Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2017:54

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
28-12-2017
Datum publicatie
09-02-2018
Zaaknummer
KG 2017/150
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Collectief arbeidsrecht. Werkgever wordt veroordeeld om de eerder aan de vakbond toegezegde “man power assessment” uit te voeren, ondanks het inmiddels gedane verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomsten van alle werknemers op te zeggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 28 december 2017 (bij vervroeging)

Zaaknummer: KG 2017/150

Vonnisnr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Vonnis in kort geding

inzake

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid SINT MAARTEN COMMUNICATIONS UNION (S.M.C.U.),

gevestigd te Sint Maarten,

eiseres,

gemachtigde: mrs. M.M. Hofman-Ruigrok en P. Bruns

tegen

de naamloze vennootschap SINT MAARTEN TELECOMMUNICATION HOLDING COMPANY N.V.,

gevestigd te Sint Maarten,

gedaagde sub 1,

de naamloze vennootschap CARIBBEAN TELEVIEW SERVICES N.V., d.b.a. ST. MAARTEN CABLE TV,

gevestigd te Sint Maarten,

gedaagde sub 2,

de naamloze vennootschap SINT MAARTEN TELECOMMUNICATION OPERATING COMPANY N.V.,

gevestigd te Sint Maarten,

gedaagde sub 3,

gemachtigde: mr. J. Deelstra.

Eiseres wordt hierna aangeduid als “de vakbond”, gedaagde sub 1 als “de Holding”, gedaagde sub 2 als “Cable” en gedaagde sub 3 als “Operating”, een en ander tenzij hierna anders wordt vermeld.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de volgende producties:

  1. verzoekschrift met producties d.d. 30 november 2017,

  2. nagekomen producties van de vakbond,

  3. producties van gedaagden,

  4. pleitnota van mr. Bruns,

  5. pleitnota van mr. Deelstra.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 december 2017. De vakbond werd vertegenwoordigd door haar voorzitter L.E. Evers en vier andere bestuursleden, bijgestaan door mrs. Hofman en Bruns. Gedaagden werden vertegenwoordigd door K. Dupersoy, CEO van de Holding en B. Jonis, managing director van Cable, een ander directielid en de HR manager van Operating. De griffier heeft aantekening gehouden van wat er is gezegd.

1.3.

De uitspraak vindt vandaag bij vervroeging plaats.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Op 30 januari 2004 is tussen de vakbond en Cable een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten. Deze is stilzwijgend verlengd. Cable heeft momenteel 28 werknemers in dienst.

2.2.

De Holding heeft op 3 januari 2017 de aandelen in Cable in eigendom verworven. Cable richt zich op het aanbieden van kabeltelevisie aan haar abonnees op Sint Maarten.

2.3.

Gedaagden vormen, met andere ondernemingen, de “TelEm group”. Deze richt zich op telecommunicatie en digitale dienstverlening. De uiteindelijke aandeelhouder van de TelEm group is het Land Sint Maarten. In Operating zijn alle werknemers van TelEm ondergebracht. De werknemers van TelEm vallen onder een eigen cao. Die biedt betere arbeidsvoorwaarden dan de cao van Cable.

2.4.

In een persbericht van 10 januari 2017 van Cable d.d. 10 januari 2017 komen onder andere de volgende passages voor:

“This will allow [Cable] to continue with its usual operation while a business plan is put in place for the future integration into the TelEm Group corporate structure.

TelEm Group (..) can now move ahead at a greater pace towards integration in an organized and phased manner.

2.5.

Bij e-mail van 3 maart 2017 schrijft de CEO van de Holding aan de voorzitter van de vakbond:

“The organization is fully aware of the responsibility of incorporating the employees of [Cable] into the current organization. However, we are currently discussing the most efficient way to perform this operation as it has significant financial impact if not done correctly. Once a method and time line is decided upon, the employees of [Cable] will be duly informed.”

2.6.

Bij e-mail van 8 maart 2017 schrijft de CEO van de Holding aan de voorzitter van de vakbond:

“If we are discussing the [Cable] situation, the employees of [Cable] are currently not employees of Telem Group. As I mentioned in my first reply, the administration is investigating the most efficient manner to incorporate, not transfer, the necessary manpower from our sister company into the Telem Group. I can assure you that any incorporation, will be according to all applicable laws and in agreement with the current CLA of both entities. (…)”

2.7.

