Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2017:22

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
05-06-2017
Datum publicatie
12-06-2017
Zaaknummer
2016/107
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bouwvergunning voor ‘beach development project’, ondeugdelijke voorbereiding, begrip voorwaarden in vergunning, schending hoorplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2993
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Landsverordening administratieve rechtspraak

Zaaknummer: 2016/107

Datum: 5 juni 2017

Uitspraaknr:

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

In het geding van:

[eiseres]

eiseres,

gemachtigden: mr. W.J. Nelissen en mr. F.N. Jansen

en:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur van Sint Maarten,

verweerder,

gemachtigde: mr. A.A. Kraaijeveld,

waarbij als derde belanghebbende aan het geding heeft deelgenomen:

[derde-belanghebbende], vergunninghouder,

gemachtigde: mr. J.G. Bloem.

1 Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van 10 augustus 2016, waarbij het bezwaar van eiseres van 13 november 2015 tegen de beschikking van 29 oktober 2015 tot verlening van een bouwvergunning aan [derde-belanghebbende] ongegrond is verklaard.

2 Procesverloop

Eiseres heeft op 21 september 2016 beroep ingesteld tegen de beschikking van 10 augustus 2016. Verweerder heeft op 15 december 2016 een verweerschrift ingediend. Bij brief van 10 januari 2017 heeft de griffier van het Gerecht [derde-belanghebbende] uitgenodigd als derde belanghebbende aan het geding deel te nemen.

Bij brief van 20 april 2017 heeft eiseres aanvullende stukken in het geding gebracht.

Derde belanghebbende heeft bij brief van 21 april 2017 aanvullende producties ingediend.

Behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 april 2017. Voor eiseres is de heer [X], directeur [eiseres] aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde F.N. Jansen voornoemd. Verweerder is verschenen bij gemachtigde. Daarnaast zijn aan de zijde van verweerder ter zitting verschenen de toenmalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur de heer [A] alsmede de heer [B]. Derde belanghebbende is in persoon verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Partijen hebben aan de hand van pleitaantekeningen hun standpunten verder toegelicht.

Uitspraak is (nader) bepaald op heden.

3 Feiten en standpunten

3.1

Het Gerecht gaat uit van de volgende feiten:

- verweerder heeft per beschikking van 29 oktober 2015 een bouwvergunning verleend aan [derde-belanghebbende] voor het aanleggen van een kunstmatig strand, golfbrekers en het bouwen van een steiger. Als additionele voorwaarden staan in de vergunningverlening onder meer vermeld:

- The Nature foundation recommends that works as required for the development of a beach occurs with minimal impact (…) to the surrounding marine environment. Developers should also consider that the surrounding area is one of the most significant bathing and recreational beaches on Dutch Sint Maarten and all steps should be taken to ensure the safety of bathers and beach goers

- Before works commence the nature Foundation would like to remove the two coral colonies and transplant them to a safer location to encourage further growth. It is also highly suggested that silt screen be used if there is a risk of any injection into the Marine Environment.

- The Nature Foundation also recommends that, in addition to revetment material, consideration also be given to the use of bio-rock as substrate for artificial reef regeneration for the development of artificial reef substrate to recruit coral colonies and enhance the ecological value of the Simpson Bay area

- Taking into consideration the need to develop the beach at Simpson Bay Resort and Marina while also taking into consideration the need to conserve the marine ecosystem in that areas, the nature Foundation understands that the most effective way of preventing longshore movement is through the building of retention groins. Although the placement of retention groins does cause environmental impacts, the environmental impact can be mitigated in a short timeframe by placing silt curtains to trap the sediment and in het long-term through the use of Reef Balls.

  • -

    Naar aanleiding van het bezwaar van eiseres van 13 november 2015 heeft een hoorzitting plaatsgevonden op 6 april 2016 en heeft verweerder –uiteindelijk- het bestreden besluit genomen.

  • -

    De percelen grond van [derde-belanghebbende] grenzen direct aan de percelen grond en water van eiseres.

  • -

    Verweerder heeft als bijlage bij het verweerschrift een ongedateerd rapport in het geding gebracht van I-novus, getiteld “Simpson Bay Resort & Marina, Beach Development Project 2014”.

  • -

    de Nature Foundation heeft in juni 2014 een rapport uitgebracht over het Simpson Bay Resort and Marina beach Development Project. Blijkens de inhoud is dit rapport uitgebracht ná het rapport van I-novus.

