Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2011:BP2923

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
10-01-2011
Datum publicatie
02-02-2011
Zaaknummer
KG 239/2010
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In geschil is of het achter houden van medische dossiers door gedaagden onrechtmatig is. SMMC stelt dat zij ter waarborging van de zorgverlening van patiënten recht heeft op de dossiers. Gedaagden bestrijden dit en stellen dat de dossiers in bezit waren van de specialist die na zijn pensionering de dossiers heeft overgedragen aan de opvolgende hulpverlener. Het Gerecht wijst de vorderingen van SMMC af.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 446
Burgerlijk Wetboek Boek 7 454
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/132
GJ 2011/67
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 10 januari 2011

Zaaknummer: KG 239/2010

Vonnisnr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

VONNIS in kort geding

in de zaak van

de stichting SINT MAARTEN MEDICAL CENTER,

gevestigd in Sint Maarten,

eiseres,

gemachtigde: mr. W.A. van Sambeek,

tegen

1. [gynaecoloog],

2. de naamloze vennootschap OB-GYN CARE N.V.

wonende althans gevestigd in Sint Maarten,

gedaagden,

gemachtigde: mr. J.G. Bloem.

Partijen worden hierna aangeduid als SMMC, [gynaecoloog] en Ob-Gyn.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 27 december 2010 ingediende verzoekschrift met producties;

- de pleitnota van mr. Van Sambeek;

- de pleitnota (inclusief repliek) met producties van mr. Bloem;

- de behandeling ter zitting van 4 januari 2011.

Het vonnis werd bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1 SMMC is een zorginstelling en exploiteert het ziekenhuis ‘Sint Maarten Medical Center’ (hierna: het ziekenhuis) in Sint Maarten.

2.2 [gynaecoloog] is vanaf 1991 tot 15 december 2010 als zelfstandig gevestigd gynaecoloog werkzaam geweest in het ziekenhuis. Hij heeft de praktijk tot 2009 tezamen met twee andere gynaecologen, dr. [xxx] en dr. [yyy] uitgeoefend vanuit Ob-Gyn, waarvan hij (ook thans nog) bestuurder is.

2.3 Op 1 februari 2000 hebben de (toen) drie gynaecologen een huurovereenkomst gesloten met SMMC voor de huur van twee kamers in het ziekenhuis voor poliklinisch gebruik. Na vertrek van de twee andere gynaecologen is deze huurovereenkomst beëindigd en heeft [gynaecoloog] een kamer gehuurd tot 31 december 2010.

2.4 Ob-Gyn noch de gynaecologen zijn met SMMC een schriftelijke toelatingsovereenkomst aangegaan.

2.5 Na zijn pensionering per 15 december 2010 hebben [gynaecoloog] en Ob-Gyn de patiëntendossiers uit de praktijk weggehaald. SMMC heeft vergeefs om afgifte gevraagd.

2.6 Bij verklaring van 30 december 2010 heeft Dr. [zzz], als zelfstandig gynaecoloog werkzaam in zijn kliniek, genaamd Womens Health Services, aan de A.J.C. Brouwers Road in Sint Maarten, het volgende geschreven: <i>”As a continuation of our partnership, Dr. [gynaecoloog] has transferred all the remaining files to my practice. His patients were already familiar with my clinic. With the approval of management of SMMC, I was responsible for Dr. [gynaecoloog]’s patients during his absence and also covering on-call emergencies.

Dr. [gynaecoloog] has been retained by Woman’s Health Services N.V. as a consultant to assist with his former patients who have serious health issues. This is to ensure continuity and adequate care.

Many of his former patients have already visited my clinic for their follow up care since his office closed at SMMC.”</i>

3. Het geschil

3.1 SMMC vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad 1) [gynaecoloog] en Ob-Gyn te veroordelen om binnen 2x24 uur na betekening van het vonnis de medische dossiers van patiënten van de afdeling gynaecologie van het SMMC over de periode vanaf medio 2000 tot heden, althans alle in zijn bezit zijnde medische dossiers van patiënten van de afdeling gynaecologie van het SMMC af te geven aan de algemeen directeur, althans hoofd poliklinieken van het SMMC; 2) te bepalen dat [gynaecoloog] en Ob-Gyn hoofdelijk aan SMMC een dwangsom verbeuren van USD 1.000,-- voor iedere dag dat zij in strijd met het vonnis handelen; kosten rechtens.

3.2 Aan haar vordering legt SMMC ten grondslag dat [gynaecoloog] (en Ob-Gyn) onrechtmatig handel(t)(en) door de medische dossiers achter te houden. Verder belet(ten) [gynaecoloog] (en Ob-Gyn) het SMMC in haar taak adequaat zorg te verlenen aan patiënten die aan de zorg van [gynaecoloog] en het ziekenhuis zijn toevertrouwd en in haar taak aan haar bewaarplicht van medische gegevens te voldoen.

