Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2015:9

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
26-08-2015
Datum publicatie
09-09-2015
Zaaknummer
100.00105/15 en 100.00270/15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan o.a. poging moord, poging doodslag (meermalen gepleegd), vuurwapenbezit, medeplichtigheid aan poging moord. Verdachte heeft blijk gegeven van een totaal gebrek aan respect voor het leven van een medemens. Het Gerecht rekent hem zeer zwaar aan dat hij, teneinde een aanhouding te ontkomen, gericht op twee politieagenten heeft geschoten. Hij krijgt 18 jaar GS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1982 te Sint Maarten,

wonende in Sint Maarten, thans alhier gedetineerd.

1. Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 juni 2015 en 6 augustus 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G. Hatzmann.

De officieren van justitie, mrs. D.M. Noordzij en J.C.G. van der Wulp, hebben gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft een bewijs- en een strafmaatverweer gevoerd.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, tenlastegelegd:…

3. Voorvragen

3.1 Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

3.2 Bevoegdheid van het Gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

3.3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

3.4 Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4. Bewijsbeslissingen

4A. Vrijspraak

Het Gerecht heeft uit de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder parketnummer 100.00105/15 als feit 1 tenlastegelegde voor zover dit betrekking heeft op [p] noch het onder parketnummer 100.00270/15 primair tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.

4B. Bewezenverklaring

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het overige tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

Parketnummer 100.00105/15

Feit 1

dat hij op 24 juli 2014 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [SO 1] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen meerdere kogels op die [SO 1] heeft afgevuurd, zijnde de verdere uitvoering van dat door hem en zijn mededader voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Feit 2a

dat hij op 28 februari 2015 in Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [SO 2] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd in de richting van die [SO 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 2b

dat hij op 28 februari 2015 in Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [SO 3] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen van een kogel heeft afgevuurd in de richting van die [SO 3], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 3

dat hij op 7 maart 2015 te Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om opzettelijk de opsporingsambtenaren van het Korps Politie te Sint Maarten, S.B. en N.B., van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen meerdere kogels heeft afgevuurd in de richting van die S.B. en N.B., terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 4

dat hij op 7 maart 2015, te Sint Maarten, voorhanden heeft gehad vuurwapens in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 en munitie, te weten:

- een zwartkleurig pistool (merk Glock 30 .45 auto, serie # WE7792), inclusief patroonhouder met 15 scherpe patronen .45 auto;

- een zwartkleurig pistool (merk Glock 27 .40 auto serie # CAB804), inclusief patroonhouder met 15 scherpe patronen .40 auto;

- een zilverkleurige revolver (merk Magnum cal.357), inclusief 6, althans een of meerdere, scherpe patronen “Federal Magnum 357” in het rondsel (cilinder).

Parketnummer 100.00270/15

Feit 1

dat [medeverdachte] op 20 juli 2014 in Sint Maarten, ter uitvoering van het door die [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [SO 2] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen meermalen, heeft geschoten op de slaapkamer van een woning waarin die [SO 2] zich bevond,

zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in de periode van 9 april 2014 tot en met 20 juli 2014 in Sint Maarten opzettelijk inlichtingen heeft verschaft door toen en daar telefonisch (door middel van BB pin-berichten) die [medeverdachte] te informeren over de locatie van de slaapkamer van [SO 2] in die woning.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten

en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

Parketnummer 100.00306/14

Feit 1

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisanten], respectievelijk inspecteur en brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [SO 1], -zakelijk weergegeven-:

“On the 24th of July 2014 I was shot down on the A.Th. Illidge Road in Dutch Quarter (Gerecht: te Sint Maarten). That day I was standing next to [S] when I saw a blue car, come next to me. I saw the front window scrolling down. I saw that [verdachte] was the driver. I also saw [medeverdachte] in the front passenger seat. I heard [S] say, look out and then I saw that she ran off. While turning I saw that shots were being fired out of the same blue I-10 that [medeverdachte] and [verdachte] were in. I felt the shots hit me in my back. I heard several shots after that. I recognize the persons on the pictures you showed me as [medeverdachte] and [verdachte]”

Opmerking verbalisanten: “We showed [SO 1] pictures of [medeverdachte] and [verdachte].”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [S] -zakelijk weergegeven-:

“On the 24th of July 2014 I went to a place on the Illidge Road that sells food. There I met [SO 1]. We crossed over the road and walked towards Zorg en Rust. I saw a car slowing down and driving up the side walk. I said to [SO 1]: “watch out”. I saw that the right front passenger window scrolled down. I looked through the front windshield and I saw that the driver was [verdachte]. I knew for sure that the driver was [verdachte]. When [verdachte] stopped the car I saw a hand stretched out of the right front passenger window. The hand was holding a black handgun. As soon as the gun came out I heard four shots. I ran off and looked back. That is when I saw [medeverdachte] was in the passenger seat of the car that was driven by [verdachte]. I saw that the upper body of [medeverdachte] was leaning out of the front passenger door. I saw that [medeverdachte] was pointing the gun towards [SO 1] who was lying on the ground. From this point I kept running. While running I heard about 4 more shots.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 september 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], buitengewoon agent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [P]-zakelijk weergegeven-:

“Die dag stond [SO 1]i te praten met een meisje toen ik een auto aan zag komen rijden. De auto ging een zijstraat in vlak voor waar [SO 1] stond. Toen de auto [SO 1] zag reed hij achteruit en reed in de richting van [SO 1]. Vervolgens werd er ongeveer negen keer vanuit de auto op [SO 1] geschoten. [SO 1] werd door de kogels geraakt. Toen [SO 1] gewond op de grond lag zei hij tegen mij dat [verdachte] en [medeverdachte] op hem hadden geschoten.”

Een geschrift, te weten een medische verklaring opgemaakt op 25 juli 2014 door [verbalisant], chirurg, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

“Betreft [SO 1], admitted with multiple shotwounds.

Shotwound back/spine and bullet still in right chest. Spine TH11 + 12 fractured and instable. Paralyses from groin/hip down.

Pneumothorax right side, Retroperioneal bleeding and damage kidney.

Shotwound left elbow and bullet wounds left chest.

Shotwound left groin and left scrotum

Shotwound right leg.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 14 januari 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdinspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 25 juli 2014 heb ik een kogel overhandigd gekregen een vrouw die verklaarde dat zij de zus is van de moeder van [SO 1] en dat deze kogel afkomstig was uit het bovenlichaam van [SO 1] nadat hij was beschoten op 24 juli 2014.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 januari 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“De moeder van [SO 1], [moeder] heeft mij verklaard dat zij een kogel die afkomstig is uit het bovenlichaam van haar zoon [SO 1], nadat hij was beschoten op 24 juli 2014, heeft overhandigd aan de politieagent [agent]. Ik heb contact opgenomen met de betreffende politieagent [agent]. Hij verklaarde dat hij inderdaad een kogel overhandigd had gekregen van de zus van [moeder]. Op 8 januari 2015 heb ik de kogel overgenomen van politieagent [agent]. De kogel is overgedragen aan de Forensische Afdeling voor verdere analyse.”

Een proces-verbaal van technisch onderzoek in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 januari 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], buitengewoon agent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, als verklaring van die verbalisant -zakelijk weergegeven-:

“Op 24 juli 2014 omstreeks 22.10 uur werd ik verzocht naar de A.Th. Illidge road te gaan alwaar een schietpartij had plaatsgevonden. Daar aangekomen heb ik een onderzoek ingesteld.

Door mij werden ter plaatse de volgende stukken van overtuiging aangetroffen, geselecteerd en voorzien van een Sporen Identificatie Nummer (SIN):

SVO SIN Beschrijving

300-T1 AADH0219NL projectiel

300-T3 AADH0221NL huls met bodemstempel “RP AUTO 45”

300-T4 AADH0222NL huls met bodemstempel “Winchester AUTO 45”

300-T5 AAEV5049NL huls met bodemstempel “TULAMMO 45 AUTO”

Op 8 januari 2015 werd mij het volgende projectiel aangeboden door inspecteur

L.G. Richardson:

300-T15 AAEV4561NL projectiel

Voornoemde stukken van overtuiging werden aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) voor verder onderzoek.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 27 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

als opmerkingen van de verbalisanten:

“A picture of the apartment in [ ] drive were the guns were confiscated was shown.”

als verklaring van verdachte [medeverdachte]:

“That apartment is rented in my name. I rented the apartment for 400 American dollars per month. I pay the landlord every month. The fridge, stove and gas tank in that apartment belong to me. The Samsung Galaxy Active that was found there belonged to my late-wife. Since she passed away I have the phone in my possession. I am the user of the phone. I have been using it since April 2014. Nobody has used this phone since it was in my possession.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 26 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

“I want to know if my mother can come and claim the keys for the apartment in Dutch Quarter to take out all the stuff inside like the stove, fridge and my clothes. The name of the landlord is [landlord].”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [landlord], -zakelijk weergegeven-:

“I rented the apartment in [ ] Drive since april 2014 to [medeverdachte]. He came personally to me to ask me to rent the place to him. Every month he will call me and tell me he has the rent money.”

