Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2015:5

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
30-06-2015
Datum publicatie
06-07-2015
Zaaknummer
100.00456/14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Man wordt veroordeeld wegens verkrachting van zijn tienjarige stiefdochter. Hij krijgt 30 mnd GS wv 15 vw, met een proeftijd van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 100.00456/14

Datum uitspraak: 30 juni 2015

Tegenspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

STRAFVONNIS

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum]1985 te Sint Maarten

wonende in Sint Maarten.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2015 en

17 juni 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman

mr. G. Hatzmann.

De officier van justitie mr. D.M. Noordzij heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het hem primair tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk en heeft tevens de gevangenneming van verdachte gevorderd.

De raadsman heeft een bewijs- en een strafmaatverweer gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:….

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het Gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij op 26 november 2014 in Sint Maarten,

door geweld en feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

immers heeft verdachte zijn penis in de anus van die [slachtoffer] gebracht en zijn penis in anus van die [slachtoffer] bewogen,

bestaande dat geweld en die feitelijkheden hierin dat verdachte

de deur van de slaapkamer heeft dichtgedaan en

die [slachtoffer] bij de armen heeft vastgepakt en vastgehouden en

de panty en broek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en

die [slachtoffer] tussen/tegen zijn benen heeft gedrukt en

(vervolgens) zijn penis in de anus van die [slachtoffer] heeft geduwd en die [slachtoffer] heen en weer heeft bewogen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het hiervoor omschreven feit heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

In navolgende bewijsmiddelen wordt verwezen naar bijlagen in het dossier genaamd “OLIVE”.

Bijlage 2:

Een proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 3 december 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [moeder van slachtoffer] - zakelijk weergegeven:

“[verdachte] is my husband. I have two daughters from another man. [slachtoffer en b]. [slachtoffer] is ten years old. We all live in the same house on [adres] (Gerecht: te Sint Maarten). [slachtoffer] told me her dad pushed his penis in her butt. [slachtoffer] also told me that her sister tried to open the door, but he shut the door.”

Bijlage 5:

Een geschrift te weten een weergave van een studioverhoor van 5 december 2014 voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] – zakelijk weergegeven:

“Last week on a Wednesday I was at home with my stepfather, my sister and my brother. My stepfather called me into the bedroom and he closed the door. He pulled down my pants and panties. He uncovered his private part. With his private part I mean the part where the pee comes from. He turned me around and put his private part in my butt. Het put it in the hole in my butt. I told him to stop but he didn't stop. He moved his part forward five or six times.

After that I couldn’t coo coo anymore. Because every time I tried to coo coo, my butt start to hurt me again.”

Bijlage 4:

Een proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 3 december 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant voornoemd - zakelijk weergegeven:

“Op 3 december 2014 werd [slachtoffer] onderzocht door de forensisch arts dr. M.A. Mercuur. Bij het spreiden van de billen constateerde dr. Mercuur dat [slachtoffer] een kleine aambei bij haar anus had. Dr. Mercuur verklaarde mij dat een aambei ontstaat door druk. Meestal ziet hij dit als mensen last hebben bij hun stoelgang.”

Bijlage 11:

Een proces-verbaal van bevindingen in de wettelijke vorm opgemaakt en op 26 februari 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant voornoemd - zakelijk weergegeven:

“Op 4 december 2014 heb ik gesproken met de psycholoog van de Methodist Agogic Center School, Z. Violenus-Salmon. Z. Violenus-Salmon overhandigde mij twee documenten. Het eerste document is een briefje dat [slachtoffer] aan haar leerkracht had gegeven. Op dit document staat: “I got raped by my stepdad.”

Op het tweede document heeft [slachtoffer] in eigen woorden geschreven wat er met haar gebeurd is. Op dit document staat het volgende: “On last week Wednesday my stepdad called me to the bedroom and closed the door then undressed and pulled down my pants and underwear then pulled me close. He put his dick in my butt after a while my sister tried to open the door he leaned over and closed it and told me to get dressed and he went into the closet to get dressed went out for my brother and sister then we left.””

Bijlage 14:

Een proces-verbaal van bevindingen in de wettelijke vorm opgemaakt en op 3 december 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte - zakelijk weergegeven:

“[slachtoffer] is my stepdaughter. She is ten years old.”

Bijlage 15:

Een proces-verbaal van bevindingen in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 december 2014 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte afgelegd op 4 december 2014 - zakelijk weergegeven:

“Last week on Wednesday I took [slachtoffer] inside the room. I pulled down her pants and her panty. I pulled her next to me. Her back was facing me. I pulled her by her upper arms three times on to me. There was no space between our body's. [slachtoffer] was crying. It happened in the bedroom. Her sister and brother were in the living room.”

