Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2015:18

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
30-11-2015
Datum publicatie
02-02-2016
Zaaknummer
EJ 2015/209
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afstammingsrecht: herstel geboorteakte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: EJ 2015/209

Datum: 30 november 2015

Beschikkingnr.

BESCHIKKING

in de zaak van:

[de ouders]

in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige

[het kind],

wonende in Sint Maarten,

verzoekers,

gemachtigde: mr. N. de la Rosa,

tegen:

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN SINT MAARTEN,

gevestigd in Sint Maarten,

verweerder,

verschenen bij de heer W. van Asselt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ‘de ouders’, ‘de vader’, ‘de moeder’ en ‘de Ambtenaar’. De minderjarige wordt aangeduid als ‘[het kind]’.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de ouders d.d. 1 oktober 2015. De zaak is op de zitting van 2 november 2015 behandeld in aanwezigheid van de vader, mr. De la Rosa en de heer Van Asselt. De Ambtenaar heeft verweer gevoerd. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden.

1.2.

Na de zitting heeft het Gerecht, zoals was afgesproken, per e-mail vragen gesteld aan partijen. Deze zijn beantwoord en beide partijen hebben producties toegezonden. Aldus maken de volgende e-mails deel uit van het procesdossier:

  • -

    e-mail van 13 november 2015 (2:43 PM) van het Gerecht aan partijen,

  • -

    e-mail van 13 november 2015 (4:49 PM) van de Ambtenaar aan het Gerecht,

  • -

    e-mail van 16 november 2015 (12:40 PM) van mr. De La Rosa aan het Gerecht,

  • -

    e-mail van 16 november 2015 (5:00 PM) van mr. De La Rosa aan het Gerecht,

  • -

    e-mail van 16 november 2015 (5:07 PM) van de Ambtenaar aan het Gerecht.

1.3.

De beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1. [

het kind] is op 24 september 2002 geboren in Saint Martin (Fr). De moeder heeft de nationaliteit van St. Kitts and Nevis. De vader bezit de Nederlandse nationaliteit. De ouders waren ten tijde van de geboorte niet gehuwd. De moeder was ten tijde van de geboorte van [het kind] gehuwd met een andere Nederlandse man, te weten [achternaam 1] . Dat huwelijk is na de geboorte door echtscheiding ontbonden.

2.2.

Voor de geboorte van [het kind] is er een erkenningsakte d.d. 10 september 2002, opgemaakt door L’Officier de l’Etat Civil. Blijkens die naar Frans recht opgemaakte akte zijn de ouders voor hem verschenen en hebben verklaard dat het kind dat uit de zwangere moeder zal worden geboren hun kind is. Er is aangifte gedaan van de geboorte van [het kind] in Saint Martin (Fr) op 25 september 2002 en in de geboorte akte is verwezen naar de erkenningsakte.

2.3.

De geboorte en de erkenning zijn niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van Sint Maarten (NL). Wel zijn deze gegevens kort na de geboorte opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens. Kort daarna is aan [het kind] een Nederlands paspoort verstrekt. Vijf jaar later is er nogmaals een Nederlands paspoort aan hem verstrekt met een geldigheidsduur tot 12 mei 2013.

2.4.

Op 2 april 2014 is wederom een aanvraag voor een paspoort ten behoeve van [het kind] gedaan bij de burgerlijke stand van Sint Maarten (NL). De burgerlijke stand heeft de afgifte van het paspoort geweigerd. Tegen deze beslissing is geen bezwaar ingesteld op grond van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak. De redenen van de weigering zijn weergegeven in de brief d.d. 30 april 2014 van de burgerlijke stand:

“(…)

Op grond van artikel 28 van de Paspoortwet dient de nodige zekerheid te worden verkregen over de identiteit en nationaliteit van de aanvrager van een nationaal paspoort.

Wij zijn omtrent de identiteit, de afstamming en de geslachtsnaam een onderzoek gestart. Bij de aanvraag van het Nederlands paspoort is naar voren gekomen dat ten tijde van uw geboorte uw moeder gehuwd was met een andere man dan de man waardoor u bent erkend. Dit zou met zich brengen dat de erkenning nietig is en uw geslachtsnaam niet [achternaam 2] zou dienen te zijn. Om eventuele aanpassingen hiervoor te kunnen doen in de basisadministratie dient eerst de geboorteakte van Saint-Martin, Frankrijk te worden verbeterd. Deze verbeterde akte zien wij graag van u tegemoet. Uw ouders / verzorgers kunnen zelf ook daarna een verzoek ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap indienen overeenkomstig artikel 1:200 BW.”

