Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2016:22

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
13-04-2016
Datum publicatie
07-06-2016
Zaaknummer
EJ 2016/5
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

ontslag op staande voet wegens vermoeden van poging tot vergiftiging van collega’s

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1600
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: EJ 2016/5

Datum: 13 april 2016

Beschikkingnr.

BESCHIKKING

inzake:

[verzoeker],

wonende te Sint Maarten,

verzoeker,

tevens verweerder,

gemachtigde: mr. A. Bulder

tegen

de naamloze vennootschap

[verweerster],

gevestigd te Sint Maarten,

verweerster,

tevens verzoeker,

gemachtigde: mr. A.A. Kraaijeveld.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ‘[verzoeker]’ en ‘[verweerster]’.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het Gerecht heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

  • -

    verzoekschrift met producties d.d. 22 januari 2016,

  • -

    verweerschrift tevens tegenverzoek met producties,

  • -

    pleitnota mr. Bulder,

  • -

    pleitnota mr. Kraaijeveld.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 maart 2016, in aanwezigheid van [verzoeker] en voormelde gemachtigden. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden.

1.3.

De beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1. [

verzoeker], geboren op 30 december 1982, is op 16 januari 2013 in dienst getreden van [verweerster] in de functie van Alarm Technician, tegen een salaris van laatstelijk USD 1.733,29 bruto per maand (40-urige werkweek). De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tweede verlenging) eindigt op 15 januari 2015. Met ingang van 16 januari 2015 verdient hij USD 10,00 per uur in plaats van USD 9,00 die hij voorheen verdiende.

2.2. [

verweerster] exploiteert een onderneming die zich richt op de verkoop en het onderhoud van beveiligingssystemen.

2.3. [

verweerster] heeft [verzoeker] twee keer geschorst zonder behoud van loon en wel op 11 februari 2015 tot en met 13 februari 2015 en op 13 juli 2015 tot en met 15 juli 2015, zulks bij wijze van sanctie wegens incidenten ter zake klantbezoeken en het niet opvolgen van bedrijfsvoorschriften.

2.4. [

verzoeker] heeft op het kantoor van [verweerster] in zijn personeelsdossier een brief d.d. 14 juli 2015 aan hem gericht aangetroffen. Deze brief is niet door [verweerster] aan hem verzonden. De tekst luidt:

“SUBJECT: Dismissal Request Application at Labor Department

This letter is to inform [verzoeker] that [verweerster] (..) has submitted a Dismissal Request Application at the Labor Department to terminate your service contract agreement with immediate effect.”

2.5.

Op 19 juli 2015 heeft mevrouw [A], supervisor bij [verweerster], bij de politie aangifte gedaan tegen [verzoeker] op grond van artikel 2:262 in verband met 1:119 lid 1 Wetboek van Strafrecht, oftewel poging moord. In de aangifte wordt beschreven dat zij een groene substantie in het blik filterkoffie heeft aangetroffen. Op basis van videobeelden van de bedrijfscamera’s en eerdere uitlatingen van [verzoeker] wordt door haar de conclusie getrokken dat [verzoeker] die groene substantie in de koffie heeft gedaan. Mevrouw [A] vermoedt dat [verzoeker] rattengif in de kantoorkoffie heeft gedaan met de bedoeling zijn collega’s te vergiftigen.

2.6.

Op 24 juli 2015 is [verzoeker] op zijn werk aangehouden door de politie. Op 26 juli 2015 is hij uit de inverzekeringstelling ontslagen. De politie heeft de koffie in beslag genomen en naar het Nederlands Forensisch Instituut gezonden voor onderzoek. Ten tijde van de zitting was de uitslag van dit onderzoek niet bekend. Door het Openbaar Ministerie zijn geen daden van vervolging tegen [verzoeker] ingesteld.

2.7.

Bij brief van 24 juli 2015 (ontvangen door [verzoeker] op 27 juli 2015) wordt [verzoeker] op staande voet ontslagen door [verweerster]:

“Your employment contract with [verweerster] NV is terminated immediately.

