Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2011:BX5574

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
25-11-2011
Datum publicatie
23-08-2012
Zaaknummer
KG 163/2011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Advocaat op Sint Maarten vordert rectificatie en schadevergoeding van Today. Het Gerecht oordeelt dat Today voldoende afstand heeft gehouden en dat er voldoende wederhoor heeft plaatsgevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 25 november 2011

Zaaknummer: KG 163/2011

Vonnisnr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

VONNIS in kort geding

in de zaak van

[eiser],

wonende in Sint Maarten,

eiser,

procederende in persoon,

tegen

1. de naamloze vennootschap TODAY MANAGEMENT N.V.,

2. de naamloze vennootschap TODAY PUBLISHING N.V.,

beide gevestigd in Sint Maarten,

gedaagden,

gemachtigde: mr. M. Snijder.

Partijen worden hierna – in navolging van partijen – aangeduid als [eiser] en Today.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 26 oktober 2011 ingediende verzoekschrift met producties;

- de pleitnota met producties van [eiser];

- de pleitnota met producties van Today

- de behandeling ter zitting van 10 november 2011.

Het vonnis werd bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1 Op 30 maart 2010 heeft [x] bij het Openbaar Ministerie op Sint Maarten aangifte gedaan van een zedendelict tegen [Q] (hierna ook: [Q]) die de broer van haar grootmoeder is.

2.2 Hieruit is een strafzaak tegen [Q] voortgekomen. [eiser] is advocaat op Sint Maarten en hij is de raadsman van [Q].

2.3 Today geeft in Sint Maarten het dagblad en de website ‘Today’ uit die van de strafzaak verslag hebben gedaan.

2.4 [y], de moeder van [x], heeft op 16 april 2010 een verklaring bij de politie afgelegd. Deze bevat, voor zover van belang, het volgende: <i>“(…). Op woensdag 10 maart 2010, belde [Q] mij op. Hij begon meteen te zeggen dat wat [x] zegt niet waar was; dat hij niet wist waarom [x] dit deed; dat [x] gek was en dat zij in een gesticht opgenomen moest worden en dat hij ervoor zal betalen; dat [x] weg van het eiland moest.

(…).

Ik belde [eiser] voor advies en informeerde hem over een en ander. Ik wist dat [eiser] de advocaat van [Q] was en ik stelde aan hem voor om te regelen dat ik met [Q] sprak. Maar [eiser] zei meteen tegen mij dat [Q] gezegd had dat de beschuldigingen niet waar zijn. Ik werd emotioneel en zei tegen [eiser] dat ik mijn dochter geloofde. Dat indien [Q] zegt dat hij de waarheid spreekt dan kan er sprake zijn van drie mogelijkheden; één dat hij (zij?, Gerecht) de waarheid spreekt; twee dat mijn dochter liegt en dan zal ik bereid zijn om van het eiland weg te gaan, ik zal dan alles verkopen zelfs mijn drie townhouses elk voor $500.000,--, dan mag [Q] ze zelf kopen en drie na de evaluatie van de therapeut zal ik beslissen wat te doen. Daarna hingen wij op.

Tot mijn verbazing werd ik de volgende dag door mijn moeder gebeld met het verhaal dat ik getracht had [Q] van 1.5 miljoen dollars af te persen. Ik belde [eiser] meteen op en vroeg voor een uitleg. [eiser] zei dat hij van mij begrepen had dat hij dat bericht aan [Q] moest doorgeven. Ik zei tegen [eiser] dat ik hem dat bericht niet had doorgegeven. Ik liet hem weten dat ik hem vertrouwde als een persoonlijke vriend en dat hij wist dat ik hem niet met dat bericht gestuurd had. Ik wilde dat hij zou bemiddelen om een gesprek tussen [Q] en ik te regelen. Ik vond de reactie van [eiser] raar vroeg aan hem of hij van plan was om [Q] als advocaat bij te staan en hij zei ja. Toen hing ik op en had sindsdien geen contact met hem gehad.

Dit gesprek met [eiser] vond plaats volgens mij eind maart. (…).