In de e-mail d.d. 21 april 2017 van de HR manager van Operating wordt onder andere het volgende medegedeeld aan de leden van een werkgroep waarvan ook de voorzitter van de vakbond deel van uitmaakt:

“1. Update on Integration Process-HR informed parties that Telem would like to proceed with the integration process of [Cable]. Telem is anticipating that this process will be finalized by the end of 2017.

2. Function Evaluation Forms-(…), HR will need to conduct a job assessment of all employees and their function within [Cable]. Therefore everyone will be required to complete a Function Evaluation Form by April 28th, 2017. (…)

3. Union and HR meetings-Parties agreed to have bi-weekly meetings when needed to provide updates on the integration process. (…)”

2.8.

In een gespreksverslag van de HR manager van Operating d.d. 20 juni 2017 komt de volgende passage voor:

“Mr. Dupersoy agreed to the following:

  • -

    By Tuesday, June 27, 2017 a company will be selected to assist with the manpower planning of [Cable]. The [vakbond] will be informed of the Company;

  • -

    A discussion with the CFO will take place to ascertain from a financial point of view the parameters for pensionable employees and employees who will not be integrated into the organization;

  • -

    The option for persons to offer services as a Contractor is possible and will be offered for persons who are not integrated into Telem;

  • -

    (…)”

2.9.

Bij e-mail van 24 juli 2017 bericht de HR manager van Operating aan de voorzitter van de vakbond dat HR nog steeds bezig is een consultant te selecteren voor de noodzakelijke man power assessment.

2.10.

Bij e-mail d.d. 16 oktober 2017 herhaalt de vakbond een aan de CEO van de Holding eerder gedaan voorstel, waarvan de volgende punten worden weergegeven:

“4. After the necessary adjustments are made to the structure, a man power assessment is required to determine the number of employees to fill the (new) functions.

5. When possible, functions currently held by temporary employees and persons from agencies should be filled by [Cable] permanent employees.

6. The current Social Plan will be applied for employees who cannot be transferred and those above the age of sixty years old.

7. Employees that cannot be transferred and starts a company or has a company will be considered by the operating company for its services when required.

The [vakbond] anticipates your reply and looks forward to an urgent meeting with management not later than five (5) business delays from the receipt of this letter.

Failure to meet with the [vakbond] within the giving time frame will the [vakbond] no other alternative than to start a legal case against the company for the reason that the company made many promises in writing before that were not honored.”

2.11.

Door middel van haar e-mail van 1 november 2017 aan de vakbond stuurt de HR manager van Operating een exemplaar van een Lay Off Plan toe. Diezelfde dag wordt het Lay Off Plan aan alle werknemers van Cable overhandigd. In een Notice of Closure aan alle werknemers van Cable van diezelfde dag wordt door de managing director van Cable in essentie het volgende medegedeeld:

  • -

    de onderneming van Cable wordt gestaakt vanaf 31 december 2017,

  • -

    de onderneming is al jaren verliesgevend en het omturnen van dit verlies naar een winst is financieel niet haalbaar, gelet op de grote bedragen die daarmee zijn gemoeid en marktontwikkelingen,

  • -

    alle arbeidsovereenkomsten worden beëindigd,

  • -

    “To properly guide the termination of the individual labor agreements, [Cable] has submitted to the [vakbond] a lay off plan outlining a proposal for termination of the labor agreement for all employees of [Cable]. The lay off plan provides an attractive social compensation and outplacement program for employees who agree to accept termination. A copy of the layoff plan is available to you on request.”

2.12.

In een brief d.d. 16 november 2017 van de managing director van Cable aan alle werknemers wordt onder andere het volgende medegedeeld:

“The Lay Off plan of November 2017 offers all employees a termination allowance that well exceeds the Cessantia pay as agreed upon in the Company’s CLA. All employees will further receive payment of the applicable statutory notice period. This beneficial package will however only be applicable to those employees that agree upon termination on or before December 31, 2017.

