Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2021:124

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
23-06-2021
Datum publicatie
09-07-2021
Zaaknummer
CUR202101015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toelatingsovereenkomst medisch specialisten en het nieuwe ziekenhuis in Otrobanda. Over een door de specialisten te betalen gebruiksvergoeding bestaat nog geen overeenstemming. Vorderingen terzake in kort geding niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202101015

Vonnis in kort geding d.d. 23 juni 2021

inzake

1 VERENIGING VAN MEDISCH SPECIALISTEN CURAÇAO,

[EISERS 2 t/m 18],

eisers, de eisers onder 2 tot en met 16 tevens gedaagden in reconventie,

gevestigd en wonend te Curaçao,

gemachtigden: mrs. R.H.C. Luttikhuizen en S.J.C. Anthonio,

tegen

HNO TRANSITIE & EXPLOITATIE N.V. (CMC),

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gevestigd te Curaçao,

gemachtigde: mr. H.M. Weijand.

Partijen worden hierna ook aangeduid als VMSC c.s. en CMC.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift van 12 april 2021;

  • -

    de akte houdende eis in reconventie van 9 juni 2021;

  • -

    de producties 1 t/m 45 van VMSC en 1 t/m 11 van CMC;

  • -

    de bij de behandeling op 15 juni 2021 door de advocaten voorgedragen en overgelegde pleitnotities.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. a) VMSC is een belangenvereniging van medisch specialisten. Zij stelt zich blijkens haar statuten onder meer ten doel het bevorderen van optimale specialistische behandeling in ziekenhuizen. Eisers 2 tot en met 28 zijn vrijgevestigde medisch specialisten, die hun praktijken veelal buiten het ziekenhuis hebben.

b) CMC is de exploitant van het in november 2019 in Otrobanda geopende nieuwe ziekenhuis.

c) Ingevolge artikel 18 lid 4 Landsverordening Zorginstellingen worden medisch specialisten tot het ziekenhuis toegelaten op basis van een overeenkomst waarin de rechten en plichten van de geneeskundige zijn neergelegd.

d) In 2019 is tussen VMSC en CMC overleg gevoerd over een (tijdelijke) toelatingsovereenkomst tussen CMC en de leden van VMSC.

e) Bij brieven van 13 en 24 maart 2020 heeft CMC aan VMSC bericht dat CMC de bij haar actieve vrijgevestigde specialisten met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 een vergoeding in rekening zal brengen voor het gebruik van de faciliteiten van CMC. Hierop is door VMSC afwijzend gereageerd.

f) Bij brief van 29 oktober 2020 heeft CMC aan VMSC bericht dat de tijd is gekomen om de toelating van medisch specialisten tot het ziekenhuis te formaliseren, dat zij het eerder gebruikte model voor een toelatingsovereenkomst heeft vervangen door een model voor een individuele toelatingsbrief met algemene toelatingsvoorwaarden en dat de invoering van de eerder genoemde gebruiksvergoeding een jaar zou worden opgeschoven naar 1 januari 2021. VMSC heeft hierop afwijzend gereageerd en heeft procedurele en inhoudelijke bezwaren tegen de modellen ingebracht.

g) Op 21 december 2020 heeft CMC de bij haar actieve vrijgevestigde specialisten ieder een toelatingsbrief met algemene toelatingsvoorwaarden gestuurd.

h) In de toelatingsbrief staat onder meer:

“Op uw toelating zijn de Algemene Toelatingsvoorwaarden CMC van toepassing, welke u hierbij ter hand worden gesteld. Deze voorwaarden gelden voor alle tot het ziekenhuis toegelaten medisch specialisten en zijn vastgesteld na overleg met de Vereniging Medisch Specialisten Curaçao.

(…)

Indien u toepassing van de Algemene Toelatingsvoorwaarden CMC op u wenst te voorkomen, dan dient u vanaf 1 januari 2021 geen gebruik te maken van de u geboden toelating.