3.3 [gynaecoloog] en Ob-Gyn voeren gemotiveerd verweer dat, voor zover van belang, hierna aan de orde zal komen.

4. De beoordeling

4.1 SMMC heeft gesteld dat [gynaecoloog], Ob-Gyn en SMMC gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor een integrale zorgverlening aan patiënten die aan de zorg van het ziekenhuis en/of [gynaecoloog] zijn toevertrouwd en binnen de muren van het ziekenhuis worden behandeld. Ter waarborging van die zorgverlening dient SMMC over patiëntendossiers te kunnen beschikken. [gynaecoloog] en Ob-Gyn frustreren SMMC in de uitvoering van haar verplichting integrale zorg te verlenen door de dossiers uit het ziekenhuis weg te halen.

4.2 [gynaecoloog] en Ob-Gyn hebben dit standpunt bestreden. Zij stellen voorop dat een patiënt die zich onder behandeling van een van de bij Ob-Gyn werkzame gynaecologen stelt, een geneeskundige behandelingsovereenkomst sluit met Ob-Gyn. Hiertoe opent Ob-Gyn een dossier (hierna: een of de Ob-Gyn dossier(s)), verstuurt Ob-Gyn een factuur en betaalt de patiënt aan Ob-Gyn. Behalve de maandelijkse huurbetalingen voor de kamer(s) aan SMMC, zijn er geen geldstromen tussen SMMC en Ob-Gyn of haar Gynaecologen. Het ziekenhuis komt in beeld wanneer de patiënt behandeling verlangt van een ander dan haar gynaecoloog. De patiënt wordt verwezen naar het SMMC en daar wordt een separaat dossier geopend en ook het SMMC factureert de patiënt rechtstreeks. Deze patiënt heeft twee dossiers: het een wordt bewaard door Ob-Gyn het andere door SMMC. Bijvoorbeeld: een zwangere vrouw staat gedurende haar zwangerschap onder controle van Ob-Gyn en de gegevens worden daar in het Ob-Gyn dossier opgeslagen. Wanneer zij besluit te bevallen in het SMMC wordt daar een nieuw dossier geopend waarin door bijvoorbeeld dr. [gynaecoloog] de gegevens van de bevalling worden genoteerd. De patiënt betaalt Ob-Gyn voor haar verrichtingen en het SMMC voor de opname, verpleging en mogelijke andere specialisten. [gynaecoloog] heeft in de loop van 2010 toen hij zijn pensionering had aangekondigd alleen de Ob-Gyn dossiers aan een deel zijn patiënten afgegeven en de overige – niet door patienten meegenomen – Ob-Gyn dossiers aan dr. [zzz] althans Woman’s Health Services N.V. (hierna gezamenlijk: dr. [zzz]) overgedragen. De SMMC dossiers heeft Ob-Gyn of [gynaecoloog] nooit onder zich gehad en zijn dus nog steeds in het ziekenhuis.

4.3 Naar het voorlopig oordeel van het Gerecht is deze feitelijke lezing van [gynaecoloog] en Ob-Gyn onvoldoende gemotiveerd bestreden en zal het Gerecht van haar juistheid uitgaan. Aldus is inzet van deze procedure het vermeende recht van Ob-Gyn en [gynaecoloog] om de Ob-Gyn dossiers uit het ziekenhuis mee te nemen en over te dragen aan dr. [zzz].

4.4 Het Gerecht stelt bij de beoordeling het volgende voorop. Volgens het bepaalde in artikel 7:446 BW is de geneeskundige behandelingsovereenkomst een overeenkomst tussen hulpverlener en opdrachtgever, welke rechtstreeks strekt tot het verrichten van geneeskundige handelingen ten aanzien van de patiënt. De hulpverlener kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn.

4.5 Naar voorlopig oordeel van het Gerecht komt een behandelingsovereenkomst tot stand tussen de rechtspersoon Ob-Gyn, optredende in de uitoefening van een geneeskundig bedrijf, en een patiënt die zich bij haar kliniek althans bij een van de gynaecologen, aanmeldt. Redengevend is hiervoor dat intake en registratie ten kantore van Ob-Gyn plaatsvindt, het patiëntdossier de naam Ob-Gyn draagt en behandeling in de door Ob-Gyn gehuurde ruimte plaatsvindt. Nadien wordt dit bevestigd doordat Ob-Gyn de patiënt een rekening stuurt en zij deze rechtstreeks aan Ob-Gyn betaalt. Voor de goede orde: dit alles zolang de patiënt niet naar het SMMC wordt verwezen alwaar een nieuw dossier wordt aangemaakt. Dan komt (tevens) een behandelingsovereenkomst tot stand tussen het SMMC en de patiënt.