Samen met mijn dochter ging ik naar de Openbare Ministerie alwaar [x] aangifte deed tegen [Q].

Ik heb op geen moment getracht om geld van [Q] af te persen. Ik heb nooit aan [eiser] gezegd om aan [Q] voor te stellen dat indien hij mij 1.5 miljoen dollars zou betalen, ik dan geen aangifte tegen hem zal doen.”</i>

2.5 Blijkens een proces-verbaal van 28 oktober 2010 heeft [y] ten overstaan van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, voor zover van belang, het volgende verklaard: <i>“(…). I had told Mr. [eiser] when he told me that [Q] said my daughter was lying, [Q] had told me she needed to go the a correctional institution and that he would pay. I told him that I would prefer that he paid out my debts on the island and I will leave the island with my family and [Q] could continue with his life. At no time did I try to extort 1.5 million dollars from [Q]. I don’t think Mr [eiser] knows the meaning of extortion.(…).”</i>

2.6 In de editie van 16 juni 2011 heeft Today verslag gedaan van de behandeling van de strafzaak ter terechtzitting van 15 juni 2011. Today schreef onder de kop: <i>“<b>Attorney: Family wanted $1.8 million from [Q] to settle rape allegations</b>”</i> onder meer het volgende:<i>”Emotions almost spiraled out of control at the courthouse yesterday afternoon during the rape trial of businessman [Q] when the defense charged that the rape-victim’s family had approached him for an out of court settlement whereby [Q] would purchase three apartments from them for $1.5 million. Later the family upped the price to $1.8 million.

The prosecution has charged [Q] with raping the girl, a 16-year old niece of his, at his home on March 7 of last year, the closing day of the Heineken regatta. The girl’s mother stormed angrily out of the court room when [Q].’s attorney mr. [eiser] revealed details of the settlement proposal.

(…).

“The question remains: what motive could the girl have to filing a false complaint?” the prosecutor said.

[eiser] had an answer for that one, when her revealed details about the settlement proposal the girl’s mother had made. “She called me because she wanted to arrange a meeting with my client to mediate. What is there to mediate if you don’t want money?” he said. “ The options she put forth were that he would admit, that he would buy her three apartments for $1.5 million, or that he would leave everything up to God and the justice system. Later she said that the price had gone up and that she wanted $1.8 million.”</i>

2.7 Het Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten heeft [Q] bij vonnis van 1 juli 2011 vrijgesproken.

2.8 Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep ingesteld. De zaak is ter terechtzitting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: het Hof) van 29 september 2011 in Sint Maarten behandeld. [Q] werd bijgestaan door [eiser] en mr. E.F. Sulvaran, advocaat in Curaçao.

2.9 Today heeft in haar editie van 30 september 2011 verslag gedaan van deze strafzaak onder de kop: <i>“<b>Appeals court demands 18 months against [Q] for sexual assault.</b>”</i> Het krantenartikel bevat de volgende passage: <i>“(…). Sulvaran also pointed to countless contradictions in the girls’ statements, and repeated a claim that mr. [eiser] made during the trial in June that the mother had wanted to negotiate a settlement out of court whereby the defendant would buy three townhouses for $500.000 each. Mr. [eiser] added that the mother had upped the price in a later stage to $1.8 million to make the complaint go away. (…).”</i>

2.10 Bij vonnis van 20 oktober 2011 heeft het Hof verkrachting bewezen verklaard en [Q] veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk.

2.11 Today heeft op de voorpagina van haar editie van vrijdag 21 oktober 2011 een artikel gepubliceerd met de kop: <i>“<b>Appeals court finds [Q] guilty of rape”.</b></i> In het artikel stond verder onder meer het volgende: <i>“(…). The court lent no credibility to defense arguments about blackmail attempt by the girl’s mother. In court, mr. [eiser] claimed that the mother had demanded $1.8 million as the purchase price for three pieces of real estate to make the complaint go away. But the court did not even make this unsubstantiated claim part of its considerations. (…).” </i>

2.12 Bij email van 21 oktober 2011 heeft [eiser] aan [z], de <i>managing editor</i> van Today, het volgende geschreven: <i>“Wij (cliënt, de krant en ondergetekende) hebben een gezamenlijk belang en dat is dat feitelijke zaken correct gepubliceerd worden. Aldus ook wellicht een gezamenlijke plicht om incorrecte of onjuiste publicaties te – doen – herstellen.

