en bedreigen met een zwart (vuur)wapen;

• dreigend te zeggen: “open the cash pan, open the cash pan”, “let me get over there”, “hurry up hurry up”, “where is the next cash pan”, “open it up, open it up”

Feit 2

hij op 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met anderen, een vuurwapen, in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten een zwart op een vuurwapen lijkend voorwerp, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een (echt) vuurwapen en aldus voor bedreiging of afdreiging geschikt, voorhanden heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 primair: diefstal vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 2: het medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 3 van de Vuurwapenverordening gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. Het feit is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Strafmotivering

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een roofoverval, waarbij twee gemaskerde mannen met een getrokken (nep)vuurwapen hun slag hebben geslagen. Roofovervallen als de onderhavige zijn een plaag in de Sint Maartense maatschappij. Zij veroorzaken naast materiele schade een gevoel van angst en onveiligheid, niet alleen voor de directe slachtoffers, die vaak nog jarenlang psychische klachten ondervinden, maar ook voor andere burgers die kennis nemen van het gebeurde. Verdachte heeft aan deze misstand bijgedragen, kennelijk enkel met oog voor eigen geldelijk gewin. De gemeenschap vraagt om een strenge bestraffing van deze ernstige feiten.

Ten nadele van verdachte overweegt het Gerecht dat hij geen openheid van zaken heeft gegeven en er aldus geen blijk van geeft het laakbare van zijn handelen in te zien. Anders dan de officier van justitie ziet het Gerecht gelet op de proceshouding van verdachte geen aanleiding om een deels voorwaardelijke straf op te leggen.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2:289 en 2:291 van het Wetboek van Strafrecht en 3 en 11 van de Vuurwapenverordening.

9 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4D omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek 5 genoemde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 2 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.