For all other employees, the Company will request a dismissal permit from the Labour Department against payment of the statutory notice period increased with the Cessantia as agreed upon in the Company’s CLA. Upon request of individual employees, the Company shall make individual calculations of the differences in pay-out.

Please also note that no new employment agreement or service contract will be offered as part of the termination agreement.

Last but not least, please note that the sooner you sign the severance package as offered in the Lay Off Plan of November 2017, the sooner you will enter into the outplacement program as defined in the Lay Off Plan. The program intend to assist you with finding new work opportunities and/or to establish your own business.”

2.13.

Op 5 december 2017 heeft Cable een verzoek tot toestemming bij de Dienst Arbeidszaken ingediend om toestemming te verkrijgen de arbeidsovereenkomsten met al haar werknemers op te zeggen. Bij ongedateerde Beschikking heeft de verantwoordelijke Minister de Secretaris-Generaal Arbeidszaken zes weken extra de tijd gegeven, te weten tot 1 maart 2018, om op het ontslagverzoek van Cable te beslissen.

2.14.

Op 12 december 2017 schrijft de managing director van Cable onder andere het volgende aan alle werknemers:

“Please further note that the Lay Off Plan will only apply until December 31, 2017. This means that the Lay Off Plan will cease having legal effect and thus will end automatically on December 31, 2017. Only the Employees that signed, will be able to benefit from the offer made in the Lay Off Plan. For avoidance of doubt: this Lay Off Plan does not apply to an Employee who will be terminated after December 31, 2017 upon receipt of a dismissal permit. Those employees will only receive any outstanding salary as well as any amount due under the Company’s CLA. Please contact the undersigned as soon as possible before noon on December 29, 2017, if you still wish to benefit from the arrangement offered in the Lay Off Plan.”

2.15.

Bij brief van 13 december 2017 van de managing director wordt deze boodschap herhaald.

2.16.

Namens de vakbond wordt bij brief van 13 december 2017 aan Cable onder andere het volgende medegedeeld:

“As you are well aware, the termination of employment can only be legally done after either obtaining a dismissal permit from the Department of Labour Affairs or through a dissolution court procedure. You are also informed about my client’s position in this and of the fact that the [vakbond] needs to be informed of the content of the above letters prior of it being communicated to all employees.

Please refrain from contacting the employees without prior consulting with [de vakbond]. Please also be reminded that the [vakbond] must be involved, prior to sending out (…), letters (…) to employees, on all matters pertaining to possible changes that have direct or indirect bearing on the employees position.

Seeing that the procedure for a collective dismissal request is pending at (…) Labour Affairs with a scheduled decision date of March 1st 2018, I also ask you to refrain from coaching [Cable] employees into signing pay-off packages and accepting termination of the labour agreement. The decision from (…) Labour Affairs should be awaited first.”

2.17.

Bij brief van 14 december 2017 reageert Cable afwijzend op deze verzoeken.

3 De vorderingen en het verweer

3.1.

De vakbond vraagt het Gerecht om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de volgende beslissingen te nemen:

  1. “Gedaagden te gebieden om binnen 48 uur na het in deze te wijzen vonnis aan eiseres de verzochte informatie – zoals genoemd onder punt 5 – te (doen) verstrekken, op straffe van een dwangsom van US$ 10,000,-- per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden in gebreke blijven aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen;

  2. Gedaagden te gebieden om binnen een (1) maand na het in deze te wijzen vonnis de overgang en integratie van de werknemers van [Cable] (leden van SMCU) in [Operating] afgerond te hebben, op straffe van een dwangsom van US$ 10,000.— per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden in gebreke blijven aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen;

  3. Gedaagden te gebieden om binnen een (1) maand na het in deze te wijzen vonnis de manpower assessment terzake de werknemers en arbeidsplaatsen binnen [Cable] afgerond te hebben, op straffe van een dwangsom van US$ 10.000.— per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden in gebreke blijven aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen

  4. Kosten rechtens”

3.2.

Gedaagden verzoeken het Gerecht om de vakbond in de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren of deze af te wijzen, met veroordeling van de vakbond in de proceskosten.

3.3.

Op de argumenten van partijen gaat het Gerecht hierna in voor zover deze relevant zijn voor de beoordeling.