In de editie van de Today van vandaag is gesteld dat het Hof geen rekenschap gaf aan de ongefundeerde beschuldiging van [eiser] dat de moeder van het vermeende slachtoffer 1.8 miljoen bood voor kort gezegd het afkopen van de zaak. Door dit op deze wijze te stellen wordt allereerst ten onrechte de suggestie gewekt, dat de eerste rechter wel een ander hierover stelde, wat niet juist is. Dit is in zowel eerste aanleg alsook in appel niet in de overwegingen van de rechters meegenomen. Op de tweede plaats dat het Hof vond dat deze beschuldiging ongefundeerd is. Nu het Hof niets hierover zei is deze kwalificatie van u persoonlijk, hetgeen een en ander nog merkwaardiger maakt. Op de derde plaats staat de stelling dat de mededeling van [eiser] ongefundeerd zou zijn op gespannen voet met eerdere publicaties van de Today zelf, waaruit kort gezegd volgt dat de gewraakte mededeling gebaseerd is op een aantal bronnen, niet in de laatste plaats het proces-verbaal van de verklaring van de moeder van het vermeende slachtoffer bij de politie zelf. Daarnaast zijn er nog twee verklaringen van een getuige [g], een verklaring van de getuige [c] en een van de dochter van de verdachte, mevrouw [a], die de juistheid van de gewraakte mededeling onderschrijven. Hoezo, ongefundeerd zou ik willen zeggen. Ik ben bereid u te allen tijde inzage in deze documenten te verstrekken, opdat u wellicht beter in staat zal zijn een onderbouwde positie in te nemen.

(…).”</i>

2.13 De Today van maandag 24 oktober 2011 kopte met:

<i>RAPE-VICTIMS FAMILY OUTRAGED ABOUT DEFENSE ARGUMENTS IN [ ] CASE

<b>“ATTORNEY METICULOUSLY FABRICATED EXTORTION CLAIM”</b></i>

2.14 Het artikel leest, voorzover van belang, als volgt:<i>”The family of the 16-year-old girl who was raped by businessman [Q] on March of last year is outraged about certain statements attorneys mr.. [eiser] and E.P. Sulvaran made during the appeal hearing on September 29. Especially statements attributed to the girl’s grandmother and the accusation that the mother had made an attempt to make the rape-complaint go away for $1.8 million have incensed the family. [Q] was sentenced to 15 month imprisonment for the rape last week. His attorney mr. [eiser] is now contesting a statement made in this newspaper that his allegation about the attempt to buy off the complaint is without foundation.

(…).

mr. [eiser] took issue with the fact that this newspaper referred to the attempt to buy off the rape-complaint for $1.8 million as ‘unsubstantiated.” During the trial in the Court in First Instance, when the attorney made his claim in public for the first time, </i><b>Today</b> <i>reported it. But the appeals court did not make the claim part of its considerations.

The family says about this aspect that mr. [eiser] “meticulously fabricated a $1.5 million extortion claim” while the mother “only sought answers to the incident that took place with her daughter.”

The family relates what it claims to be the only phone call [Q] made to the mother on March 10 – three days after the rape. According to the mother, [Q] told her, “This is terrible! Do you know what this means and what this will do to my reputation?”

This is how the mother relates this phone conversation in the family’s statement: “He said she (my daughter) is crazy and that “she is a liar and needs to be sent off island immediately. I will personally pay to have her sent away to a correctional facility.”

The mother responded to this outburst saying, “You are my uncle but this is my daughter. She is undergoing therapy due to this incident and I will get back to you once I have my initial assessment from her therapist.”

