Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2012:BX6103

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
17-07-2012
Datum publicatie
30-08-2012
Zaaknummer
AR 174/2011
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gerecht oordeelt dat er tussen curator en [eiser] een overeenkomst van opdracht is gesloten. [Eiser] heeft een rekening gestuurd voor het betekenen van 17 exploten aan curator. De 17 vennootschappen hebben domicilie gekozen op hetzelfde adres. Vraag is of [eiser] had moeten volstaan met 1 exploot. Het Gerecht oordeelt dat [eiser] de opdracht voor zijn opdrachtgever op een zo goedkoop mogelijke wijze dient uit te voeren en tevens moet voldoen aan hetgeen mag worden verwacht van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar. Het Gerecht geeft [eiser] de gelegenheid een berekening te overleggen van het tarief voor 1 en voor 17 afschriften met toelichting. Gerecht houdt beslissing aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 17 juli 2012

Zaaknummer: AR 174/2011

Vonnisnr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

VONNIS

in de zaak van

[eiser],

wonende in Sint Maarten,

eiser,

gemachtigde: dhr. E.I. Maduro,

tegen

[curator] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van FOOD CENTER N.V.,

wonende in Sint Maarten,

gedaagde,

gemachtigde: mr. Rik Bergman.

Partijen zullen hierna de [eiser] en de curator worden genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 15 september 2011;

- de conclusie van antwoord;

- de pleitnota van dhr. Maduro;

- het pleidooi van 12 januari 2012 ter gelegenheid waarvan de curator een productie heeft overgelegd.

Hierna is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 Op 31 maart 2009 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten vonnis gewezen in de gevoegde zaken AR 263/2002 en 138/2007, waarin 17 vennootschappen (hierna: de 17 vennootschappen) als eiseressen tegen de curator als gedaagde procedeerden.

2.2 Bij akte van appel van 11 mei 2009 hebben de 17 vennootschappen hoger beroep ingesteld. Zij hebben in deze akte alle domicilie gekozen te Sint Maarten ten kantore van de advocaat mr. G.R. Bergman. De memorie van grieven is ingediend.

2.3 De curator heeft op 7 augustus 2009 de memorie van antwoord ingediend bij de griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg. Hierin heeft de curator opgenomen dat de 17 vennootschappen domicilie hebben gekozen ten kantore van mr. G.R. Bergman.

2.4 Op 7 oktober 2009 heeft [eiser], deurwaarder bij het Gerecht in Eerste Aanleg en bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, 17 betekeningsexploten uitgebracht (aan elke vennootschap één) aan het kantoor van mr. G.R. Bergman en van ieder exploot daar afschrift gelaten.

2.5 Op ieder afschrift zijn de kosten van totaal NAfl. 257,50 per exploot gespecificeerd als volgt:

Specificatie kosten

2.6 Bij brief d.d. 11 maart 2011 van zijn gemachtigde heeft [eiser] de curator aangemaand om de factuur van NAfl. 4.377,50 te voldoen voor het betekenen van 17 afschriften van de memorie van antwoord op 7 oktober 2009. Aan deze sommatie heeft de curator niet voldaan.

2.7 De curator heeft het geschil omtrent de declaratie van [eiser] aan de President van het Gemeenschappelijk Hof voorgelegd evenwel zonder resultaat.

3. Het geschil

3.1 [eiser] vordert – samengevat weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de curator te veroordelen tot betaling van NAfl. 4.377,50 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 31 oktober 2009 tot de dag van volledige betaling, kosten rechtens.

3.2 De curator voert verweer dat hierna, voorzover voor de te nemen beslissing van belang, zal worden behandeld.

4. De beoordeling

4.1 [eiser] stelt dat hij 17 exploten behelzende de memories van antwoord heeft betekend aan de 17 vennootschappen. Ongeacht of de geëxploteerden door eenzelfde gemachtigde worden vertegenwoordigd was [eiser] gehouden aan de 17 vennootschappen afzonderlijk te betekenen.

4.2 De curator voert aan dat [eiser] met één exploot van betekening had moeten volstaan omdat de 17 vennootschappen domicilie bij het kantoor van mr. G.R. Bergman hebben gekozen. De curator is bereid de kosten van één exploot (NAfl. 257,50) aan [eiser] te betalen.

4.3 Het Gerecht overweegt het volgende. De curator heeft de memorie van antwoord ingevolge artikel 274 lid 1 Rv ter griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Sint Maarten ingediend. Op grond van artikel 275 lid 1 Rv heeft de rechter in eerste aanleg de memorie van antwoord doen betekenen aan de 17 vennootschappen.

4.4 [eiser] heeft 17 exploten uitgebracht en op grond van artikel 4 Rv – dat evenzeer geldt als alle geëxploteerden dezelfde woonplaats hebben – van elk exploot één afschrift gelaten. De vraag is of [eiser] had moeten volstaan met één exploot aan de 17 vennootschappen, waarvan hij aan elke vennootschap een afschrift liet. Het gaat dus om de aard van de verrichtingen (17 exploten waarvan telkens 1 afschrift òf 1 exploot met 17 afschriften), waarbij het belang van de curator is zijn stelling dat 1 exploot met 17 afschriften tot een lager tarief leidt.

4.5 Op grond van het bepaalde in artikel 2 van het Deurwaardersreglement zijn deurwaarders openbare ambtenaren. Bij het betekenen van gerechtelijke stukken wordt de deurwaarder als het ware uitgeleend aan een justitiabele om in zijn opdracht bepaalde wettelijke vereiste rechtshandelingen te verrichten (vgl. M. Teekens, De Gerechtsdeurwaarder, 1973, blz. 1-2 en 79 e.v.). Naar het oordeel van het Gerecht is tussen de curator en [eiser] een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW tot stand gekomen. Bij de betekening van de memorie van antwoord aan de 17 vennootschappen handelde [eiser] derhalve in opdracht van de curator.

4.6 Artikel 7:401 BW schrijft voor dat de opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen. Deze maatstaf brengt onder meer mee dat een deurwaarder het belang van zijn opdrachtgever voorop dient te stellen. Dit kan er toe leiden dat een deurwaarder zijn individuele belangen bij die van de cliënt zal moeten achterstellen (vgl. HR 8 november 1991, NJ 1992, 134). Hieruit volgt dat een deurwaarder de opdracht verricht op de voor zijn opdrachtgever zo goedkoop mogelijke wijze, terwijl de uitvoering tevens voldoet aan hetgeen mag worden verwacht van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar.

4.7 De vraag is vervolgens of [eiser] een lager bedrag bij de curator in rekening zou hebben gebracht indien hij 1 exploot had uitgebracht en 17 afschriften zou hebben gelaten. Hierbij gelden de tarieven uit de eerste afdeling van het Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken.

4.8 [eiser] wordt in de gelegenheid gesteld een berekening te overleggen van het tarief voor 1 exploot en 17 afschriften. Daarbij dient een toelichting te worden gegeven op de samenstelling en de hoogte van het tarief.

4.9 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

Het Gerecht in eerste aanleg:

5.1 verwijst de zaak naar de rol van 21 augustus 2012 voor akte aan de zijde van [eiser] over hetgeen onder 4.8 is overwogen;

5.2 verstaat dat de curator daarop bij akte ter rolle mag reageren;

5.3 houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Thierry, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2012 in aanwezigheid van de griffier.