Your threatening, belligerent behavior and actions associated with your suspension and your apparent tampering with the coffee had resulted in your fellow Associates being concerned for their safety. Many are refusing to work with you.

As such, you are not permitted in the premises of [verweerster] at any time.

Any pay due to you will be forthcoming with the next payroll.”

2.8.

Bij brief van 21 september 2015 is namens [verzoeker] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en is aanspraak gemaakt op achterstallig loon. [verweerster] heeft geen gehoor gegeven aan de sommatie loon te betalen en heeft evenmin gebruik gemaakt van de in deze brief aangeboden terbeschikkingstelling voor de overeengekomen werkzaamheden door [verzoeker].

3 Het verzoek en het tegenverzoek

3.1. [

verzoeker] verzoekt het Gerecht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

- hem gratis admissie te verlenen,

- voor recht te verklaren dat het op 27 juli 2015 aan hem gegeven ontslag op staande voet nietig is,

- [ verweerster] te veroordelen aan hem te betalen USD 1.733,30 bruto per maand vanaf 16 augustus 2015 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, te verhogen met de wettelijke verhogingen en de wettelijke rente,

- [ verweerster] te veroordelen aan hem te betalen USD 14.190,09 aan achterstallig salaris over de periode 16 januari 2013 tot 15 augustus 2015, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen en de wettelijke rente,

- [ verweerster] te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente daarover.

3.2. [

verweerster] verzoekt het Gerecht om, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht te verklaren dat het door [verweerster] op 24, dan wel 27 juli 2015 aangezegde ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven, waardoor de arbeidsovereenkomst op dat moment per direct is geëindigd,

- [ verzoeker] te veroordelen om aan [verweerster] te betalen USD 8.403,97 dan wel USD 9.936,00 betreffende gefixeerde schadevergoeding.

3.3.

Beide partijen verzoeken het Gerecht om de vorderingen van de ander af te wijzen, met diens veroordeling in de proceskosten.

3.4.

Het Gerecht gaat hierna in op de argumenten van partijen, voor zover zij althans relevant blijken voor de uitkomst van de procedure.

4 De beoordeling

Het ontslag op staande voet

4.1.

Het belangrijkste verwijt in de ontslagbrief d.d. 24 juli 2015 is dat [verzoeker] kennelijk iets in de kantoorkoffie heeft gedaan (“apparent tampering with the coffee”). [verweerster] stelt in deze brief niet dat er sprake is van een poging tot moord.

4.2.

Met [verweerster] is het Gerecht van oordeel dat een dringende reden voor ontslag op staande voet kan bestaan indien een werknemer met de kantoorkoffie knoeit. Er dient immers sprake te zijn van veilige arbeidsomstandigheden en die zijn er niet als een werknemer aan het drinken of eten van zijn collega’s een substantie, wat het ook is, toevoegt. Van een werkgever mag, indien ter zake een vermoeden ontstaat, actie worden verwacht.

4.3.