3.2

Standpunten van partijen

3.2.1

Eiseres heeft in beroep betoogd dat verweerder geen rekening heeft gehouden met haar belangen alvorens een bouwvergunning aan [derde-belanghebbende]te verlenen. Het aanleggen van een strand, haven, steiger en golfbrekers heeft tot gevolg dat de stroming in Kimsha Beach baai zal veranderen. Verweerder heeft bij het verlenen van de bouwvergunning en bij de beschikking op bezwaar onvoldoende rekening gehouden met de impact op het milieu. De verandering van de stroming zal tot gevolg hebben dat het water perceel van eiseres droog komt te liggen en dat Kimsha Beach zal vervuilen. Het rapport van de Nature Foundation adviseert over de twee koraalriffen die verplaatst moeten worden maar gaat niet in op de invloed van ontwikkeling in de omgeving. Eiseres meent dat de projectontwikkelingen in strijd zijn met het algemeen belang van milieu bescherming en gezondheid en tevens in strijd is met de Beach Policy. Eiseres stelt, tot slot, dat verlening van de vergunning strijdig is met de Bouw- en woningverordening en met artikel 2 van het landsbesluit natuurbeheer en –bescherming.

3.2.2

Verweerder heeft betoogd dat de bestreden beschikking in stand kan blijven en dat het beroep niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard moet worden. Verweerder stelt voorop dat een bouwvergunning slechts kan worden geweigerd op grond van artikel 22 van de Bouw- en Woningverordening. Van een van de in dat artikel genoemde weigeringsgronden is hier echter geen sprake. Verweerder betwist voorts de stelling van eiseres dat verweerder geen rekening heeft gehouden met de impact op het milieu. Verweerder heeft voldoende informatie vergaard door middel van het rapport van The Nature Foundation en door het rapport van I-Novus. Bouwactiviteiten zullen altijd enige hinder met zich meebrengen, maar hierover is een aanvullende voorwaarde opgenomen in de vergunningverlening, te weten een aanbeveling van de Nature Foundation. Voor wat de vrees van eiseres voor het verzouten betreft, is volgens verweerder de voorwaarde relevant waarin de Nature Foundation ‘retention groins’ aanbeveelt. Uit de ingewonnen feitelijke informatie blijkt niet van onevenredige schending van de specifieke belangen van eiseres. Verweerder meent dat er geen causaal verband is tussen de mogelijke vervuiling en het gewenste bouwwerk en er hier geen sprake kan zijn van overtreding van voorschriften met betrekking tot milieuvervuiling. Verweerder meent dat de aanleg van twee buizen voor de golfbrekers voldoende zijn voor het voorkomen van verzanding. Verweerder concludeert dat de beschikking op bezwaar voldoende gemotiveerd is. Voor wat de overige klachten van eiseres betreft, het lozen van afvalwater, verzilting, vervuiling en minder diepte, stelt verweerder dat deze zien op handhaving van de vergunning, en niet op de verlening ervan. Voor zover eiseres vreest dat er inbreuk wordt gemaakt op haar waterrechten, stelt verweerder dat eiseres hierover desgewenst een civiele procedure kan aanspannen.

3.2.3 [

derde-belanghebbende]meent dat de bouwvergunning op goede gronden is gegeven en dat er geen sprake is van schending van beginselen van behoorlijk bestuur dan wel enig wettelijk voorschrift. De niet onderbouwde stellingen van eiseres kunnen niet leiden tot toewijzing van hetgeen verzocht is in het beroepschrift. [derde-belanghebbende] stelt dat het aanleggen van golfbrekers een positieve invloed heeft op het milieu, doordat deze koraalvorming en onderwater zeeleven aantrekken. [derde-belanghebbende] heeft getracht dit geschil buiten rechte met eiseres en verweerder op te lossen maar dit heeft niet tot de gewenste uitkomst geleid. [derde-belanghebbende] betoogt dat het beroep ongegrond moet worden verklaren en dat eiseres moet worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [derde-belanghebbende].

4 Beoordeling

4.1

Het Gerecht stelt voorop dat het de taak is van een bestuursorgaan om voorafgaand aan het nemen van een besluit, de nodige kennis te vergaren voor een deugdelijke voorbereiding. Die kennis moet zien op de relevante feiten en de af te wegen belangen. Daarbij hoort dan ook dat informatie wordt vergaard over de mogelijke gevolgen van het besluit voor derden. Bij het nemen van het besluit moet met de belangen van deze derden rekening worden gehouden aldus dat de nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doel.

4.2

Het perceel van eiseres grenst aan dat van [derde-belanghebbende]. Het ligt daarom voor de hand dat bouwactiviteiten van [derde-belanghebbende] gevolgen zouden kunnen hebben voor het perceel van eiseres. Dat betekent dat verweerder, voorafgaand aan het nemen van een besluit over de vergunningaanvraag van [derde-belanghebbende], informatie moet vergaren over de mogelijke gevolgen van het Beach Development Project voor eiseres. Daarnaast moet verweerder tijdig –dat wil zeggen vóórdat er enig besluit wordt genomen- met eiseres in overleg treden teneinde de relevante kennis te vergaren. Uit het dossier valt niet op te maken dat verweerder dat heeft gedaan. Verweerder heeft hiermee het beginsel van een zorgvuldige voorbereiding geschonden.