4 De beoordeling

De ontvankelijkheidsverweren

4.1.

Gedaagden voeren aan dat de vakbond geen procesbevoegdheid heeft voor het instellen van een vordering strekkende tot gedwongen overname van personeel door een derde (niet zijnde: de werkgever), oftewel Operating. De vakbond moet haar bevoegdheid aantonen door haar statuten over te leggen want daaruit moet dat blijken. Dat heeft zij echter niet gedaan. Verder is er in de cao een arbitrageclause overeengekomen die de gang naar de burgerlijke rechter uitsluit.

4.2.

Het Gerecht gaat eerst in op de arbitrageclause. Als dat verweer doel treft immers moet het Gerecht zich in dit kort geding onbevoegd verklaren (en niet de vakbond niet-ontvankelijk, zoals gedaagden stellen), waar het betreft de rechtsverhouding tussen de vakbond en Cable. In de cao van [Cable] staat in artikel 33 inderdaad een arbitrageregeling. Lezing wijst uit dat die arbitrage ziet op “grievances” van de werknemer of de “shop steward” die zien op uitleg van de cao. De arbitrageclausule ziet dus niet op disputen tussen de cao-partijen. Dit betekent dat in de rechtsverhouding tussen de vakbond en [Cable] het Gerecht zich bevoegd verklaart. Duidelijk is dat de cao niet geldt tussen de vakbond enerzijds en de Holding en Operating anderzijds, zodat in die rechtsverhoudingen de bevoegdheid van dit Gerecht geen discussiepunt kan zijn want gebaseerd op de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (de rechter van de woonplaats gedaagde is bevoegd). Het Gerecht is dus bevoegd kennis te nemen van de ingestelde vorderingen.

4.3.

Dan de procesbevoegdheid van de vakbond. De vakbond en Cable hebben in 2004 de cao afgesloten en deze nageleefd. Wat betreft de rechtsverhouding tussen de vakbond en Cable geldt artikel 2 van de Landsverordening collectieve arbeidsovereenkomst (“Een vereniging van werkgevers of van werknemers is slechts bevoegd tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten, indien de statuten van de vereniging deze bevoegdheid met name noemen.”). Vast staat dus dat de vakbond procesbevoegdheid heeft jegens Cable omdat zij anders de cao niet hadden mogen afsluiten.

4.4.

Wat betreft de vakbond versus Operating en de Holding geldt dat uit de voormelde e-mails (zie met name onder 2.4. tot en met 2.10.) blijkt dat zij de vakbond als gesprekspartner hebben aanvaard en dat tussen hen is onderhandeld en, volgens de vakbond, afspraken zijn gemaakt over de rechtspositie van de werknemers van Cable/leden van de vakbond na de overdracht van de aandelen van Cable. Het Gerecht oordeelt dat daarmee ook is gegeven dat de vakbond naar de rechter kan stappen om de nakoming van de door haar gestelde afspraken af te dwingen. Dat past in de regeling die artikel 3:305a BW geeft voor collectieve belangenbehartiging door verenigingen als de vakbond. Dit verweer gaat dus evenmin op zodat de vakbond in haar vorderingen kan worden ontvangen.

Spoedeisend belang

4.5.

Het Gerecht overweegt dat het spoedeisend belang met de aard van de vorderingen is gegeven.

Standpunt van de vakbond

4.6.

De vakbond, verwijzende naar de e-mail correspondentie zoals weergegeven onder 2.4. tot en met 2.10. van dit vonnis, verwijt gedaagden (kort en zakelijk weergegeven) dat zij “onvoorwaardelijke en rechtens afdwingbare toezeggingen” over de integratie van de Cable werknemers in TelEm niet nakomt c.q. uitvoert door de vakbond en de werknemers plompverloren te confronteren met de sluiting van Cable, de presentatie van het Lay Off plan en het verzoek tot collectieve ontslagtoestemming. Zij betwist dat het al jaren slecht zou gaan met Cable zoals gedaagden stellen. Daarover is gedurende de contacten en onderhandelingen niets door gedaagden gezegd. Waarom zou de Holding de aandelen in een verliesgevend bedrijf kopen? Er is juist veel belangstelling voor een abonnement op het product van Cable TV en om die reden gaat TelEm na 1 januari 2018 daarmee ook door. Bovendien heeft TelEm te kennen gegeven dat sommige Cable werknemers na opzegging als zelfstandig consultant door haar zullen worden ingeschakeld. Omdat Cable indirect een overheidsdeelneming is het van belang dat de rechter bepaalt dat de Cable werknemers in TelEm moeten worden geïntegreerd. In de eerste plaats omdat hun arbeidsvoorwaarden dan worden gelijk getrokken en daarmee gaan de Cable werknemers er fors op vooruit. In de tweede plaats omdat dan de rechter een oordeel geeft voordat de Dienst Arbeidszaken, onderdeel van het Land Sint Maarten (de uiteindelijke aandeelhouder), beslist over de collectieve ontslagtoestemming.

