Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2012:BY1359

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
09-07-2012
Datum publicatie
26-10-2012
Zaaknummer
Lar 025/2012
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is de Gouverneur opgeroepen als verweerder. Het Gerecht oordeelt dat voor wat betreft het verzoek ex artikel 2 van de de Televisie-landsverordening de Minister van Financiën het bevoegde gezag is. Het Gerecht heropent het onderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 9 juli 2012

Zaaknummer: Lar 025/2012

Uitspraaknr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

In het geding van:

de naamloze vennootschap

MAC TECH N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

verzoekster,

gemachtigde: mr. R. Zwanikken,

en

1. DE MINISTER VAN TOERISME, ECONOMISCHE ZAKEN, VERKEER EN TELECOMMUNICATIE,

gemachtigde: mr. M. Hofman

2. DE GOUVERNEUR VAN SINT MAARTEN,

gemachtigde: mr. F.B.M. Kunneman.

verweerders.

1. Verdere procesverloop.

Verwezen wordt naar de uitspraak van dit Gerecht d.d. 16 mei 2012 (uitspraaknr. 26/2012).

De mondelinge behandeling is voortgezet ter terechtzitting van 18 juni 2012. De gemachtigden van verzoekster en van verweerder sub 2 hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd. Voorts is verschenen de gemachtigde van verweerder sub 1.

Beslissing is bepaald op heden.

2. Verdere beoordeling.

2.1 Bij voormelde uitspraak heeft het Gerecht het volgende overwogen:

<i>Naar het Gerecht reeds herhaaldelijk heeft overwogen richt een administratieve procedure zich tot een besluit dan wel het uitblijven van een besluit en niet tegen een bestuursorgaan. Voor wat betreft de Televisielandsverordening is het in deze bevoegde bestuursorgaan niet verweerder doch de Gouverneur. Het is immers de Gouverneur die een landsbesluit (houdende afwijzing of toewijzing vergunning) heeft te nemen. Dat verweerder en/of andere Ministers het landsbesluit voorbereiden doet hieraan niet af.

Het vorenstaande betekent dat de Gouverneur had moeten worden opgeroepen in deze procedure te verschijnen. Het Gerecht zal daarom het onderzoek heropenen, een nieuwe mondelinge behandeling gelasten en de griffier opdragen de Gouverneur uit te nodigen te verschijnen.

Het Gerecht acht zich voor het overige voldoende geïnformeerd om tot een beslissing te komen. Om proceseconomische redenen zal het Gerecht de beslissing ter zake internetdiensten en vergunning ex artikel 2 Televisielandsverordening tegelijk geven.</i>

2.2 Ter terechtzitting heeft verzoekster onweersproken verklaard dat verweerder sub 1 inmiddels heeft beschikt op het verzoek om internetdiensten te mogen verlenen. Daarbij heeft verzoekster opgemerkt: <i>Derhalve speelt deze kwestie niet langer meer een rol in deze procedure</i>. Het Gerecht verstaat deze woorden aldus dat verzoekster haar verzoek voor zover betrekking hebbende op het nog niet beslist hebben op het verzoek om internetdiensten te mogen aanbieden heeft ingetrokken.

2.3 Op het verzoek ex artikel 2 van de Televisie-landsverordening is nog niet beslist. Ter zake dit verzoek heeft verweerder sub 2 het verweer gevoerd dat hij ten onrechte door het Gerecht als verweerder is aangemerkt. Kort samengevat voert verweerder sub 2 aan dat hij weliswaar een Landsbesluit tekent doch niet de (politieke) verantwoordelijkheid draagt voor het Landsbesluit (1), dat hij geen bestuursorgaan is als bedoeld in artikel 2 van de Lar (2) en dat ook in twee andere landen van het Koninkrijk -Aruba en Nederland- de Gouverneur respectievelijk de Koningin geen bestuursorgaan zijn in zaken waar zij weliswaar een Landsbesluit c.q. Koninklijk Besluit hebben ondertekend doch een Minister de verantwoordelijkheid draagt voor het betreffende besluit (3).

2.4 Het Gerecht overweegt allereerst het volgende. Vóór de mondelinge behandeling van 18 juni 2012 heeft verweerder sub 2 zijn standpunt aan het Gerecht ook kenbaar gemaakt in een persoonlijke en vertrouwelijke brief gericht aan het Gerecht in de persoon van ondergetekende. Deze brief maakt geen onderdeel uit van de processtukken. In een openbare procedure kan een procespartij zich niet buiten de wederpartij om buiten de door het Gerecht gegeven mogelijkheden tot de rechter in persoon richten met een inhoudelijke, dat wil zeggen: op de zaak betrekking hebbende, brief.

2.5 In artikel 2, lid 1, van de Lar is bepaald dat onder een bestuursorgaan wordt verstaan een persoon of een college met enig openbaar gezag bekleed, met uitzondering van a) de Staten, b) de eilandsraden, tenzij het betreft het nemen van beschikkingen bedoeld in artikel 3, c) de met rechtspraak belaste organen en d) de hoofdstembureaus en stembureaus.

In navolging van hetgeen de Nederlandse Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen ten aanzien van de Koningin (ABRvS, 6 juni 2007, LJN: BA6497) is het Gerecht van oordeel dat de Gouverneur in zaken als thans aan de orde niet kan worden aangemerkt als bestuursorgaan ex artikel 2 Lar. Een bestuursorgaan in de zin van de Lar kan slechts als zodanig optreden indien daarvoor ook op de in de Lar voorziene wijze verantwoording wordt afgelegd, ook in rechte. Nu in artikel 32 van de Staatsregeling van Sint Maarten is bepaald dat de Gouverneur (als vertegenwoordiger van de Koningin) samen met de ministers de regering vormt doch dat de ministers verantwoordelijk zijn moet uit deze bepaling worden afgeleid dat deze bepaling er aan in de weg staat dat de Gouverneur in rechte verantwoording aflegt. Gelet hierop kan de Gouverneur ook niet als bestuursorgaan worden aangemerkt.

Dat dit in het verleden, wellicht/kennelijk zonder enig verweer, wel het geval is geweest (bijvoorbeeld: Gemeenschappelijk Hof van Justitie d.d. 29 november 2007 in de zaken met zaaknummers 180 HLAR 08/07 en 181 HLAR 09/07) doet aan het vorenstaande niet af.

2.6 Voor wat betreft de Televisie-landsverordening is de Minister van Financiën het bevoegde gezag. Derhalve wordt beslist als volgt.

3. Beslissing.

Het Gerecht:

heropent het onderzoek;

gelast een nieuwe mondelinge behandeling;

verzoekt de griffier verzoekster alsmede de Minister van Financiën bij dienstbrief op te

roepen voor de hiervoor genoemde mondelinge behandeling;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.J. van Veen, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 9 juli 2012.

<i>Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk. </i>