4.6 De verplichtingen die de artikelen 7:446 tot en met 7:468 BW (‘De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling’) leggen op de hulpverlener rusten in het onderhavige geval derhalve op Ob-Gyn.

4.7 Tot deze verplichtingen van de hulpverlener behoort het bijhouden van een dossier omtrent de behandeling van de patiënt (art. 7:454 BW). De wet bepaalt niet wie eigenaar van het fysieke dossier is. Bij de parlementaire behandeling van voormelde wetsbepalingen voorafgaand aan de invoering per 1 januari 2001 is hierover niet gesproken. Wel is dat gebeurd bij de parlementaire behandeling in 1991 van het gelijkluidende artikel in het Nederlandse BW. De regering merkte toen op: <i>“(…) dat het eigendomsrecht van medische dossiers bij de hulpverlener berust.”</i> Zie TK 1990-1991, 21 561, nr. 6 blz. 46. Het Gerecht sluit zich hierbij aan.

4.8 Voor het onderhavige geval betekent dit naar voorlopig oordeel van het Gerecht dat de fysieke patiëntendossiers – zolang niet overgedragen – toebehoren aan Ob-Gyn.

4.9 Vervolgens is de vraag wat Ob-Gyn met haar dossier moet doen, wanneer de laatst overgebleven gynaecoloog van haar praktijk, dr. [gynaecoloog], de werkzaamheden in verband met zijn pensionering neerlegt.

4.10 Bij beantwoording dient onderscheid te worden gemaakt tussen de situatie waarin de hulpverlener een opvolger heeft en die waarin dat niet het geval is. [gynaecoloog] stelt het eerste en SMMC lijkt van het tweede uit te gaan. Het Gerecht oordeelt als volgt. De behandelrelatie tussen Ob-Gyn en haar patiënten is geëindigd met de pensionering van [gynaecoloog] per 15 december 2010. Gelet op de inhoud van de onder nr. 2.6 aangehaalde brief van dr. [zzz] dient het Gerecht het ervoor te houden dat hij de opvolgende hulpverlener is. Het feit dat dr. [zzz] in voorkomende gevallen [gynaecoloog] consulteert over een van zijn patiënten, maakt [gynaecoloog] niet tot hulpverlener in de zin van artikel 7:446 BW.

4.11 Niet in de wet is geregeld hoe de hulpverlener in het geval er een opvolger is met haar dossier dient om te gaan nadat de behandelrelatie met de patiënt is geëindigd. In de Memorie van Toelichting tot artikel 7A:1653i van het Nederlandse BW, dat gelijk luidde aan het in Sint Maarten geldende artikel 7:454 BW, heeft de regering hierover het volgende gezegd: <i>“Er is van afgezien in dit wetsontwerp een regeling op te nemen ter zake van het voorduren van de bewaring na het tijdstip waarop de hulpverlener ophoudt als zodanig te functioneren. Over het algemeen zal de patiënt goedvinden, en zelfs wensen, dat zijn dossier dan aan een andere hulpverlener, die de zorg overneemt, wordt overgedragen. Het oorspronkelijke dossier gaat dan deel uitmaken van het dossier dat de laatstgenoemde met betrekking tot de patiënt gaat inrichten, en waarover zijn bewaarplicht zich uitstrekt.”</i> Zie TK 1989-1990, 21 561, nr. 3 blz. 36.

4.12 Naar voorlopig oordeel van het Gerecht heeft Ob-Gyn tegen de achtergrond van deze toelichting niet onrechtmatig gehandeld door de dossiers over te dragen aan dr. [zzz]. Hij kan als zorgverlener op grond van een behandelovereenkomst met zijn patiënten vervolgens aan de bewaarplicht voldoen.

4.13 Het Gerecht voegt aan het bovenstaande toe dat de patiënt de behandelovereenkomst met een hulpverlener op grond van artikel 7:408 lid 1 BW te allen tijde kan opzeggen. Zo kan een aan dr. [zzz] overgedragen patiënte de behandelovereenkomst te allen tijde beëindigen. Uit de zorg van een goed zorgverlener vloeit voort dat hij het dossier vervolgens overdraagt aan de hulpverlener die de behandeling voortzet of overneemt.

4.14 De vordering zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal SMMC worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

5.1 wijst de vorderingen af;

5.2 veroordeelt SMMC in de kosten van de procedure aan de zijde van [gynaecoloog] en Ob-Gyn tot op heden begroot op nihil aan verschotten en NAfl. 1.500,-- aan salaris gemachtigde;

5.3 verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Thierry, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2011 in aanwezigheid van de griffier.