Standpunt gedaagden

4.7.

Kort en zakelijk weergegeven verweren gedaagden zich als volgt. Het gaat al jaren niet goed met Cable. Zie de overgelegde jaarstukken. Orkanen Irma en Maria hebben in september 2017 schade toegebracht aan het netwerk. Cable heeft nauwelijks meer liquide middelen en kan slechts met veel moeite salaris en 13e maand aan haar werknemers betalen. De overname van haar aandelen vond vooral plaats vanwege de “tubes”; de leidingen die Cable bezat en waardoor het signaal naar haar abonnementhouders werd verzonden. Deze tubes wil TelEm gebruiken om te vullen met glasvezelkabel. Dit zodat een betere digitale dienstverlening aan haar klanten kan worden verwezenlijkt. Daaronder valt ook een vorm van kabeltelevisie. Gedaagden hebben de periode tot september 2017 gebruikt om te bezien hoe zij hun bedrijfsvoering zouden inrichten. Eind september / begin oktober 2017 heeft de Holding besloten om de activa van Cable te verkopen aan “TelEm” en om geen personeel over te nemen. Die verkoop maakt het mogelijk dat het Lay Off plan voor de Cable werknemers kan worden gefinancierd. Op Sint Maarten bestaat er geen wetgeving omtrent de overgang van de onderneming zoals in Nederland in Boek 7:662 e.v. BW wel is voorzien. Alle activa kunnen dus worden verkocht, en het bedrijf kan worden voortgezet, zonder dat de werknemers overgaan. Om die reden beroept de vakbond zich op een door Operating gedane toezegging dat alle werknemers/leden van de vakbond door Operating zouden worden overgenomen. Van een dergelijke toezegging is echter geen sprake en kan ook niet worden afgeleid uit de e-mails met de vakbond. Er is dus geen rechtsgrond voor een overname van de werknemers van Cable. Daarbij moet worden bedacht dat uit de e-mails volgt dat sowieso niet alle werknemers zouden overgaan.

Eerste helft 2017

4.8.

Het Gerecht overweegt het volgende. Door gedaagden wordt niet dan wel onvoldoende betwist dat de vakbond na de aandelenoverdracht met hen heeft gesproken en onderhandeld namens het overgrote gedeelte van de werknemers van Cable. Uit de e-mails en de daaruit blijkende afspraken blijkt dat gedaagden de vakbond zien als gesprekspartner namens de werknemers/ leden. De CEO van de holding immers schrijft in zijn e-mails van 3 en 8 maart 2017 inhoudelijk met de voorzitter van de vakbond over de positie van de werknemers. De voorzitter van de vakbond maakt deel uit van een werkgroep die tweewekelijks bij elkaar komt om de integratie van de werknemers in TelEm te bevorderen. De CEO van de Holding (oftewel de topman van TelEm) is ermee akkoord dat er een consultant wordt ingeschakeld die gaat helpen met “the manpower planning of [Cable]” (gespreksverslag van 20 juni 2017). Er zullen parameters met de CFO van TelEm worden besproken om te gaan kijken naar te pensioneren werknemers en werknemers “who will not be integrated into the organization”. Ook gaat de CEO ermee akkoord dat werknemers die niet worden geïntegreerd in TelEm mogelijk als zelfstandig consultant voor Telem aan de slag kunnen. Op 24 juli 2017 is Operating nog steeds bezig om een consultant te zoeken.

