Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2016:76

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
28-10-2016
Datum publicatie
21-11-2016
Zaaknummer
KG 2016/108
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Scheiding en deling. Ontvangen huurpenningen dienen op derdenrekening te worden betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 28 oktober 2016

Zaaknummer: KG 2016/108

Vonnisnr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Vonnis in kort geding

in de zaak van

[eisers],

wonende te Sint Maarten,

eisers,

gemachtigde: mr. M.M. Hofman-Ruigrok

tegen

[gedaagde],

zonder bekende woon- of verblijfplaats te Sint Maarten,

gedaagde,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het Gerecht heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

  1. verzoekschrift met producties d.d. 6 september 2016,

  2. producties van gedaagde (overgelegd ter zitting),

  3. pleitnota van mr. Bruns (namens mr. Hofman-Ruigrok).

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2016 in aanwezigheid van eiser sub 1 en gedaagde. Namens mr. Hofman-Ruigrok is mr. P.H. Bruns (krachtens schriftelijke volmacht) verschenen. Partijen en mr. Bruns hebben de standpunten toegelicht. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden.

1.3.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn allen erfgenaam van mevrouw ………., hierna erflaatster 1. Zij was op haar beurt erfgenaam van [erflaatster 2]. Van de nalatenschap maakt onder andere deel uit een aantal percelen land op Sint Maarten.

2.2.

Een van deze percelen is het perceel land naast de Bush Road (meetbrieven 2…../1995 en 1…./2000,hierna: het perceel) en staat geregistreerd op naam van de erven van [erflater 3] die het perceel in 1878 heeft verkregen.

2.3.

Op dit perceel staan meerdere “shacks”; kleine huisjes die worden bewoond, overwegend door mensen oorspronkelijk afkomstig uit de Dominicaanse Republiek.

3 Het geschil

3.1.

Eisers verzoeken dat het Gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de volgende beslissingen neemt:

  1. “Gedaagde te gebieden om tot de scheiding en deling van de onverdeelde gemeenschap zal hebben plaatsgevonden de huurinkomsten die door haar over de afgelopen periode van tien jaren zijn ontvangen uit het genoemde perceel op de op naam van alle erfgenamen staande escrow account te plaatsen, binnen 24 uur na het in deze te wijzen vonnis, op verbeurte van een dwangsom ten behoeve van eisers van US$ 1000,= per dag of gedeelte van een dag waarop gedaagde in gebreke blijft met het in deze te wijzen vonnis,

  2. Gedaagde te gebieden om tot de scheiding en deling van de onverdeelde gemeenschap zal hebben plaatsgevonden de huurinkomsten die door haar (zullen) worden ontvangen uit het genoemde perceel te plaatsen op de escrow account op naam van alle erfgenamen van mw. [erflater 1] en aldaar te blijven plaatsen, binnen 24 uur na het in deze te wijzen vonnis, op verbeurte van een dwangsom ten bedrage van eisers van US$ 1000,= per dag of gedeelte van een dag waarop gedaagde in gebreke blijft met het in deze te wijzen vonnis;

  3. Gedaagde te gebieden om de huurders op het betreffende perceel gelegen in het district Little Bay, bij de … Road en onderdeel uitmakende van de percelen beschreven in meetbrieven 2../1995 en 1../2000, voorheen geregistreerd in meetbrief 1../1974 in naam van der erfgenamen van [erflater 3], plaatselijk bekend staande als de …. Road en de …. Drive, te instrueren om de maandelijkse huur met ingang van de datum van het in deze te wijzen vonnis te betalen op de op naam van alle erfgenamen van [erflater 1] staande escrow account en zulks te blijven doen tot nader order, op verbeurte van een dwangsom ten behoeve van eisers van US$ 1000,= per dag of gedeelte van een dag waarop gedaagde in gebreke blijft met het in deze te wijzen vonnis,

  4. Gedaagde te gebieden om binnen tien dagen na het in deze te wijzen vonnis rekening en verantwoording af te leggen omtrent alle door haar met ingang van 1 maart 2006 ontvangen huurgelden op het onverdeelde perceel, op verbeurte van een dwangsom ten behoeve van eisers van US$ 1000,= per dag of gedeelte van een dag waarop gedaagde in gebreke blijft met het in deze te wijzen vonnis,

  5. Eisers als de meerderheid der erfgenamen vertegenwoordigende te machtigen om gezamenlijk, totdat in de bodemprocedure in hoogste instantie zal zijn beslist, namens de gemeenschappelijk erfgenamen in de onverdeelde gemeenschap op te treden ter bescherming van de onverdeelde nalatenschap.