3 Het verzoek

De ouders verzoeken het Gerecht om, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

a voor recht te verklaren dat de buiten Sint Maarten en/of de Staat der Nederlanden opgemaakte akte van geboorte en erkenningsakte van [het kind] geldig is,

b de Ambtenaar te gelasten om de geboorte- en erkenningsakte van [het kind] te verwerken in de registers van de burgerlijke stand, dan wel te bepalen dat deze vatbaar zijn voor opneming in het register van de Burgerlijke Stand van Sint Maarten,

c de Ambtenaar te gelasten om aan [het kind] een Nederlands reisdocument, c.q. Nederlands paspoort te verstrekken, althans om de paspoortaanvraag van [het kind] af te handelen conform de wet, zulks onder verbeurte van een dwangsom,

d de Ambtenaar in de proceskosten te veroordelen.

4 De gronden van het verzoek

Kort en zakelijk weergegeven leggen de ouders aan dit verzoek het volgende ten grondslag. Primair stellen zij dat de Ambtenaar de erkenning eerder nooit betwist. Op grond van artikel 3:58 BW heeft de Ambtenaar de erkenning dan ook bevestigd c.q. bekrachtigd. Subsidiair voeren zij aan dat op grond van artikel 1:209 BW (‘bezit van staat’) de staat volgens de geboorteakte niet meer kan worden betwist. Als de fransrechtelijke erkenning nietig zou zijn ontstaat er een verschil tussen staat van [het kind] volgens de wet en de staat volgens zijn geboorteakte. “Evident is dat [het kind] een uiterlijk staat als kind van [achternaam 2] bezit. [het kind] is door [achternaam 2] verzorgd en opgevoed. Bovendien draagt [het kind] zijn achternaam. Aan [het kind] is tweemaal een paspoort verstrekt ten name van [het kind] [achternaam 2] en zo is hij ook door zijn familie, door vrienden en in de samenleving bekent. Zijn identiteit wordt derhalve aangetast.” (alinea 10 verzoekschrift). Meer subsidiair voeren de ouders aan dat de erkenningsakte ingevolge Frans recht rechtsgeldig is opgemaakt zodat het juridisch vaderschap vaststaat. [achternaam 2] is de juridische vader van [het kind] zodat een ontkenning door de ex-echtgenoot zinloos zal zijn omdat allang bekend is dat hij niet de juridische vader van [het kind] is. De Ambtenaar dient deze fransrechtelijke akte te erkennen.

5 Het verweer van de Ambtenaar

De Ambtenaar beschouwt de erkenning d.d. 10 september 2002 als nietig omdat er al een juridische vader is, namelijk de man met wie de moeder destijds was getrouwd, zulks ondanks het feit dat [het kind] met de achternaam [achternaam 2] in de basisadministratie persoonsgegevens is opgenomen en er twee keer een paspoort is afgegeven aan [het kind]. Destijds is namelijk onvoldoende gekeken naar de rechtsgeldigheid van de geboorteakte en de erkenning. [achternaam 1] is de juridische vader van [het kind]. De Ambtenaar betwist dat op grond van het zogenaamde bezit van staat hij zijn mening zou moeten herzien. Het is onmogelijk om twee juridische vaders te hebben; dat is in strijd met de openbare orde. Als het Gerecht het verzoek zou toewijzen betekent dit dat [het kind] twee juridische vaders zou hebben en dat is onbestaanbaar en bovendien levert dat allerlei praktische problemen op. De akte van erkenning is naar Frans recht inderdaad rechtsgeldig. In het Nederlandse recht bestaat deze rechtsvorm (staande huwelijk erkenning door echtgenote/moeder en biologische vader dat kind van biologische vader en niet van echtgenoot is) niet. De geboorteakte moet worden hersteld in die zin dat de toenmalige echtgenoot als vader wordt geregistreerd na beslissing van de Franse rechter, vervolgens kan er een ontkenning vaderschapsactie worden ingesteld, daarna kan de vader [het kind] erkennen en kunnen de registers worden bijgewerkt. Het verkrijgen van het paspoort is mogelijk als de juridische vader (de ex-echtgenoot) toestemming geeft. Als hij dat niet doet dan kan er vervangende toestemming aan het Gerecht worden gevraagd.

