Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2016:87

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
02-12-2016
Datum publicatie
12-01-2017
Zaaknummer
Lar 37/2016
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Israëlisch en Spaanse nationaliteit, ongewenst verklaard in Sint Maarten, beroep op EU-burgerschap, besluit Landen en Gebieden Overzee.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Landsverordening administratieve rechtspraak

Uitspraak: 2 december 2016

Zaaknummer: Lar 37/2016

Uitspraaknr:

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

In het geding van:

[eiser],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

eiser,

gemachtigde: mr R.M. Stomp

en:

DE MINISTER VAN JUSTIITIE VAN HET LAND SINT MAARTEN

verweerder,

gemachtigde: mr. A.A. Kraaijeveld

1 Aanduiding bestreden beschikking

Bij beschikking van 29 februari 2016 heeft verweerder besloten dat eiser wordt aangemerkt als ongewenst vreemdeling. Tevens is in deze beschikking besloten dat eiser in vreemdelingenbewaring wordt gezet, dat hij Sint Maarten binnen 30 dagen moet verlaten en dat hem, na zijn verwijdering, gedurende drie jaren de toegang tot Sint Maarten zal worden ontzegd.

2 Procesverloop

Met een op 11 april 2016 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een ingediend beroepschrift heeft eiser tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).

Op 9 juni 2016 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.

Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 oktober 2016. Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder is bij zijn gemachtigde voornoemd verschenen.

3 Feiten

Eiser is geboren op 2 april 1985 in Israël. Hij heeft de Israëlische en Spaanse nationaliteit. Eiser is in december 2015 Sint Maarten ingereisd en heeft zich niet gemeld bij de Immigratie- en Grenscontroledienst (IGD).

In Sint Maarten is eiser werkzaam geweest bij Krystal Cosmetics N.V. Eiser is aldaar op 29 februari 2016 staande gehouden door ambtenaren belast met grensbewaking en toezicht op vreemdelingen. Aansluitend is eiser naar het politiebureau gebracht en in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 1 maart 2016 is eiser verwijderd naar Frankrijk.

4 Standpunten van partijen

4.1

Eiser stelt dat hij rechtmatig op Sint Maarten verbleef, aangezien hij een EU-burger is. Eiser betoogt voorts dat de maatregel van in bewaring stelling disproportioneel is en onevenredig nadeel voor hem oplevert. Hij wijst er in dat verband op dat hij vanuit bewaring niet zijn zaken kan regelen “zoals bepaald in artikel 15 LTU”. Volgens eiser levert hij geen gevaar op voor de openbare orde. Hij wijst er op dat de cellen ongeschikt zijn voor bewaring en meent dat er een lichter middel dan het middel van de bewaring had kunnen worden toegepast. De bewaringsmaatregel is daarom onterecht opgelegd volgens eiser.

4.2

Verweerder wijst er op dat eiser werkend in Sint Maarten is aangetroffen zonder in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning of een tewerkstellingsvergunning. Eiser was dus illegaal werkzaam op Sint Maarten. Hij heeft daarmee de voorwaarden die aan zijn toelating als toerist waren verbonden overtreden. Op grond hiervan mocht verweerder hem dan ook verwijderen. Ook mocht verweerder aan eiser daarom een terugkeerverbod opleggen. De vreemdelingenbewaring was gerechtvaardigd, aldus verweerder, omdat eiser zich aan het vreemdelingentoezicht heeft onttrokken door zich niet te melden, ondanks dat hij van meet af aan de bedoeling had om hier te gaan werken.

5 Beoordeling

Het Gerecht stelt vast dat niet in geschil is dat eiser zich, nadat hij in december 2015 Sint Maarten is ingereisd, nooit heeft gemeld bij de autoriteiten. Hij is bovendien gaan werken zonder dat zijn werkgever voor hem ooit een tewerkstellingsvergunning heeft aangevraagd.

Anders dan eiser kennelijk veronderstelt is het hebben van de Spaanse nationaliteit niet voldoende om te concluderen dat hij als EU-burger rechtmatig in Sint Maarten verblijft. Noch in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, noch in het daar op gebaseerde besluit Landen en Gebieden Overzee kan daarvoor een basis worden gevonden. Enige toelichting van eiser waarom hij meent dat hij niettemin in Sint Maarten rechtmatig verblijf heeft, ontbreekt.

Uit het voorgaande volgt dat eiser in strijd met de Ltu het land is binnengekomen. Eiser heeft zich voorts ten onrechte voorgedaan aan toerist. Uit het gehoor dat met eiser is gehouden door de IGD leidt het Gerecht, met verweerder, af dat het immers van meet af aan eisers bedoeling was om in Sint Maarten te komen werken. Uit die omstandigheid heeft verweerder mogen afleiden dat eiser heeft getracht zich aan toezicht en aan verwijdering te onttrekken. Het betoog van eiser dat hij geen gevaar vormt voor de openbare orde faalt daarom. Onder deze omstandigheden mocht verweerder de maatregel van bewaring opleggen en behoefde verweerder niet, zoals eiser heeft betoogd, een lichter middel te gebruiken dan de inbewaringstelling. Disproportioneel was deze maatregel niet, ook niet in de uitvoering ervan, reeds omdat eiser slechts een nacht in vreemdelingenbewaring heeft doorgebracht voordat hij werd uitgezet.

Naar het oordeel van het Gerecht heeft verweerder wegens diezelfde omstandigheden in redelijkheid kunnen besluiten gebruik te maken van zijn bevoegdheid tot het geven van een bevel tot verwijdering en het tot ongewenst vreemdeling verklaren van eiser.

Het beroep van eiser op artikel 15 van de Ltu faalt. Het Gerecht begrijpt dat eiser doelt op het tweede en derde lid van artikel 15 van de Ltu, waaruit, kort gezegd, volgt dat bij de bepaling van de termijn waarbinnen iemand wordt uitgezet aan die persoon, indien nodig, tijd wordt gegeven om orde op zaken te stellen. Eiser heeft nagelaten toe te lichten waarvoor hij meer tijd nodig had gehad.

6 Beslissing

Het Gerecht in eerste aanleg:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W.M. Giesen, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 2 december 2016.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.