Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2015:1

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
25-02-2015
Datum publicatie
17-04-2015
Zaaknummer
100.00335/14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld wegens verkrachting en doodslag van een jong meisje. Terwijl het meisje aan het joggen was heeft hij haar overmeesterd en verkracht, vervolgens heeft hij haar terwijl zij was vastgebonden talloze malen met een mes gestoken. Hij krijgt 18 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [datum] 1992 in de Dominicaanse Republiek,

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2014 en

4 februari 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G. Hatzmann.

De officier van justitie, mr. T.N.M. Kamps, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de ter zitting van 4 februari 2015 gevorderde en toegewezen wijziging, tenlastegelegd:….

3 Voorvragen

3.1

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

3.2

Bevoegdheid van het Gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

3.3

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Het Gerecht neemt hierbij in aanmerking dat het eerste tenlastegelegde feit is aangevangen op het grondgebied van (het destijds Nederlands Antilliaanse gedeelte van) Sint Maarten. Ten aanzien van het tweede en derde tenlastegelegde feit stelt het Gerecht vast dat hoewel deze geheel op Frans grondgebied zijn begaan rechtsmacht toekomt aan Sint Maarten op grond van artikel 5, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Uit de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte ten tijde van de hem verweten gedragingen kon worden aangemerkt als ingezetene van (het destijds Nederlands Antilliaanse gedeelte van) Sint Maarten terwijl voorts vast staat dat de tenlastegelegde feiten ook in Frankrijk strafbaar zijn gesteld.

3.4

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij in de periode van 19 juli 2010 tot en met 22 juli 2010 op het Nederlands Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten (nabij Casablanca in Oysterpond) en het eiland Saint Martin, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte met dat opzet die [slachtoffer] onder bedreiging met een mes gedwongen om met hem, verdachte, naar het struikgewas te gaan en vervolgens die [slachtoffer] vastgebonden;

en

dat hij in de periode van 19 juli 2010 tot en met 22 juli 2010 op het eiland Saint Martin, opzettelijk [slachtoffer] door geweld en bedreiging met geweld heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte, zijn penis in de vagina van [slachtoffer] gebracht en bestaande die bedreiging met geweld hierin dat verdachte [slachtoffer] heeft bedreigd met een mes;

en

dat hij in de periode van 19 juli 2010 tot en met 22 juli 2010 op het eiland Saint Martin opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk die [slachtoffer] met een mes meermalen in het lichaam gestoken tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden,
welke vorenomschreven doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, hetwelk hierin bestond dat hij, verdachte, in de periode van 19 juli 2010 tot en met 22 juli 2010op het eiland Saint Martin door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], en zodoende die [slachtoffer] heeft verkracht, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zich zelf straffeloosheid te verzekeren;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

In onderstaande bewijsmiddelen wordt -voor zover van toepassing- verwezen naar paginanummers in het zaaksdossier "IRON”.

Pagina 004

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 juli 2010 gesloten en getekend door S.S.A. Maccow, brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van [vader], -zakelijk weergegeven-:

Ik heb mijn dochter [slachtoffer] voor het laatst gezien op 20 juli 2010 omstreeks 05.00 a.m. Zij ging lopen.

Pagina 007 e.v.

Een proces-verbaal van bevindingen in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 juli 2010 gesloten en getekend door E.A. Petty en R. Bryson, respectievelijk brigadier en agent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Op 22 juli 2010 omstreeks 06.15 uur begaven wij ons naar Oyster Pond Road waar een vrouw lag die geen teken van leven meer gaf. De vrouw lag op haar buik en haar handen waren achter haar rug vastgebonden. Het lichaam van de vrouw lag op het Franse gedeelte van het eiland. Door de politiearts dr. Mercuur werd omstreeks 07.30 uur de dood van het slachtoffer vastgesteld.

Pagina 016

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 juli 2010 gesloten en getekend door E.E. Levenstone, brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Op 24 juli 2010 toonde ik verbalisant het stoffelijk overschot (lees: dat op 22 juli 2010 is aangetroffen in de omgeving van de Oyster Pond Road) aan J.L. Louis en C. Zephir. Zij verklaarden ieder afzonderlijk het stoffelijk overschot te herkennen als dat van de vrouw [slachtoffer], geboren op [datum] 1989.

Pagina 011 e.v.

Een geschrift, te weten een sectieverslag van het Analytisch Diagnostisch Centrum N.V. te Curaçao opgemaakt door G.D. Zielinski, patholoog voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Op 22 juli 2010 (lees: 24 juli 2010) heb ik de in- en uitwendige schouwing verricht op het lijk van [slachtoffer], geboren op [datum] 1989. Hierbij bleken er multiple (plusminus 80) steekwonden over het hele lichaam te zijn. Het overlijden van [slachtofer] wordt zonder meer verklaard door weefselschade en bloedverlies veroorzaakt door meervoudige steekwonden.

Pagina 283 e.v.