Een proces-verbaal (nr. 1408221100.DZK) van doorzoeking ter inbeslagname in de woning van [medeverdachte] te [ ] drive zonder nummer, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

“Op 21 augustus 2014 werden in de woning aan de [ ] Drive z.n. te Sint Maarten onder meer de volgende op de bijlage vermelde goederen in beslag genomen.

Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming op 21 augustus 2014 te [ ] Drive z.n, opgemaakt door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten (als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nr. 1408221100.DZK), voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

“Aangetroffen op de vloer en inbeslaggenomen: 1 zwarte Glock 21 Gen Austria 45 auto.”

Een proces-verbaal van technisch onderzoek, nr. 343-14 in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 oktober 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, als verklaring van die verbalisant -zakelijk weergegeven-:

“Op 21 augustus 2014 is mij (onder meer) een pistool van het merk GLOCK, model 21, kaliber .45 AUTO. Bij het wapen werden een bijbehorende patroonhouder en 13 scherpe patronen van het kaliber .45 aangeboden. Het vuurwapen is voor nader onderzoek verstuurd aan het NFI onder SIN AAEV5053NL.”

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 18 december 2014 genaamd “Munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident op 24 juli 2014, opgemaakt door de deskundige B. Jacobs, voor zover inhoudende als verklaring van deze deskundige:

“Onderzoeksmateriaal:

SIN Omschrijving SVO zoals op aanvraag

AADH0219NL Projectiel

AADH0221NL Huls RP AUTO 45

AADH0222NL Huls WINCHESTER AUTO 45

AAEV5049NL Huls TULAMMO 45 AUTO

Vraagstelling:

Zijn de verschoten munitiedelen (kogels/hulzen) afkomstig uit het pistool (AAEV5053NL) ingestuurd onder politieregistratienummer 343-14.01.

Pistool (AAEV5053NL)

Dit vuurwapen heeft de uiterlijke kenmerken van een semi-automatisch werkend pistool van het merk Glock, model 21, kaliber .45 ACP.

Hulzen (AADH0221NL, AADH022NL en AAEV5049NL)

Tijdens vergelijkend onderzoek tussen de afvuursporen in de hulzen en die uit een proefhuls uit het pistool is (onder meer) gebleken dat een zeer groot deel van de oneffenheden in de slagpinindrukken overeenkomen en de kraslijnen in de hulsuitwerpersporen voor een zeer groot deel aansluiten. Op basis van de structuur van de onregelmatigheden in de sporen veroorzakende onderdelen van het pistool (AAEV5053NL) zijn de sporen als zeer kenmerkend voor dit pistool beoordeeld. Hierdoor is het nagenoeg uitgesloten om deze mate van overeenkomst waar te nemen als de hulzen zijn verschoten met een ander vuurwapen dan pistool (AAEV5053NL).

Kogel (AADH0219NL)

Tijdens vergelijkend onderzoek tussen de sporen in de kogel is gebleken dat de kraslijnen in kogel AADH0219NL in meerdere segmenten voor een groot deel aansluitingen vormen met de kraslijnen in de proefkogels afgevuurd met het pistool (AAEV5053NL).

Op basis van de structuur van de kraslijnen zijn deze sporen als zeer kenmerkend voor de loop van het gebruikte vuurwapen beoordeeld. Hierdoor is het nagenoeg uitgesloten om deze mate van aansluiting waar te nemen als de kogel AADH0219NL is afgevuurd uit een andere loop.”

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 25 februari 2015 genaamd “Munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident op 24 juli 2014, opgemaakt door de deskundige R. Hermsen, voor zover inhoudende als verklaring van deze deskundige:

“Onderzoeksmateriaal:

SIN Omschrijving SVO zoals op aanvraag

AADP4561NL Projectiel

Vraagstelling:

Is de kogel (AADP4561NL) afkomstig uit het pistool (AAEV5053NL) ingestuurd onder politieregistratienummer 343-14.01.

Tijdens vergelijkend onderzoek tussen de sporen in de kogels is gebleken dat de kraslijnen in kogel (AADP4561Nl) in meerdere segmenten voor een (groot) deel aansluitingen vormen met de kraslijnen in de proefkogels afgevuurd met het pistool (AAEV5053NL).

Deze waargenomen mate van overeenkomst wordt verwacht als de kogel is afgevuurd uit het pistool. De verwachting is dat de mate van overeenkomst bij, conservatief beoordeeld, 1 op de minimaal 10.000 andere lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als die van pistool (AAEV5053NL) wordt aangetroffen.

De bevindingen van het onderzoek dat de kogel is afgevuurd uit de loop van het pistool zijn zeer veel waarschijnlijker (10.000 – 1.000.000) dan dat de kogel is afgevuurd uit een andere loop van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als de loop van het pistool.”

Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 juni 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 is [verdachte] aangehouden op het erf van het perceel [adres] 4. Op het erf waar hij is aangehouden werd een zwarte Blackberry curve 9220 met imeinummer [nr] aangetroffen. In deze Blackberry zijn berichten aangetroffen tussen onder meer de volgende Blackberry pinnummers:

285BFB58

Op 21 augustus 2014 werd in het appartement van [medeverdachte] onder meer een roze Blakberry mobiele telefoon met imeinummer [nr] aangetroffen. Op deze Blackberry zit een sticker met daarop vermeld het Blackberrypinnummer [nr] combinatie met imeinummer [nr]. Dit imeinummer is voorts gekoppeld aan het telefoonnummer +[nr]. Dit telefoonnummer is afgeluisterd en bleek in gebruik te zijn bij [medeverdachte]. Voorts is door de telecomprovider Telcel aangegeven dat het telefoonnummer +[nr] is gekoppeld aan het pinnummer [nr] en imeinummer [nr].

2B50B986

Door de telecomprovider UTS is aangegeven dat het het pinnummer [nr] is gekoppeld aan het imeinummer [nr] en telefoonnummer +[nr]. In de contactenlijst van de telefoon die onder verdachte [medeverdachte] in beslag is genomen is de naam “[verdachte]” gekoppeld aan het telefoonnummer +[nr].

Op de op 7 maart 2014 in beslag genomen Blackberry is een pinbericht aangetroffen tussen BB pin [nr] en BB pin [nr]. De gebruiker van BB pin [nr] antwoordde aan BB pin [nr]: “Yes [medeverdachte]” Uit het onderzoek is gebleken dat met [verdachte] wordt bedoeld [ ] alias [verdachte]. [vriendin], de vriendin van verdachte is tijdens een verhoor geconfronteerd met BB pinberichten tussen haar BB pin [nr] en BB pin [nr]. [vriendin] heeft toen verklaard dat dit een berichtenuitwisseling tussen haarzelf en [verdachte].”

Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 april 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 is [medeverdachte] aangehouden op het erf van het perceel [adres] 4. Vlak bij de plek waar hij is aangehouden werd een zwarte Blackberry curve aangetroffen. In de telefoon werden foto’s van [verdachte] en zijn vriendin [vriendin] aangetroffen.

De eerste vier nummers van de pinberichten zijn het jaar, de vijfde en zesde nummers zijn de maand en de zevende en achtste nummers de dag.

Het eerste pinnummer is van de zender en het tweede pinnummer is van de ontvanger.

In de telefoon zijn onder meer de volgende pinberichten aangetroffen:

20140605…; 285BFB5B; 2B50B986: [SO 1] coming on the block very often

20140605…; 285BFB5B; 2B50B986: I can get him there

...

20140605…; 285BFB5B; 2B50B986: So is between [SO 1], [SO 2]

20140605…; 285BFB5B; 2B50B986: I don’t care though

20140605…; 285BFB5B; 2B50B986: Cuz he jus make it easy for me

20140605…; 2B50B986; 285BFB5B: If he easier to get bun him he done coming on the block looking for news playing smart.

20140605…; 285BFB5B; 2B50B986: Going need a ride though, he does come in the day alone.

...

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: [SO 1] up and down with the vest on.

20140613…; 2B50B986; 285BFB5B: He wearing one now?

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: Yh

20140613…; 2B50B986; 285BFB5B: Ok that could help him

20140613…; 2B50B986; 285BFB5B: Da thing you got don’t burst vest everything

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: No

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: Tht is shit

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: 45 buss tru vest too soldier

20140613…; 2B50B986; 285BFB5B: Yh

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: only 45

20140613…; 2B50B986; 285BFB5B: Ok

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: Even if it ain go tru

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: Tht can’t get up and walk

20140613…; 2B50B986; 285BFB5B: 57 too

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: 5.7 going straight tru tht why they make the bullet like tht.