4.3

Dat gebrek is in de bezwaarfase niet geheeld. In de eerste plaats heeft verweerder in de bezwaarfase niet alle partijen betrokken: bij de hoorzitting is immers de vergunninghouder niet uitgenodigd hetgeen een effectief overleg over de situatie en de mogelijke gevolgen voor eiseres in de weg staat. Ook overigens blijkt niet dat verweerder daadwerkelijk met de belangen van eiseres en met de belangen van het milieu rekening heeft gehouden. Verweerder stelt dat met het milieu rekening is gehouden en verwijst in dit verband naar de in de vergunningverlening opgenomen voorwaarden van de Nature Foundation. Anders dan verweerder stelt, zijn dit geen voorwaarden. Verweerder heeft enkele aanbevelingen en een wens van de Nature Foundation in de vergunning opgenomen (“The Nature foundation recommends that …”; the Nature Foundation would like to remove (…); the Nature Foundation understands that the most effective way (…)). Aldus geformuleerd zijn dit niet meer dan opmerkingen van de Nature Foundation, welke niet afdwingbaar zijn. Deze opmerkingen kunnen dan ook niet als aan de vergunning verbonden voorwaarden worden gekwalificeerd. Daar komt bij dat de opmerkingen van de Nature Foundation zien op de gevolgen van het Beach Development voor de flora en fauna van Simpson Bay. Over verzilting, vervuiling, het al dan niet verdwijnen van strand of het wijzigen van de stroming, laat het rapport van de Nature Foundation zich niet uit. De belangen van eiseres hebben voor de Nature Foundation in haar rapport geen rol gespeeld. Verweerder had daarom niet met dit rapport kunnen volstaan.

Het rapport van I-Novus heeft verweerder pas ingebracht bij het verweerschrift. Niet blijkt dat dit rapport een rol heeft gespeeld in een eerdere fase van de procedure. Verweerder heeft verzuimd om dit rapport al tijdens de hoorzitting met alle relevante partijen te bespreken. Niet blijkt dat eiseres dit rapport tijdig heeft gezien en voldoende gelegenheid heeft gehad om er op te kunnen reageren. Het rapport ziet bovendien vooral op de mogelijkheden om het project te realiseren, en lijkt dan ook te zijn uitgebracht ten behoeve van de uitvoerder van het project. Zo bespreekt het rapport bijvoorbeeld hoe het aan te leggen kunstmatige strand kan worden behouden waarbij stroming, golfslag en beplanting worden besproken. Overwegingen over het milieu of overwegingen die zien op belangen van eiseres, zijn in het rapport niet of nauwelijks te vinden. Met dit rapport laat verweerder dan ook niet zien dat hij rekening heeft gehouden met de belangen en bezwaren van eiseres.

Ter zitting heeft met name [derde-belanghebbende] nog het een en ander verduidelijkt over het project en met name over de pijpen die door de golfbreker worden aangebracht om stroming te handhaven. Dit kan aan de gebreken in de besluitvorming echter niet afdoen. Zoals hiervoor al is overwogen, is dit immers voor eiseres te laat om er nog adequaat op te kunnen reageren.

4.4

Nu verweerder heeft verzuimd de benodigde kennis te vergaren, heeft verweerder de belangen van eiseres niet adequaat kunnen wegen. Verweerder heeft aldus niet beoordeeld of de weigeringsgrond van artikel 22, onder 5 zich voordeed: de vraag of de bouw hinderlijk zal zijn voor de omgeving. Evenmin heeft verweerder laten zien zich rekenschap te hebben gegeven van de gevolgen voor het milieu; zoals hiervoor is overwogen geven de rapporten van de Nature Foundation en van I-novus hierover niet voldoende informatie. Dit staat een deugdelijke beoordeling van het evenredigheidsbeginsel in de weg.

4.5

De conclusie luidt dat verweerder het beginsel van een zorgvuldige voorbereiding, het evenredigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel heeft geschonden. Het bestreden besluit kan niet in stand blijven.

4.6

Er is aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure. Met toepassing van het besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt het Gerecht deze kosten op NAf 1.400,--, zijnde 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor de mondelinge behandeling waarbij de zaak inhoudelijk is besproken en een bedrag van NAf. 150,-- als vergoeding voor het door eiseres betaalde griffierecht.

5 De beslissing.

Het Gerecht in eerste aanleg:

  • -

    Verklaart het beroep gegrond;

  • -

    Vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    Draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen binnen acht weken na heden;

  • -

    Bepaalt dat het land Sint Maarten aan eiseres zal betalen een bedrag ad NAf 1.400,-- en een bedrag ad NAf 150,--.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W.M. Giesen, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 5 juni 2017.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.