Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAM:2010:BP2922

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
26-11-2010
Datum publicatie
02-02-2011
Zaaknummer
KG 206/2010
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Apollo c.s. vorderen opschorting van de tenuitvoerlegging van de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnissen van 19 oktober. Dit kan slechts indien executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft of indien vonnis klaarblijkelijk berust op juridische of feitelijke misslag, of indien door uitvoering een noodtoestand zal ontstaan. Het Gerecht oordeelt dat hiervan geen sprake is, evenmin is er grond voor zekerheidstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 26 november 2010

Zaaknummer: KG 206/2010

Vonnisnr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

VONNIS in kort geding

in de zaak van

de vennootschap APOLLO LTD.,

de stichting PARTICULIER FONDS NEPTUNE FOUNDATION,

de stichting PARTICULIER FONDS WILD LIFE FOUNDATION,

gevestigd in Sint Maarten,

eisers,

gemachtigde: mr. J.G. Bloem,

tegen

de vereniging met rechtspersoonlijkheid PALM BEACH HOME OWNERS ASSOCIATION,

gevestigd in Sint Maarten,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.M. Hofman-Ruigrok.

Partijen worden hierna aangeduid als Apollo c.s. en Palm Beach.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 27 oktober 2010 ingediende verzoekschrift;

- de pleitnota van mr. Bloem;

- de pleitnota van mr. Hofman-Ruigrok;

- de behandeling ter zitting van 19 november 2010.

Het vonnis werd bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1 Het Gerecht heeft bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnissen van 19 oktober 2010 Apollo c.s. veroordeeld – voor zover thans van belang – tot betaling aan Palm Beach van USD 15.200,15, USD 12.570,80 en USD 14.733,82 te vermeerderen met rente en kosten.

2.2 Bij brief van 20 oktober 2010 aan Apollo c.s. heeft Palm Beach aanspraak gemaakt op betaling van de toegewezen bedragen, bij gebreke waarvan de vonnissen ten uitvoer worden gelegd.

2.3 Apollo c.s. hebben hoger beroep ingesteld van de vonnissen van 19 oktober 2010.

3. Het geschil

3.1 Apollo c.s. vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de tenuitvoerlegging van de vonnissen van 19 oktober 2010 op te schorten totdat het Hof in hoger beroep uitspraak heeft gedaan, althans Palm Beach te bevelen zekerheid te stellen, kosten rechtens.

3.2 Palm Beach voert gemotiveerd verweer dat, voor zover van belang, hierna aan de orde zal komen.

4. De beoordeling

4.1 Het gestelde spoedeisend belang ligt besloten in de aard van de zaak en is ook niet door Palm Beach weersproken.

4.2 Uitgangspunt is dat voor schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis slechts plaats is, indien de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn, indien het vonnis klaarblijkelijk berust op een juridische of feitelijke misslag, of indien de executie op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard (HR 22 april 1983, NJ 1984, 145).

4.3 Achtergrond van het geschil dat leidde tot de drie vonnissen van 19 oktober 2010 was de stelling van Palm Beach dat Apollo c.s. een bedrag aan <i>maintenance fees</i> aan Palm Beach waren verschuldigd. Over het reeds sinds 2006-2007 uitstaande bedrag waren Apollo c.s. een contractuele rente verschuldigd. De splitsingsakte bepaalt daarover in artikel 18 lid 6 het volgende: <i>“An owner, who has not paid his debts to the administrator within eight days after expiry of the period mentioned in the preceding paragraph, shall pay interest on the amount due; the percentage of this interest will be 2% over the then prevailing local banking rate.”</i> De vraag was of Appolo c.s. de contractuele rente verschuldigd raakten over de periode waarin zij ten gevolge van een onder hen gelegd derdenbeslag verhinderd waren om de uit 2006-2007 daterende achterstallige <i>maintenance fees</i> te betalen.