Allereerst dient echter te worden vastgesteld of [verzoeker] iets in de koffie heeft gedaan. Als dat niet komt vast te staan is er geen sprake van een dringende reden omdat dan de feitelijke grondslag aan het ontslag ontbreekt. Anders dan [verweerster] stelt kan het Gerecht dat niet vaststellen aan de hand van de processtukken, de bijlagen en evenmin aan de hand van de videobeelden die ter zitting zijn bekeken. Uit een en ander volgt dat sprake is van een bedrijfsruimte waar (uiteraard) meerdere mensen werken. Zij hebben allen toegang tot de keuken en de koffie. Het Gerecht heeft beelden bekeken die zijn geselecteerd op de bewegingen van [verzoeker] (met een zwart plastic tasje dat op Sint Maarten zeer algemeen wordt gebruikt om voedsel in te vervoeren) richting keuken en retour, maar er zijn die dag ook ongetwijfeld opnames van andere werknemers die in de keuken zijn geweest, koffie hebben gepakt, een broodje hebben gesmeerd, met zwarte plastic tasjes hebben gelopen enzovoorts. De opnames van de keuken zijn slecht zichtbaar. Het is een klein beeld gemaakt door een camera op relatief grote afstand. [verzoeker] is zichtbaar maar uitsluitend op de rug. Niet is zichtbaar wat hij op het aanrecht en in de keukenkastjes doet. Evenmin heeft het Gerecht verdacht gedrag van [verzoeker] kunnen ontwaren; het gesticuleren en het vele omkijken kan net zo goed komen omdat [verzoeker] tegelijkertijd met collega’s praat dan dat hij clandestien met de koffie bezig is. Irrationeel gedrag, zoals het vullen van een waterkoker en er niets mee doen, komt wel vaker voor in een omgeving waarin iedereen druk is met zijn werk. Dat is niet perse verdacht.

4.4.

Dit betekent dat het Gerecht niet heeft kunnen vaststellen dat [verzoeker] met de koffie heeft geknoeid. Op [verweerster] rust de stelplicht alsmede de bewijslast van de dringende reden. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is door [verweerster] te weinig gesteld om haar toe te laten tot het bewijs dat [verzoeker] met de koffie heeft geknoeid. Zelfs al zou het NFI rapport voorhanden zijn en uitwijzen dat er inderdaad een groene substantie aan de koffie is toegevoegd dan nog is het de vraag of [verzoeker] dit heeft gedaan. Politieonderzoek zou dat moeten uitwijzen maar dergelijk onderzoek is (nog) niet uitgevoerd.

4.5.

Als dringende reden wordt in de ontslagbrief verder genoemd dat er sprake is van “threatening, belligerent behavior and actions associated with your suspension”. Uit de aangifte is af te leiden dat [verzoeker] gezegd zou hebben: “she knows what’s good for her, because she has her door closed” en: “all those who have something to do with this, is gonna get what’s coming for them.” [verzoeker] betwist op zich niet dat hij dit heeft gezegd, maar hij betwist dat hij heeft gedreigd. Hij bedoelde dat hij de schorsing juridisch wilde gaan aanvechten. Het Gerecht overweegt dat dergelijke uitspraken niet voldoende zijn om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Duidelijk is dat [verzoeker] het niet eens was met de hem opgelegde onbetaalde schorsing en daarover zijn ongenoegen uitte, temeer nu hij kennelijk ook in zijn dossier de niet aan hem verzonden brief d.d. 14 juli 2015 net had gelezen. Dat had hij genuanceerder moeten doen. Evenmin oordeelt het Gerecht dat er ter zake een relevant verleden is; het dienstverband is twee keer verlengd en [verzoeker] had een loonsverhoging gekregen. Dat doet een werkgever normaliter niet als een werknemer collega’s bedreigt. Twee eerdere incidenten zijn met een schorsing afgedaan. Van een derde incident, waarop [verweerster] zich beroept, ontbreekt documentatie zodat het Gerecht daarmee niets aankan.

4.6.

Het Gerecht oordeelt dan ook dat het ontslag op staande voet nietig is.

4.7. [

verweerster] stelt dat [verzoeker] zich niet beschikbaar heeft gehouden de overeengekomen werkzaamheden te verrichten en dus dat zij niet gehouden is het loon door te betalen. Het Gerecht oordeelt dat dit verweer niet opgaat. In voormelde brief van mr. Rogers van 21 september 2015, waarvan de ontvangst niet wordt betwist, heeft [verzoeker] zich immers ter beschikking gesteld om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten. Dat is voldoende. Het komt voor rekening van [verweerster] dat zij hiervan geen gebruik heeft gemaakt.

4.8.