20140613…; 285BFB5B; 2B50B986: Chk 5.7 vs 45 on youtube

20140613…; 2B50B986; 285BFB5B: Ok then.”

Bewijsoverwegingen

Het Gerecht stelt voorop dat de voor het bewijs gebruikte verklaringen van aangever [SO 1] en getuige [S] gedetailleerd en consistent zijn en met elkaar overeenkomen. Het Gerecht heeft dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen die bovendien worden ondersteund door de overige bewijsmiddelen waaronder de verklaring van getuige [P]. Dat deze [P] op details anders heeft verklaard dan aangever en [S] voornoemd, doet hier niet aan af temeer daar deze [P] verder verwijderd was van de plaats waar is geschoten dan [SO 1] en [S].

Het Gerecht is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen evenzeer van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat het in de woning van medeverdachte [medeverdachte] aan de [ ] Drive aangetroffen vuurwapen, de Glock .45 aan hem toebehoort. De verklaring van die [medeverdachte] dat hij de betreffende woning onderverhuurde aan een ander is niet aannemelijk geworden.

Gelet op de bewijsmiddelen, is voorts voldoende komen vast te staan dat verdachte de gebruiker is van de telefoon met pinnummer 2B50B98 en medeverdachte [medeverdachte] de gebruiker van de telefoon met pinnummer 285BFB5B. Hiernaast is niet aannemelijk geworden dat de voor het bewijs gebezigde pinberichten tussen deze nummers afkomstig zijn van (een) ander(en) dan verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte].

Uit deze pinberichten kan worden afgeleid dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] al op

5 juni 2015 van plan waren het slachtoffer [SO 1] van het leven te beroven. Zij hebben zelfs besproken welk vuurwapen hiertoe het meest geschikt was. Er was voorts sprake van een doelbewust opzoeken van het slachtoffer. Door medeverdachte [medeverdachte] is vanuit de, door verdachte bestuurde en in de nabijheid van het slachtoffer tot stilstand gebrachte, auto vervolgens diverse malen gericht geschoten op het slachtoffer. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van deze handelingen in samenhang gezien met de daar aan voorafgaande verzonden pinberichten acht het Gerecht voldoende komen vast te staan dat sprake is geweest van voorbedachte raad is alsmede van een dusdanige bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] dat dit als medeplegen gekwalificeerd dient te worden.

Feiten 2a en 2b

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 februari 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [SO 2], wonende aan de [adres] Sint Maarten en afgelegd op 28 februari 2015, -zakelijk weergegeven-:

“Tonight I went outside my house to take my girlfriend [ ] home. My girlfriend and I were driving out of my driveway on a four wheeler motorbike when I noticed a man standing in the driveway with a black handgun in his hand. The man pointed his gun at me and fired two shots in my direction. I began driving faster and while going up the hill I heard another shot. My girlfriend was ducking down to avoid being shot.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 mei 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], respectievelijk inspecteur en brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [SO 2], -zakelijk weergegeven-:

“[verdachte] has the same build and the same walk as the person who shot at me on the

28th of February 2015.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 juli 2014 gesloten en getekend door [verbalisanten], respectievelijk inspecteur en brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [SO 2] -zakelijk weergegeven-:

“People call me [ ].”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 mei 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], respectievelijk inspecteur en brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [SO 3], -zakelijk weergegeven-:

“I am the girlfriend of [SO 2]. They call him [ ]. On the night of the shooting I was by [ ]’s house and [ ] told me that he would take me home. [ ] started his four-wheeler and I jumped on as a passenger. I saw a person who jumped out of the bushes. I saw the person raising his hand and I saw he was holding a small gun. I saw that the person pointed the gun at us. I then heard a shot. The bullet passed close to my head and my ear began making a whistling sound.”

Een proces-verbaal van technisch onderzoek nr. 088-15 in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 mei 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, als verklaring van die verbalisant -zakelijk weergegeven-:

“Op 28 februari 2015 heb ik een onderzoek ingesteld op de A.T. Illidge Road ter hoogte van perceel [ ], de woning van aangever [SO 2]. Op het wegdek trof ik onder meer een goudkleurige huls aan voorzien van bodemstempel “Federal 45 auto”. Ik heb de huls veiliggesteld en voorzien van het SIN nummer AAAO4217NL aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) voor verder onderzoek.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [N.B.], -zakelijk weergegeven-:

“Ik ben werkzaam als adspirant agent bij het Korps Politie Sint Maarten. Op 7 maart 2015 heb ik ter aanhouding van verdachte “[verdachte]” positie ingenomen tussen het appartementencomplex aan de [adres] en een stenen muur. Ik zag “[verdachte]” aan de andere zijde van de muur aan komen lopen. Ik klom omhoog. Mijn armen steunden op de stenen muur en ik richtte mijn dienstwapen op hem. Ik raakte uit balans en viel op de grond. Toen ik opstond zag ik dat “[verdachte]” een zwart vuurwapen op mij gericht hield. Hij hield het vuurwapen over de stenen muur in mijn richting. Ik hoorde dat hij twee schoten afvuurde”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 juli 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [N.B.], -zakelijk weergegeven-:

“The person that shot at me on March 7th 2015 is the man named [verdachte].”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [S.B], -zakelijk weergegeven-:

“Ik ben werkzaam als adspirant agent bij het Korps Politie Sint Maarten. Op 7 maart 2015 omstreeks 16:15 uur kreeg ik het bericht dat de man [verdachte], bijgenaamd “[verdachte]” in een tuin in de wijk St. Peters was. Ik ken hem uit de wijk “Dutch Quarter”. Ik ben daar met hem opgegroeid. Ik zal hem verder in mijn verklaring “[verdachte]” noemen. Ik ben met collega”s naar de [adres] gegaan. Ik hoorde schoten afkomstig uit een vuurwapen. Ik heb positie genomen achter een betonnen muur met daarop een metalen hekwerk. Ik keek over het hekwerk en zag “[verdachte]” en zag dat hij een zwart vuurwapen in zijn hand had dat hij in mijn richting hield. Ik hoorde dat hij een schot afvuurde”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [buurman]o afgelegd op 7 maart 2015, -zakelijk weergegeven-:

“Ik ben woonachtig aan het adres [adres]. Vandaag omstreeks 17:30 uur zag ik voor het huis van mijn buurman een jongen gekleed in een zwart t-shirt en een rode korte broek. Wat later zag ik deze man in de badkamer van mijn woning. Hij had een zwart vuistvuurwapen in zijn hand. Ik ben naar buiten gelopen en heb aan de politie verteld dat de man zich in mijn woning bevond.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [buurvrouw] afgelegd op 7 maart 2015 en woonachtig te [adres] te Sint Maarten, -zakelijk weergegeven-:

“This afternoon I was in my bedroom when I heard something that sounded like gunshots. I opened my bedroom door and looked towards the main entrance of the house. The main entrance door was open and I saw a man wearing a black shirt an short red pants. He had a black handgun in his hand.”

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 17 juni 2015 voor zover inhoudende-zakelijk weergegeven:

“Op de dag van mijn aanhouding op 7 maart 2015 droeg ik een zwart t-shirt en een korte rode broek.”

Een proces-verbaal van aanhouding van [verdachte], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalilsanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten voornoemd,-zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 omstreeks 17:40 uur kregen wij een melding dat verdachte [verdachte] zich op de [adres] nummer 2 zou bevinden. Hij zou een zwart t-shirt dragen en een korte rode broek. Ter plaatse werd ik, [x], benaderd door een man die later opgaf te zijn [buurman], wonende op de [adres] nummer 4. Ik hoorde dat hij zei: “Ik heb net een man in mijn woning gezien met een zwart t-shirt. Hij was in mijn badkamer en ik zag dat hij in het bezit was van een zwart vuistvuurwapen”.

Ik, verbalisant [x], stond op dat moment in de tuin bij huis nummer 4.

Wij, verbalisanten zagen dat [verdachte] vanuit de bosjes met de bananenbomen kwam aanlopen. Wij hebben hem aangehouden.”

Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 omstreeks 17:40 uur kregen wij een melding dat verdachte [verdachte] zich op de [adres] nummer 2 zou bevinden. Hij zou een zwart t-shirt dragen en een korte rode broek. Ter plaatse zag ik dat collega [n.b.] richting een grijze muur liep. Ik zag dat [n.b.] over de muur heen keek en hoorde twee schoten. Ik zag dat [n.b.] achterover op de grond viel....Ik ben vervolgens naar de woning op de hoek van de [adres] Road en de [adres] Road gelopen. Daar zag ik collega [s.b.] staan. Ik hoorde dat [s.b.] riep “Hij is hier”. Vervolgens hoorde ik twee schoten en ik zag dat [s.b.] wegdook achter de hoek van het huis.... Nadat de verdachte was aangehouden zijn wij gaan zoeken in de buurt waar verdachte was aangehouden. Links achter deze woning waren bananenbomen. Onder een bergje snoeihout zijn twee vuurwapens aangetroffen.”

Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt en getekend door verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“Op het erf van de [adres] 4 is onder meer een zwartkleurig pistool van het merk Glock '30 .45 auto, inclusief patroonhouder met 15 scherpe patronen .45 auto in beslag genomen.”

Een proces-verbaal van technisch onderzoek nr. 102-15 in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 mei 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, als verklaring van die verbalisant voormoemd -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 heb ik een onderzoek ingesteld op de [adres] perceel 4.

Door mij is ter plaatse het volgende stuk van overtuiging geselecteerd en voorzien van een Sporen Identificatie Nummer (SIN):

SVO SIN Beschrijving

102-T11 AADY9072NL zwartkleurig pistool van het merk “Glock 30 .45 auto”

Voornoemd stuk van overtuiging werden aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut voor verder onderzoek.

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 21 mei 2015 genaamd “Wapen en-munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident op Sint Maarten op 28 februari 2015, opgemaakt door de deskundige W. Kerkhoff, voor zover inhoudende als verklaring van deze deskundige:

“Onderzoeksmateriaal:

SIN Omschrijving SVO zoals op aanvraag

AAAO4217NL huls met bodemstempel “Federal .45 auto”

De huls is verschoten met een semi-automatisch werkend pistool van het kaliber .45 ACP, merk Glock. Tijdens een onderzoek werden kenmerkende overeenkomsten waargenomen tussen de sporen van deze huls (AAAO4217) en een eerder ingezonden pistool (AADY9072NL) dat werd ontvangen onder referentienummer 102-15.

Tijdens vergelijkend onderzoek tussen de afvuursporen in de huls en die in de proefhulzen uit het pistool is gebleken dat:

-een groot deel van de kraslijnen in de slagpingatsporen aansluiten;

-een groot deel van de oneffenheden in de slagpinindrukken overeenkomen;

-een deel van de kraslijnen in de patroontrekkershaaksporen aansluiten;

-een deel van de kamerwandsporen aansluiten.

De waargenomen mate van overeenkomst tussen de verschillende sporen in de huls en in de proefhulzen wordt verwacht als de huls is verschoten met het pistool. Gezien de beoordeelde kenmerkende waarden van de sporen is de verwachting dat de combinatie van de sporen, met de betreffende mate van overeenkomst, conservatief beoordeeld, bij minder dan 1 op de 1.000.000 andere pistolen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het pistool wordt aangetroffen. Het is extreem veel waarschijnlijker dat de huls (AAAO4217NL) is verschoten met het pistool (AADY9072N) dan dat de huls is verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het pistool.”

Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 juni 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 is [verdachte] aangehouden op het erf van het perceel [adres] road 4. Op het erf waar hij is aangehouden werd een zwarte Blackberry curve 9220 met imeinummer [nr] aangetroffen. Door de telecomprovider UTS is aangegeven dat het het pinnummer [nr]is gekoppeld aan het imeinummer [nr] en telefoonnummer +[nr]. In de contactenlijst van de telefoon die onder verdachte [medeverdachte] in beslag is genomen is de naam “[verdachte]’ gekoppeld aan het telefoonnummer +[nr].

Op de op 7 maart 2014 in beslag genomen Blackberry is een pinbericht aangetroffen tussen BB pin [nr] en BB pin [nr]. De gebruiker van BB pin [nr] antwoordde aan BB pin [nr]: “Yes [verdachte]” Uit het onderzoek is gebleken dat met [verdachte] wordt bedoeld. [verdachte] alias [verdachte]. [vriendin], de vriendin van verdachte is tijdens een verhoor geconfronteerd met BB pinberichten tussen haar BB pin [nr] en BB pin [nr]. [vriendin] heeft toen verklaard dat dit een berichtenuitwisseling tussen haarzelf en [verdachte].”

Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 april 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 is [verdachte] aangehouden op het erf van het perceel [adres]4. Vlak bij de plek waar hij is aangehouden werd een zwarte Blackberry curve aangetroffen. In de telefoon werden foto’s van [verdachte] en zijn vriendin [vriendin] aangetroffen.

De eerste vier nummers van de pinberichten zijn het jaar, de vijfde en zesde nummers zijn de maand en de zevende en achtste nummers de dag.

Het eerste pinnummer is van de zender en het tweede pinnummer is van de ontvanger.

In de telefoon zijn onder meer de volgende pinberichten aangetroffen:

20140721…; 2AFCC6AE; 2B50B986: Is [ ] hous wha get spray

20140721…; 2B50B986; 2AFCC6AE: yh he dead?

20140721…; 2AFCC6AE; 2B50B986: No

20140721…; 2B50B986; 2AFCC6AE: Ok

20140721…; 2B50B986; 2AFCC6AE: Het better prepare to go meet laka

20140721…; 2B50B986; 2AFCC6AE: Cause all associates and all getting it.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 mei 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [vriendin], -zakelijk weergegeven-:

“My boyfriend [verdachte] told me had problems with [So]”.

Bewijsoverwegingen

Op 28 februari 2015 is er gericht met een vuurwapen geschoten op [SO 2] en [SO 3]. Deze gedraging dient naar de uiterlijke verschijningsvorm te worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op het mogelijk gevolg dat een van die personen (in casu: [SO 2] of [SO 3]) dodelijk zou worden getroffen, dat het niet anders kan zijn dan dat de schutter minstgenomen bewust de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Er is derhalve sprake van (voorwaardelijk) opzet.

Uit de voor het bewijs gebezigde pinberichten komt naar voren dat verdachte [SO 2] naar het leven stond. Voorts is bij het schieten op [SO 2] en [SO 3] voornoemd, gebruik gemaakt van een vuurwapen dat een week later onder verdachte in beslag is genomen. Het Gerecht is van oordeel dat wanneer sprake is van dergelijke de verdachte belastende omstandigheden, van de verdachte kan worden gevergd dat hij hieromtrent een ontzenuwende en aannemelijke verklaring aflegt. Wanneer, zoals in dit geval, een dergelijke verklaring achterwege blijft, kunnen die belastende omstandigheden bijdragen tot het bewijs. Gelet op het voorgaande is op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, in hun onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel dat verdachte op [SO 2] en [SO 3] heeft geschoten.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “voorbedachte raad” moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte al langere tijd van plan was [SO 2] van het leven te beroven, naar zijn woning is gegaan en hem daar heeft opgewacht. Bijgevolg acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ten aanzien van [SO 2] heeft gehandeld met de voor bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde poging tot moord benodigde voorbedachte raad.

Feit 3

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [S.B.], -zakelijk weergegeven-:

“Ik ben werkzaam als adspirant agent bij het Korps Politie Sint Maarten. Op 7 maart 2015 omstreeks 16:15 uur kreeg ik het bericht dat de man [verdachte], bijgenaamd “[verdachte]” in een tuin in de wijk St. Peters was. Ik ken hem uit de wijk “Dutch Quarter”. Ik ben daar met hem opgegroeid. Ik zal hem verder in mijn verklaring “[verdachte]” noemen. Ik ben met collega”s naar de [adres]4 (Gerecht in Sint Maarten) gegaan. Ik hoorde schoten afkomstig uit een vuurwapen. Ik heb positie genomen achter een betonnen muur met daarop een metalen hekwerk. Ik keek over het hekwerk en zag “[verdachte]” en zag dat hij een zwart vuurwapen in zijn hand had dat hij in mijn richting hield. Ik hoorde een schot dat “[verdachte]” in mijn richting afvuurde. Ik dacht dat ik geraakt was.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [N.B], -zakelijk weergegeven-:

“Ik ben werkzaam als adspirant agent bij het Korps Politie Sint Maarten. Op 7 maart 2015 heb ik ter aanhouding van verdachte “[verdachte]” positie ingenomen tussen het appartementencomplex aan de [adres] 4 en een stenen muur. Ik zag “[verdachte]” aan de andere zijde van de muur aan komen lopen. Ik klom omhoog. Mijn armen steunden op de stenen muur en ik richtte mijn dienstwapen op hem. Ik raakte uit balans en viel op de grond. Toen ik opstond zag ik dat “[verdachte]” een zwart vuurwapen op mij gericht hield. Hij hield het vuurwapen over de stenen muur in mijn richting en ik hoorde dat hij twee schoten afvuurde. Ik voelde een kogel langs mijn rechteroor gaan. Ik voelde een lichte windvlaag van de afgevuurde kogel. Ik zag “[verdachte]” aan komen lopen om te kijken waar ik was. Ik zag en hoorde dat “[verdachte]” nog drie of vier schoten in mijn richting afvuurde.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 juli 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [N.B.], -zakelijk weergegeven-:

“The person that shot at me on March 7th 2015 is the man named [verdachte].”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [buurman] afgelegd op 7 maart 2015, -zakelijk weergegeven-:

“Ik ben woonachtig aan het adres [ ] nummer 4. Vandaag omstreeks 17:30 uur zag ik voor het huis van mijn buurman een jongen gekleed in een zwart t-shirt en een rode korte broek. Wat later zag ik deze man in de badkamer van mijn woning. Hij had een zwart vuistvuurwapen in zijn hand. Ik ben naar buiten gelopen en heb aan de politie verteld dat de man zich in mijn woning bevond.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [buurvrouw] afgelegd op 7 maart 2015 en woonachtig te [adres] 4, -zakelijk weergegeven-:

“This afternoon I was in my bedroom when I heard something that sounded like gunshots. I opened my bedroom door and looked towards the main entrance of the house. The main entrance door was open and I saw a man wearing a black shirt an short red pants. He had a black handgun in his hand.”

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 17 juni 2015 voor zover inhoudende-zakelijk weergegeven:

“ Op de dag van mijn aanhouding op 7 maart 2015 droeg ik een zwart t-shirt en een korte rode broek.”

Een proces-verbaal van aanhouding van [verdachte], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten voornoemd,-zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 omstreeks 17:40 uur kregen wij een melding dat verdachte [verdachte] zich op de [adres] nummer 2 zou bevinden. Hij zou een zwart t-shirt dragen en een korte rode broek. Ter plaatse werd ik, [x], benaderd door een man die later opgaf te zijn [buurman], wonende op de [adres] nummer 4. Ik hoorde dat hij zei: “Ik heb net een man in mijn woning gezien met een zwart t-shirt. Hij was in mijn badkamer en ik zag dat hij in het bezit was van een zwart vuistvuurwapen”.

Ik, verbalisant [s], stond op dat moment in de tuin bij huis nummer 4.

Wij, verbalisanten zagen dat [verdachte] vanuit de bosjes met de bananenbomen kwam aanlopen. Wij hebben hem aangehouden.”

Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 omstreeks 17:40 uur kregen wij een melding dat verdachte [verdachte] zich op de [adres] nummer 2 zou bevinden. Hij zou een zwart t-shirt dragen en een korte rode broek. Ter plaatse zag ik dat collega [N.B.]y richting een grijze muur liep. Ik zag dat [N.B.] over de muur heen keek en hoorde twee schoten. Ik zag dat [N.B.] achterover op de grond viel....Ik ben vervolgens naar de woning op de hoek van de [adres] Road en de [adres] Road gelopen. Daar zag ik collega [N.S.]e staan. Ik hoorde dat [N.S.]riep: ”Hij is hier”. Vervolgens hoorde ik twee schoten en ik zag dat [N.S.] wegdook achter de hoek van het huis.... Nadat de verdachte was aangehouden zijn wij gaan zoeken in de buurt waar verdachte was aangehouden. Links achter deze woning waren bananenbomen. Onder een bergje snoeihout zijn twee vuurwapens aangetroffen.”

Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“Op het erf van de [adres]Road 4 is onder meer een zwartkleurig pistool van het merk Glock '30 .45 auto, inclusief patroonhouder met 15 scherpe patronen .45 auto in beslag genomen.”

Een proces-verbaal van technisch onderzoek nr. 102-15 in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 mei 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, als verklaring van die verbalisant voormoemd -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 heb ik een onderzoek ingesteld op de volgende plaatsen:

Plaats Delict 1: [adres]perceel 4;

Plaats Delict 2: [adres] perceel 2;

Plaats Delict 1

Door mij werden ter plaatse (onder meer) de volgende stukken van overtuiging geselecteerd en voorzien van een Sporen Identificatie Nummer (SIN):

SVO SIN Beschrijving

102-T4 AADY9096NL huls met bodemstempel “Winchester .45 auto”

102-T5 AADY9097NL huls met bodemstempel “Federal .45 auto”

102-T11 AADY9072NL zwartkleurig pistool van het merk “Glock 30 .45 auto”

Voornoemde stukken van overtuiging werden aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut voor verder onderzoek.

Plaats Delict 2

Door mij werden ter plaatse de volgende stukken van overtuiging geselecteerd en voorzien van een Sporen Identificatie Nummer (SIN):

SVO SIN Beschrijving

102-T6 AADY9098NL huls met bodemstempel “Winchester .45 auto”

102-T7 AADY9099NL huls met bodemstempel “Tulammo .45 auto”

Voornoemde stukken van overtuiging werden aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) voor verder onderzoek.

Gelet op de aangetroffen hulzen van het kaliber .45auto op de Plaats Delict 1 en Plaats Delict 2 is het aannemelijk dat minimaal 4 keren is geschoten met een vuurwapen van het kaliber .45auto. Gelet op de omstandigheid dat de politieagenten in het bezit zijn van door de dienst verstrekte vuurwapens van het kaliber .9mm is het aannemelijk dat de op de Plaats Delict 1 en Plaats delict 2 aangetroffen hulzen van het kaliber .45 niet verschoten werden door de betrokken politieagenten.”

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 21 mei 2015 genaamd “Wapen en-munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in [adres]road op 7 maart 2015, opgemaakt door de deskundige W. Kerkhoff, voor zover inhoudende als verklaring van deze deskundige:

“Onderzoeksmateriaal:

SIN Omschrijving SVO zoals op aanvraag

AADY9096NL huls met bodemstempel “Winchester .45 auto”

AADY9097NL huls met bodemstempel “Federal .45 auto”

AADY9098NL huls met bodemstempel “Winchester .45 auto”

AADY9099NL huls met bodemstempel “Tulammo .45 auto”

AADY9072NL zwartkleurig pistool van het merk “Glock, model 30, kaliber .45”

Op grond van de bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek is het extreem veel waarschijnlijker dat de hulzen (AADY9096L, t/m -99.NL) zijn verschoten met het pistool (AADY9072N) dan dat de hulzen zijn verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het pistool.”

Bewijsoverweging

Het Gerecht acht voorbedachte raad bij het schieten op de twee politieagenten niet bewezen. Deze handelingen dienen, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, als tweemaal een poging tot doodslag te worden aangemerkt, waartoe als volgt wordt overwogen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte gericht heeft geschoten op de politieagenten

[N.B.] en [S.B.]. Hij heeft hiermee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij dodelijk zouden worden getroffen.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Verdachte probeerde te ontkomen aan zijn aanhouding. Het Gerecht houdt het dan ook ervoor dat het plan om gericht op de politie te schieten om zo weg te kunnen komen, tijdens de vlucht is ontstaan. Het Gerecht acht de sedertdien verstreken tijdspanne onvoldoende om aan te nemen dat sprake is geweest van “kalm beraad en rustig overleg”, in die zin dat verdachte tijd en gelegenheid heeft gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voornemen om op de twee agenten te schieten. Dit levert derhalve geen poging moord, maar tot tweemaal toe een poging tot doodslag op zoals impliciet subsidiair ten laste is gelegd.