Indien u vanaf die datum wel gebruik maakt van de toelating, gelden de Algemene Toelatingsvoorwaarden CMC als door u aanvaard, hetgeen overigens onverlet laat uw recht een beroep te doen op vernietiging van een beding daarvan indien het onredelijk bezwarend is voor u (art. 6:233 BW).

Volledigheidshalve benadrukken we dat de Raad van Bestuur te allen tijde bereid is de mogelijkheden van een eventuele indiensttreding op basis van een arbeidsovereenkomst met u te bespreken.”

i. i) De toelatingsvoorwaarden bevatten onder meer de volgende bepaling:

10 Vergoeding gebruik ziekenhuisfaciliteiten

10.1.

De toegelaten medisch specialist is de instelling de kosten verschuldigd voor het gebruik van de ziekenhuisfaciliteiten, waaronder administratieve faciliteiten, gebruik van de O.K. en de polikliniek, volgens de daarvoor door de instelling vastgestelde tarieven, voor zover deze kosten niet rechtstreeks door de zorgverzekeraar worden betaald aan de instelling.

10.2.

De in het vorige lid genoemde tarieven worden jaarlijks door de Raad van Bestuur na overleg met de ter zake vertegenwoordigingsbevoegde organisatie van de toegelaten medisch specialisten herzien en in geval van verhoging met in achtneming van een redelijke termijn, voorafgaand aan het opvolgende boekjaar aan de medische specialist inzichtelijk gemaakt. De instelling is gerechtigd de tarieven zonder nadere kennisgeving te wijzigen, indien daartoe dringende aanleiding bestaat.

10.3.

De instelling stuurt de toegelaten medisch specialist een factuur voor de in lid 1 bedoelde kosten. Deze factuur moet binnen de op de factuur vermelde betalingstermijn worden voldaan.

10.4.

Als de toegelaten medisch specialist de factuur niet binnen de gestelde betalingstermijn heeft voldaan, stuurt het ziekenhuis de toegelaten medisch specialist een ingebrekestelling in de vorm van een betalingsherinnering. De toegelaten medisch specialist heeft de gelegenheid binnen 14 dagen na datum van de betalingsherinnering alsnog de factuur te voldoen.

10.5.

Als de factuur na het verstrijken van de in lid 4 bedoelde betalingstermijn niet of niet volledig is betaald, dan komen alle kosten ter verkrijging van voldoening in/of buiten rechte voor rekening van de toegelaten medisch specialist. De instelling kan vanaf het moment van het verstrijken van de in lid 4 bedoelde betalingstermijn de wettelijke rente over het niet betaalde deel van de factuur bij de toegelaten medisch specialist in rekening brengen.

10.6.

Als de factuur na het verstrijken van de in lid 5 bedoelde betalingstermijn niet of niet volledig is betaald, dan heeft dit tot gevolg dat alle openstaande vorderingen van het ziekenhuis op de toegelaten medisch specialist, ondanks eventuele andersluidende bedingen of afspraken, onmiddellijk opeisbaar worden.

10.7.

Bezwaren tegen de hoogte van de factuur schorten de betalingsverplichting daarvan niet op.

j) Met ingang van de maand januari 2021 heeft CMC aan eisers sub 2 tot en met 16 ieder maandelijks NAf 4.500 gefactureerd als ‘vergoeding conform artikel 10 toelatingsvoorwaarden’, vermeerderd met NAf 270 omzetbelasting. Die facturen zijn onbetaald gebleven, door CMC verzonden sommatiebrieven ten spijt.

k) Bij brief van 10 juni 2021 aan CMC heeft de Inspecteur-Generaal Volksgezondheid een onderzoek aangekondigd naar de gebruiksvergoeding en de gevolgen daarvan voor de patiëntenzorg.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

