Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2021:93

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
10-05-2021
Datum publicatie
12-05-2021
Zaaknummer
CUR202002050
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

wanprestatie - overeenkomst incasso werkzaamheden - derde heeft de gelden geïnd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202002050

Vonnis d.d. 10 mei 2021

inzake

de naamloze vennootschap

PRO ACTIVE INCASSO N.V.,

gevestigd in Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,

tegen

de besloten vennootschap

HIGH QUALITY SERVICES B.V., h.o.d.n. HIGH QUALITY SERVICES,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.A. Becher.

Partijen zullen hierna PAI en HQS worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    het inleidend verzoekschrift met producties, op 17 september 2020 ter griffie ingediend;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitaantekeningen van PAI;

1.2.

De mondelinge behandeling heeft op 15 maart 2021 plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen. PAI is verschenen, daarbij deugdelijk vertegenwoordigd door dhr. [naam 1] en de gemachtigde voornoemd. HQS is verschenen, daarbij deugdelijk vertegenwoordigd door mw. [naam 2] en de gemachtigde voornoemd. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet, PAI mede aan de hand van de overgelegde pleitaantekeningen.

1.3.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

HQS is een bedrijf dat zich specialiseert in het uitlenen van schoonmaakpersoneel. Zij heeft in 2019 ten behoeve van On Vacation Beach (‘OVB’) schoonmaakwerkzaamheden verricht. OVB heeft een aantal facturen van HQS gedurende langere tijd onbetaald gelaten.

2.2.

PAI is het incassobureau van de heer [naam 1] (‘[naam 1]’) dat zich bezighoudt met het innen van vorderingen. De echtgenote van [naam 1] is werkzaam op de administratie van HQS.

2.3.

Op 29 november 2019 stuurt HQS een whatsapp bericht aan OVB met daarin de vermelding van het rekeningnummer van de Stichting Derdengelden van B-legal.

2.4.

Op 1 december 2019 wordt vanaf het e-mailadres e-mail@gmail.com ten name van mw. [naam 2], enig bestuurder van HQS, een e-mail gestuurd aan PAI, waarin onder meer het volgende staat (door PAI vanuit het Spaans vertaald in het Nederlands):

“U bent gemachtigd om onze facturen bij On Vacation B.V. te incasseren. Dus door dit in juridische termen te brengen, kunnen we ook onze verplichtingen als bedrijf nakomen.”

2.5.

Op 3 december 2019 schort HQS haar werkzaamheden voor OVB op in verband met de betalingsachterstand. B-legal treedt in dat verband op als belangenbehartiger van HQS. Op dezelfde datum wordt er door OVB een bedrag van NAf 45.000 overgemaakt op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal.

2.6.

Op 9 december 2019 vinden er nogmaals twee betalingen door OVB aan HQS plaats. Beide betalingen van respectievelijk NAf 45.000 en NAf 40.000 worden overgemaakt op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal.

2.7.

Op 9 december 2019 stuurt PAI een aanmaningsbrief aan OVB ter zake van een openstaande schuld van OVB aan HQS van NAf 322.019,88, vermeerderd met 15% incassokosten en 6% OB en verzoekt om betaling van het gevorderde bedrag op het bankrekeningnummer van PAI.

2.8.

Op 10 december 2019 wordt er vanaf het e-mailadres van [naam 3], de echtgenoot van mw. [naam 2], een e-mail gestuurd aan OVB, met de volgende inhoud:

“Unfortunately, yesterday we started an Incaso process due to late payments of a little more than 3 months due to breach of current contract between On Vacation B.V. and our company for that reason, all payments from now on will be through InCaso Proactive to the account number established in the file attached in this email”

2.9.

Op 10 december 2019 vindt er wederom een betaling, ditmaal van NAf 91.000, plaats op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal.

2.10.

Op 16 december 2019 stuurt PAI een tweede aanmaningsbrief aan OVB ter zake van de openstaande schuld van OVB aan HQS van NAf 322.019,88, vermeerderd met 15% incassokosten, 6% OB en de wettelijke rente.

2.11.

Op 19 december 2019 stuurt PAI een incasso overeenkomst ter ondertekening aan HQS. HQS tekent de overeenkomst niet.

2.12.

PAI stuurt nogmaals twee aanmaningsbrieven aan HQS op respectievelijk 16 januari 2020 en 4 februari 2020.

2.13.

OVB betaalt het restant van de openstaande schuld aan HQS middels betalingen op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal op respectievelijk 27 en 28 december 2017 en 20, 29 en 31 januari 2020 en 2 maart 2020.