Feit 4

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [N.B.], -zakelijk weergegeven-:

“Ik ben werkzaam als adspirant agent bij het Korps Politie Sint Maarten. Op 7 maart 2015 heb ik ter aanhouding van verdachte “[verdachte]” positie ingenomen tussen het appartementencomplex aan de [adres]Road 4 (Gerecht: in Sint Maarten) en een stenen muur. Ik zag “[verdachte]” aan de andere zijde van de muur aan komen lopen. Ik klom omhoog. Mijn armen steunden op de stenen muur en ik richtte mijn dienstwapen op hem. Ik raakte uit balans en viel op de grond. Toen ik opstond zag ik dat “[verdachte]” een zwart vuurwapen op mij gericht hield. Hij hield het vuurwapen over de stenen muur in mijn richting. Ik hoorde dat hij twee schoten afvuurde”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 juli 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [N.B], -zakelijk weergegeven-:

“The person that shot at me on March 7th 2015 is the man named [verdachte].”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [S.B.], -zakelijk weergegeven-:

“Ik ben werkzaam als adspirant agent bij het Korps Politie Sint Maarten. Op 7 maart 2015 omstreeks 16:15 uur kreeg ik het bericht dat de man [verdachte], bijgenaamd “[verdachte]” in een tuin in de wijk St. Peters was. Ik ken hem uit de wijk “Dutch Quarter”. Ik ben daar met hem opgegroeid. Ik zal hem verder in mijn verklaring “[verdachte]” noemen. Ik ben met collega”s naar de [adres] 4 gegaan. Ik hoorde schoten afkomstig uit een vuurwapen. Ik heb positie genomen achter een betonnen muur met daarop een metalen hekwerk. Ik keek over het hekwerk en zag “[verdachte]” en zag dat hij een zwart vuurwapen in zijn hand had dat hij in mijn richting hield. Ik hoorde dat hij een schot afvuurde”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [buurman] afgelegd op 7 maart 2015, -zakelijk weergegeven-:

“Ik ben woonachtig aan het adres [adres] Road nummer 4. Vandaag omstreeks 17:30 uur zag ik voor het huis van mijn buurman een jongen gekleed in een zwart t-shirt en een rode korte broek. Wat later zag ik deze man in de badkamer van mijn woning. Hij had een zwart vuistvuurwapen in zijn hand. Ik ben naar buiten gelopen en heb aan de politie verteld dat de man zich in mijn woning bevond.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [buurvrouw] afgelegd op 7 maart 2015 en woonachtig te [adres] nummer 4, -zakelijk weergegeven-:

“This afternoon I was in my bedroom when I heard something that sounded like gunshots. I opened my bedroom door and looked towards the main entrance of the house. The main entrance door was open and I saw a man wearing a black shirt an short red pants. He had a black handgun in his hand.”

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 17 juni 2015 voor zover inhoudende-zakelijk weergegeven:

“ Op de dag van mijn aanhouding op 7 maart 2015 droeg ik een zwart t-shirt en een korte rode broek.”

Een proces-verbaal van aanhouding van R.C.T. [verdachte], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten voornoemd,-zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 omstreeks 17:40 uur kregen wij een melding dat verdachte [verdachte] zich op de [adres] Road nummer 2 zou bevinden. Hij zou een zwart t-shirt dragen en een korte rode broek. Ter plaatse werd ik, [x], benaderd door een man die later opgaf te zijn [buurman], wonende op de [adres] Road nummer 4. Ik hoorde dat hij zei: “Ik heb net een man in mijn woning gezien met een zwart t-shirt. Hij was in mijn badkamer en ik zag dat hij in het bezit was van een zwart vuistvuurwapen”.

Ik, verbalisant [x], stond op dat moment in de tuin bij huis nummer 4.

Wij, verbalisanten zagen dat [verdachte] vanuit de bosjes met de bananenbomen kwam aanlopen. Wij hebben hem aangehouden.”

Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 omstreeks 17:40 uur kregen wij een melding dat verdachte [verdachte] zich op de [adres]Road nummer 2 zou bevinden. Hij zou een zwart t-shirt dragen en een korte rode broek. Ter plaatse zag ik dat collega [N.B.] richting een grijze muur liep. Ik zag dat [N.B.] over de muur heen keek en hoorde twee schoten. Ik zag dat [N.B.] achterover op de grond viel....Ik ben vervolgens naar de woning op de hoek van de [adres] Road en de [adres] Road gelopen. Daar zag ik collega [S.B.]staan. Ik hoorde dat [S.B>]riep “Hij is hier”. Vervolgens hoorde ik twee schoten en ik zag dat [S.B.] wegdook achter de hoek van het huis.... Nadat de verdachte was aangehouden zijn wij gaan zoeken in de buurt waar verdachte was aangehouden. Links achter deze woning waren bananenbomen. Onder een bergje snoeihout zijn twee vuurwapens aangetroffen.”

Een geschrift , zijnde een kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

“Op het erf van de [adres] Road zijn de volgende twee vuurwapens aangetroffen en inbeslag genomen:

 een zwartkleurig pistool van het merk Glock '30 .45 auto, inclusief patroonhouder met 15 scherpe patronen .45 auto;

 een zwartkleurig pistool van het merk Glock '27 .40 auto, inclusief patroonhouder met 15 scherpe patronen .40 auto.”

Een proces-verbaal van technisch onderzoek in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, als verklaring van die verbalisant -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 zijn mij 2 (twee) op het erf [adres] Road 4 aangetroffen en inbeslaggenomen vuurwapens ter onderzoek aangeboden.

1. Een pistool van het merk GLOCK, model '30GEN4” kaliber .45 AUTO. Bij het wapen werden een bijbehorende patroonhouder en 15 scherpe patronen van het kaliber .45 AUTO aangeboden. Gelet op het door mij uitgevoerde onderzoek ben ik van oordeel dat dit pistool een vuurwapen is in de zin van de vuurwapenverordening 1930. De 15 scherpe patronen zijn munitie in de zin van de vuurwapenverordening 1930.

2. Een pistool van het merk GLOCK, model 27, kaliber .40SW. Bij het wapen werden een bijbehorende patroonhouder en 15 scherpe patronen van het kaliber .40 S&W aangeboden. Gelet op het door mij uitgevoerde onderzoek ben ik van oordeel dat dit pistool een vuurwapen is in de zin van de vuurwapenverordening 1930. De 15 scherpe patronen zijn munitie in de zin van de vuurwapenverordening 1930.”

Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname in het perceel [adres] Road 2 te Sint Maarten, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 werden in slaapkamer 3 van de woning aan de [adres] Road 2 onder meer de volgende goederen in beslag genomen:

 een kistje met 6 scherpe patronen;

 twee patroonhouders .45;

 1 zilverkleurige revolver van het merk Magnum, cal. 357 inclusief 6 scherpe patronen “federal Magnum 357”.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], brigadiers bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

“The gun, bullets and the 2 clips the police found yesterday in my fathers house are mine. I bought the gun in december or early this year. It is a .357. The two clips I had for a long time. They are for a .45 gun.”

Een proces-verbaal van technisch onderzoek in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 maart 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, als verklaring van die verbalisant -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 zijn mij de volgende in de woning [adres] Road 2 aangetroffen en inbeslaggenomen voorwerpen ter onderzoek aangeboden:

1. Een revolver van het merk RUGER, model 'SECURITY-SIX” kaliber .357 MAGNUM. Het wapen was voorzien van een cilinder die ligplaats bood aan 6 (zes) scherpe patronen van het kaliber .357 Magnum en voorzien van het bodemstempel “Federal .357 Magnum”. Gelet op het door mij uitgevoerde onderzoek ben ik van oordeel dat dit pistool een vuurwapen is in de zin van de vuurwapenverordening 1930. De zes scherpe patronen zijn munitie in de zin van de vuurwapenverordening 1930.

2. Een patroonhouder met opschrift “GLOCK AUSTRIA .45. De patroonhouder bood ligplaats aan 10 (tien) scherpe patronen van het kaliber .45. Gelet op het door mij uitgevoerde onderzoek ben ik van oordeel dat deze patroonhouder onder een vuurwapen begrepen onderdeel van een vuurwapen is, in de zin van de vuurwapenverordening 1930.

3. Een patroonhouder met opschrift “GLOCK AUSTRIA .45. De patroonhouder bood ligplaats aan 13 (dertien) scherpe patronen van het kaliber .45. Gelet op het door mij uitgevoerde onderzoek ben ik van oordeel dat deze patroonhouder onder een vuurwapen begrepen onderdeel van een vuurwapen is, in de zin van de vuurwapenverordening 1930.

3. 6 ( zes) scherpe patronen die blijkens door mij verricht onderzoek munitie zijn in de zin van de vuurwapenverordening 1930.

Parketnummer 100.00270/15

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 juli 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [SO 2], wonende [adres] Road 235 te Sint Maarten, -zakelijk weergegeven-:

“On the 20th of July 2014 I was sitting on my bed. Five or ten minutes after 3 o’clock I heard 5 to 6 gun shots. I heard the shots breaking the glass window and coming inside my room. Afterwards I saw that there was glass all over my bed. In the headboard of my bed I saw two holes. There were also bullet holes in the air-condition.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 juli 2014 gesloten en getekend door [verbalisanten], respectievelijk inspecteur en brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [SO 2] -zakelijk weergegeven-:

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 juli 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige], wonende [adres] Road 235, -zakelijk weergegeven-:

“On the 20th of July 2014 I heard about 5 to 6 gun shots.”