VMSC c.s. vorderen om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

- de toepassing, c.q. werking van de Toelatingsbrief en de Algemene Toelatingsvoorwaarden CMC d.d. 21 december 2020, waaronder het in rekening brengen van een gebruiksvergoeding, als voorlopige voorziening te schorsen op de grond dat deze in strijd met het beginsel van aanbod en aanvaarding tot stand zijn gekomen, althans niet door de VMSC en/of de toegelaten vrijgevestigde medisch specialisten zijn aanvaard en zelfs uitdrukkelijk verworpen, dit totdat in de bodemprocedure onherroepelijk een rechterlijk oordeel zal zijn gegeven over de juridisch grondslag van de Toelatingsbrief en de Algemene Toelatingsvoorwaarden CMC d.d. 21 december 2020;

subsidiair:

- CMC voorlopig te verbieden de toegelaten vrijgevestigde medisch specialisten een vergoeding voor het gebruik van de ziekenhuisfaciliteiten in rekening te brengen, totdat in de bodemprocedure onherroepelijk een rechterlijk oordeel zal zijn gegeven over de juridische grondslag van deze vergoeding;

- Het CMC voorlopig te verbieden aan de toegelaten vrijgevestigde medisch specialisten de toegang tot de instelling/het CMC te ontzeggen, totdat in de bodemprocedure onherroepelijk een rechterlijk oordeel zal zijn gegeven over de toepasselijkheid van de Toelatingsbrief en de Algemene Toelatingsvoorwaarden CMC d.d. 21 december 2020;

met veroordeling van CMC in de proceskosten.

3.2.

CMC voert verweer.

in reconventie

3.3.

CMC vordert om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de bij haar actieve vrijgevestigde specialisten genoemd onder 2 t/m 16 te veroordelen:

- tot betaling van CMC van de bedragen van de aan hem of haar gerichte facturen van CMC voor de vergoeding van de op basis van artikel 10 Toelatingsvoorwaarden, althans bij wijze van redelijke of gebruikelijke vergoeding, de facturen voor de maanden januari 2021 tot en met april 2021 binnen 5 dagen na het te wijzen vonnis en de facturen vanaf de maand mei 2021 steeds binnen 15 dagen na factuurdatum, dan wel op betaling van die facturen toe te zien voor zover gericht aan zijn of haar praktijkvennootschap of maatschap,

met hun hoofdelijke veroordeling in de proceskosten;

3.4.

Gedaagden in reconventie voeren verweer.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Het geschil gaat in de kern over de afspraken die (moeten) gelden tussen de vrijgevestigde (dus niet in loondienst bij het ziekenhuis zijnde) medisch specialisten enerzijds en CMC anderzijds met betrekking tot de toelating van die specialisten tot het ziekenhuis in Otrobanda.

4.2.

In november 2019 heeft CMC de activiteiten overgenomen van het oude Sint Elisabeth Hospitaal (Sehos). Tussen het Sehos en de vrijgevestigde medisch specialisten waren (onderling deels afwijkende) toelatingsovereenkomsten van kracht. Die zijn door Sehos destijds opgezegd. Tussen CMC en VMSC is contact geweest over nieuwe toelatingsovereenkomsten, in welk kader ook een door CMC opgesteld concept door VMSC van commentaar is voorzien. Tot een eenduidige volledige overeenstemming - met door partijen getekende contracten - is het niet gekomen. VMSC wijt dit aan de opstelling van CMC en haar verzuim om serieus te onderhandelen. Volgens CMC is dit verwijt onterecht en hebben de specialisten de totstandkoming van toelatingsovereenkomsten vertraagd. CMC heeft, naar het gerecht begrijpt, om die reden gekozen voor de vorm van een (eenzijdige) toelatingsbrief met verwijzing naar toelatingsvoorwaarden. Volgens CMC hebben de specialisten de inhoud van die brief en voorwaarden geaccepteerd doordat zij het ziekenhuis ook na 1 januari 2021 hebben betreden.

4.3.