A couple of days later the family received a phone call from mr. [eiser]. That is when, as [eiser] said in court, the mother asked for a meeting with the family. But according to the family’s statement, this did not go down well. “[eiser] said, [Q] will not confess, admit, or apologize to any of this.”

The mother replied: “So what you are telling me is that I must accept his options only and I must take my crazy child and ship her off island without knowing what took place?”

She then gave a few options of her own: admit and apologize, or “pay off our debts with the bank and I will take my crazy child and my family; we will move off island and then he could continue his Sir [Q ] life.”

According to the mother, mr. [eiser] then asked, “How much will you sell one of your townhouses for?” to which she replied, “five hundred thousand each.”

This was the conversation that took place according to the family’s statement. mr. [eiser] maintains however in an email he sent to this newspaper on Friday, that the claim is based on “several sources, including the mother of the alleged victim to the police.”

The family says that a couple of days after the phone conversation between [eiser] and the mother, the grandmother asked the latter rather upset whether she was trying to extort $1.5 million from [Q].

When the mother contacted mr. [eiser], he said, according to the family’s statement: “”I thought that was the message you told me to give to [Q].” To that, the mother replied: “I want nothing from [Q]; I just want him to apologize.”

(…).

mr. [eiser] in the meantime maintains that especially the attempt to buy off prosecution is founded on “statements by people and therefore verifiable sources.””</i>

2.15 [eiser] heeft Today gesommeerd haar berichtgeving te rectificeren. Today heeft daarin niet bewilligd.

3. Het geschil

3.1 [eiser] vordert – samengevat weergegeven en na vermeerdering van eis – Today op straffe van verbeurte van een dwangsom i) te bevelen binnen 24 uur na betekening van dit vonnis een rectificatie op de voorpagina van ‘Today’ en de website te plaatsen, ii) verdere publicatie van de gewraakte artikelen te verbieden, iii) te veroordelen verdere berichtgeving over de strafzaak tegen [Q] te staken en iv) te veroordelen tot vergoeding van materiële en immateriële schade, kosten rechtens.

3.2 Today voert verweer dat hierna, voor zover van belang, aan de orde zal komen.

4. De beoordeling

4.1 [eiser] heeft een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening, nu voldoende aannemelijk is geworden dat een reeds op de website geplaatste publicatie en eventuele verdere berichtgeving nadelige gevolgen kan hebben voor zijn praktijk.

4.2 Het gaat in deze zaak om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk aan de zijde van Today het recht op vrijheid van meningsuiting (persvrijheid) en aan de zijde van [eiser] het recht op bescherming van eer en goede naam en op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Toewijzing van de vordering van [eiser] tot rectificatie zou een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de individuele vrijheden) neergelegde grondrecht van de Today op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake wanneer de uitlatingen van de Today onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, dienen alle omstandigheden van het betrokken geval in ogenschouw te worden genomen.

4.3 [eiser] heeft gesteld dat Today onrechtmatig heeft gehandeld, aangezien de beschuldigingen aan zijn adres een aantasting vormen van zijn reputatie en geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Daarbij doelt [eiser] niet alleen op de inhoud van de artikelen, maar ook en vooral op de kop boven het artikel van 24 oktober 2011.

4.4 Onderwerp van geschil is in de eerste plaats de passage in Today van 21 oktober 2011 over het oordeel van het Hof ten aanzien van de stelling van [eiser] dat de moeder van [x] () [Q] had gepoogd af te persen. [eiser] stelt dat de zin: <i>“But the court did not even make this unsubstantiated claim part of its considerations.”</i> feitelijk onjuist is. De kwalificatie <i>“unsubstantiated”</i> suggereert volgens [eiser] ten onrechte dat het Hof deze beschuldiging ongefundeerd heeft geoordeeld.