Een proces-verbaal van technisch onderzoek nr. 292-14 in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 januari 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, als verklaring van die verbalisant -zakelijk weergegeven-:

“Op 20 juli 2014 heb ik een onderzoek ingesteld in en rondom een woning aan de [adres] Road 235 waar een schietpartij had plaatsgevonden. Ik heb onder meer 5 hulzen allen met bodemstempel “ 7.62*39 TULAMMO” aangetroffen. Het hoofdeinde van het bed vertoonde twee perforaties zowel aan de voor- als de achterzijde. De muur achter het hoofdeinde vertoonde twee beschadigingen. Onder het hoofdeinde lag een kogelmantel

Door mij werden ter plaatse de volgende stukken van overtuiging geselecteerd en voorzien van een Sporen Identificatie Nummer (SIN):

SVO SIN Beschrijving

292-T2 AADP4598NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

292-T3 AADP4597NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

292-T4 AADV7517NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

292-T5 AADR2371NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

292-T6 AADV7532NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

Voornoemde stukken van overtuiging werden aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut voor verder onderzoek.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 27 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

als opmerkingen van de verbalisanten:

“The black Samsung Galaxy Active that the police confiscated was confiscated in an apartment in Gibbs Drive. A picture of the apartment where the confiscated guns were found was shown.”

als verklaring van verdachte [medeverdachte]:

“That apartment is rented in my name. I rented the apartment for 400 American dollars per month. I pay the landlord every month. The fridge, stove and gas tank in that apartment belong to me. The Samsung Galaxy Active belonged to my late-wife. Since she passed away I have the phone in my possession. I am the user of the phone. I have been using it since April 2014. Nobody has used this phone since it was in my possession.”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 26 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

“I want to know if my mother can come and claim the keys for the apartment in Dutch Quarter to take out all the stuff inside like the stove, fridge and my clothes. The name of the landlord is

[landlord].”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [landlord], -zakelijk weergegeven-:

“I rented the apartment in [adres] Drive since april 2014 to [medeverdachte]. He came personally to me to ask me to rent the place to him. Every month he will call me and tell me he has the rent money.”

Een proces-verbaal (nr. 1408221100.DZK) van doorzoeking ter inbeslagname in de woning van [medeverdachte] te [adres] drive zonder nummer, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 augustus 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

“Op 21 augustus 2014 werden in de woning aan de [adres] Drive z.n. te Sint Maarten onder meer de volgende op de bijlage vermelde goederen in beslag genomen.

Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming op 21 augustus 2014 te Gibbs Drive z.n, opgemaakt door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten (als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nr. 1408221100.DZK), voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

“Aangetroffen en inbeslaggenomen: een zwart/bruin machinegeweer opschrift MDL PAP M92pv cal 7.62x39.”

Een proces-verbaal van technisch onderzoek nr. 343-14, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 oktober 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], inspecteur bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, als verklaring van die verbalisant -zakelijk weergegeven-:

“Op 21 augustus 2014 is mij onder meer een geweer van het merk ZASTAVA SERBIA AK-47, model PAP M92PV, kaliber 7.62x39MM aangeboden. Het wapen was voorzien van wapennummer 3106. Bij het wapen werden een bijbehorende patroonhouder en 25 scherpe patronen van het kaliber 7.62x39 aangeboden. Het vuurwapen is voor nader onderzoek verstuurd aan het Nederland Forensisch Instituut onder SIN AAEV5057NL.”

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 19 december 2014 genaamd “Munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident op Sint Maarten op 20 juli 2014, opgemaakt door de deskundige R. Hermsen, voor zover inhoudende als verklaring van deze deskundige:

“Onderzoeksmateriaal:

SIN Omschrijving SVO zoals op aanvraag

AADP4598NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

AADP4597NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

AADV7517NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

AADR2371NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

AADV7532NL huls met bodemstempel “7.62*39 TULAMMO”

Vraagstelling:

Zijn de verschoten munitiedelen (kogels/hulzen) afkomstig uit het geweer (AAEV5057NL) ingestuurd onder politieregistratienummer 343-14.01.

Geweer (AAEV5057NL)

Dit vuurwapen heeft de uiterlijke kenmerken van een semi-automatisch werkend vuurwapen van het merk Zastava, model PAP M92, kaliber 7,62x39mm.

Hulzen (AADP4597NL, -98NL, AADR2371NL, AADV7517NL en -32NL)

Tijdens vergelijkend onderzoek tussen de afvuursporen in de vijf hulzen en die in de proefhulzen uit het geweer is gebleken dat:

-de oneffenheden in de slagpinindrukken overeenkomen;

-de op kraslijnen gelijkende indrukken in de stootbodemsporen overeenkomen;

-de oneffenheden in de hulsuitwerpersporen overeenkomen;

-de kraslijnen in de kamerwandsporen aansluiten

-de kraslijnen in de hulzenvenstersporen aansluiten.

Op basis van de structuur van de onregelmatigheden in de sporen veroorzakende onderdelen van het geweer (AAEV5057NL) zijn de sporen als zeer kenmerkend voor dit geweer beoordeeld. Hierdoor is het nagenoeg uitgesloten om deze mate van overeenkomst waar te nemen als de hulzen zijn verschoten met een ander vuurwapen dan geweer (AAEV5057NL).

Het is zeer veel waarschijnlijker dat de hulzen zijn verschoten met het geweer (AAEV5057NL) dan dat de hulzen zijn verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het geweer.”

Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 juni 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 is [verdachte] aangehouden op het erf van het perceel [adres] road 4. Op het erf waar hij is aangehouden werd een zwarte Blackberry curve 9220 met imeinummer [nr] aangetroffen. Door de telecomprovider UTS is aangegeven dat het het pinnummer [nr] is gekoppeld aan het imeinummer [nr] en telefoonnummer +[nr]. In de contactenlijst van de telefoon die onder verdachte [medeverdachte] in beslag is genomen is de naam “[ ]” gekoppeld aan het telefoonnummer +[nr]. Op de op 7 maart 2014 in beslag genomen Blackberry is een pinbericht aangetroffen tussen BB pin [nr] en BB pin [nr]. De gebruiker van BB pin [nr] antwoordde aan BB pin [nr]: “Yes [ ]” Uit het onderzoek is gebleken dat met [ ] wordt bedoeld [verdachte] alias [verdachte]. [vriendin], de vriendin van verdachte is tijdens een verhoor geconfronteerd met BB pinberichten tussen haar BB pin [nr] en BB pin [nr]. [vriendin] heeft toen verklaard dat dit een berichtenuitwisseling tussen haarzelf en [verdachte].”

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 september 2014 gesloten en getekend door [verblisanten], respectievelijk inspecteur en brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige], -zakelijk weergegeven-:

Opmerking verbalisant: we are going to confront you with some evidence we found in the phone most probably belonging to [verdachte] aka [verdachte]. What can you say about this conversation

20140719…; 791E7EEF; 2B50B986: boi dog peso jus beat up my gyal lil sister

20140719…; 791E7EEF; 2B50B986: boi he take the 25 from her

“These messages are from [medeverdachte].”

Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 april 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

“Op 7 maart 2015 is [verdachte] aangehouden op het erf van het perceel [adres] road 4. Vlak bij de plek waar hij is aangehouden werd een zwarte Blackberry curve aangetroffen. In de telefoon werden foto’s van [verdachte] en zijn vriendin [ ] aangetroffen.

De eerste vier nummers van de pinberichten zijn het jaar, de vijfde en zesde nummers zijn de maand en de zevende en achtste nummers de dag.

Het eerste pinnummer is van de zender en het tweede pinnummer is van de ontvanger.

In de telefoon zijn onder meer de volgende pinberichten aangetroffen:

20140719…; 791E7EEF; 2B50B986: watchin [ ] house

20140719…; 791E7EEF; 2B50B986: which window u say was his

20140719…; 2B50B986; 791E7EEF: the last one down in the corner

20140719…; 791E7EEF; 2B50B986: the last 1 self

20140719…; 2B50B986; 791E7EEF: yh

20140720…; 2B50B986; 791E7EEF: he had to dead in the punk skunt

20140720…; 791E7EEF; 2B50B986: ohk

20140720…; 791E7EEF; 2B50B986: where the fuck he was

20140720…; 2B50B986; 791E7EEF: he was there but he bed was in the corner self nuh.

20140720…; 2B50B986; 791E7EEF: a lil bit more he was dead.

20140720…; 791E7EEF; 2B50B986: man don’t where the fuck he was

20140720…; 2B50B986; 791E7EEF: kill kill kill murder murder murder

20140721…; 791E7EEF; 2B50B986: boi dog is lucky he get lucky trust me cuz window get spray up self

20140721…; 791E7EEF; 2B50B986: they going dead man wait.

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1april 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [vriendin], -zakelijk weergegeven-:

“My boyfriend is [verdachte], better known as [verdachte]”.

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 mei 2015 gesloten en getekend door [verbalisanten], beiden werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [vriendin], -zakelijk weergegeven-:

“My boyfriend [verdachte] told me had problems with [ ]”.