VMSC stelt zich op het standpunt dat de in december 2020 door CMC aan haar leden toegezonden toelatingsbrief en toelatingsvoorwaarden niet kunnen worden beschouwd als een toelatingsovereenkomst. Ter zitting is door VMSC gesteld dat inmiddels een bodemprocedure tegen CMC aanhangig is gemaakt waarin op tien punten bezwaren zijn aangevoerd tegen de voorwaarden (onder meer over de opzeggingsmogelijkheid en de productie-eisen). Dit kort geding beperkt zich echter tot één bezwaar van VMSC: de bepaling dat de vrijgevestigde specialisten die werkzaam zijn in het CMC maandelijks aan CMC een gebruiksvergoeding moeten betalen en de op basis daarvan vanaf januari 2021 door aan die specialisten (eisers 2 tot en met 16) toegezonden facturen van NAf 4.770 per maand.

voorts in conventie

4.4.

Met hun vorderingen in conventie beogen VMSC c.s. te voorkomen dat CMC de toelatingsvoorwaarden op hen toepast, in het bijzonder wat betreft de gebruiksvergoeding, totdat in een bodemprocedure is beslist over de gebondenheid van de specialisten aan die voorwaarden. De vorderingen strekken er blijkens het verzoekschrift en het petitum mede toe te voorkomen dat CMC de specialisten de toegang tot het ziekenhuis ontzegt omdat zij de facturen voor de gebruiksvergoeding niet voldoen.

4.5.

Ter zitting is door CMC benadrukt dat een toegangsontzegging op de grond van non-betaling niet aan de orde is: CMC zal voor het haar toekomende op de gebruikelijke wijze verhaal zoeken en zal de specialisten de toegang tot het ziekenhuis niet ontzeggen omdat zij haar facturen niet betalen. Het belang van VMSC c.s. bij hun vorderingen in dit kort geding is daarmee vervallen. Dat VMSC c.s. van mening zijn dat zij de gefactureerde bedragen niet verschuldigd zijn, betekent niet dat CMC er niet een tegengestelde mening op na kan houden en geen op die tegengestelde mening gebaseerde facturen mag sturen. Of de gefactureerde bedragen daadwerkelijk verschuldigd zijn is een tweede (waarover hierna in reconventie). Voor zover de vorderingen van VMSC c.s. zich richten tegen andere voorwaarden in de toelatingsbrief en de toelatingsvoorwaarden dan de gebruiksvergoeding, geldt dat in dit kort geding niet is toegelicht om welke voorwaarden dat gaat en welk spoedeisend belang bestaat bij het tijdelijk verbieden of bevriezen van die andere voorwaarden.

4.6.

De vorderingen van VMSC c.s. zullen op grond van het voorgaande worden afgewezen. De overige daartegen door CMC gevoerde verweren behoeven geen bespreking.

voorts in reconventie

4.7.

CMC vordert in reconventie veroordeling van de vrijgevestigde specialisten sub 2 tot en met 16 tot betaling van de aan hen gefactureerde en nog te factureren gebruiksvergoeding. Zij grondt deze vordering op artikel 10 van de volgens haar overeengekomen algemene voorwaarden, dan wel op de redelijkheid.

4.8.

Deze vordering kan niet worden toegewezen. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is, naast spoedeisend belang, nodig dat de vordering voldoende ‘hard’ is, dat aangenomen moet worden dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Aan deze eisen voldoet de vordering van CMC niet. Gelet op het gemotiveerde en niet bij voorbaat op alle punten kansarm te achten verweer van VMSC, leent de geldvordering van CMC zich niet voor kort geding. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.9.

Op CMC rust als exploitant van het ziekenhuis de wettelijke verplichting erop toe te zien dat de toelating van medisch specialisten schriftelijk is geregeld. Idealiter wordt dit gedaan in een in overleg vast te stellen, door zowel het ziekenhuis als de specialist te tekenen contract. In het geval van het ziekenhuis van CMC is dat tot dusver niet gelukt. Een verklaring daarvoor zal mede zijn gelegen in het feit dat er te Curaçao, bij gebreke van andere algemene ziekenhuizen en gelet op het beperkt aantal medisch specialisten, op dit punt geen sprake is van een ‘vrije markt’. CMC en VMSC kunnen (in elk geval vooralsnog) niet om elkaar heen. Als de bij VMSC aangesloten specialisten niet meer tot het ziekenhuis worden toegelaten, gaat het acuut mis met de door CMC te leveren zorg. Voor de specialisten zou dat bovendien betekenen dat zij, afhankelijk van hun specialisme, in Curaçao hun beroep niet of nog slechts beperkt kunnen uitoefenen. Deze omstandigheden dragen bij aan het risico van een patstelling in de onderhandelingen, waarvan in elk geval op het punt van de gebruiksvergoeding nu sprake lijkt.