Een proces-verbaal van bevindingen DNA hit in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 juli 2011 gesloten en getekend door C.L.A.M. Weekers en A.J. Verzijl, respectievelijk brigadier en buitengewoon agent bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Op het slachtoffer [slachtoffer] werden in de vagina sporen van sperma aangetroffen waaruit een volledig DNA-profiel kon worden vastgesteld. Dit DNA werd op meerdere plaatsen op het lichaam van [slachtoffer] aangetroffen waaronder de knoop waarmee haar handen waren gebonden, haar bovenkleding, haar sokken en sportschoenen.
Op 30 juni 2011 werden wij door de Gendarmerie van Saint Martin op de hoogte gesteld van het feit dat deze DNA sporen overeenkwam met het DNA van [verdachte], geboren op [datum] 1992.

Pagina 93 e.v. van het persoonsdossier

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 november 2014 gesloten en getekend door C.L.A.M. Weekers en J.C.G. Beljaars, beiden buitengewoon agent van politie werkzaam bij het Recherche Samenwerkingsteam, vestiging Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte, -zakelijk weergegeven-:

Die ochtend was ik gaan rennen van Dutch Quarter naar Oyster Pond. Ik zag [slachtoffer] lopen ter hoogte van de Angel Priest Bar, de bar voor Casablanca. Ik pakte haar vast en bedreigde haar met een mes. Ze werd bang. Ik nam haar mee de bosjes in. Daar begon ze te vechten. Zij viel en ik heb haar broek uitgetrokken. Daarna had ik seks met haar. Omdat ik niet wilde dat ze naar de politie zou gaan heb ik haar daarna gestoken totdat ze dood was. Toen ik haar stak begon ze te vechten ik heb haar daarom vastgebonden. Daarna heb ik haar weer gestoken.

6 Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert volgens de wettelijke regeling de volgende strafbare feiten op:

wederrechtelijke vrijheidsberoving,

strafbaar gesteld bij artikel 295 van het Wetboek van Strafrecht;

en

verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 248 van het Wetboek van Strafrecht;

en

doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om aan zich zelf straffeloosheid te verzekeren,

strafbaar gesteld bij artikel 301 van het Wetboek van Strafrecht.

7 Strafbaarheid van de verdachte

7A. Rechtvaardigingsgronden

Feiten of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat sprake is van een rechtvaardigingsgrond zijn niet aannemelijk geworden.

De feiten door deze verdachte gepleegd zijn strafbaar.

7B. Schulduitsluitingsgronden

Feiten of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat sprake is van een schulduitsluitingsgrond zijn niet aannemelijk geworden. Verdachte is strafbaar.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de ochtend van 20 juli 2010 een jong meisje verkracht en vervolgens op gruwelijke wijze van het leven beroofd. Hij heeft haar terwijl zij aan het joggen was, op straat bedreigd met een mes en toen zij zich verzette met geweld overmeesterd. Hij heeft haar verkracht en daarna, terwijl zij was vastgebonden talloze malen met een mes gestoken. Al die tijd moet het slachtoffer doodsangsten hebben uitgestaan. Hij heeft haar gedood omdat hij bang was dat het slachtoffer naar de politie zou gaan en hij bestraft zou worden. Hij heeft dit meisje vervolgens achtergelaten in het struikgewas.

Het verlies van het leven is onomkeerbaar en leidt tot enorm verdriet en levenslang gemis bij de naasten van het slachtoffer. Zij zullen het verlies in de toekomst een plaats moeten geven hetgeen, naar de ervaring leert, soms nooit lukt en vaak gepaard gaat met langdurig verdriet en gevoelens van machteloosheid en woede. Daar komt in dit geval nog bij dat eerst op 22 juli 2010, na een uitgebreide zoekactie, uiteindelijk de stoffelijke resten van het slachtoffer zijn aangetroffen. Door de dagenlange blootstelling aan de weersinvloeden verkeerde haar lichaam reeds in verregaande staat van ontbinding en was haar gezicht aangevreten door maden. Dit heeft het voor de nabestaanden extra moeilijk gemaakt om op een aanvaardbare manier afscheid van haar te nemen. Bij dit alles komt nog de enorme impact die dit feit, behalve op de familie, op de gemeenschap van Sint Maarten heeft gehad.

Het Gerecht heeft kennis genomen van de rapporten die over de verdachte zijn uitgebracht door de psychiater Sachin Gandora en de psycholoog J. Arndell.

Zowel de psychiater als de psycholoog zijn van oordeel dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar is ten aanzien van de tenlastegelegde feiten. Daarbij hebben zij in aanmerking genomen dat verdachte over een normale intelligentie beschikt en voldoende inzicht heeft gehad in de wederrechtelijkheid c.q. betekenis van de feiten en hij zijn wil overeenkomstig dit inzicht kunnen bepalen. Het Gerecht neemt over deze conclusies van beide gedragsdeskundigen en maakt die conclusies tot de zijne. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 februari 2015 dat hij ten tijde van het plegen van de onderhavige feiten onder invloed verkeerde van cocaïne leidt niet tot een ander oordeel nu het algemeen bekend is dat cocaïne effect heeft op iemands psychische toestand en verdachte zichzelf in die toestand heeft gebracht.

Het Gerecht houdt ten voordele van verdachte rekening met zijn jeugdige leeftijd ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheid dat hij (uiteindelijk) vrijwillig naar Sint Maarten is gekomen om verantwoording af te leggen over de door hem gepleegde strafbare feiten.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf van na te melden duur. De aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde zouden door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend worden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 31 en 59 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4 omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek 6 genoemde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.T. Paulides en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 25 februari 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.