6 De beoordeling

6.1.

Partijen onderschrijven dat het Nederlanderschap van [het kind] niet ter discussie staat.

6.2.

Het gaat hier om de vraag of de geboorteakte en de erkenningsakte naar het recht van Sint Maarten rechtsgeldig zijn en dus kunnen worden ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand van Sint Maarten. Daarbij is van belang dat de Ambtenaar pas op 30 april 2014 het standpunt heeft ingenomen dat de erkenning nietig kan zijn en de geslachtsnaam van [het kind] niet [achternaam 2] is. De ouders beroepen zich onder andere op het zogenaamde bezit van staat in de zin van artikel 1:209 BW. Daarin is vermeld dat iemands afstamming niet kan worden betwist indien hij een staat overeenkomstig de geboorteakte heeft. In geval van een (naar het recht van Sint Maarten mogelijk) gebrekkige geboorte- en erkenningsakte kan op grond van dit artikel de rechter beslissen dat deze aktes desalniettemin kunnen worden opgenomen in de registers van de burgerlijke stand.

6.3.

Bij een minderjarige, zoals in casu, dient het belang van het kind voorop te worden gesteld bij de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 1:209 BW. In dat kader heeft te gelden dat de Ambtenaar tot en met het twaalfde levensjaar van [het kind] zich op het standpunt heeft gesteld dat de geboorte- en erkenningsakte rechtsgeldig zijn. [het kind] is immers met de achternaam van zijn biologische vader opgenomen in de basisadministratie en aan hem zijn tot twee keer toe paspoorten uitgereikt met diens geslachtsnaam. Verder is het Gerecht gebleken dat [het kind] het grootste deel van zijn leven op Sint Maarten (NL) met zijn beide biologische ouders heeft gewoond en niet op Saint Martin (Fr). Daarbij is er sprake van family life in de zin van artikel 8 EVRM van [het kind] met zijn vader. Met het belang van het kind verhoudt zich niet dat hij geconfronteerd kan worden met het gevaar dat hij, omdat naar Nederlands internationaal privaatrecht de fransrechtelijke erkenning staande huwelijk niet wordt erkend, mogelijk een andere geslachtsnaam zal krijgen, namelijk die van de ex-echtgenoot van zijn moeder waarvan iedereen weet dat het niet zijn biologische vader is en met wie hij nooit family life heeft gehad. Evenmin verhoudt het belang van het kind zich met het voeren van procedures hierover, enkel en alleen om de registers van de burgerlijke stand te laten voldoen aan de letter van de Sint Maartense wet. Artikel 1:209 BW strekt er juist toe om [het kind] te beschermen tegen de complicaties van zijn naar het recht van Sint Maarten gebrekkige geboorte- en erkenningsaktes (zie Hoge Raad 3 januari 2015, RvdW 2015, 230). Het verzoek, gebaseerd op artikel 1:209 BW, wordt dus toegewezen. De andere gronden die door de ouders worden aangevoerd behoeven geen bespreking.

6.4.

Het Gerecht zal niet het verzoek toewijzen om de Ambtenaar te gelasten om aan [het kind] een paspoort af te geven, zulks op verbeurte van een dwangsom. Tegen de weigering een paspoort af te geven staat immers een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke procedure open zodat de burgerlijke rechter geen bevoegdheid heeft. De ouders kunnen een nieuw verzoek indienen en, indien afgifte van het paspoort wordt geweigerd, daartegen in bezwaar en zo nodig beroep te gaan.

6.5.

Aldus zal het Gerecht op de verzoeken van de ouders beslissen, zoals hieronder is vermeld.

6.6.

Gelet op de aard van de procedure ziet het Gerecht aanleiding de proceskosten te compenseren.

7 De beslissing

Het Gerecht:

verklaart voor recht dat de geboorteakte d.d. 25 september 2002 en de akte van erkenning d.d. 10 september 2002 ter zake [HET KIND], overeenkomstig de fransrechtelijke voorschriften door de Franse Ambtenaar van de Burgerlijke Stand opgemaakt, naar hun aard vatbaar zijn voor opneming in de registers van de Burgerlijke Stand van Sint Maarten,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Deze beschikking is gegeven op 30 november 2015 door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, in tegenwoordigheid van de griffier.