Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2016:11

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
26-02-2016
Datum publicatie
01-03-2016
Zaaknummer
KG 2016-14
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Huurrecht. Kort geding. Komt hotelgast huurbescherming toe?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 26 februari 2016

Zaaknummer: KG 2016-14

Vonnisnr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Vonnis in kort geding

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Sint Maarten,

eiseres,

gemachtigde: mr. B.Ph.C. de Jong,

tegen

de naamloze vennootschap

[gedaagde],

gevestigd te Sint Maarten,

gedaagde,

verschenen bij haar directeur.

1 De procedure

Het Gerecht heeft kennis genomen van het verzoekschrift met producties d.d. 23 februari 2016. De zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari 2016. Partijen en mr. De Jong zijn verschenen. Partijen hebben de standpunten toegelicht en gedaagde heeft producties overgelegd. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden. De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Eiseres woont sinds december 2012 op een hotelkamer in het hotel van gedaagde. De huur bedraagt USD 500,00 per maand. De hotelkamer bestaat uit een woongedeelte met bed en leefruimte met daarin een kitchenette en een separate badkamer met toilet.

2.2.

Gedaagde adverteert al vele jaren in The Daily Herald met hotelkamers die per dag, week en maand kunnen worden gehuurd (daily – weekly – monthly rentals).

2.3.

Bij brief van 25 november 2015 schrijft gedaagde aan eiseres:

“Dear Mrs. [eiseres],

This letter is to inform you that as of 12th February, 2016 we would not be extending your monthly stay. If you choose to stay after the 12th February, 2016 then you will have to pay US$ 50.00 Per night.

Thanking you in advance for your kind co-operation.”

2.4.

Op 18 februari 2016 heeft gedaagde de elektriciteit in de hotelkamer van gedaagde afgesloten. Enige dagen later heeft zij de kamer met een hangslot afgesloten. Door tussenkomst van de politie is het hangslot verwijderd.

2.5.

Bij brief van 19 februari 2016 heeft de gemachtigde van eiseres gedaagde gesommeerd de elektriciteit weer aan te sluiten, met name omdat eiseres als suikerpatiënte haar medicijnen gekoeld dient te bewaren en dat kan niet vanwege de afsluiting. Aan die sommatie is geen gehoor gegeven. Enige dagen daarvoor heeft gedaagde via haar gemachtigde zich schriftelijk verzet tegen de opzegging als vermeld in de brief van 25 november 2015.

2.6.

Op 23 februari 2016 heeft gedaagde aan eiseres geschreven:

“Dear Mrs. [eiseres],

This letter is to inform you that you have until tomorrow, 24th February, 2016 to leave [het hotel].

If you do not comply your room will be locked and you would not be able to get in. I am therefore advising you take all your personal belongings out of the room.

Today at approximately, 11:15 am you were naked in front of your room. This is unacceptable for our establishment. Our guest which is many are all complaining to us of your behavior and are contemplating leaving because of all the problems you have caused.

Thanking you in advance.”

2.7.

Gedaagde heeft de kamer niet ontruimd.

3 Het geschil

3.1.

Eiseres vordert dat het Gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om de elektriciteitsaansluiting en andere nutsvoorzieningen ten behoeve van haar hotelkamer te herstellen en hersteld te houden, zulks op straffe van een dwangsom, althans een beslissing te nemen die het Gerecht geraden voorkomt, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

3.2.

Gedaagde concludeert tot afwijzing van de vorderingen van eiseres, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

3.3.

Op de argumenten van partijen zal het Gerecht hierna ingaan, voor zover zij relevant blijken voor de uitkomst van de procedure.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang is met de aard van de vorderingen gegeven.

4.2.

Eiseres stelt dat de opzegging nietig is. Er is immers geen toestemming van de huurcommissie en evenmin heeft het Gerecht de huurovereenkomst ontbonden. Gedaagde stelt hiertegenover dat sprake is van een hotelkamer en dus niet van een huurovereenkomst in de zin van artikel 7:201 BW. Bij een hotelkamer mag het hotel zelf beslissen of een gast nog welkom is of niet en haar de toegang tot de hotelkamer ontzeggen.

4.3.

Het Gerecht overweegt dat krachtens artikel 7:231 lid 2 BW eerste volzin onder huur van woonruimte tevens wordt verstaan: “de niet zelfstandige woning.”. Artikel 7:232 BW bepaalt dat deze afdeling (5) niet van toepassing is op huur welke een gebruik van woonruimte betreft dat naar zijn aard slechts van korte duur is. Een hotelkamer als de onderhavige is een niet zelfstandige woning. Naar verkeersopvattingen wordt een hotelkamer gebruikt voor verblijf dat van korte duur is. Daarvan is echter geen sprake in deze zaak. Eiseres woont er al sinds december 2012 en gedaagde wil, blijkens haar reclame-uitingen, ook kamers voor langere tijd verhuren (“rental”). Naar voorlopig oordeel is, ondanks de benaming van hotel en hotelkamer, geen sprake van verblijf dat naar zijn aard slechts van korte duur is. Dat betekent dat gedaagde aanspraak heeft op de huurbescherming van artikel 7:248 BW, waarin is vermeld dat de huur van woonruimte door opzegging niet kan worden beëindigd indien geen toestemming van de Huurcommissie is verkregen.

4.4.

Dit betekent dat de opzegging niet rechtsgeldig is gedaan en dat gedaagde dus gehouden is om aan eiseres het vertrouwde genot van de hotelkamer te blijven verstrekken.

4.5.

Er is geen sprake van ontbinding van de huurovereenkomst zodat er geen andere rechtsgrond is die ontruiming van de hotelkamer kan rechtvaardigen. Het Gerecht kan dus ook niet toekomen aan de beoordeling van de argumenten van gedaagde dat eiseres zich zou hebben misdragen, hetgeen eiseres overigens ontkent.

4.6.

De vorderingen dienen dus te worden toegewezen, zoals hieronder is vermeld.

4.7.

Vanzelfsprekend is eiseres gehouden de overeengekomen huur aan gedaagde te betalen.

4.8.

Als in het ongelijk gestelde partij dient gedaagde te worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

Het Gerecht in Eerste Aanleg:

rechtdoende in kort geding

verleent aan eiseres gratis admissie,

veroordeelt gedaagde om de levering van de elektriciteit en de nutsvoorzieningen aan hotelkamer […] van eiseres te hervatten en in stand te laten zolang de huurovereenkomst tussen partijen bestaat, zulks op straffe van een dwangsom van USD 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde hiermee in gebreke blijft, met maximering van de te verbeuren dwangsommen op USD 10.000,00,

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres begroot op nihil aan verschotten en op NAf 1.000,00 aan salaris gemachtigde,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.