4.4 Het Gerecht heeft deze vraag in de drie vonnissen bevestigend beantwoord. Het overwoog daartoe het volgende: <i>“Gedaagde heeft niet betwist dat zij, uit hoofde van het feit dat zij eigenaresse is van een appartement in het appartementencomplex Palm Beach Condominiums</i> maintenance fees <i>aan eiseres is verschuldigd. Gedaagde heeft evenmin de gestelde achterstand betwist. In het midden kan blijven of gedaagde het aan haar zelf te wijten heeft gehad dat zij geen betalingen aan eiseres kon verrichten. Betalingsonmacht komt geheel voor rekening en risico van gedaagde.”</i>

4.5 Apollo c.s. voeren in de eerste plaats aan dat het Gerecht in deze overweging een juridische misslag heeft begaan. Zij stellen dat de blokkerende werking van het beslag meebrengt dat Apollo c.s. niet rechtsgeldig tot betaling konden worden aangesproken en dus ook geen boeterente verschuldigd zijn geraakt.

4.6 Het Gerecht overweegt het volgende. Als gevolg van de beslaglegging heeft de derde-beslagene terzake van de beslagen vorderingen de plicht tot opschorting jegens de beslagdebiteur. Er is derhalve in beginsel geen tekortkoming van de derde-beslagene in de nakoming van hun verbintenis jegens de beslagdebiteur. Het niet betalen door de derde-beslagene kan niet worden aangemerkt als vertraging in de betaling ervan, zoals bedoeld in artikel 6:119 leden 1 en 3 BW, zodat in beginsel geen contractuele rente verschuldigd is (vgl. HR 31 mei 1991, NJ 1992, 261 en HR 15 april 1994, NJ 1995, 268).

4.7 In het onderhavige geval heeft Palm Beach onweersproken gesteld dat Apollo c.s. al geruime tijd in verzuim verkeerden met betaling van hun <i>maintenance fees</i> over de periode 2006-2007 toen de derdenbeslagen op 12 april 2008 werden gelegd. Daaruit leidt het Gerecht af dat de contractuele rente reeds was ingegaan ten tijde van de beslaglegging. In dat geval loopt de contractuele rente door tijdens het beslag. Het Gerecht sluit aan bij hetgeen de A-G mr. Hartkamp schrijft onder 2d van zijn conclusie vóór HR 31 mei 1991, NJ 1992, 261. Van een juridische misslag is geen sprake.

4.8 Apollo c.s. hebben verder gesteld dat het Gerecht in de drie vonnissen een feitelijke misslag heeft begaan door te overwegen: <i>“Een specifiek verweer tegen hetgeen eiseres over de verschuldigdheid van de boeterente heeft opgemerkt in haar akte na tussenvonnis, is in het antwoord van gedaagde niet te lezen.”</i> Volgens Apollo c.s. hebben zij wel degelijk verweer tegen de contractuele rente gevoerd. Zij verwijzen daartoe naar de processtukken.

4.9 Het Gerecht overweegt dat dit betoog van Apollo c.s. – indien juist – geen feitelijke misslag in de vonnissen oplevert in de zin van de in 4.2 vooropgestelde maatstaf. Het gaat hier veeleer om de waardering – als te weinig gespecificeerd – door het Gerecht van een verweer van Apollo c.s. Die waardering kan in hoger beroep worden (her)beoordeeld.

4.10 De stelling van Apollo c.s. dat een noodtoestand zal ontstaan is niet aannemelijk geworden. Restitutierisico bij Palm Beach is evenmin aannemelijk geworden, zodat er geen grond voor zekerheidstelling is.

4.11 De vordering zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Apollo c.s. worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

5.1 wijst de vorderingen af;

5.2 veroordeelt Apollo c.s. in de kosten van de procedure aan de zijde van Palm Beach tot op heden begroot op nihil aan verschotten en NAfl. 1.500,-- aan salaris gemachtigde;

5.3 verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Thierry, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2010 in aanwezigheid van de griffier.