2.14.

Op 28 januari 2020 wordt door OVB aan [naam 3] een bedrag van NAf 50.000 overhandigd in het kader van de aflossing van de openstaande bedragen. Middels een schriftelijke aantekening meldt [naam 3] dat de betaling effect krijgt zodra genoemd bedrag op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal wordt gestort. Dat gebeurt op 29 januari 2021.

2.15.

Op 11 februari 2020 stuurt mr. D. Narvaez, de gemachtigde van OVB, een e-mail aan zowel PAI als aan B-legal, waarin hij reageert op de aanmaning van PAI van 4 februari 2020. Daarin staat onder meer:

“Volgens On Vacation heeft zij het verschuldigde bedrag genoemd in het factuur […] al voldaan. Een betalingsoverzicht alsmede de facturen van High Quality Services B.V. en de betalingsbewijzen van On Vacation zijn aan deze brief gehecht.

Het overschot dat On Vacation aan High Quality Cleaning heeft betaald zal worden verrekend met het factuur van januari 2020.

Graag verzoek ik u om voortaan alle correspondentie richting On Vacation via mij te laten lopen. Ook verzoek ik u mij aan te geven wie deze zaak verder zal afhandelen of als ik in de toekomst met uw beiden moet corresponderen.”

2.16.

Op 12 februari 2020 stuurt mw. [naam 2] een e-mail gestuurd aan PAI, waarin onder meer het volgende staat (door HQS vanuit het Spaans vertaald in het Nederlands):

“Ik schrijf u deze e-mail omdat ik je op de datum 29 november 2019 heb geïnformeerd, dat het advocatenkantoor Becher Legal mijn juridische vertegenwoordigers zijn, gemachtigd is om al onze handelingen te verrichten jegens On Vacation wat de reden is dat we nooit een contract of enige overeenkomst met Pro Active hebben ondertekend omdat dit in handen is van onze advocaten wie met ons bezig is met de incassering en het ontslaan van personeel te zijner tijd van Hotel On Vacation. Ik ben je dankbaar voor je steun voor onze vriendschap. Maar we moeten het een en het ander niet met elkaar verwarren.”

3 Het geschil

3.1.

PAI vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van HQS tot betaling van een bedrag van NAf 78.366,43 (hoofdsom), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de buitengerechtelijke incasso kosten ten bedrage van 15% van de hoofdsom, met veroordeling van HQS in de proceskosten.

3.2.

PAI legt aan de vordering ten grondslag dat HQS tekort is geschoten in de nakoming van de incasso overeenkomst nu zij PAI heeft opgedragen de vorderingen van OVB te innen, terwijl zij OVB heeft opgedragen de openstaande bedragen op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal te betalen, waardoor PAI 15% incassokosten misloopt.

3.3.

HQS heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

PAI stelt dat er tussen haar en HQS een incasso overeenkomst tot stand is gekomen. PAI verwijst daartoe naar de e-mails van mw. [naam 2] (2.4.) en [naam 3] (2.8.).

4.2.

HQS heeft allereerst bestreden dat er tussen haar en PAI een incasso overeenkomst tot stand is gekomen. De e-mails verstuurd op naam van mw.[naam 2] en [naam 3], zijn niet door hen verstuurd. HQS impliceert dat de e-mails zijn opgesteld door de echtgenote van [naam 1], die in haar hoedanigheid van administratief medewerkster van HQS toegang heeft tot de computer en het mailbestand van mw. [naam 2]. De toegezonden incasso overeenkomst is ook nimmer door HQS voor akkoord getekend. De vaste belangenbehartiger van HQS is B-legal. HQS had B-Legal de opdracht gegeven de vorderingen te innen, hetgeen ook is gebeurd. HQS heeft dat reeds op 29 november 2019 aan PAI laten weten, toen PAI aan HQS vroeg de vorderingen op OVB voor HQS te innen.

4.3.

De beantwoording van de vraag of inderdaad met HQS een overeenkomst is gesloten ter zake van de incasso van de vorderingen van HQS op OVB, kan in het midden blijven, omdat de vordering van PAI niet toewijsbaar is omdat de gestelde wanprestatie en de daarmee verband houdende schade niet is komen vast te staan. Daartoe geldt het volgende.

4.4.

