Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2013:2

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
23-04-2013
Datum publicatie
27-07-2017
Zaaknummer
AR 123/2011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 23 april 2013

Zaaknummer: AR 123/2011

Vonnisnummer 117

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

VONNIS

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht SAGA TRANSPORT LTD.,
gevestigd in Sint Maarten, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. S.R. Bommel,

tegen

de vennootschap naar vreemd recht SOCIETE DE TRANSPORT MARITIME BATELEESARL

gevestigd in Frankrijk, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. W.D. Kweekel.

Partijen zullen hierna ook in het dictum -in navolging van partijen tevens Saga en STMB worden genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift van 28 juli 2011;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie tevens van antwoord in reconventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens van repliek in reconventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.l Partijen hebben een overeenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten op grond waarvan Saga het MS SIRENA vanuit Philipsburg chartert voor USD 3.500,--per dag.

3 Het geschil

in conventie

3.l Saga vordert -samengevat weergegeven -bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad STMB te veroordelen tot betaling van USD 133.550,81 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 28 juni 2011 alsmede STMB te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten; kosten rechtens.

3.2

STMB voert verweer dat hierna, voor zover van belang, aan de orde zal komen.

in reconventie

3.3

STMB vordert haar vordering te begroten op USD 382.884,23, voor recht te verklaren dat zij tot verrekening bevoegd is met veroordeling van Saga tot betaling van USD 312.711,26; kosten rechtens.

3.4

Saga voert verweer dat hierna, voor zover van belang, aan de orde zal komen.

4 De beoordeling

in conventie

4.1

Saga heeft aangevoerd dat zij schade heeft geleden als gevolg van niet nakoming van de overeenkomst door STMB. Deze schade bestaat uit kosten die Saga heeft gemaakt. Deze kosten zijn bij verschillende facturen in rekening gebracht. Het totaal van deze facturen bedraagt USD 133.550,81. De niet nakoming door STMB werd veroorzaakt doordat de Bank National de Paris, te Parijs, Frankrijk (hierna: BNP) het MS SIRENA in beslag heeft genomen.

4.2

STMB heeft erkend dat BNP op 19 februari 2011 conservatoir beslag op het MS SIRENA heeft gelegd.

4.3

Het Gerecht overweegt dat voor een op 'wanprestatie' gebaseerde vordering tot schadevergoeding allereerst een tekortkoming in de nakoming van de verbintenis is vereist (art. 6:74 lid 1 BW). Aan dat vereiste is voldaan, nu STMB niet heeft betwist dat zij als gevolg van het beslag toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.

4.4

Verder dient causaal verband tussen tekortkoming en schade te bestaan. De vraag is dan of de in de facturen opgevoerde schadeposten zouden zijn uitgebleven indien geen conservatoir beslag op het MS SIRENA was gelegd. De schadeposten betreffen onder andere kosten van medische behandelingen en voeding van bemanningsleden, verwerken van afval, betaling van gages en kosten van transport van bemanningsleden, kosten van telecommunicatie alsmede kosten van bevoorradingen, bunkeren en reparatie van het MS SIRENA (verz. nr. 3). Naar het oordeel van het Gerecht heeft Saga niets gesteld waaruit zou kunnen volgen dat deze kosten niet zouden zijn gemaakt als BNP had nagelaten op 29 februari 2011 beslag te leggen.

4.5

Nu aan het vereiste condicio sine qua non-verband in de zin van artikel 6:74 lid 1 BW niet is voldaan, kan de op 'wanprestatie' gebaseerde vordering niet worden toegewezen. Wegens erkenning doûT STMB dat zij ingevolge de overeenkomst gehouden is het bedrag van USD 70.172,97 aan Saga te voldoen, is de vordering in zoverre toewijsbaar. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf 11 juli 2011. De gevorderde incassokosten zijn onvoldoende onderbouwd en zullen worden afgewezen.

4.6

Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd als na te melden.

in reconventie

4.7

STMB voert aan dat Saga op grond van de overeenkomst USD 382.884,23 dient te voldoen. Op grond van de overeenkomst heeft STMB het MS SIRENA ter beschikking gesteld. en brandstof van het schip aangevuld. Daarvoor heeft STMB aan Saga gefactureerd, doch de facturen zijn niet voldaan. Saga heeft de vordering betwist

4.8

STMB heeft ter onderbouwing van haar vordering bij conclusie van eis in reconventie verwezen naar als productie 6 overgelegde facturen, die weer grondslag vinden in de bij repliek in reconventie overgelegde producties 8 en 9. Deze laatste producties zijn bij repliek toegelicht; zij hebben betrekking op de weken 48 tot en met 51 van 2010 respectievelijk op de weken 52 van 2010 en 1 tot en met 4 van 2011. Saga is volgens STMB over deze periode (december 2010 en januari 2011) USD 147.000,--aan chartervergoedingen verschuldigd (cvr, nrs. 41 tJm 43). De door Saga verdedigde aftrek wegens charter voor minder dan een hele dag, voor weersomstandigheden en voor bunkeren van brandstof vindt geen steun in de overeenkomst. Het Gerecht verwerpt dat verweer. De overige (verrekenings)verweren lopen vast in hetgeen het Gerecht in conventie heeft overwogen.

4.9

Aan de vorderingen van STMB voor de overige maanden gaat het Gerecht voorbij. Het staat de rechter niet vrij acht te slaan op de inhoud van producties zonder dat de informatie daaruit voldoende kenbaar voor wederpartij en rechter in de processtukken zijn uitgewerkt. Voor november 2010 wordt verwezen naar een als productie 10 overgelegd overzicht dat is uitgewerkt in cvr., nr. 46. Niet gesteld oftoegelicht is welk bedrag over de maand november 2010 is verschuldigd. Voor oktober 2010 verwijst STMB naar de als productie 11 overgelegde factuur. STMB heeft echter niet gesteld welk bedrag Saga verschuldigd is. Hetzelfde geldt voor de 'regularisatiefactuur' .

4.10

STMB heeft de vordering van USD 18.913,18 (cvr, nr. 30) terzake van brandstof onderbouwd met de stelling dat STMB heeft geconstateerd dat een bepaalde hoeveelheid brandstof aan het einde van de charterperiode aan boord was. Dit standpunt is gelet op het verweer van Saga (cvr/cva, blz. 4 en 5 met verwijzing naar prod. 11) onvoldoende onderbouwd, zodat het Gerecht dit onderdeel zal afwijzen.

4.11

De vordering op grond van de opslag van containers is niet toewijsbaar aangezien deze geen grondslag heeft in de overeenkomst.

4.12

De conclusie is dat de vordering onder 3 gedeeltelijk zal worden toegewezen. Het gevorderde onder 2 is niet toewijsbaar nu niet is çmderbo"uwd dat aan de vereisten voor verrekening is voldaan en voort aangezien gesteld noch gebleken is welk belang STMB daarbij heeft; zij kan immers een verrekeningsverklaring (art. 6:127 BW) uitbrengen. Het onder 1 gevorderde deelt dat lot.

4.l3 Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd als na te melden.

5 De beslissing

Het Gerecht in eerste aanleg: in conventie

5.1

veroordeelt STMB tot betaling aan Saga van USD 70.172,97 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2011 tot aan de dag van volledige voldoening;

5.2

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3

wijst af het meer of anders gevorderde; in reconventie

5.4

veroordeelt Saga tot betaling aan STMB van USD 147.000,--te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2012 tot aan de dag van volledige voldoening;

5.5

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6

wijst af het meer of anders gevorderde; in conventie en in reconventie

5.7

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Thierry, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2013 in aanwezigheid van de griffier.