Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2012:BY1353

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
10-04-2012
Datum publicatie
26-10-2012
Zaaknummer
EJ 31/2012
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om verweerder in staat van faillissement te verklaren wordt afgewezen. Gerecht oordeelt dat verzoeker geen belang heeft omdat zijn vordering niet verhaalbaar is op het vermogen omdat daarop reeds faillissementsbeslag rust.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: EJ 31/2012

Datum: 10 april 2012

Vonnisnr.

VONNIS

In de zaak van:

de naamloze vennootschap

KREBBERS ASSOCIATES N.V.,

gevestigd te Sint Maarten,

verzoekster,

gemachtigde: mr. R.B.M. Beeris,

tegen:

[verweerder],

wonende in Sint Maarten,

verweerder,

procederende in persoon.

1. Het verloop van de procedure.

Bij op 14 februari 2012 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ontvangen verzoekschrift heeft verzoekster het Gerecht verzocht verweerder in staat van faillissement te verklaren.

Mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden in raadkamer van dit Gerecht d.d. 2 april 2012. Verzoekster is verschenen bij haar gemachtigde voornoemd. Verweerder is in persoon verschenen. Verweerder heeft een op schrift gesteld verweerschrift voorgedragen en overgelegd.

Vonnis is bepaald op heden.

2. De beoordeling van het verzoekschrift.

2.1 Verzoekster heeft het Gerecht verzocht verweerder in staat van faillissement te verklaren. Verzoekster heeft een opeisbare vordering op verweerder (huurschuld). Verder, aldus verzoekster, laat verweerder ook andere schuldeisers onbetaald terwijl verweerder eerder al in Nederland failliet is verklaard.

2.2 Verweerder erkent dat hij gelden verschuldigd is aan verzoekster. Verweerder ontkent echter dat hij meerdere schuldeisers onbetaald laat.

2.3 Het Gerecht ziet aanleiding het verzoek af te wijzen omdat verzoeker geen belang heeft bij zijn verzoek. Van een faillissement van verweerder valt voor verzoekster geen enkel positief gevolg is te verwachten. Daartoe overweegt het Gerecht het volgende.

Aan het verzoekschrift is gehecht een vonnis van de arrondissementsrechtbank Utrecht (Nederland) d.d. 27 juli 2010, inhoudende de faillietverklaring van verweerder, met benoeming tot mr. W.J. A. Lansing (advocaat te Utrecht) tot curator in dit faillissement. Ingevolge het bepaalde in artikel 40 van het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden kunnen vonnissen door de rechter in Nederland gewezen in het gehele Koninkrijk ten uitvoer worden gelegd, met inachtneming van de wettelijke bepalingen van het land, waar de tenuitvoerlegging plaats vindt. Tot deze vonnissen zijn ook begrepen de vonnissen tot faillietverklaring (Rb Utrecht, 29 oktober 1970, NJ 1971, 35). Het Statuut gaat tussen de daarbij betrokken landen uit van het universaliteitsbeginsel. Dit betekent dat het in Nederland uitgesproken faillissement het gehele vermogen van verweerder omvat, ook het vermogen hier in Sint Maarten. De alhier aanwezige vermogensbestanddelen zullen dan ook onder het beheer en de beschikkingsmacht van de curator in het Nederlandse faillissement moeten worden gebracht.

Het vonnis in kort geding waarbij verweerder is veroordeeld om aan verzoekster achterstallige huur te betalen dateert van nĂ¡ datum vonnis faillietverklaring Nederland. Dit vonnis kan <u>niet</u> ten uitvoer worden gelegd op het vermogen waarop het faillissementsbeslag rust. Gelet op het hiervoor overwogene behoort tot dit vermogen ook verweerders (eventuele) vermogen hier te lande. Zonder nadere toelichting, die in het verzoekschrift ontbreekt en ook ter terechtzitting niet is gegeven, valt niet in te zien welk belang verzoekster bij een faillissementsaanvraag heeft als zijn vordering niet verhaalbaar is op het vermogen omdat daarop reeds faillissementsbeslag rust.

2.4 Derhalve wordt beslist als volgt.

3. De beslissing.

Het Gerecht:

wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.W.J. van Veen, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 10 april 2012.