4.5 Het vonnis van het Hof van 20 oktober 2011 bevat geen overweging over de beschuldiging van afpersing. Naar het oordeel van het Gerecht heeft [z], de journalist van Today die verslag van de vervolging van [Q] heeft gedaan, uit de omstandigheid dat het Hof geen overweging wijdde aan de beschuldiging van afpersing afgeleid dat het Hof deze beschuldiging als ongefundeerd heeft afgewezen. In beginsel heeft een journalist de vrijheid om de feiten op zijn eigen wijze te interpreteren en de door hem daaruit getrokken conclusies te publiceren. De toeschrijving aan het Hof van het oordeel dat de beschuldiging van afpersing “ongefundeerd” is, kan niet worden gekwalificeerd als een mededeling die onjuist is, geen enkele steun zou vinden in het beschikbare feitenmateriaal en/of de grenzen van het toelaatbaar opiniërend verslag geven zou overschrijden. Het Gerecht tekent aan dat Today in het artikel van 24 oktober 2011 aandacht heeft besteed aan het bezwaar van [eiser] tegen voormelde kwalificatie en dat bezwaar ook heeft benoemd. Today sluit de berichtgeving hierover af met de zin: <i>But the appeals court did not make the claim part of its considerations”</i>, derhalve met weglating van het woord <i>“unsubstatiated”</i>.

4.6 [eiser] stelt vervolgens het artikel in Today van 24 oktober 2011 aan de orde. In het verzoekschrift heeft [eiser] de passages aangehaald die hij onrechtmatig acht. Kern hiervan vormt de kop <i>“Attorney meticulously fabricated extortion claim”</i>. [eiser] voert – met onder meer verwijzing naar haar verklaring van 16 april 2010 bij de politie – aan dat [y] het voorstel heeft gedaan om met de aankoop van drie appartementen voor in totaal USD 1,5 of 1,8 miljoen de aanklacht tegen [Q] ongedaan te maken. Het bericht in Today van 24 oktober 2011 dat [eiser] de afpersingsclaim heeft gefabriceerd is onjuist en opzettelijk lasterlijk. [eiser] stelt ten slotte dat hij schade heeft geleden doordat Today hem in zijn eer en goede naam heeft aangetast.

4.7 Today voert aan dat zij door [y] en een tante van [x] is benaderd om hun visie over de gestelde afpersing te geven. Zij hebben een brief met de titel <i>“Setting the record,</i><b> straight!</b><i>”</i> aan Today geschreven (productie 2). In deze brief staat onder meer: <i>“<b>It has been CONFIRMED!</b> Numerous allegations that have been presented to court by defendant’s [ ]’s Attorneys J. [eiser] en E.P. Sulvaran have been falsified and fabricated. (…).

<b>Re: Allegations of extortion by victim’s mother</b>

<u> THE TRUE STORY:</u> Attorney [eiser] has meticulously fabricated a 1.5 million extortion claim which was published when [Q] was arrested. (…).”</i>

De brief vervolgt met een beschrijving van een telefoongesprek tussen [y] en [eiser] medio maart 2010: <i>“(…) The victim’s mother (…) said to [eiser]: ‘He has three options: First I will once again, give him the opportunity to admit and to apologize to my daughter and this will be over, if not, his second option is to pay off our debts with the bank and I will take my crazy child and my family and we will move off island and then he could continue his Sir [Q] life’. It was at this time . [eiser] asked; ‘how much would you sell one of your townhouses for?’ She replied, ‘Five-Hundred thousand each’. (…)”</i>

4.8 Het Gerecht overweegt het volgende. Voorlopig is voldoende komen vast te staan dat [y] vóór de aangifte telefonisch tegen [eiser] heeft gezegd dat een ‘oplossing’ voor de beschuldiging van [x] tegen [Q] zou kunnen zijn dat zij met haar gezin het eiland zou verlaten en haar drie appartementen aan hem zou verkopen voor elk USD 500.000,--. Partijen zijn het niet eens over de strekking van deze mededeling. Volgens [eiser] heeft [y] hiermee [Q] proberen af te persen. Volgens [y] – zie haar verklaringen bij de politie en de rechter-commissaris en de brief aan Today – zou verkoop aan [Q] het gevolg zijn van het feit dat zij, gezien de familieband met hem, Sint Maarten met haar gezin zou hebben te verlaten wanneer [Q] zou volharden in zijn standpunt dat [x] over de verkrachting loog. Zij concludeert dat [eiser] de afpersing heeft gefabriceerd.