4.9.

Naar voorlopig oordeel van het Gerecht staat hierdoor vast dat tot en met juli 2017 gedaagden serieus van plan waren om een aantal werknemers van Cable in de TelEm organisatie te integreren en daarover zijn toezeggingen gedaan aan de vakbond. Er is ook nog een categorie van te pensioneren personen en een categorie niet plaatsbaren, maar om hoeveel personen dat gaat en wie het zijn is niet bekend. De reden daarvoor is dat gedaagden nooit opdracht hebben gegeven aan een externe consultant de met de vakbond afgesproken “manpower planning” uit te voeren.

Lay Off plan

4.10.

Verder staat naar voorlopig oordeel vast dat zonder enige aankondiging en zonder dat van tevoren met de vakbond te hebben besproken gedaagden eind september/begin oktober 2017 hebben besloten dat alle werknemers van Cable zullen worden ontslagen. Het Lay Off plan is niet met de vakbond besproken en aan de vakbond is geen gelegenheid gegeven om daarop inspraak uit te oefenen. Het Gerecht oordeelt dat deze beslissing niet past bij de afspraken die tot en met juli 2017 met de vakbond zijn gemaakt over de herplaatsing van in elk geval een aantal werknemers bij TelEm. Het past evenmin bij de normale gang van zaken tussen werkgevers en vakbonden dat dit juist wel met de vakbond wordt besproken. Daarvoor bestaat een vakbond immers. Het Gerecht is van oordeel dat gedaagden hierdoor onrechtmatig jegens de vakbond hebben gehandeld.

4.11.

Verder mist het Gerecht enige onderbouwing van gedaagden hoe zij tot dit besluit zijn gekomen. De verwijzing naar de jaarstukken van Cable, waaruit volgt dat het al jaren slecht ging, gaat niet op omdat dit niet verklaart waarom de aandelen van Cable zijn gekocht en er een half jaar lang met de vakbond is gesproken en onderhandeld over de integratie van de werknemers in de TelEm groep. Dat het aantal abonnees sterk zou zijn verminderd en het netwerk ernstige orkaanschade heeft ondervonden wordt door de vakbond, aan de hand van bedrijfsdocumentatie van Cable, inhoudelijk weersproken zodat het Gerecht daarvan niet kan uitgaan.

4.12.

Het Gerecht oordeelt dat het besluit om de werknemers van Cable allen te ontslaan in strijd is met de toezeggingen van gedaagden dat een aantal van deze werknemers zou worden overgenomen, een ander aantal mogelijk naar pensioen zouden kunnen worden begeleid en weer een aantal anderen mogelijk als zelfstandig consultant voor TelEm aan de slag zouden kunnen gaan, zulks te beoordelen op grond van de manpower assessment. Van gedaagden had mogen worden verwacht dat zij zouden uitleggen waarom zij deze met de vakbond gemaakte afspraken niet meer gestand zouden kunnen doen. Dat legt zij echter niet dan wel onvoldoende uit. Dit betekent dat het Gerecht oordeelt dat gedaagden aan de gedane toezegging kunnen worden gehouden door de vakbond.

4.13.

Het feit dat door Cable inmiddels collectieve ontslagtoestemming is aangevraagd acht het Gerecht niet van belang. De werknemers zijn immers nog steeds in loondienst, de Dienst Arbeidszaken zou de toestemming kunnen weigeren en op grond van artikel 7A: 1615s en 1615t BW kan de rechter, indien sprake is van kennelijk onredelijk opzegging, de werkgever veroordelen de dienstbetrekking te herstellen, ook al zou wel ontslagtoestemming zijn verleend.

Vorderingen sub 2 en 3

4.14.

Dit betekent dat de vorderingen sub 2 en 3 worden toegewezen, zij het deels anders geformuleerd zoals hieronder is vermeld. Gedaagden zullen de afspraken met de vakbond moeten nakomen door de overgang en de integratie van de werknemers van Cable, afhankelijk van de te verrichten man power assessment, vorm te geven. Het verweer van gedaagden dat toewijzing van deze vorderingen leidt tot een declaratoir en/of constitutief vonnis en dus tot een onomkeerbare toestand, namelijk dat 26 werknemers worden overgenomen door Operating, gaat niet op. Gedaagden moeten immers de met de vakbond gemaakte afspraken nakomen en daaruit volgt niet zonder meer dat alle werknemers dus in dienst van Operating komen; een deel zal immers met pensioen kunnen gaan en een ander deel zal mogelijk als zelfstandig consultant voor TelEm kunnen gaan werken.