5A Bewijsoverweging

Het Gerecht acht de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar. Deze verklaringen zijn consistent en gedetailleerd terwijl de door haar gerelateerde feiten en omstandigheden voorts voldoende steun vinden in de verklaring van verdachte. Hiernaast wordt door de psycholoog die het studioverhoor van [slachtoffer] heeft geobserveerd de informatie die uit het verhoor naar voren komt als betrouwbaar en valide beoordeeld1. Het Gerecht ziet in de omstandigheid dat tijdens het medisch onderzoek, dat overigens pas een week daarna plaatsvond, alleen een aambei en geen ander letsel bij [slachtoffer] werd geconstateerd, geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte. De bij het medisch onderzoek geconstateerde aambei bevestigt bovendien de verklaring van [slachtoffer] dat zij door het gebeuren problemen kreeg met haar stoelgang.

De stelling van de verdediging dat verdachte van meet af aan openheid van zaken heeft gegeven en consistent is in zijn verklaring is feitelijk onjuist. Integendeel verdachte heeft in eerste instantie ten stelligste ontkent dat er iets gebeurd was en heeft gezegd: “I am just trying to figure out where this came from.” Vervolgens heeft hij verklaard: “Maybe she saw my private part…I put on the bedroom light and questioned her about 4 times and she told me yes daddy I saw you…That’s pretty much it, that I can remember”2.

Bovendien wordt de uiteindelijke verklaring van verdachte, dat de leerkrachten van [slachtoffer] zouden hebben geklaagd dat [slachtoffer] zich op ongepaste wijze met jongens zou ophouden, geloochenstraft door de verklaringen van de betreffende leerkrachten3. Hiermee wordt voorts ernstige afbreuk gedaan aan de verklaring van verdachte dat hij de tienjarige [slachtoffer] wilde laten zien wat er mogelijk met haar kon gebeuren als ze zich met jongens zou inlaten.

6 Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert volgens de wettelijke regeling het volgende strafbare feit op:

verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht (nieuw) welke wordt toegepast als de voor de verdachte gunstigste bepaling.

7. Strafbaarheid

Rechtvaardigingsgronden

Feiten of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat sprake is van een rechtvaardigingsgrond zijn niet aannemelijk geworden. De door verdachte gepleegde feiten zijn strafbaar.

Schulduitsluitingsgronden

De verdachte is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, wordt de na te noemen beslissing passend geacht. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn tienjarige stiefdochter. Door zijn handelen heeft hij het vertrouwen van zijn stiefdochter in hem ernstig geschaad. Voorts kunnen naar de ervaring leert jeugdige slachtoffers van seksuele delicten hiervan op latere leeftijd grote nadelige psychische gevolgen ondervinden. Verdachte heeft bovendien geen volledige openheid van zaken gegeven en het jonge slachtoffer als een leugenaar bestempeld hetgeen naar de ervaring leert het verwerkingsproces bemoeilijkt. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf van langere duur is geïndiceerd.

In het voordeel van de verdachte houdt het Gerecht er rekening mee dat hij niet eerder met politie of justitie in aanraking is geweest. Het Gerecht houdt hiernaast rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals ter zitting naar voren gebracht.

Alles afwegend kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf van na te melden duur. Het Gerecht zal een groot gedeelte van deze gevangenisstraf, voorwaardelijk opleggen. Deze strafoplegging heeft mede tot doel begeleiding door de reclassering mogelijk te maken.

8A Vordering gevangenneming

Ter terechtzitting van 17 juni 2015 heeft de officier van justitie de gevangenneming van de verdachte gevorderd. De verdachte en zijn raadsman zijn in de gelegenheid geweest zich over deze vordering uit te laten.

Het Gerecht overweegt als volgt. Bij de onderhavige uitspraak wordt verdachte veroordeeld ter zake van verkrachting van zijn tienjarige stiefdochter. Dit is een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Bovendien is sprake van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld en is naar het oordeel van het Gerecht, gelet op de aard van het bewezenverklaarde feit en het aan het slachtoffer aangedane leed, de rechtsorde door het bewezenverklaarde feit ernstig geschokt.

Dit brengt mee dat sprake is van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, welke de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert van de verdachte. Het Gerecht zal dan ook de gevangenneming van de verdachte bevelen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21 en 1:62 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing:

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals onder 4 omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen hem meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dit bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 15 (vijftien) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 3 (drie) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel zich gedurende die proeftijd op een andere wijze heeft misdragen;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, ook als dat inhoudt dat de veroordeelde gedurende de proeftijd een ambulante behandeling zal ondergaan gericht op voorkoming van herhaling van het thans bewezen verklaarde of soortgelijke misdrijven;

bepaalt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de gevangenneming van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.T. Paulides, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van voormeld Gerecht op 30 juni 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.

1 Een verslag “Observatie Verhoor” op gemaakt op 12 december 2014 door drs. A.H. van Luijke, developmental psychologist,

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte in de wettelijke vorm opgemaakt en op 3 december 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten.

3 Proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 april 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [coordinator], - zakelijk weergegeven: “ I have been working at [slachtoffer]'s school as a coordinator for 7 years. I am not aware that there has been a problem between [slachtoffer] and boys.” Proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 april 2015 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [T], - zakelijk weergegeven: “[slachtoffer] doesn't even be around boys. [slachtoffer] is always reading books. She doesn't even goes out for recess. [slachtoffer] has a friend who is a girl. The thing with boys is definitely not true.”