Voormelde overwegingen houden in dat het Gerecht voor recht zal verklaren dat het ontslag op staande voet nietig is en dat [verweerster] het overeengekomen loon plus wettelijke rente daarover aan [verzoeker] dient te betalen. Tegen de wettelijke verhogingen is geen verweer gevoerd zodat het Gerecht deze eveneens zal toewijzen, zij het ambtshalve gematigd tot maximaal 10%. De door [verweerster] gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen en dat geldt eveneens voor de gevorderde gefixeerde schadevergoeding nu [verzoeker] niet schadeplichtig is jegens [verweerster].

4.9.

Aldus resteert te beoordelen de vordering van [verzoeker] strekkende tot betaling van achterstallig loon. Kort en zakelijk weergegeven stelt [verzoeker] dat [verweerster] hem niet heeft uitbetaald voor de overeengekomen 40 uur per week over de periode 16 februari 2013 tot en met 15 augustus 2015. [verzoeker] geeft daarvan een gedetailleerd overzicht met bijlagen. Hiertegenover stelt [verweerster] dat [verzoeker] er zelf voor koos om zijn uren niet te maken. Hij diende elke dag zijn time card tot 8 uur te vullen, maar hij liet het gewoon na om de opdrachten bij klanten uit te voeren, hetgeen voor een deel de reden vormt voor de opgelegde schorsingen. De met dat minderwerk gemoeide tijd heeft [verweerster] dus in mindering gebracht op de gewerkte uren. Geen werk en dan ook geen loon. [verzoeker] kan nu achteraf zich niet ineens beroepen op de 40-urige werkweek.

4.10.

Het Gerecht overweegt dat partijen een 40-urige werkweek zijn overeengekomen. Daarop is het loon gebaseerd blijkens de arbeidsovereenkomst. Het is niet gebaseerd op het aantal klussen dat [verzoeker] uitvoerde en er is geen link overeengekomen tussen de time cards en het overeengekomen loon. Het kan zijn dat [verzoeker] niet hard genoeg werkte en dus niet zijn 40 uren per week haalde, maar [verweerster] kan dan niet zijn salaris navenant verminderen zonder zijn uitdrukkelijke toestemming te vragen en te krijgen. Loon is immers een primaire arbeidsvoorwaarde; er ontstaat niet min of meer vanzelf een aanpassing van het overeengekomen loon al naar gelang de perceptie van de werkgever over het werkpatroon van de werknemer. Dat moet uitdrukkelijk worden overeengekomen, nog daargelaten dat [verzoeker] de stellingen van [verweerster] over de time cards inhoudelijk betwist en gemotiveerd stelt dat hij juist meer dan 40 uur per week heeft gewerkt. Dit betekent dat de vorderingen van [verzoeker], die cijfermatig door [verweerster] niet dan wel onvoldoende worden betwist, moeten worden toegewezen, wederom verhoogd met de wettelijke rente en maximaal 10% wettelijke verhogingen.

4.11.

Als overwegend in het ongelijk gestelde partij dient [verweerster] te worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing op het verzoek en het tegenverzoek

Het Gerecht:

verleent [verzoeker] gratis admissie,

verklaart voor recht dat het door [verweerster] aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet nietig is,

veroordeelt [verweerster] om aan [verzoeker] te betalen USD 1.733,30 bruto per maand, vanaf 16 augustus 2015 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen gemaximeerd 10% en de wettelijke rente, een en ander vanaf de dag van opeisbaarheid van de onderscheiden loonbestanddelen,

veroordeelt [verweerster] om aan [verzoeker] te betalen USD 14.190,09 bruto aan achterstallig salaris, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen gemaximeerd 10% en de wettelijke rente, een en ander vanaf de dag van opeisbaarheid van de onderscheiden loonbestanddelen,

veroordeelt [verweerster] in de proceskosten, aan de zijde van [verzoeker] begroot op NAf 346,50 aan verschotten en op NAf 1.800,00 aan salaris gemachtigde,

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven op 13 april 2016 door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, in tegenwoordigheid van de griffier.