  6. Gedaagde te verbieden zich te gedragen als ware zij enig en volledig eigenaar van het onverdeelde perceel, op verbeurte van een dwangsom van US$ 1000,= per dag of dagdeel althans per constatering dat zij in gebreke blijft met het in deze te wijzen vonnis;

  7. Gedaagde te veroordelen in de kosten van het geding.”

3.2.

Gedaagde concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van eisers in hun vorderingen, dan wel dat deze aan hun zullen worden ontzegd, met veroordeling van eisers in de proceskosten.

3.3.

Op de argumenten van partijen zal het Gerecht hierna ingaan, voor zover zij relevant blijken voor de uitkomst van de procedure.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang is met de aard van de vorderingen gegeven.

4.2.

Eisers stellen dat sinds 2006 gedaagde de huren int van de veertien huurders van de shacks op het perceel, zonder verantwoording en afdracht aan eisers. Zij gedraagt zich zodoende als eigenaar terwijl zij slechts een van de gerechtigden tot de onverdeelde boedel is waarin dit perceel zich bevindt. Dit is onrechtmatig, temeer nu eisers de afgelopen jaren meerdere malen hebben geprobeerd om tot afspraken met gedaagde te komen betreffende beheer en verdeling van de boedel. Ondanks sommatie gaat gedaagde ermee door de huren te incasseren en in eigen zak te steken. Evenmin geeft zij gehoor aan de sommatie om rekening en verantwoording af te leggen. Zelfs nadat eisers de huurders hebben aangeschreven om op de escrow account te betalen gaat gedaagde door met het incasseren van de huur.

4.3.

Gedaagde stelt dat zij verkeerd is opgeroepen voor de zitting in dit kort geding. Nadat orkaan Luis in 1995 de shacks had verwoest heeft gedaagde ze weer opgebouwd. Zij heeft haar carrière opgeofferd om voor erflaatster te zorgen. Zij heeft geen andere inkomsten dan de huurinkomsten van ongeveer USD 2.000,00 per maand. Gedaagde beroept zich op een holografisch testament d.d. 19 maart 2004 van erflaatster, dat is gecertificeerd door een Notary Public in de Staat New York, waar gedaagde woont.

4.4.

Het Gerecht behoeft niet in te gaan op de stelling van gedaagde dat zij (opzettelijk, in de hoop dat zij bij verstek zou worden veroordeeld) verkeerd is opgeroepen. Gedaagde is immers ter zitting verschenen en heeft voormeld inhoudelijk verweer gevoerd. Zij is door de wijze van oproeping dus niet in haar verdediging geschaad.

4.5.

Het Gerecht overweegt inhoudelijk als volgt. In het holografisch testament leest het Gerecht niet dat gedaagde van erflaatster het perceel toegescheiden heeft gekregen. Wel is er een notarieel verleden Arubaans testament d.d. 18 februari 1982 waaruit blijkt dat partijen ieder gelijkelijk gerechtigd zijn tot de nalatenschap. Als voorlopig oordeel geldt onder deze omstandigheden dat het Gerecht uitgaat van dit testament en dus dat partijen ieder gelijkelijk gerechtigd zijn tot de boedel, waartoe dit perceel behoort.

4.6.

Dit betekent dat de vruchten van het perceel, waaronder de huren, ten goede dienen te komen aan de boedel, waartoe partijen ieder gerechtigd zijn. De storting op een derdenrekening, waarover slechts met instemming van alle partijen mag worden beschikt, is onder deze omstandigheden aangewezen. Dat dit ertoe zou leiden dat gedaagde niet meer over inkomsten beschikt kan het Gerecht niet vaststellen. Gedaagde stelt dat maar levert hiervan geen bewijs, zoals bijvoorbeeld fiscale stukken of een verklaring van een accountant.