4.15.

De veroordeling zal worden gesanctioneerd met dwangsommen. Deze zullen worden gemaximeerd.

Vordering sub 1

4.16.

Wat betreft vordering sub 1 wordt het volgende overwogen. Anders dan gedaagden aanvoeren gaat het er niet om of uit de opgevraagde documenten het gelijk van de vakbond kan blijken voor de gedane toezegging; het is geen fishing expedition, zoals gedaagden stellen. Het gaat er om dat de vakbond in staat moet worden gesteld aan belangenbehartiging voor haar leden te doen. Het Gerecht overweegt over de gevraagde stukken het volgende.

4.17.

Duidelijk blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen dat Cable TV onderdeel is van TelEm groep. Haar aandelen worden immers gehouden door de Holding en onder deze vennootschap vallen alle TelEm deelnemingen. Daarmee is echter niet zonder meer gezegd dat dit arbeidsrechtelijk als consequentie heeft dat dus een werknemer van Cable gelijk te stellen is met een werknemer van een van die deelnemingen. Dat is immers afhankelijk van de uitkomst van de manpower assessment die tussen partijen is afgesproken. Aldus heeft de vakbond geen belang bij een verklaring van gedaagden dat Cable onderdeel is van TelEm. De vordering wordt op dit punt dus afgewezen.

4.18.

In de aanloop van dit kort geding hebben gedaagden een kopie van de akte aandelenoverdracht van 3 januari 2017 overgelegd. Daarmee is dus feitelijk voldaan aan deze vordering zodat deze niet behoeft te worden toegewezen.

4.19.

Verder vraagt de vakbond om een bevestiging van een overeenkomst of stappenplan betreffende de integratie van de Cable werknemers. Uit de standpuntbepaling van gedaagden in dit kort geding blijkt dat zij van mening zijn dat er geen verplichting is om de werknemers over te nemen en dus bestaat een dergelijk document niet. Dat betekent dat het Gerecht de vordering op dit punt niet kan toewijzen.

4.20.

Uit de stukken volgt dat de CEO van Cable, ondersteund door de HR afdeling van Operating, belast is met personeelszaken van de werknemers van Cable. Dat behoeft niet in een apart document te worden vastgelegd zoals de vakbond wil.

4.21.

De vordering sub 1 van de vakbond wordt dus afgewezen.

Proceskosten

4.22.

Als overwegend in het ongelijk gestelde partij worden gedaagden in de proceskosten veroordeeld.

5 De beslissing

Het Gerecht in Eerste Aanleg:

verklaart zich bevoegd om kennis te nemen van de ingestelde vorderingen,

veroordeelt gedaagden om uiterlijk 20 januari 2018 de manpower assessment betreffende de Cable werknemers af te ronden, met gebruikmaking van een door hen te bekostigen externe consultant, uitgaande van continue exploitatie van het product van Cable, te weten kabeltelevisie via abonnementen op Sint Maarten,

veroordeelt gedaagden om uiterlijk 10 februari 2018 de overgang naar TelEm, respectievelijk naar pensioen en naar zelfstandig consultant, zoals die volgt uit de manpower assessment, toe te passen,

bepaalt dat gedaagden dwangsommen verbeuren van USD 10.000,00 per dag dat zij in gebreke blijven aan één of beide veroordelingen uitvoering te geven en maximeert de te verbeuren dwangsommen op USD 1.000.000,00 (zegge: éénmiljoen United States Dollars),

veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van de vakbond begroot op NAf 450,00 aan griffierecht, NAf 885,00 aan oproepingskosten en NAf 1.500,00 aan salaris gemachtigde,

verklaart de veroordelingen en de beslissing over de dwangsommen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is in het openbaar uitgesproken op 28 december 2017, in aanwezigheid van de griffier.