Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2011:BP4044

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
03-01-2011
Datum publicatie
11-02-2011
Zaaknummer
Lar 087/2010
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser is in beroep tegen weigering om te beslissen op verzoek tot uitgifte van perceel in erfpacht. De weigering om te beslissen is volgens eiser in strijd met zorgvuldigheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel. Verweerder stelt dat beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu het besluit tot uitgifte in erfpacht (en de weigering om te beslissen op verzoek tot uitgift in erfpacht) geen publiekrechtelijke rechtshandeling is maar een civielrechtelijke. Gerecht verklaart beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 3 januari 2011

Zaaknummer: Lar 087/2010

Uitspraaknr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

In het geding van:

[eiser],

wonende in Sint Maarten,

eiser,

gemachtigde: mr. C. Marica,

tegen:

de rechtsopvolger van

HET BESTUURSCOLLEGE VAN HET EILANDGEBIED SINT MAARTEN,

verweerder,

gemachtigde: mrs. R.F. Gibson jr. en A.A. Kraaijeveld.

1. Aanduiding bestreden beschikking.

Het uitblijven van een antwoord van verweerder op de brief van eiser d.d. 10 februari 2009 waarbij eiser verweerder heeft verzocht <i>“to grant me an extension of the rights of long lease in the district of Point Blanche, as indicated in the attached besluit d.d. 13 march 2007 no: 261 and described in meetbrief no: 2006-329.” </i>

2. Procesverloop.

Bij beroepschrift van 27 augustus 2010, dezelfde dag ontvangen ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier, heeft eiseres tegen de onder 1 aangeduide beschikking beroep ingesteld ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).

Op 7 oktober 2010 is een verweerschrift ontvangen.

Mondelinge behandeling van het beroepschrift heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 6 december 2010. Eiser is in persoon verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd die op schrift gestelde pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd. Voor verweerder is verschenen mevrouw [hoofd domeinbeheer] (hoofd domeinbeheer), bijgestaan door de gemachtigde mr. Kraaijeveld voornoemd die eveneens op schrift gestelde pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd.

Uitspraak is bepaald op heden.

3. Beoordeling.

3.1 De volgende feiten staan vast.

- Bij besluit van 13 maart 2007 heeft verweerder besloten aan eiser te verlenen het recht van erfpacht op een perceel grond ter grootte van 2480m2, gelegen te Pointe Blanche en nader omschreven in meetbrief 2006/329.

- Omdat aan de voorwaarde -<i>de overschrijving van de akte van erfpachtsverlening in de daartoe bestemde Openbare Registers moet binnen zes (6) maanden na dagtekening van het eilandsbesluit plaatsvinden</i>- niet is voldaan is voornoemd besluit komen te vervallen.

- Na daartoe bekomen verzoek van eiser heeft verweerder bij besluit van 7 augustus 2008 besloten aan eiser wederom te verlenen het recht van erfpacht op een perceel grond ter grootte van 2480m2, gelegen te Pointe Blanche, nader aangegeven in meetbrief 2006/329.

- Inschrijving van de akte van erfpachtsverlening binnen zes (6) maanden na uitgifte heeft wederom niet plaatsgevonden.

- Bij brief van 10 februari 2009 heeft eiser zich opnieuw tot verweerder gewend met verzoek een recht van erfpacht te verlenen ter zake het hiervoor genoemde perceel grond.

3.2 In zijn beroepschrift heeft eiser, kort samengevat, aangevoerd dat de weigering van verweerder te beslissen op zijn verzoek in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Letterlijk weergegeven uit het beroepschrift voert eiser aan: <i><b><u>“Schending zorgvuldigheidsbeginsel</u></b>: Het is vaste jurisprudentie dat de weigering te beschikking moet worden beschouwd als in strijd zijnde met het zorgvuldigheidsbeginsel. Verder geldt dat appellant zich heeft gehouden aan de voorwaarden van de verlening, zich ruim 2 jaar als erfpachter heeft gedragen en de nodige betalingen tijdig verricht heeft. Appellant kan niet verweten worden dat de overdracht niet binnen 6 maanden heeft plaatsgevonden, dit is volkomen aan de vertegenwoordiger van het BC te wijten. Er heeft door te weigeren het verzoek te behandelen volstrekt geen belangenafweging in concreto kunnen plaatsvinden. Door “stil te blijven”, heeft het BC appellant in een onzekere situatie geplaatst. Appellant heeft zijn verzoek deugdelijk onderbouwd met onderliggende bewijsstukken en meent dat gelet op het verloop van zaken zijn verzoek redelijkerwijze moest worden toegewezen. Gelet op deze omstandigheden moest appellant’s verzoek redelijkerwijze worden toegewezen, althans moest een (positieve) beslissing worden genomen i.p.v. de fictieve weigering. Door desalniettemin geen beslissing te nemen, heeft het BC onzorgvuldig gehandeld jegens appellant en heeft in strijd gehandeld met het hoor- en motiveringsbeginsel. <b><u>Schending vertrouwensbeginsel</u></b>: appellant mocht gelet op de omstandigheden zoals vorengenoemd in alle redelijkheid vertrouwen dat er een deugdelijke behandeling van zijn beroep zou plaatsvinden.”</i>

3.3 In artikel 7, lid 1, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) is bepaald dat natuurlijke personen of rechtspersonen die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen daartegen beroep kunnen instellen bij het Gerecht.

In artikel 3, lid 1, van de Lar is bepaald dat onder een beschikking wordt verstaan: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu het besluit tot uitgifte in erfpacht (en de weigering om te beslissen op het verzoek tot uitgifte in erfpacht) geen publiekrechtelijke rechtshandeling is maar een civielrechtelijke nu de bevoegdheid om het recht van erfpacht te verlenen voortvloeit uit het civiele eigendomsrecht van de grond.

Dit verweer gaat op. Het verzoek van appellant betreft het nemen van een beschikking ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling (het verlijden van een akte van erfpacht). Tegen zo’n beschikking (en het weigeren zo’n beschikking te nemen) is ingevolge het bepaalde in artikel 7, lid 2 sub f, van de Lar geen beroep mogelijk (GHvJ, 29 november 2007, HLAR 31/07, LJN: BG3820).

Het beroep van eiser wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

4. Beslissing.

Het Gerecht:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.J. van Veen, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 3 januari 2011.