4.7.

Wat betreft de ingestelde vorderingen geldt het volgende. Het Gerecht zal grotendeels niet toewijzen de vordering (sub 1) om gedaagde te gebieden de ontvangen huurpenningen over de afgelopen 10 jaar op de derdenrekening te storten. Eisers hebben 10 jaar stilgezeten en dus gedoogd dat gedaagde de huren incasseerde en niet afdroeg aan de boedel. Een veroordeling in kort geding over deze lange periode wordt hierdoor niet gerechtvaardigd. Natuurlijk is het wel mogelijk dat in een bodemprocedure de huurinkomsten dienen te worden verrekend bij de verdeling van de boedel. Het Gerecht zal deze vordering toewijzen ingaande 9 augustus 2016; de datum waarop eisers een daartoe strekkende sommatiebrief aan gedaagde hebben gezonden. De vordering sub 4 (afleggen van rekening en verantwoording over de ontvangen bedragen) is wel toewijsbaar, zij het dat de dwangsommen worden gemaximeerd.

4.8.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kunnen de vorderingen 1, 2, 3 en 4 wel worden toegewezen, zoals hieronder is vermeld. De dwangsommen betreffende de vorderingen sub 1 en 2 kunnen worden toegewezen, niettegenstaande artikel 611a lid 1, tweede volzin, Rv. Daarin is het incasseren van een geldvordering op verbeurte van dwangsommen verboden. In deze zaak gaat het over de verplichting van gedaagde om ontvangen gelden van derden op een escrow account te storten. Op een dergelijke veroordeling kunnen wel dwangsommen worden toegepast.

4.9.

De vordering sub 5 wordt niet toegelicht in het verzoekschrift en evenmin in de pleitnota. Daaraan gaat het Gerecht dus voorbij.

4.10.

De vordering sub 6 acht het Gerecht te onbepaald om toe te wijzen. Bovendien lijkt het daaraan ten grondslag liggende probleem opgelost te worden met onderstaande veroordelingen.

4.11.

Als overwegend in het ongelijk gestelde partij wordt gedaagde in de proceskosten veroordeeld.

5 De beslissing

Het Gerecht in Eerste Aanleg:

rechtdoende in kort geding:

gebiedt gedaagde om, tot het tijdstip dat de scheiding en deling van de onverdeelde gemeenschap zal hebben plaatsgevonden, de huurinkomsten die vanaf 9 augustus 2016 door haar zijn ontvangen uit het genoemde perceel op de op naam van alle erfgenamen staande escrow account te plaatsen, op verbeurte van een dwangsom ten behoeve van eisers van USD 1.000,= per dag of gedeelte van een dag waarop gedaagde in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, waarbij de dwangsommen gemaximeerd worden op USD 100.000,00,

gebiedt gedaagde om de huurders op het betreffende perceel gelegen in het district Little Bay, bij de ….Road en onderdeel uitmaken van de percelen beschreven in meetbrieven 2../1995 en 1…/2000, voorheen geregistreerd in meetbrief 1../1974 in naam van de erfgenamen van Joseph Wilson, plaatselijk bekend staande als de ….. Road en de ……. Drive, te instrueren om de maandelijkse huur met ingang van de datum van het in deze te wijzen vonnis te betalen op de op naam van alle erfgenamen van mw. [erflater 1] staande escrow account en zulks te blijven doen tot nader order, op verbeurte van een dwangsom ten behoeve van eisers van USD 1000,= per dag of gedeelte van een dag waarop gedaagde in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, waarbij de dwangsommen gemaximeerd worden op USD 100.000,00,

gebiedt gedaagde om binnen dertig dagen na heden rekening en verantwoording af te leggen omtrent alle door haar met ingang van 1 maart 2006 ontvangen huurgelden uit het onverdeelde perceel, op verbeurte van een dwangsom ten behoeve van eisers van USD 1000,= per dag of gedeelte van een dag waarop gedaagde in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, waarbij de dwangsommen gemaximeerd worden op USD 100.000,00,

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eisers begroot op NAf 527,00 aan oproepingskosten, NAf 450,00 aan griffierecht en op NAf 1.000,00 aan salaris gemachtigde,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.