Bewijsoverwegingen

Het Gerecht stelt voorop, dat gelet op vorenstaande bewijsmiddelen, voldoende is komen vast te staan dat de verdachte de gebruiker is van de telefoon met pinnummer [nr] en medeverdachte [medeverdachte] de gebruiker is van de telefoon met pinnummer [nr]. Voorts is niet aannemelijk geworden dat de pinberichten tussen deze nummers afkomstig zijn van (een) ander(en) dan die [medeverdachte] en/of verdachte.

Uit de bewijsmiddelen kan hiernaast worden afgeleid dat verdachte op 19 juli 2015 aan medeverdachte [medeverdachte] inlichtingen heeft verstrekt over de locatie van de slaapkamer van aangever [SO 2]. Deze [medeverdachte] heeft vervolgens met een geweer meermalen geschoten op het raam van de slaapkamer waarin [SO 2] zich bevond. Vorenstaande gedraging, te weten het meermalen met een geweer gericht schieten op een raam waarachter een persoon zich bevindt dient naar de uiterlijke verschijningsvorm te worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op het mogelijk gevolg, te weten dat die persoon (in casu: [SO 2]) dodelijk zou worden getroffen, dat het niet anders kan zijn dan dat bewust de aanmerkelijke kans op dat gevolg wordt aanvaard. Dit blijkt ook uit de pinberichten die medeverdachte [medeverdachte] aan verdachte heeft verzonden op 21 juni 2015 met name de berichten: “boi dog is lucky he get lucky trust me cuz window get spray up self” en “they going dead man wait”. Er is derhalve sprake van (voorwaardelijk) opzet.

Uit de bewijsmiddelen komt evenzeer naar voren dat medeverdachte [medeverdachte] met een vooropgezet plan om [SO 2] van het leven te beroven naar de woning van die [SO 2] is gegaan. Bijgevolg acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat die [medeverdachte] heeft gehandeld met de voor bewezenverklaring van de ten laste gelegde benodigde voorbedachte raad.

Het Gerecht ziet zich ten slotte voor de vraag gesteld hoe de betrokkenheid van verdachte bij deze poging moord op [SO 2] moet worden gekwalificeerd. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte inlichtingen heeft verschaft aan medeverdachte [medeverdachte] over de verblijfplaats van [SO 2] en dat hij dat heeft gedaan met het oog op de door die [medeverdachte] geplande liquidatie van die [SO 2]. Het Gerecht is echter, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat niet gebleken is dat de bijdrage van verdachte van zodanige aard is geweest dat sprake is geweest van medeplegen.

Het Gerecht concludeert dat verdachte opzet had op het verschaffen van inlichtingen aan de schutter, medeverdachte [medeverdachte], welke informatie ook voor verdachte in verband stond met de voorgenomen moord op [SO 2]. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de poging moord op [SO 2].

6. Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert volgens de wettelijke regeling de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 100.00105/15

Feit 1

Medeplegen van poging moord,

strafbaar gesteld bij artikel 2:262 jis 1:119 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht (nieuw) welke worden toegepast als de voor de verdachte gunstigste bepalingen;

Feit 2

Poging moord,

strafbaar gesteld bij artikel 2:262 jo 1:119 van het Wetboek van Strafrecht (nieuw) welke worden toegepast als de voor de verdachte gunstigste bepalingen;

Feit 2a

Poging doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 jo 1:119 van het Wetboek van Strafrecht (nieuw) welke worden toegepast als de voor de verdachte gunstigste bepalingen;

Feit 3

Poging doodslag, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 jo 1:119 van het Wetboek van Strafrecht (nieuw) welke worden toegepast als de voor de verdachte gunstigste bepalingen;

Feit 4

Overtreding van een bij artikel 3 van de Vuurwapenverordening 1930 gesteld verbod,

gepleegd ten aanzien van meerdere vuurwapens en munitie,

strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid van die verordening.

Parketnummer 100.00270/15

Feit 1

Medeplichtigheid aan poging moord,

strafbaar gesteld bij artikel 2:262 jis 1:119 en 1:124 van het Wetboek van Strafrecht (nieuw) welke worden toegepast als de voor de verdachte gunstigste bepalingen;

7. Strafbaarheid van de verdachte

7A. Rechtvaardigingsgronden

Feiten of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat sprake is van een rechtvaardigingsgrond zijn niet aannemelijk geworden.

De feiten door deze verdachte gepleegd zijn strafbaar.

7B. Schulduitsluitingsgronden

Feiten of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat sprake is van een schulduitsluitingsgrond zijn niet aannemelijk geworden. Verdachte is strafbaar.

8. Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal bijzonder ernstige gewelddelicten en overtreding van de vuurwapenverordening.

Verdachte heeft meerdere vuurwapens en munitie voorhanden gehad. Dit is op zich al een bijzonder ernstig feit. Hierbij is het echter niet gebleven want verdachte heeft ook daadwerkelijk gebruik gemaakt van een van deze vuurwapens.

Op 20 juli 2014 heeft hij inlichtingen verschaft aan medeverdachte [medeverdachte] ter uitvoering van diens plan om [SO 2] om het leven te brengen.

Hierna heeft verdachte op 24 juli 2014 getracht [SO 1] te vermoorden. Zijn mededader heeft conform een vooropgezet plan op de openbare weg met een vuurwapen een groot aantal kogels op die [SO 1] afgevuurd. Het mag een wonder heten dat [SO 1] deze beschieting heeft overleefd. [SO 1] zal wel levenslang de gevolgen van deze aanslag met zich dragen nu hij hierdoor vanaf zijn middel verlamd is geraakt en nooit meer een normaal leven zal kunnen leiden. Voorts heeft deze gebeurtenis angstaanjagende taferelen voor in ieder geval twee omstanders opgeleverd.

Vervolgens heeft verdachte op 28 februari 2015 getracht [SO 2] van het leven te beroven. Hij heeft hem bij zijn woning opgewacht en met een vuurwapen op hem geschoten toen hij wegreed op een quad. Daarbij heeft hij zich op geen enkel moment bekommerd om de vriendin van [SO 2] die ook op de quad zat en een kogel langs haar oren voelde suizen. Dat deze twee mensen het er levend vanaf hebben gebracht is evenmin de verdienste van verdachte.

Ten slotte rekent het Gerecht het verdachte zeer zwaar aan dat hij een week later, teneinde aan zijn aanhouding te ontkomen, gericht op twee politieagenten heeft geschoten. Hiermee is het gezag van onze rechtsstaat in het geding. Door het gericht schieten op de politieagenten, die het algemeen belang dienen, is een kritieke grens gepasseerd. Deze hebben tot taak de samenleving te beschermen en de algemene belangen te waarborgen. Het Gerecht hecht groot belang aan de bescherming van de veiligheid van deze ambtenaren tijdens de uitoefening van hun vaak niet eenvoudige taak en acht het een strafverzwarende omstandigheid als zij hierbij worden geconfronteerd met geweld zoals hier aan de orde. Verdachte uit hiermee zijn minachting voor de rechtsstaat en plaatst zich buiten de gevestigde orde.

Voorts kenmerkt de nietsontziende wijze waarop verdachte zijn slachtoffers onder vuur heeft genomen, zijn kille en uitermate gewelddadige handelswijze. Hierdoor heeft de verdachte blijk gegeven van een totaal gebrek aan respect voor het leven van een medemens. De frequentie en het gemak waarmee in de onderhavige zaak met vuurwapens op mensen is geschoten en de omstandigheid dat verdachte geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden, doet voorts vrezen voor de toekomst.

Hiernaast is door deze feiten de rechtsorde ernstig geschokt en leert de algemene ervaring dat slachtoffers van geweldsmisdrijven, naast het eventuele fysieke letsel, nog lange tijd de psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Bovendien veroorzaken daden als deze zeer veel maatschappelijke onrust. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat de vorm van geweld zoals die zich hier heeft gemanifesteerd niet wordt getolereerd.

Ten nadele van verdachte geldt dat hij reeds eerder wegens misdrijven is veroordeeld.

Het Gerecht acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

9. Inbeslaggenomen voorwerpen

1. De onder verdachte in beslaggenomen Blackberry dient te worden verbeurd verklaard omdat het een voorwerp betreft met behulp waarvan een aantal van de strafbare feiten is begaan en deze aan verdachte toebehoort.

2. De in beslaggenomen voorwerpen, zoals genoemd in de aan dit vonnis gehechte beslaglijst dienen te worden onttrokken aan het verkeer omdat deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:62, 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4B omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek 6 genoemde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van

18 ( achttien) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaard verbeurd het in de rubriek 9.1 genoemde voorwerp;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9.2 genoemde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.T. Paulides en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 26 augustus 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.