4.10.

In dit licht bezien, alsmede gelet op haar wettelijke verplichting de toelating schriftelijk te regelen en gelet op het tijdsverloop sinds de opening van het nieuwe ziekenhuis, is op voorhand niet onredelijk te achten dat CMC per 1 januari 2021 haar toelatingsbrief met toelatingsvoorwaarden van toepassing heeft willen verklaren. Het voert echter te ver om in het feit dat de specialisten ook na 1 januari 2021 in het ziekenhuis van CMC zijn blijven werken, hun instemming te zien met de door CMC verlangde gebruiksvergoeding. Zoals gezegd was er voor de specialisten geen reële keuzemogelijkheid en zou naar het zich laat aanzien de patiëntenzorg ernstig in het gedrang zijn gekomen als de vrijgevestigde specialisten hadden besloten per 1 januari 2021 thuis of in hun ofisina’s te blijven. Het moet de specialisten daarom naar het voorlopig oordeel van de kort geding-rechter nog vrij staan de gebruiksvergoeding ter discussie te stellen en om de redelijkheid van het in rekening brengen daarvan door de rechter te laten toetsen. Niet kan dus worden aangenomen dat de bodemrechter zal oordelen dat de specialisten de gebruiksvergoeding zonder meer hebben aanvaard door het ziekenhuis te blijven betreden.

4.11.

VMSC c.s. hebben diverse inhoudelijke bezwaren tegen de gebruiksvergoeding aangevoerd. Zo stellen zij onder meer i) dat zij bij het Sehos niet hoefden te betalen voor het gebruik van het ziekenhuis, ii) dat in het door CMC van hen gevraagde bedrag kosten zijn opgenomen die CMC reeds van SVB vergoed krijgt en die om die reden (ook ingevolge artikel 10 lid 1 van CMC’s voorwaarden) niet in rekening mogen worden gebracht, en iii) dat voor een aantal specialisten geldt dat het gevraagde bedrag hoger is dan wat zij aan hun werkzaamheden in het CMC verdienen. Voor de beoordeling van deze bezwaren is nader onderzoek en debat vereist, waarvoor het kort geding zich niet leent. Op voorhand kan niet gezegd worden dat de bezwaren in de bodemprocedure niet tot schrapping of aanpassing van (de hoogte en/of systematiek van) de door CMC verlangde gebruiksvergoeding zullen kunnen leiden.

4.12.

De vorderingen van CMC zullen op grond van het voorgaande worden afgewezen. De overige daartegen door VMSC c.s. gevoerde verweren behoeven geen bespreking.

Ten slotte in conventie en in reconventie

4.13.

De slotsom in dit kort geding is dat de vorderingen van VMSC c.s. noch CMC toewijsbaar zijn. Hun vorderingen zullen worden afgewezen, met een daarbij passende beslissing over de proceskosten.

5 De beslissing

Het Gerecht:

rechtdoende in kort geding:

in conventie

5.1.

wijst af het gevorderde;

5.2.

veroordeelt VMSC c.s. hoofdelijk in de kosten van het geding, aan de zijde van CMC begroot op NAf 1.500 voor salaris gemachtigde;

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

5.4.

wijst af het gevorderde;

5.5.

veroordeelt CMC in de kosten van het geding, aan de zijde van de specialisten sub 2 tot en met 16 begroot op NAf 1.500 voor salaris gemachtigde;

5.6.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 23 juni 2021 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.