PAI stelt dat zij de geïnde incassokosten van 15% is misgelopen, nu deze kosten door toedoen van HQS, ondanks de incasso inspanningen van PAI, zijn gestort op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal. Daardoor lijdt PAI schade. Daarvan is niet gebleken. Vaststaat dat OVB, gelet op het whatsapp contact op 29 november 2019, door HQS in kennis wordt gesteld van het rekeningnummer van de Stichting Derdengelden van B-legal. OVB heeft, nadat het personeel van HQS haar werkzaamheden had opgeschort, ook direct betalingen gedaan op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal. Dat was nog voordat PAI enige incasso inspanning had verricht. Nadat PAI de eerste aanmaningsbrieven in december 2019 stuurde is OVB haar betalingen blijven storten op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal. Niet gebleken is dat OVB dat heeft gedaan op basis van een expliciet verzoek van HQS daartoe op dat moment. Mr. Becher, gemachtigde van HQS, heeft ter zitting aangevoerd dat zij van aanvang af belast was met het innen van de vorderingen en dat zij dat ook in december en januari heeft voortgezet. Het heeft er, gelet op voornoemde omstandigheden, dan ook alle schijn van dat OVB naar aanleiding van het eerdere contact met B-legal en de werkopschortingen is begonnen met betalen op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal en dat zij dat heeft voortgezet, zonder enige interventie daartoe van HQS. Voorts is niet uitgesloten dat, gelet op de brief van de gemachtigde van OVB van 12 februari 2020, de aanmaningsbrieven van PAI OVB niet eerder dan 4 februari 2020 hebben bereikt. Wat daar verder ook van zij, in het licht van het bovenstaande had het op de weg van PAI gelegen om concrete informatie aan te dragen waaruit volgt dat HQS, in weerwil van een vermeende afspraak met PAI, OVB expliciet heeft verzocht om de betalingen naar aanleiding van de inspanningen van PAI op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal te storten. Het enige concrete verzoek van HQS aan OVB om gelden op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal te storten, na de vermeende inschakeling van PAI, dateert van 28 januari 2020. Dat verzoek vindt echter plaats naar aanleiding van een contante betaling aan [naam 3]. De stelling dat HQS, ondanks een vermeende aan PAI verstrekte incasso opdracht, de betalingen als gevolg van de incasso inspanningen van PAI heeft doen storten op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal vindt derhalve geen steun in de feiten.

4.5.

Daar komt bij dat ook niet is gebleken dat OVB de openstaande facturen als gevolg van de inspanningen van PAI aan HQS heeft voldaan vermeerderd met 15% incassokosten en 6% OB, zoals PAI stelt. HQS heeft dat ook betwist. Ter zitting is gebleken dat OVB inderdaad meer heeft betaald dan het totaal van de verschuldigde facturen. De conclusie van PAI dat het meerdere is bedoeld ter vergoeding van de door haar gevorderde incassokosten, is echter in het licht van de gemotiveerde betwisting door HQS, onvoldoende onderbouwd door PAI. Uit het voorgaande blijkt reeds dat niet is gebleken dat de betalingen door OVB een gevolg zijn van de incasso inspanningen zijdens PAI. Dat wordt bevestigd door de brief van de gemachtigde van OVB van 12 februari 2020. In de brief wordt immers, onder verwijzing naar de aanmaning van 4 februari 2020, aangegeven dat alle openstaande facturen reeds zijn voldaan. Voorts volgt uit die brief dat het surplus dient te worden verrekend met toekomstige facturen. De stelling dat er incassokosten zijn geïnd is, gelet hierop, onvoldoende onderbouwd. Dat PAI dus geïnde incassokosten misloopt nu deze zijn gestort op de rekening van de Stichting Derdengelden van B-legal, is derhalve niet gebleken.

4.6.

De slotsom is dat, in het geval er al een incasso overeenkomst tussen PAI en HQS tot stand is gekomen, niet is gebleken dat HQS in de nakoming daarvan tekort is geschoten zoals PAI stelt. Evenmin is gebleken dat een vermeende tekortkoming zijdens HQS tot schade bij PAI leidt. Dat zou mogelijk anders kunnen zijn indien PAI een vergoeding had gevorderd voor de werkzaamheden die hij in het kader van de gestelde incasso overeenkomst voor HQS heeft verricht, te weten het versturen van aanmaningsbrieven. Nu de vordering van PAI daar niet op ziet kan dat verder buiten beschouwing blijven.

4.7.

PAI zal als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van HQS tot op heden begroot op: NAf 3.000 aan gemachtigden salaris (twee punten x tarief 6).

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt PAI in de proceskosten, aan de zijde van HQS tot op heden begroot op NAf 3.000;

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter, en op 10 mei 2021 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.