4.9 [eiser] heeft ter strafzitting in eerste aanleg de vermeende afpersing aan de orde gesteld. Daarvan heeft Today verslag gedaan. In de krant van 16 juni 2011 schreef Today: <i>“Attorney: Family wanted $1.8 million from [Q]. to settle rape allegations.”</i> Dit is door mr. Sulvaran in appel herhaald, waarover Today in de krant van 30 september 2011 berichtte.

4.10 Today heeft gesteld dat [y] na de strafzitting in hoger beroep een exemplaar van de pleitnota van mr. Sulvaran via het Openbaar Ministerie heeft verkregen. Naar aanleiding daarvan heeft [y], tezamen met haar zus, de brief met de titel<i>“Setting the record,</i><b> straight!</b><i>”</i> aan Today geschreven.

4.11 Het artikel in Today van 24 oktober 2011 bevat citaten uit deze brief. De (onder)kop <i><b>“Attorney meticulously fabricated extortion claim”</b></i> is een tussen aanhalingstekens geplaatste pakkende weergave van de passage uit de brief:<i>“Attorney [eiser] has meticulously fabricated a 1.5 million extortion claim which was published when [Q] was arrested.” </i>

4.12 Uit de kop boven het artikel, luidende: <i>Rape-victim’s family outraged about defense arguments in [ ] case</i> blijkt dat de (onder)kop de visie van de familie van [x] weergeeft. Ook uit het artikel zelf blijkt dat het de mening van de familie [x] weergeeft. De door [eiser] gewraakte passages zijn tussen aanhalingstekens geplaatst en worden ingeleid of afgesloten met de mededeling dat de familie dit heeft verklaard. De (onder)kop en de citaten zijn niet onnodig grievend, mede in aanmerking genomen dat [eiser] zelf – in de wetenschap dat [y] als getuige bij de rechter-commissaris een poging tot afpersing pertinent heeft ontkend – de familie van [x] hiervan ter zitting van het Gerecht heeft beschuldigd. [eiser] heeft over zich afgeroepen dat [y] haar visie, inhoudende dat indien [Q] volhield dat [x] loog zij Sint Maarten zal verlaten na verkoop van de drie appartementen aan [Q] en dat deze visie door [eiser] is omgezet in een poging tot afpersing, in de openbaarheid zou brengen.

4.13 Dit standpunt van [y] is op basis van de stukken verdedigbaar. Het heeft naar voorlopig oordeel van het Gerecht de strekking dat indien [Q] volhield dat [x] loog en [y] met haar gezin het eiland diende te verlaten gezien de familieband met hem, hij hun vertrek met aankoop van de appartementen moest faciliteren.

4.14 Het Gerecht is van oordeel Today zowel verslag heeft gedaan van de visie van [eiser] als van de lezing van [y] over de eventuele verkoop van de drie appartementen aan [Q]. Today heeft voldoende afstand gehouden van de bestreden uitlatingen. Deze uitlatingen vinden voldoende steun in de brief aan Today met de titel<i>“Setting the record,</i><b> straight!</b><i>”</i>

4.15 Today heeft de stelling van [eiser], dat de poging tot afpersing steun vindt in diverse verklaringen, tot uitdrukking gebracht in de publicatie van 24 oktober 2011. Today vermeldt twee keer de email van 21 oktober 2011 van [eiser] aan Today van die strekking. Wederhoor is daarmee voldoende gewaarborgd geweest.

4.16 Het voorgaande leidt tot de slotsom dat, alle omstandigheden in aanmerking genomen, vooralsnog niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van onrechtmatig handelen van de zijde van Today. Dit betekent dat de vorderingen van [eiser], inclusief de vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding, zullen worden afgewezen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

5. De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

5.1 wijst de vordering af;

5.2 veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure aan de zijde van Today voorlopig begroot op NAfl. 1.500,-- aan salaris gemachtigde;

5.3 verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Thierry, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2011 in aanwezigheid van de griffier.